Veel gelezen in het verse jaar

meest gelezen in 2015 tot nu toe Van Akker Vindt 2015

Je zult naar deze titel kijken en denken: waarom nu al terugkijken? We zijn nog niet eens halverwege het jaar! Dat is waar, maar eerder deze week werd – nadat ik ruim twee en een half jaar geleden begon met bloggen – de grens van 30 duizend bezoeken aan dit blog gepasseerd. Ik vind het altijd leuk om te kijken welke blogs populair zijn en zo’n jubileum is een mooi moment om dat te delen. Vandaar dus.

Tot nu toe gaf ik op zo’n moment een totaaloverzicht van de populairste blogs tot dat moment, zoals bijvoorbeeld deze na 20 duizend bezoekers. Deze keer ga ik het eens anders doen. Juist omdat we over een maandje op de helft van het jaar zitten, lijkt het mij wel wat om eens een lijstje te maken wat er in 2015 tot nu toe populair is geweest. Dat levert in ieder geval een lijstje met thema’s op die op dit moment leven of waar mensen zich in herkennen. Dus bij deze.

De populairste blogs van 2015 tot nu toe:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Baan zoeken? Bezint eer ge begint!
  3. Het vaste contract als loden last voor werkgevers
  4. Loopbaanadvies ‘Het blije ei’
  5. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Wat als ze trainen en vertrekken?
  9. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  10. Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving

Het is inmiddels ruim twee jaar geleden dat ik een serie van drie blogs over robotisering schreef en voor ik suggereerde dat het basisinkomen wellicht een oplossing kon bieden. Robotisering en het basisinkomen stonden destijds niet bij veel mensen op het vizier. Inmiddels is dat wel anders en zie ik om de haverklap dingen in de krant voorbij komen over deze thema’s.

Onlangs zag ik ook ergens in de media voorbij komen dat er over wordt gedacht om voor kleine MKB’ers de Wet Verbetering Poortwachter aan te passen. Zij zouden dan maximaal één jaar loon moeten doorbetalen bij ziekte in plaats van de huidige twee jaar. Ik schreef daar een blog over, hier op de derde plek in de lijst waarin ik ook de problematiek rond de WWZ uiteenzette. Zeer actueel nu 1 juli nadert en de werkgevers – we kennen allemaal het gedoe rondom de ING uitzendkrachten uit de kranten – in veel gevallen al pro-actief mensen bedanken voor hun diensten.

Het kan verkeren: op de arbeidsmarkt en in de hoofden van mensen. Rest mij te zeggen dat ik het onwijs leuk vindt om zo nu en dan mijn gedachten te laten gaan en daarover te publiceren en om te merken dat dit door veel mensen wordt opgepikt. Op naar de volgende 10 duizend!

Advertenties

Baan zoeken? Bezint eer ge begint!

Baan Zoeken - Bezint eer ge begint - Van Akker Vindt 2015

De WW gaat veranderen. Niet alleen verandert de opbouw en de duur van het WW-recht, maar ook wordt na 6 maanden alle werk passend. Dat kan betekenen dat je bereid moet zijn alle werk aan te pakken, ongeacht je opleidingsniveau, of je eerdere werkervaring. Dat betekent nogal wat voor wie op zoek is naar werk. Want eigenlijk wil je gewoon doen wat bij je past. Wat is dan een goede aanpak om een baan te zoeken die écht bij je past? Hoe maak je de meeste kans om een baan aangeboden te krijgen? Jessie Koen onderzocht dit en promoveerde er in 2013 op. Ze onderzocht onder andere of het goed is om in je zoektocht overal voor open te staan of juist niet. Misschien anders dan je zou verwachten helpt het je niet in het vinden van een baan om voor alles open te staan. Hoe dat zit, zal ik hieronder kort toelichten:

Verkennend, gericht en lukraak

Koen onderscheidt drie manieren om een baan te zoeken: de verkennende strategie, de gerichte strategie en de lukrake strategie. De verkennende strategie betekent dat je heel erg toegewijd op zoek gaat naar een baan en je open staat voor alle mogelijke kansen die zich voor doen. Bij de verkennende strategie informeer je bij je hele netwerk, familie, vrienden, eerdere werkgevers enzovoort. De gerichte strategie betekent dat je voor je daadwerkelijk op zoek gaat, goed in kaart hebt gebracht wat voor jou belangrijk is in een baan, wat bij je past en waar je prioriteiten liggen. Je richt je op een klein aantal werkgevers die je zorgvuldig hebt uitgezocht en solliciteert bij hun alleen op vacatures die goed bij je wensen en kwalificaties passen. De lukrake strategie houdt in dat je het allemaal een beetje onderweg verzint en kijkt wat werkt. Mensen die deze strategie gebruiken, kunnen daardoor soms ook zonder reden onderweg van aanpak veranderen en verzamelen informatie over alle mogelijke banen, die qua opleiding en ervaring zowel binnen als buiten hun huidige bereik liggen. Bezit eer ge begint Van Akker Vindt 2015

Gericht zoeken maakt de kans op werk dat echt bij je past het grootst

Bij het zoeken van een baan zijn veel variabelen van invloed. Twee hele belangrijke zijn de intensiteit waarmee je zoekt en de manier waarop je dat doet, dus je aanpak. In het onderzoek kregen de mensen die verkennend en gericht zochten meer baanaanbiedingen dan de lukraak zoekenden. Misschien ook niet zo gek, want als je zelf de lukrake methode hanteert en niet duidelijk voor iets kiest, is het ook des te lastiger om een werkgever te overtuigen dat jij de juiste persoon bent. En als het wel lukt en je bent -om wat voor reden dan ook- bereid om alles aan te pakken, pak je vaak ook het eerste aan wat op je pad komt. Dat hoeft niet dat te zijn wat het best past. De verkenners kregen weliswaar meer baanaanbiedingen dan dan de lukraak zoekenden, maar de kwaliteit van de baan was wel slechter dan bij de mensen die heel erg gericht zochten en precies wisten wat ze wilden. Met een gerichte strategie laat je dus bewust baankansen buiten beschouwing, maar heb je wel sneller een baan die beter bij je past. Wanneer een baan goed bij je past, zal je beter functioneren, het beter naar je zin hebben en daarmee ook de kans vergroten dat je voor langere tijd op je plek zit. Bij de verkenners en de lukraken is dit minder het geval. 

‘Bezint eer ge begint’ levert dus een betere baan op

Hoewel je dus vacatures buiten beschouwing laat, ben je het best af wanneer je goed nadenkt wat je wilt en waarom en daar dan ook vervolgens heel gericht naar gaat zoeken. Je hebt meer kans op een baanaanbieding en dat de kwaliteit van de baan, dus de mate waarin deze bij jou en je kwaliteiten past, beter is. Fijn voor jou en fijn voor die toekomstige werkgever wanneer je dus eerst even in kaart brengt (al dan niet met behulp van een loopbaanadviseur) wat belangrijk is en wat bij je past. Dus wil je meer kans op een baan die aansluit op jou, je behoeften en kwalificaties… Ga dan niet als een dolle solliciteren, maar bezint eer ge begint en maak dan jezelf en je toekomstige werkgever blij door gemotiveerd aan de slag te gaan!

'Bezit eer ge begint' levert een betere baan op Van Akker Vindt 2015

Verplicht vrijwilligerswerk in de bijstand vergroot juist de stap naar betaald werk

Bijstandsgerechtigden identificeren zich met status als vrijwilliger - Van Akker Vindt 2014

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt re-integreren was altijd al een onderwerp dat me interesseerde en de laatste tijd ben ik door mijn werk weer meer bezig met dit onderwerp. In het kader van de participatiesamenleving, empowerment en ‘het nemen van de eigen verantwoordelijkheid’ zoals Rutte, Samsom en de hunnen bepleiten is het momenteel natuurlijk niet zomaar een hot item, maar een sizzling hot item. De verzorgingsstaat loopt in de papieren, de economie staat er al langere tijd niet zo florissant voor en lijkt voorlopig niet substantieel aan te trekken, dus gaat de regering met de bezem door het uitkeringsstelsel. De Participatiewet die eraan zit te komen, is een van de uitkomsten van dit beleid. Deze moet ervoor zorgen dat gemeenten even stoppen met het organiseren van labels voor jonge bijstandsaanvragers met een zogenaamd ‘vlekje’, zoals het eufemistisch in beleidstermen heet en ze vervolgens naar het UWV doorverwijzen, zodat ze niet langer op het gemeentelijke budget drukken.

‘Verplicht vrijwillig’ dus?bijstand verplicht vrijwillig werken Van Akker Vindt 2014

Niet alleen wordt de riante verzorgingsstaat die na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd en opgetuigd stukje bij beetje uitgekleed, ook wordt het niet meer zo vanzelfsprekend gevonden dat men ‘recht’ op een uitkering heeft. Men is immers zelf verantwoordelijk voor eigen succes of falen. Wanneer men dan toch voldoende heeft gefaald om een uitkering aan te vragen dan vinden wij als samenleving -wij worden immers met zijn allen vertegenwoordigd door de mensen op het pluche in Den Haag- dat daar ook best wat tegenover mag staan. Dat dit soms tot perverse uitwassen leidt zoals verdringing door het instellen van een werkgelegenheidscaroussel die ‘Social Return’ heet, is een heel ander blog. Nu wil ik het dus even hebben over verplicht vrijwillig werken. Iedereen met enig taalgevoel ziet dat dit een contradictio in terminis is en dus feitelijk onmogelijk is, maar ‘life is stranger than fiction’ en dus kan het in Nederland gewoon tóch.

Juist een treetje terug op de Participatieladder

De rationale achter dit fenomeen is dat het doen van vrijwilligerswerk de mensen met een bijstandsuitkering helpt om weer een treetje te klimmen op de zogenaamde Participatieladder. De bijstandsgerechtigde wordt zo aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid, went aan een werkritme en doet in het proces ook nog iets nuttigs voor de maatschappij. So far so good. Nou ja, niet dus, want mijn kort door de bocht schets van hoe het werkt, of hoe men wil dat het werkt, blijkt niet helemaal te kloppen. Thomas Kampen promoveert binnenkort bij de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over bijstandsgerechtigden en verplicht vrijwillig werken en komt tot de conclusie dat het averechts werkt. Het verplicht vrijwillig werken vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt juist. Bijstandsgerechtigden die instromen in vrijwilligerswerk met behoud van uitkering stromen zelden door naar een betaalde baan. Hoezo het paard achter de wagen spannen?

Bijstandsgerechtigden identificeren zich met status als vrijwilliger

Het voert te ver voor dit blog om alle details uit de samenvatting van het proefschrift -meer heb ik nog niet- na te vertellen, maar een deel van het probleem is dat wanneer bijstandsontvangers die vrijwilligerswerk doen, klaar om de volgende stap in hun re-integratieproces te zetten, de begeleiding vanuit de Sociale Dienst veelal tekort schiet. Hierdoor blijven mensen hangen in het vrijwilligerswerk en verandert hun perspectief van vrijwilligerswerk als opstapje naar een betaalde baan naar een ‘vluchtheuvel om te ontsnappen aan de arbeidsmarkt’ aldus Kampen. De verplichte vrijwilligers gaan waarde hechten aan hun vrijwilligerswerk, ze ervaren meer zingeving door hun vrijwillige werk, vinden het prettig dat op die werkplek een ontspannen sfeer heerst en gaan zich steeds meer hechten aan hun status als vrijwilliger. Verplicht vrijwillig werken betekent stapje terug op participatieladder. Van Akker Vindt 2014Verder helpt het vrijwilligerswerk de bijstandsgerechtigden om hun ‘geschonden levensverhaal’ (ze hebben immers in hun eigen ogen gefaald op maatschappelijk vlak) te reconstrueren. Het vrijwilligerswerk doorbreekt de inactiviteit die ze tot dan toe gewend waren en minderwaardigheidsgevoelens worden verruild voor een groeiend zelfvertrouwen. Ze gaan hun vrijwilligerswerk zien als iets terugdoen of terugbetalen, als tegenprestatie voor in het verleden geboden hulp, waardoor ze ook in deze zin verder af komen te staan van de betaalde arbeidsmarkt. Kampen eindigt zijn samenvatting met een tip voor de klantmanager: deze moet de belangen van de vrijwillig werkende bijstandsgerechtigde in het oog houden en meer doen dan alleen zo nu en dan te controleren. Zo krijgt de bijstandsgerechtigde de erkenning die hij nodig heeft en het staat er niet expliciet, maar ik veronderstel dat dit hem eerder zou motiveren om weer betaald aan de slag te gaan.

Is die vluchtheuvel op afstand van de arbeidsmarkt echt een probleem?

Wat ik hiervan vind, weet ik nog niet zo precies. Op dit moment loopt de economie niet zo gek lekker en de arbeidsmarkt lijkt voorzichtig aan te trekken, maar voorlopig staan er ook nog heel veel mensen langs de kant. Al dat participeren en empoweren klinkt wel mooi en eigen verantwoordelijkheid nemen is in heel veel contexten iets wat ik van harte toejuich. Maar ik lees ook dat mensen die blijkbaar heel lang niet gewerkt hebben, uiteindelijk met veel plezier werken in een vrijwillige functie en daaraan eigenwaarde ontlenen. De kans is groot dat dit een groep mensen betreft die niet vooraan in de rij staat bij veel ondernemers om aangenomen te worden wanneer er weer vacatures ontstaan. Nog los van het ethisch discours dat mogelijk is over ‘verplicht vrijwilligerswerk’ en wat ‘eigen verantwoordelijkheid nemen’ nou helemaal wil zeggen, zie ik dat mensen die anders waarschijnlijk niet zo snel aan de bak komen zich op hun plek voelen en een bijdrage aan de samenleving leveren door hun vrijwilligerswerk. Dat het komt doordat ze te weinig begeleid worden, is of lijkt een gemiste kans. Of die begeleiding min of meer duurzaam tot een betaalde betrekking zou leiden is nog maar de vraag. Misschien is het helemaal niet zo erg wanneer die bijstandsgerechtigden nu prettig werken op hun vluchtheuvel….

Misschien is het helemaal niet zo erg wanneer die bijstandsgerechtigden nu prettig werken op hun vluchtheuvel.... Van Akker Vindt 2014

Het vaste contract als loden last voor werkgevers

Het vaste contract als loden last Van Akker Vindt 2014

Vast wordt minder vast en flex wordt minder flex” werd gezegd toen het Sociaal Akkoord werd gepresenteerd. Inmiddels heeft een en ander vorm gekregen in de Participatiewet en de Wet Werk en Zekerheid. In 2015 mogen deze beide wetten beginnen hun nut of noodzaak in de praktijk te bewijzen. Of hiermee de waterscheiding tussen flex en vast werk nu definitief wordt geslecht is nog maar de vraag. Ten eerste kan je je afvragen of de Wet Werk en Zekerheid haar doel überhaupt niet voorbijschiet. Ten tweede en misschien wel belangrijker: pakt deze wet wel het probleem aan dat veel werkgevers ervaren?

De oude ketenbepaling van de Wet Flex en Zekerheid

De ketenbepaling bij de wet die op dit moment geldt, de Wet Flex en Zekerheid uit 1999, mocht een werkgever maximaal drie tijdelijke contracten geven en zou vervolgens het contract omgezet moeten worden naar een vast contract. In de praktijk gebeurt het erg vaak dat werknemers inderdaad drie contracten verdeeld over drie jaren krijgen, er vervolgens drie maanden ‘uit moeten’, om vervolgens opnieuw aangenomen te worden en de hele keten nog eens volledig uit te melken.

Ketenbepaling Wet Werk en Zekerheid schiet doel voorbij

In de nieuwe ketenbepaling mogen er nog steeds drie tijdelijke contracten gegeven worden, maar verdeeld over maximaal twee jaar. Het is de vraag of de werknemers na die twee jaar nu inderdaad een vast contract krijgen, of nu gewoon eerder bedankt worden voor hun diensten. Bij de nieuwe Wet Werk en Zekerheid moeten werkgever en werknemer minimaal 6 maanden wachten voor de werknemer opnieuw de keten in kan. Bij een gewilde werknemer en in een krappe arbeidsmarkt en een booming economie zou het kunnen dat de werknemer in kwestie een vast contract krijgt en de wet in de praktijk uitpakt zoals de bedoeling was.

Krijgen we wel weer een booming economie met werk voor velen?

De vraag is echter hoe lang het duurt voor die arbeidsmarkt weer zo krap zal zijn. De BRIC(S)-landen zijn in opkomst, de technologische ontwikkelingen zetten door en zullen ook mensen met middelbare en hogere beroepsopleidingen raken. Mensen die (nog?) wel werken gaan steeds later met pensioen en ik vraag me inmiddels af of de vergrijzing inderdaad op termijn zal leiden tot een enorme vervangingsvraag en die door sommigen nog steeds voorspelde krappe arbeidsmarkt. Ook het CPB weet het allemaal zo net niet. Zij geven in hun publicatie ‘Roads to Recovery’ (2014) aan dat vooralsnog het zo’n vaart niet loopt met de voortschrijdende invloed van technologie op de arbeidsmarkt, maar dat zeker banen op middelbaar niveau op termijn weleens onder druk kunnen komen te staan. Kortom: er is nog heel veel onzekerheid op dat vlak en zolang dat zo is, zullen de dames en heren werkgevers niet al te gortig zijn met het uitdelen van vaste contracten en eerder eieren voor hun geld kiezen.

Doorbetaling en re-integratie bij ziekteEen andere reden dat werkgevers terughoudend zijn met het geven van vaste contracten is dat het hun veel geld kost wanneer een werknemer ziek wordt. Van Akker Vindt -- 2014

Een andere reden dat werkgevers terughoudend zijn met het geven van vaste contracten is dat het hun veel geld kost wanneer een werknemer ziek wordt. Onder het mom ‘de vervuiler betaalt’, zijn de Wet Verbetering Poortwachter en nog een aantal andere regelingen ingevoerd die ertoe leiden dat werkgevers een zieke werknemer twee jaar lang moeten doorbetalen bij ziekte en alles moeten doen om te zorgen dat zij re-integreren. Mocht het UWV, die de werknemersverzekeringen in Nederland uitvoert, vervolgens tot de conclusie komen dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen, kunnen die kosten voor de werkgever nog verder oplopen.

Verantwoordelijkheid leidt ook tot oog voor preventie

Natuurlijk zitten er goede kanten aan die ‘de vervuiler betaalt’ uitgangspunten. Wanneer de werkgever de kosten voor zieke werknemers niet kan afwentelen op een algemene voorziening of iets dergelijks, zal hij (hopelijk) meer oog hebben voor het belang van goede arbeidsomstandigheden en momenteel -mede onder invloed van de Grote Recessie– een hot topic psychosociale arbeidsbelasting. Met een dergelijke wet heeft een werkgever een direct belang om er alles aan te doen dat zijn werknemers op een gezonde en duurzame manier hun vak kunnen uitoefenen. Helemaal prima. Ik ben een groot pleitbezorger voor het als werknemer en werkgever samen werken aan duurzame inzetbaarheid. Maar dit grote risico voor werkgevers heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt zelf.

De keerzijde van ‘de vervuiler betaalt’

Los van het feit dat de werkgever als vervuiler op voorhand al niet een prettige connotatie heeft, is het ook niet zo ingewikkeld om de keerzijden te verzinnen. Onze arbeidsmarkt bestaat uit insiders en outsiders, dus mensen die een vast contract hebben en op heel veel gebieden goed beschermd zijn en uit een grote groep van flexwerkers, mensen die een goed vangnet hard nodig hebben, maar er minder aanspraak op kunnen maken dan hun vaste collega’s. De werkgevers worden steeds huiveriger om een vast contract aan te bieden door de kosten die het met zich meebrengt wanneer het om wat voor reden dan ook toch niet zo lekker loopt. Mensen worden ontslagen en min of meer gedwongen om als (schijn-)zelfstandige opdrachtnemer hetzelfde werk te gaan doen, of blijven in de molen van de tijdelijke en kleine contracten (soms voor misschien maar een kwartier per maand!) hangen.

Het vaste contract als te volle en te zware kapstok

Het is denk ik een jaar geleden dat ik een lezing van Mies Westerveld bijwoonde. Zij is professor aan de Universiteit van Amsterdam en legt zich toe op het gebied waar sociale zekerheidsrecht en arbeidsrecht samen komen. Zij haalde het voorbeeld aan van het vaste contract als kapstok. Aan die kapstok zijn voor werkgevers steeds meer spreekwoordelijke jassen komen te hangen, in de vorm van allerhande plichten en risico’s die zij dragen wanneer zij een werknemer in vaste dienst nemen. Zij betoogde, kort door de bocht dat die kapstok te zwaar is geworden. Ik ben het eens met Mies. Die kapstok, met name die voor de doorbetaling en re-integratie bij ziekte, is veel te zwaar geworden.

Werkgevers zeer creatief in het ontlopen van plichten en risico’s

Onlangs las ik ‘De Toekomst van Flex’, een rapport dat TNO eerder dit jaar opstelde in opdracht van de ABU, de koepel van uitzendondernemingen. Zij stellen daarin dat werkgevers erg creatief zijn in het ontlopen van allerhande verplichtingen die eventuele contracten met zich meebrengen. Als een nul-urencontract niet meer mag, stellen ze contracten op van een kwartier per maand. Persoonlijk vind ik dit behoorlijk schrijnend, maar de werkgevers beweren dat ze bedrijfseconomisch geen andere keuze hebben. Of dat zo is, kan ik niet beoordelen, maar ik kan wel concluderen dat hiermee onwenselijke situaties ontstaan die we niet moeten willen met zijn allen.

Pak onbedoelde neveneffecten aan door de kapstok minder vol te hangen

Misschien ligt de oplossing niet zozeer in het vast minder vast maken en het flex minder flex, maar in het verminderen van de risico’s die ingebakken zijn in het vaste contract. Twee jaar een zieke werknemer doorbetalen is een risico dat voor veel bedrijven in het MKB te allen tijde moet worden voorkomen. Dat los je niet op met andere ketenbepalingen. Dat los je op door het probleem bij de wortel aan te pakken. Misschien moeten die zogenaamd succesvolle Wet Verbetering Poortwachter en soortgelijke wetten eens serieus tegen het licht worden gehouden en moeten ook alle onbedoelde neveneffecten worden meegenomen in die evaluatie. Ik denk dat ik het antwoord al weet. Volgens mij moet die kapstok van dat vaste contract iets minder vol worden gehangen.

Van Akker Vindt 2014 Pak onbedoelde neveneffecten aan door de kapstok minder vol te hangen

Dit blog tot nu toe: een tussenstand na 15 duizend bezoekjes

Van Akker Vindt na 15 duizend bezoekjes
Veel mensen weten de weg te vinden naar dit blog en natuurlijk vind ik het leuk dat het ook gelezen wordt. Het aantal blogberichten groeit gestaag en daarom zet ik zo nu en dan de populairste berichten op een rijtje. Nog niet zo lang ging het over de meest gelezen berichten van 2013, maar nu wordt het weer tijd voor een opsomming van de populairste tien blogs tot nu toe, na ruim 15 duizend bezoeken. Doe er je voordeel mee!

De tien populairste berichten

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  3. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  4. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  5. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  9. Zwartepieten over Zwarte Piet
  10. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!

Dit blog tussenstand na 15 duizend bezoekjes Van Akker Vindt 2014

Ik wens jullie -zoals altijd- weer veel leesplezier!

Gerelateerde berichten

Dit blog: de populairste van 2013

Van Akker Vindt - de populairste van 2013

De laatste dag van het jaar is een mooi moment om terug te kijken naar het afgelopen jaar en te reflecteren op wat geweest is om vervolgens full steam ahead uit te kijken naar het komende jaar. Voor mij was het een mooi jaar en ik hoop voor de mensen die dit lezen ook. Maar voor ik mij ga richten op 2014, kijk ik hier nog even één keer terug. Omdat het kan en omdat het een mooi jaar was hier nog eens de berichten die zich in 2013 in de meeste belangstelling mochten verheugen.

De 10 populairste berichten van 2013

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  3. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  4. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  5. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  6. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  7. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  8. Zwartepieten over Zwarte Piet
  9. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  10. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom

Leuk dat zoveel mensen mijn blog weten te vinden en ik regelmatig reacties krijg op Twitter, natuurlijk hoop ik nog veel moois met jullie te delen. Ik wens iedereen die dit leest een sprankelend en zinvol 2014 of ‘folle lok en seine’ zoals de Friezen het zeggen. Oant sjen yn 2014!

Folle lok en seine yn 2014 - Van Akker Vindt

Gerelateerde berichten

Beetje minder ‘Halleluja’ rondom empowerment en participatie mag best

Beetje minder 'Halleluja' rondom empowerment en participatie mag best Van Akker Vindt 2013

Iedereen heeft weleens iets onder de leden, ziekten en beperkingen horen bij het leven. In Nederland zei 1 op de 3 werknemers in 2008 een chronische of langdurige aandoening te hebben. Dat zijn veel mensen, maar alles is relatief: de helft heeft er geen hinder van op het werk en 40 procent ervaart lichte hinder. Daar staat tegenover dat iets minder dan 1 op de 10 werknemers ernstige hinder ondervindt van zijn of haar aandoening. Dit is allemaal terug te vinden in een artikel van Inge Varekamp uit 2011 waarin zij ingaat op de problemen van werknemers die wél flink wat hinder ervaren van hun beperking.

Deels beperkt betekent vaak 100 procent aan de kant

Varekamp geeft aan dat veel werknemers in de groep die ernstige hinder ondervinden hun werk met moeite volhouden en dat dit ten koste gaat van hun gezondheid en hun sociale leven en dat er een grote groep is die langs de zijlijn blijft staan en überhaupt niet aan de bak komt. Zonde, zo stelt ze, want deze mensen functioneren economisch gezien misschien nog wel voor een groot deel, maar staan wel voor 100 procent aan de kant. Dit doet deze mensen geen recht en het is maatschappelijk gezien zonde. Met dat laatste zijn Samsom en Rutte het vast van harte eens, sinds zij onlangs de nieuwe koning in de Troonrede lieten voorlezen dat wij toch vooral naar een participatiesamenleving gaan. Mooi gesproken en ik denk er sowieso het mijne van, maar de praktijk is hoe dan ook weerbarstig.

Hebben van werk teveel geïdealiseerd?

Om mensen toch op weg te helpen is het fenomeen empowerment de laatste jaren in zwang geraakt. Bij empowerment gaat het om het toerusten van mensen met kennis, inzicht en vaardigheden om mensen een plek op de arbeidsmarkt te laten veroveren en behouden en hen zelf de regie te geven. Varekamp stelt dat dit een mooi uitgangspunt is, maar dat het Halleluja rondom empowerment en het hebben van een baan ook nuancering behoeft. Niet alleen wordt het hebben van werk teveel geïdealiseerd, maar ook wordt de verantwoordelijkheid voor participatie te eenzijdig bij de werknemer gelegd.

Empowerment is hip en happening in participatieland

Empowerment kwam in de jaren 80 op in de hulpverlening om mensen meer macht te geven over hun eigen sociale situatie en werd in de jaren 90 omarmd door de zorg voor patiënten met een chronische ziekte. Inmiddels is empowerment ook helemaal hip en happening in re-integratie- en participatieland en gaat het om het versterken van zelfvertrouwen, initiatief en het bewustzijn dat werk zinvol is. Werk geeft mensen immers een zinvolle tijdsbesteding, structuur, sociale contacten en inkomen is hierbij de redenering en uit onderzoek zou blijken dat mensen die werken een hogere kwaliteit van leven ervaren, dan mensen die niet werken.

Negatieve ziekteperceptie niet onrealistisch

Varekamp suggereert in haar stuk dat we misschien als samenleving wel een beetje doorschieten met dat geëmpower en het de idealistische framing van het hebben van werk. Zij geeft daarbij terecht aan, dat niet alle belemmerende factoren in de persoon met de beperking of zijn of haar omgeving allemaal zo gemakkelijk zijn te veranderen. Vaak wordt bij onderzoek gekeken naar ‘negatieve ziektepercepties’, oftewel de verwachting dat de aandoening niet meer overgaat. Voor mensen met een langdurige of chronische aandoening is dit misschien inderdaad wel negatief, maar feitelijk niet onrealistisch.

Vier factoren die werken met een chronische ziekte bemoeilijken

Varekamp haalt Beatty en Joffe aan die vier factoren noemen waardoor werken met een chronische ziekte niet altijd vlekkeloos verloopt. De eerste is onomkeerbaarheid, dus de verwachting dat de ziekte niet meer overgaat. De tweede is onvoorspelbaarheid, de prognose over het verloop van de ziekte is vaak niet duidelijk: men moet afwachten hoe het gaat en dat levert de nodige onzekerheid op. De derde is variabiliteit, het klachtenpatroon kan van moment tot moment schommelen en dat maakt het (werkende) leven onvoorspelbaar. De laatste factor is onzichtbaarheid: andere mensen zien niet dat er iets aan de hand is.

Draagt een baan wel altijd bij aan kwaliteit van leven?'Ernstige vermoeidheid is een veelgehoorde klacht' Van Akker Vindt 2013

Dit betekent niet dat mensen met een chronische aandoening of beperking niet kunnen werken. Werken met een beperking gaat heel veel mensen heel goed af. Zij ervaren immers weinig last in hun dagelijkse werkzaamheden, zoals ik eerder aanhaalde. Maar tegelijkertijd is er ook een groep die al die onzekerheid rondom hun ziekte en perioden van achteruitgang als echte energievreters ervaren. Dat is al een workload op zich. Die workload komt soms nog bovenop die betaalde baan. In die gevallen is het zinvol om even te reflecteren op empowerment en participatie en je af te vragen of voor deze groep mensen participeren in een betaalde baan daadwerkelijk bijdraagt aan hun kwaliteit van leven. ‘Ernstige vermoeidheid is een veelgehoorde klacht’, aldus Varekamp.

Empowerment is vooral een kwestie van ‘volhouden’ en ‘loslaten’

Er is sprake van een rare paradox: hulpverleners maken deel uit van empowerende inspanningen, terwijl empowerment rust op een filosofie van zelfbeschikking. Empowerment wordt door hulpverleners gezien als het verkrijgen van controle op de eigen situatie, maar zíj verdienen er zelf hun boterham mee. Aan mensen met een chronische aandoening zélf is ook gevraagd hoe zij tegen empowerment aankijken. Voor hun is empowerment vooral een kwestie van volhouden en proberen de controle te houden over de ziekte enerzijds en anderzijds loslaten, dus leren de ziekte te zien als onderdeel van het leven en accepteren dat je het niet allemaal in de hand hebt. Als je er zo tegenaan kijkt is die betaalde baan van minder prominent belang en minder nastrevenswaardig. Zeker wanneer dit vanuit de empowermentvisie betekent dat men koste wat koste de controle moet proberen te houden om een leven te leiden volgens de geldende norm.

Is empowerment dan een zinloze exercitie?

Empowerment is niet alleen maar onzin en kan mensen heel veel brengen zolang het aansluit bij de behoeften van de mensen zelf, stelt Varekamp. Empowermenttraining kan mensen helpen om inzicht te krijgen in hun eigen gevoelens en de manier waarop zij met hun beperkingen omgaan en kan mensen leren met hun leidinggevenden te onderhandelen. Empowermenttraining kan mensen verder de kennis bieden over de voorzieningen die voor hun beschikbaar zijn en de rechten en plichten van werknemers en werkgevers op dit gebied, zodat knelpunten in de werkcontext beter kunnen worden opgelost. Ten slotte kan een dergelijke training mensen ook laten inzien dat 100 procent inzetbaarheid voor hun niet haalbaar (meer) is of werken überhaupt geen optie meer is en daar ook keuzes in te maken.

Werkgever die meedenkt is een voorwaarde voor inzetbaarheid

Varekamp haalt ten slotte aan dat de overheid de sociale zekerheid afbouwt en de verantwoordelijkheid voor arbeidsongeschiktheid steeds meer bij de werkgever en de werknemer legt. Het empowermentdenken legt hierbij eenzijdig de nadruk op de rol van de werknemer. Ik riep het eerder ook al, maar Varekamp stelt ook dat ‘zonder een werkgever die meedenkt met zijn werknemers in wat eventueel nodig is om het werk met plezier te blijven doen’ het de werknemer niet zal lukken. Varekamp spreekt in haar stuk over mensen die al een beperking hebben en het feit dat ook de werkgever hierin een rol en een verantwoordelijkheid heeft. Ik zie zelf regelmatig onderzoek voorbij komen waarbij de werkgevers weinig aan inzetbaarheid en employability doen, omdat dit de verantwoordelijkheid van de werknemers zelf zou zijn. Voor zowel gezonde mensen als mensen met een beperking wil ik er nogmaals op wijzen dat je inzetbaar of employable bent in een werkcontext en dat dat betekent dat de werkgever zich niet aan zijn of haar verantwoordelijkheden zou moeten (willen) onttrekken. Inzetbaarheid is geen solo-activiteit!

Inzetbaarheid is geen solo-activiteit Van Akker Vindt 2013