Zelf aan het roer van je loopbaan

 

Hoge kosten door stress en psychosociale arbeidsbelasting - Van Akker Vindt 2016

Heb je gemerkt dat er de laatste jaren door bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heel veel aandacht besteed wordt aan stress op het werk? Het TNO beraamt dat de kosten van psychosociale arbeidsbelasting in 2012 zo’n 2,2 miljard euro bedroegen voor werkgevers. Dat is veel geld dat ook anders besteed had kunnen worden. En minstens zo belangrijk: al die stress levert ook heel veel persoonlijk leed op voor de werknemers die werkstress ervaren.

Vier op de tien medewerkers ervaren hoge taakeisen

Zomaar even wat cijfers over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en werkstress in het bijzonder? Volgens datzelfde TNO hebben ongeveer vier op de tien werknemers te maken met hoge taakeisen. Dat zijn dus zo’n 2,7 miljoen individuele werknemers die niet of alleen met grote moeite kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hun stelt en weinig mogelijkheden ervaren om hier zelf iets aan te veranderen. Dat zijn veel, heel veel mensen die op hun tenen lopen op hun werk en daardoor waarschijnlijk uiteindelijk ook (langdurig) ziek worden. Hoge taakeisen en weinig autonomie leiden tot werkstress - Van Akker Vindt 2016Het TNO becijfert dat het in Nederland gaat om 868 duizend verzuimdagen ten gevolge van een hoge werkdruk, werkstress of werk dat te moeilijk is. Het is duidelijk dat de aandacht voor stress op de werkvloer terecht is. Natuurlijk is het belangrijk dat deze onderwerpen bespreekbaar gemaakt worden, er op de werkvloer van alles gedaan wordt om de werkstress zoveel mogelijk te voorkomen en het gesprek aan te gaan wanneer een medewerker toch aangeeft het werk minder goed aan te kunnen.

Het belang van de goede match tussen de mens en zijn werk

Natuurlijk kan je er op de werkvloer veel doen om werkstress zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gebrek aan autonomie en regelmogelijkheden en sociale steun van collega’s en leidinggevenden een negatieve invloed hebben op het welzijn van de werknemer. Maar net zo belangrijk is dat er een goede match is tussen de werknemer en zijn werk. Het gaat daarbij om meer dan een goede match tussen de vaardigheden van de werknemer en zijn werkzaamheden, waar bij veel sollicitatieprocedures de nadruk op ligt. Zelfkennis als basis voor zelfregie in de loopbaan - Van Akker Vindt 2016Naast kennis en vaardigheden is een goede match met de werknemer en zijn werkomgeving ook belangrijk. Kennis, vaardigheden en competenties zijn belangrijk, maar er moet ook een match zijn met bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. De waarden en drijfveren van de werknemer moeten bij de organisatie passen en vice versa en om duurzaam inzetbaar te blijven moet er voor de werknemer voldoende ruimte zijn om zichzelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, ook in de wereld van werk.

Zelfkennis ligt ten grondslag aan zelfregie

Om ervoor te zorgen dat mensen en hun werk op alle fronten goed bij elkaar passen, zodat ze duurzaam inzetbaar blijven, is het van belang dat de individuele werknemer inzicht krijgt en houdt in zijn eigen kennis, kunde, waarden en drijfveren. Zo’n pakketje zelfkennis heeft een aantal voordelen, mensen leren waar hun kracht ligt, waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen en waar hun drijfveren liggen. Dit zelfinzicht draagt bij aan het maken van bewuste en beter passende keuzes in de eigen loopbaan en stelt medewerkers in staat hieraan zelf richting te geven. Dit is hard nodig in een tijd dat de baan voor het leven niet meer bestaat en de jongste generaties op de werkvloer tot ruim na hun zeventigste zullen moeten doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is erbij gebaat wanneer mens en werk zo goed mogelijk bij elkaar passen. Dat begint erbij dat zelf medewerkers aan het roer van hun loopbaan (leren) staan.

Zelf aan het roer van je loopbaan - Van Akker Vindt 2016

Advertenties

#Tegendebakker: de zzp’er als welwillende hobbyist?

bakkerij Van Akker Vindt 2015

Bijna elke dag komt er een moment dat ik me op Twitter begeef. Zo ook vandaag en ik kwam een paar retweets tegen met de hashtag #tegendebakker. Ze waren prikkelend en ik heb me dan ook ernstig verkneukeld. Ernstig ja, want eigenlijk is de boodschap die er achter schuilt eigenlijk te gek voor woorden en ook voor mij herkenbaar. Het eerste waar ik aan moest denken was “Tekeningen rekeningen” van striptekenares Maaike Hartjes. Zij verpakt haar adviezen voor freelance illustratoren in pakkende stripjes, die ook heel vaak gaan over opdrachtgevers die van alles vragen, maar er als het een beetje lukt niet voor willen betalen.

‘Het is goed voor je exposure..’

Ik ben al een tijdje fan van die stripjes van Maaike, ook omdat ik het wel herken: of ik niet even gratis een leuke tekst kan leveren, een advies of een beleidsplan ‘omdat ik zo leuk schrijf’, of omdat mijn visie zo aanspreekt. Ik wil daar niet arrogant over zijn: natuurlijk is een complimentje leuk, maar met complimentjes (of boekenbonnen, of flesjes wijn e.d.) kan ik natuurlijk zelf ook de hypotheek niet betalen. Of men biedt mij dan ‘exposure’, het zou goed voor mij zijn wanneer ik gratis teksten schrijf, of dat men mijn teksten ongevraagd op de webstek van de eigen organisatie kopieert. Sindsdien staat de melding dat men mijn teksten niet mag opnemen vermeld op dit blog.

Blijkbaar is een boekenbon mooi zat

Ook op andere plekken merk ik dat men vrij makkelijk met de tijd en kennis van zzp’ers omgaat. Ik weet dat er veel mensen bijvoorbeeld opdraven voor een gastcollege op een hogeschool voor een boekenbon of een flesje wijn. boekenbon vanakkervindt 2015En laat ik helder zijn: als die zzp’ers dat zelf prima vinden, of het belangrijk vinden om hun kennis te delen met een nieuwe generatie professionals, heb ik daar niets op tegen. Ik deel ten slotte ook om niet mijn kennis, inzichten en meningen op dit blog en soms ook in vakbladen. Dat doe ik omdat ik dat zelf wil en dat initiatief ligt bij mijzelf. Maar wat ik wél gek vind, is dat degenen die mensen vragen voor gastcolleges, spreekbeurten en andere opdraafacties het blijkbaar normaal vinden om de professionals in kwestie op te laten draven voor alleen een flesje wijn, boekenbon of een schrale reiskostenvergoeding. Andersom vind ik het gek dat er blijkbaar genoeg zelfstandige professionals zijn die dat toelaten, maar dat is misschien een ander blog.

Wat je nooit #tegendebakker zou zeggen

Hoe dan ook: ik heb me behoorlijk verkneukeld met #tegendebakker en ook een aantal van die tweets geretweet. Ik heb begrepen dat de hashtag, gelanceerd door @frankahummels inmiddels trending is. Ik op mijn beurt ben gestopt met het retweeten van die tweets, maar wel begonnen aan dit stukje.

Een kleine bloemlezing

Laat ik beginnen met een paar voorbeelden van #tegendebakker tweets, die gaan over dingen die wél tegen freelancers worden gezegd, maar waarvan niemand het in zijn hoofd zou halen om het tegen de bakker te zeggen:

@Haluschi:
We willen graag je schilderij als afbeelding in onze wetenschappelijke publicatie. Uiteraard hebben we er geen budget voor. #tegendebakker

@rianneklazinga:
Betalen? Oh. Ah. Ok. Nou ja, ik dacht: dat broden bakken is toch een soort hobby he? En we kennen elkaar viaviaviavia, dus… #tegendebakker

@arjanelfassed:
‘nee, voor dat brood is geen budget. we kunnen alleen je reiskosten vergoeden.’ #tegendebakker

@dseastermar:
een boekenbon is ook leuk en hoeft u niet op te geven aan de belasting #tegendebakker

@vandervlies:
Let wel, ik laat nog 4 andere bakkers een brood bakken. De lekkerste koop ik. #tegendebakker

@PierreSpaninks:
Ik neem deze mee zonder te betalen. Als je daar niet over zeurt kom ik misschien nog eens bij je terug. #tegendebakkertwitter vanakkervindt 2015

@jndkgrf:
Er zijn genoeg kneuzen die het wel op onze voorwaarden doen #tegendebakker

Komt het voor de bakker? Vragen voor de professionals

Natuurlijk zijn dit maar enkele uit de -veronderstel ik- inmiddels honderden tweets die zijn gedeeld met deze hashtag. Ik gaf al aan dat het eigenlijk opvallend is, dat zoveel zelfstandigen akkoord gaan met de soms blijkbaar absurde voorwaarden die de opdrachtgever stelt. Ik veronderstel dat degenen die zo enthousiast aan het twitteren zijn geslagen hier niet bij (willen) horen, maar dat de praktijk weerbarstig kan zijn. Daarom heb ik een paar vragen voor de zelfstandige en andere professionals:

1. Hoe jullie zzp’ers en andere professionals omgaan met dit soort verzoeken en eisen. Je zult immers niet altijd in de positie zijn een opdracht af te wijzen.

2. Verder ben ik nieuwsgierig naar hoe vaak jullie hier tegen aan lopen. Komt het heel vaak voor?

3. Hoe kijken jullie aan tegen jullie concullega’s die wellicht wél met plezier opdraven voor dat flesje wijn of die boekenbon? Zijn dat hobbyisten, of werken zij aan hun netwerk en is het een vorm acquisitie?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties, beste zzp’ers en andere professionals!

zzp vanakkervindt 2015

Onderwijs scoort te hoog op de verkeerde lijstjes

Onderwijs scoort te hoog op de verkeerde lijstjes Van Akker Vindt 2014.jpg

Vandaag bracht CNV Onderwijs de resultaten van een onderzoek onder hun leden naar buiten. Die resultaten waren best heftig: ongeveer 3 op de 10 leraren wordt weleens gepest. Dat gebeurt heel vaak door leerlingen, maar ook nog eens 1 op de 5 worden gepest door ouders, collega’s of de directie (ook collega’s zou ik denken, maar zo staat het in het onderzoek). Eerder schreef ik al meerdere blogs over pesten op het werk, over de gevolgen voor het slachtoffer, de organisaties en dergelijke. Pesten is een vorm van psychosociale arbeidsbelasting die dus blijkbaar in het onderwijs veel voorkomt. Tenminste in het basisonderwijs, want bij nadere bestudering van het rapport van het CNV blijkt dat de overgrote meerderheid van de respondenten, 68 procent, in deze onderwijssector zijn brood verdient.

Samenleving stelt steeds hogere eisen aan het onderwijs

Het onderwijs komt veel in het nieuws. Ook niet zo gek. Los van de belangrijke functie die het onderwijs vervult, vindt ook iedereen iets van het onderwijs. We hebben (vrijwel) allemaal onderwijs genoten in dit land en onze kinderen, neefjes, nichtjes of buurkinderen volgen onderwijs. Iedereen heeft er verstand van en velen vinden het allemaal niet goed genoeg. Over afgestudeerden van de Pabo’s valt regelmatig te lezen dat het bij hun schort aan taal- en rekenvaardigheden en dat het niveau van deze docenten moet worden opgekrikt. Men kijkt dan vaak naar Finland dat altijd goed scoort op de bijvoorbeeld de internationale PISA-lijst, over de kwaliteit van het onderwijs en komt tot de conclusie dat het aanzien en het opleidingsniveau van docenten in eigen land dient te worden opgeplust. Ziedaar de entree van de academische pabo’s en bijvoorbeeld de eisen dat steeds meer docenten in het hoger beroepsonderwijs (hbo) academisch geschoold moeten zijn. Volgens de Arbeidsmarktmonitor uit 2014 van Zestor, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds van het hbo, moet in 2016 80 procent van het onderwijzend personeel in het hbo een academische opleiding hebben.

Veel ontevredenheid bij de mensen voor de klas

Probleem opgelost? Nou nee: uit hetzelfde rapport van Zestor blijkt, het was eerder ook in de media te lezen, dat ongeveer 3 op de 10 docenten het hbo verlaten binnen 3 jaar na de start. Redenen hiervoor liggen voornamelijk in het werk zelf: men vindt de werkdruk te hoog, is ontevreden over het takenpakket en ervaart te weinig loopbaanmogelijkheden. Samenleving stelt steeds hogere eisen aan het onderwijs Van Akker Vindt 2014Daarnaast zijn er ook redenen die liggen in de hbo-organisaties zelf: de vertrekkers klagen over de bureaucratie en het gebrek aan sturing en resultaatgerichtheid van de school als arbeidsorganisatie. Hoe hoger de respondenten zijn opgeleid, hoe ontevredener ze zijn over de hbo-organisaties als werkgever. Dit gaat weliswaar over de mensen die vertrokken zijn, maar ook nog eens 4 op de 10 hbo-docenten geeft in het Zestoronderzoek de komende jaren niet in de huidige functie te willen blijven werken. Van de docenten in de leeftijd tot en met 44 jaar, geeft ruim driekwart aan niet over een paar jaar in de huidige functie te willen blijven zitten. Dat probleem doet zich niet alleen voor in het hbo, CNV Onderwijs deed eerder in samenwerking met het Algemeen Dagblad onderzoek waaruit bleek dat de helft van de leraren tot 35 jaar overwoog het onderwijs te verlaten. Naast de hoge werkdruk en het gebrek aan loopbaanmogelijkheden werd ook het salaris genoemd als pijnpunt. Ik heb de precieze vraagstelling van al deze onderzoeken niet gezien of een precies inzicht in de representativiteit, maar ook wanneer we dit allemaal met het bekende korreltje zout nemen, kunnen we nog steeds vaststellen dat hier een flink probleem ligt. We willen met zijn allen goede getalenteerde en slimme mensen voor de klas en we stellen als samenleving (gerepresenteerd door onze makkers in Den Haag) steeds hogere eisen aan hun opleiding. Maar van de hoog opgeleide docenten die de stap naar het onderwijs zetten, zijn heel veel dus al snel vertrokken, of van plan binnen een paar jaar te vertrekken. De randvoorwaarden zijn blijkbaar zo, dat mensen die ook iets anders kunnen, zich niet geroepen voelen in voor de klas te blijven werken.

Docent bovenaan in de verkeerde lijstjes op de arbeidsmarkt

Ik heb nog even verder gespit en er gegevens uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden (NEA) 2013 bij gepakt. Dat is een grootschalig onderzoek door TNO en CBS dat jaarlijks wordt uitgevoerd onder werknemers in Nederland. Ook hier prijkt de beroepsgroep leraar/docent wel erg vaak bovenaan de verkeerde lijstjes. Zo vindt een kwart van de onderwijzers dat ze emotioneel veeleisend werk hebben, daarmee doen ze het nog net beter dan de mensen in de zorg, waarvan 28,4 procent dat vindt, maar het gemiddelde van alle in de NEA onderzochte beroepsgroepen is 11,9 procent. Docenten hebben minder gelegenheid om hun werktijden te bepalen dan anderen, maar scoren juist weer hoog op ervaren tijdsdruk in het werk en burnoutklachten. De psychosociale arbeidsbelasting is dus hoog in het onderwijs. Uit de genoemde onderzoeken blijkt dan wel dat met name steun van collega’s als goed wordt ervaren en dit vormt dan in ieder geval enigszins een buffer tegen werkstress.

Ruim helft docent ervaart werk als hectisch Van Akker Vindt 2014

Zwaar en hectisch werk waarbij overuren zelden worden uitbetaald

De NEA biedt nog meer inzichten in het onderwijs. Zo ervaart bijna 6 op de 10 docenten dat ze vaak of altijd ‘heel veel werk’ hebben, tegenover een gemiddelde onder alle werknemers van 4 op de 10. Nog steeds hoog trouwens, maar niettemin ligt dit aantal in het onderwijs substantieel hoger. Ruim de helft van de mensen die voor de klas staan vindt het werk dat ze doen vaak tot altijd hectisch, het gemiddelde in de NEA is hier 36,2 procent. Verder werken 4 op de 10 onderwijzers structureel over, tegenover gemiddeld ruim een kwart van alle werknemers die de NEA hebben ingevuld. Niet alleen werken de dames en heren, juffen en meesters erg veel over, maar dit overwerk wordt vrijwel nooit betaald. Waar ruim 1 op de 3 werknemers uit de hele NEA overwerk volledig krijgt uitbetaald, geldt dit maar voor 1 op de 20 docenten! We vragen heel veel van docenten en het vergt heel veel van mensen om de hele dag met groepen mensen in de weer te zijn, ook daar scoort het onderwijs weer bovengemiddeld op in de NEA. We vragen dus nogal wat van docenten en zijn blijkbaar als samenleving onvoldoende bereid of in staat die randvoorwaarden te scheppen die het voor een grote groep mensen aantrekkelijk maakt om voor de klas te staan. Als we echt willen investeren in de generaties na ons – en dan heb ik het nog niet eens over leven lang leren!- moeten we ons afvragen of we van het onderwijs een sector willen maken, waar vooral mensen werken die dit als roeping zien en alle genoemde nadelen op de koop toe willen nemen. Volgens mij moet het onderwijs voor zowel leerlingen en studenten als voor de mensen voor de klas méér zijn dan liefdewerk oud papier. Wanneer ik zo even de hier verzamelde gegevens overzie, moet je wel heel extreem bevlogen zijn om dit zware werk vol te kunnen houden. Ik heb veel respect voor de mensen die dat kunnen en willen.

Werken in meerdere banen: meer werkplezier of meer brood op de plank?

werken in meerdere banen Van Akker Vindt 2014

Aantal werknemers met twee banen neemt toe” kopte het CBS vandaag en dat werd in verschillende media overgenomen. Ik heb de brontekst er bij gepakt en daar viel te lezen dat er vorig jaar 467 duizend mensen waren met twee banen en dat dit betekent dat een kleine 8 procent van alle werknemers het niet bij een enkele baan houdt. Een deel werkt in twee banen als werknemer, onder andere veel in de horeca en de gezondheids- en welzijnszorg. Een ander deel combineert het werken als werknemer met het ZZP-schap. Bij de groep die zowel werknemer is als ondernemer gaat het om mensen die ‘werken in de sectoren informatie en communicatie, specialistische zakelijke dienstverlening en openbaar bestuur en overheidsdiensten.’ Naast nog wat staatjes over de man-/vrouw- en de leeftijdsverdeling, vertelt het CBS nog iets over de werkuren: mensen met één baan werkten in 2013 gemiddeld een krappe 33 uur per week, werknemers die in twee banen werken, werkten ongeveer 32 uur en de werknemers die ook nog als zelfstandig ondernemer in de weer waren werkten gemiddeld bijna 39 uur per week.CBS 2014 werken in meedere banen Van Akker Vindt 2014

Sprokkelbanen of ontwikkelbanen?

De eerste conclusie is dat de kop van het CBS de lading niet dekt en de tweede is dat het CBS er rare definities op nahoudt in hun bericht, ze hebben het namelijk over een ‘tweede baan’ als zelfstandige en dat lijkt mij een tegenstelling in zichzelf. Tenzij ze hinten naar het leger schijnzelfstandigen dat tegenwoordig alom vertegenwoordigd is. Maar dat laatste lijkt me voor een club als het CBS niet waarschijnlijk. Hun werk is beschrijven en niet duiden. En dat laatste is wel jammer, want dit bericht roept bij mij gelijk heel veel vragen op. De belangrijkste is of de groei van het aantal mensen dat op meer plekken hun geld verdient komt door mensen die dat doen om überhaupt rond te komen, of dat dit is omdat mensen plezier en uitdaging vinden in het hebben van twee omgevingen waar ze hun geld verdienen?

Plezier, ontwikkeling en employability

Om met het laatste te beginnen: er zijn mensen die er bewust voor kiezen om hun geld op meer plekken te verdienen. Ik ben zelf zo iemand. Ik ben niet alleen verbonden als docent en afstudeerbegeleider bij de HRM-opleiding van een hogeschool, maar ik adviseer ook het management bij een HRM-organisatie. Deels doe ik in beide rollen vergelijkbare dingen, zoals het delen en toepassen van mijn kennis en analyseer ik dingen. Maar er zijn ook verschillen: in de ene rol ben ik semi-ambtenaar en in de andere werk ik voor een onderneming, die weliswaar een maatschappelijk betrokken hart heeft, maar waar er toch ook gewoon geld moet worden verdiend. Ik kan op beide plekken veel leren en de kennis en ervaring van de ene rol zijn ook nuttig om toe te passen in de andere en vice versa. sprokkelbanen of ontwikkelbanen - werkplezier Van Akker Vindt 2014Ik doe het dus voor mijn plezier: ik kan mezelf zo breder ontwikkelen en in verschillende rollen mijn kennis en vaardigheden toepassen. Voor mij is dit een vrijwillige en bewuste keuze, die bovendien een positieve bijdrage levert aan mijn employability en inzetbaarheid. Dergelijke motieven kunnen andere mensen ook hebben, ongeacht of ze bijklussen als werknemer of als zelfstandige en daarmee een ‘hybride arbeidsrelatie’ hebben, zoals dat wel wordt genoemd. Een andere reden om meerdere banen te combineren of een baan te combineren met het zzp-schap die in de literatuur (Huiskamp, Sanders, Van den Bossche, 2011) is als een soort verzekering tegen onzekerheid, dus bijvoorbeeld bij een tijdelijk contract of in economisch onzekere tijden. In het onderzoek in kwestie is voor deze reden geen bewijs gevonden. Ik heb geen uitvoerige literatuurstudie gedaan en misschien is hier recenter onderzoek over, maar die uitkomsten zouden in recenter onderzoek zomaar anders kunnen zijn omdat de onderzoekers data gebruikten uit 2007, dus voor de wereldwijde economische crisis in volle omvang was losgebarsten.

Meerdere banen om rond te kunnen komen

Waar dezelfde onderzoekers wel bewijs voor vonden was dat heel veel mensen meer werken, in dit geval in meerdere banen of deels als zelfstandige om meer geld te verdienen. In ongeveer 4 op de 5 gevallen ging het dan om mensen die een beetje bijklusten om wat bij te verdienen voor ‘extraatjes’, maar niet uit noodzaak. Maar in 1 op de 5 gevallen was dit wel noodzakelijk om rond te kunnen komen. In dat laatste geval denk ik dat het gaat om mensen met banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, met weinig perspectief, weinig arbeidsuren en weinig zekerheid, het zogenaamde ‘Precariaat’ waar Standing het in zijn boek (2011) over heeft. Werkende armen dus. Voor deze groep is het letterlijk een keuze uit armoede. Ook hier geldt natuurlijk dat het zomaar zou kunnen dat die groep zomaar groter geworden kan zijn, nadat de gegevens in 2007 werden verzameld en de uitkomsten er nu weleens anders kunnen uitzien. De werkloosheidscijfers zijn de afgelopen 5 jaar erg ver opgelopen en schommelen dit jaar (CBS Statline, 2014) tussen de 8 en en 9 procent. Het CBS geeft de cijfers vanaf 1996 en in de tussenliggende periode zijn de werkloosheidscijfers niet zo hoog geweest als nu. Het lijkt me dus niet ondenkbaar dat mijn hypothese dat nu meer mensen uit noodzaak in meerdere banen werken zomaar eens waar kan zijn. Ik heb even geen recentere gegevens paraat en voor mij roepen de vandaag door het CBS gepubliceerde cijfers in die zin meer vragen op dan ze beantwoorden. In die zin vind ik het jammer dat de toelichting vooral bestaat uit beschrijving en niet uit duiding. Hoe het op dit moment echt zit, weet ik helaas niet. Wie het weet mag het zeggen…

werkende armen Van Akker Vindt 2014

Jongeren willen structuur en duidelijkheid in turbulente arbeidsmarkt

Jongeren willen structuur in turbulente arbeidsmarkt Van Akker Vindt 2014

Vorige week promoveerde mijn hogeschoolcollega Stephan Corporaal op zijn onderzoek naar de wensen van de huidige generatie jongeren met een beroepsopleiding. De onderzochte groep jongeren, de ‘Generatie Y’ waar de media het graag over hebben, blijkt opvallend conservatief in hun wensen en wil vooral heel veel duidelijkheid en structuur en zien uitdaging als een baan die past bij hun vooropleiding. Ten opzichte van eerdere generaties hebben ze geen radicale nieuwe wensen. Het enige afwijkende is dat ze toegang willen tot wifi en social media op de werkplek, maar dat heeft meer te maken met de technologie vandaag de dag, dan dat dat een radicale nieuwe wens zou zijn. Ten slotte vind ik het interessant dat blijkbaar de wensen van scholieren en studenten die respectievelijk van het vmbo, mbo of hbo komen onderling nauwelijks uiteenlopen. Tot zover mijn kort door de bocht samenvatting van het proefschrift van Corporaal.

Baanbeginners die goed beslagen het arbeidsmarktijs betreden

Over het feit dat de jongeren uit het onderzoek redelijk behoudend zijn en behoefte hebben aan veel structuur, ben ik niet zo verbaasd: ik geef les aan studenten uit dezelfde generatie als uit het onderzoek. Maar ik maak me, eerlijk is eerlijk, wél een beetje zorgen. De kans is om te beginnen gering dat de dames en heren werkgevers die zo gewenste structuur en duidelijkheid kunnen bieden waar de verse arbeidsmarktbetreders zo naar verlangen. Verder is er zoveel gaande op de arbeidsmarkt, dat het maar de vraag is of de baanbeginners met dit wensenpakket wel goed beslagen het arbeidsmarktijs kunnen betreden. Er zijn namelijk nogal wat dingen gaande die de arbeidsmarkt flink onzeker maken en zeker hun weerslag (zullen) hebben op de manier waarop we gewend zijn te werken.

De arbeidsmarkt en de economie zitten vol met onzekerheden

Hoewel vandaag het bericht (2014) naar buiten werd gebracht door het CBS en de UWV dat er weer minder werklozen zijn en het de goede kant op lijkt te gaan, zijn er ook andere berichten die de ronde doen. Zo groeit de tot nu toe relatief goed boerende Duitse economie minder dan voorspeld en hoor je in de financiële nieuwsberichten het begrip ‘triple dip’ steeds vaker voorbij komen. Naast de economische conjunctuur, zijn er nog tal van andere zaken die de arbeidsmarkt beïnvloeden. Wat te denken van robotisering en technologische werkloosheid ten gevolge daarvan? (Ik schreef er anderhalf jaar geleden een drieluik over: technologie die banen bedreigt, de banen die verdwijnen vóór 2025 en hoe het verder moet als de robots het werk overnemen). Wat te denken van globalisering en opkomende economieën die de welvaartsverdeling op wereldschaal veranderen? Wat te denken van geopolitieke ontwikkelingen, zoals Poetin die links en rechts eens een land annexeert en ISIS die een kalifaat uitroept? Al deze ontwikkelingen en meer maken de wereld onzekerder en onoverzichtelijker. Dat zien werkgevers ook. Zij proberen in toenemende mate hun risico’s in te perken door een deel van hun medewerkers onder te brengen in de flexibele schil van hun organisaties, waardoor zij minder risico lopen dan bij de vaste contracten die ooit de norm waren.

Werkgevers hebben behoefte aan flexibiliteit binnen de organisatieOnderzoek wensen van jongeren met beroepsopleiding Van Akker Vindt 2014

Mensen werken niet langer hun hele leven bij een werkgever en dat is prima, als je dan toch tot je zeventigste (of langer!) door ‘moet’ of mag, kan ik me voorstellen dat een beetje variatie geen kwaad kan. Werkgevers zullen flexibiliteit niet alleen zoeken in de vorm waarin zij hun medewerkers hun bedrijf binnen halen (als ZZP’er, uitzendkracht, op tijdelijke contracten en voor sommigen wellicht nog het oude vertrouwde contract voor onbepaalde tijd), maar ook in flexibiliteit binnen de organisatie. Het is fijn wanneer werknemers zelfstartend zijn en wanneer zij meerdere kunstjes kunnen en niemand daar op toe hoeft te zien. Wanneer bedrijven flexibeler moeten zijn, zullen hun medewerkers ook wendbaarder moeten zijn. Hoewel ik besef dat het onderzoek is gedaan naar jonge baanzoekers die net van school komen, vraag ik me ernstig af in hoeverre zij beseffen dat de arbeidsmarkt een rommelige markt is waar het maar de vraag is of die klassieke ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith zijn werk zal doen. De huidige groep gediplomeerden zou bij uitstek zelfredzaam en ondernemend moeten zijn om zich staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt, maar zij zoeken in plaats daarvan ‘duidelijkheid en structuur’.

Opleiden tot kritische zelfdenkende werkondernemers?

Corporaal geeft in zijn proefschrift (2014) aan dat de verwachtingen van de jongeren wanneer zij werken gestaag wel wat realistischer worden en dat ze die structuur ook gewend zijn aangereikt te krijgen vanuit het onderwijs. Op dit moment werk ik zelf in het onderwijs en ik denk dat het gerechtvaardigd is om de vraag te stellen of we de studenten wel een dienst bewijzen door zoveel structuur te bieden? Natuurlijk is duidelijkheid goed, maar moeten wij mensen ook niet opleiden tot initiatiefrijke, kritische zelfdenkende en -startende ‘werkondernemers’? Is de wereld van werk waarin zij zich mogelijk een halve eeuw moeten kunnen redden gediend met lichtingen medewerkers die behoefte hebben aan zoveel structuur? Ik vraag me dat ernstig af en ik vraag me daarmee ook af wat de wereld van het (beroeps-)onderwijs moet doen om die studenten die vaardigheden mee te geven die ze nodig hebben om aantrekkelijk te zijn voor werkgevers op de korte termijn en om zichzelf staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt op de langere termijn? Ook ik weet niet hoe die arbeidsmarkt er zal uitzien, maar wat ik wel zie is dat de arbeidsmarkt de komende jaren veel zal vragen van werknemers. Zij zullen zich doorlopend bewust moeten zijn van het belang van zelfregie in de eigen loopbaan en zelfregie vergt nogal wat van mensen. Het vergt volgens mij in ieder geval dat je jezelf ook moet kunnen redden en niet kopje onder gaat wanneer structuur en duidelijkheid ontbreken. Dat gebeurt namelijk nogal eens in de echte wereld. Blijkbaar bereiden wij onze jongeren onvoldoende voor op hun toekomst. Mij lijkt dat dat bij uitstek een taak is waarin onderwijs zou moeten voorzien maar waarin duidelijk nog het een ander te winnen valt.

generatie Y wil wifi en social media op de werkplek Van Akker Vindt 2014

The Circle en Big Data: Welkom in Dystopia

The Circle als Google op steroïden - Welkom in Dystopia - Van Akker Vindt 2014

Deze zomer las ik het boek ‘The Circle’ van Dave Eggers uit 2013. The Circle gaat over een jonge professional, Mae Holland die via een vroeger vriendinnetje komt te werken bij het zeer populaire bedrijf The Circle. Het product van The Circle is dat het alle sociale netwerken onderling verbindt en je nog maar een keer hoeft in te loggen. Het bedrijf is erg populair bij de mensen die er gebruik van maken en ook als werkgever. Niet zo gek ook: het bedrijf is zeer high tech, bijzonder innovatief en ze bieden een prachtige campus om op te werken waar niks te gek lijkt. Nou ja: bijna niks. Maar daar kom ik later in dit stukje op terug.

De werkplek als all inclusive resort

The Circle is gehuisvest op een enorm terrein waarin niets te gek lijkt: het kantoor is prachtig ontworpen, er zijn picknickplekken, sportveldjes, een theater, er zijn verschillende optredens per week, je kan er blijven slapen in prachtig ontworpen slaapkamers. En natuurlijk is dit alles gratis voor de bevoorrechte medewerkers van The Circle. Google, The Circle, booksEigenlijk is er geen reden om ooit het terrein te verlaten. Sterker nog: wanneer Mae eenmaal de frisse, wonderschone en vooral ook geordende campus gewend is lijkt de echte buitenwereld en haar flatje daarin grauw, chaotisch en vervuild. Na verloop van tijd woont Mae er bijna, net als veel van haar collega’s. Tot zover de campus van The Circle, die volgens mij niet geheel losjes geïnspireerd is op de Googleplex en de high tech campusomgevingen van Apple, Facebook, Skype enzovoort in Silicon Valley.

KPI’s die uit de bocht vliegen

In het boek zit een rare paradox. De fysieke ruimte mag prachtig zijn en inderdaad een feestje om in te werken, maar in veel opzichten ontbreekt het de medewerkers juist aan ruimte. Mae gaat werken bij de klantendienstafdeling, die Customer Experience heet. Ze heeft een x aantal seconden per gesprek en moet een minimale score halen van 95 uit 100. Dat is al niet laag, maar als de klanten haar niet de volle 100 geven, is het standaardprocedure om na te vragen wat er ontbrak, zodat de feitelijke score in veel gevallen alsnog 100 wordt. Naast deze uit de bocht gevlogen Key Performance Indicators (KPI’s, dus) moet ze ook zorgen dat ze zich constant op social media profileert en interacteert. Er is een ranglijst van alle medewerkers, de PartiRank (Participation Rank) waarop het toch vooral zaak is om zo goed mogelijk te scoren. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ze kort nadat ze begonnen is ook nog onderdeel van een programma, waarbij ze tussen de bedrijven door nog enquetevragen moet beantwoorden via een speciaal oortje dat ze krijgt. Dat gaat niet om een of twee vragen, maar om enkele honderden per dag en als ze niet snel genoeg reageert, wordt ze via een mooi technisch trucje geroepen door haar eigen stem, tot ze dat alsnog doet. Voor mensen die mijn blog al een beetje kennen, mag het duidelijk zijn dat ik hier vanuit het oogpunt van psychosociale werkdruk niet enorm van onder de indruk ben. Mensen hebben nu eenmaal ook rust nodig, om te zijn, te reflecteren en te herstellen.

The Circle als Google op steroïden

In The Circle draait alles om een combinatie van technologische innovaties, het verzamelen en verknopen van heel veel data en daarmee vooral ook om transparantie. Dus de werkomgeving zelf lijkt niet alleen op de Googleplex, maar ook in andere opzichten zijn de lijnen eenvoudig te trekken. Google behoort al jaren tot de meest aantrekkelijke werkgevers ‘ter wereld’ aldus verschillende online media (een snelle zoekopdracht via datzelfde Google levert een keur aan resultaten met deze strekking) en ook daar maken ze de werkomgeving zo aantrekkelijk dat men er graag veel tijd doorbrengt, is er ruimte voor innovatie. Ook bij Google komt men met technologische ‘innovaties’ als de Google glass die een op een niet alleen je eigen privacy, maar ook die van anderen de das omdoen. Ik wil niet teveel verklappen voor de mensen die The Circle nog willen gaan lezen, maar ik kan wel zeggen dat ook The Circle constant in de weer is met het steeds verder verbinden van steeds meer data, het opstellen van draadloze camera’s die 24/7 zijn verbonden met internet en ook met kleine camera’s om de halzen van politici, maar ook van Mae die uiteindelijk ‘transparant worden’ en alles wat ze zien, horen en zeggen constant gestreamd wordt. De parallellen tussen de feiten bij bijvoorbeeld Google en Facebook en de fictie in The Circle zijn verdacht eenvoudig te trekken.

Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere

Het vergt niet zo heel veel fantasie om je te kunnen voorstellen dat die Circle er over een paar jaar zomaar kan zijn. Hoeveel mensen geven desgevraagd niet aan ‘dat ze niks te verbergen’ hebben? Hoeveel delen we met zijn allen niet aan informatie op social media zoals Twitter, Facebook en Instagram? Google Glass Glassholes Privacy Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere Van Akker Vindt 2014Hoeveel delen we wel niet via zoekmachines zoals Google en allerhande apps op onze mobiele telefoons die opdat je hem maar gratis mag downloaden alles van je willen weten (en desondanks toch populair zijn, blijven en worden)? Hoeveel informatie hebben andere organisaties niet over ons ergens in een cloud staan? Wat te denken van de belastingdienst, de ziektekostenverzekeraar, het Electronisch Patiëntendossier, alle webwinkels waar we weleens kijken en ook kopen? Sta eens stil en bedenk wat een enorme hoeveelheid data al deze partijen zomaar gratis van jou hebben gekregen? Zij weten meer over je dan jijzelf, hun geheugen vergeet namelijk niks, waar bij jouzelf weleens iets verdwijnt. Je zult ten slotte als eenvoudige homo sapiens maar alles moeten onthouden, nietwaar? Met al die streamende camera’s door particulieren via The Circle en al die Google glasses en bewakingscamera’s overal is het niet langer Big Brother is watching you, maar Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere. Waar ik soms een enkeling nog weleens hoor beweren ‘dat het niet nodig is voorzichtig met je data om te gaan omdat je dan beter toegespitste aanbiedingen’ krijgt, heb ik ook van innovatie-omarmers gehoord dat ze daar van terug zijn gekomen. Dat Google niet doorzichtig is en bepaalde zoekresultaten structureel weglaat, of naar voren haalt zonder duidelijk te maken welke dat zijn en waarom. Bovendien ben ik meer mens dan consument en zit ik niet altijd te wachten op nog meer algoritmes die nog meer aanbiedingen over me heen uitstorten, maar dat terzijde.

Alle wereldproblemen oplossen met een algoritme

Mae Holland, de hoofdpersoon in het boek is niet kritisch over de mate van transparantie die door haar werkgever aan haar als medewerker en burger gevraagd wordt. Op een gegeven moment wordt Mae ‘betrapt’ op het feit dat ze niet voldoende transparant is. Ze is in haar eentje gaan kayakken en heeft daarover niets gedeeld op Zing, het grote sociale medianetwerk van The Circle. Ze wordt hierop streng op aangesproken door Bailey, een van de grote bazen van The Circle die als een Steve Jobs onder luid gejuich en applaus regelmatig zijn medewerkers toespreekt over de nieuwste innovaties. Naar aanleiding van het gesprek met Bailey, spreekt Mae uiteindelijk al haar collega’s toe in een gescript tweegesprek met Bailey waarin ze als een ware visionair de volgende woorden uitspreekt:

Secrets Are Lies

Sharing is Caring

Privacy is Theft

Nog los van de inhoud en implicaties van deze woorden zelf en het feit dat Mae zelf behoorlijk kritiekloos is gehersenspoeld, is het engste in het boek nog dat de toegesproken Circle-medewerkers deze woorden met wild enthousiasme ontvangen. Mae wordt zelf transparant en verkondigt vervolgens zelf blij het evangelie: alle wereldproblemen zijn op te lossen met het schrijven van een simpel algoritme. Als we maar zoveel mogelijk delen, kunnen we alles voorzien, voorspellen en oplossen. Mensen in Mae’s eigen omgeving die wel kritisch zijn over al deze transparantie en nog wel wat privacy en een eigen leven er op na willen houden, wuift Mae weg als een soort holbewoners die het allemaal niet zo goed begrijpen. Ze neemt zich voor om ook hen te overtuigen en dat gaat in een specifiek geval zo ver dat de dood erop volgt.

De keerzijde van de cloud en social media

Hoe het boek afloopt ga ik niet verklappen, net als dat ik heb geprobeerd genoeg maar niet teveel te vertellen om duidelijk te maken dat er ook een keerzijde is aan al deze technologie. Googleplex Welkom in Dystopia Van Akker Vindt 2014Wanneer de wetenschap gebruik maakt van big data om patronen te leren herkennen bij bepaalde ziektebeelden, ben ik daar niet zondermeer tegen, maar ben ik me wel bewust van veiligheidsaspecten die hiermee samenhangen. Niet zolang geleden zijn er uit de iCloud van een serie Amerikaanse beroemdheden allemaal naaktfoto’s gestolen. Het lijkt erop dat hier geen sprake is van een hack, maar van phishing, dus dat men op een andere manier informatie heeft losgepeuterd om bij bij die foto’s te kunnen komen. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die mensen die niets te verbergen zeggen te hebben, zichzelf (als-)nog maar eens goed achter de oren moeten krabben of dat echt wel zo is. Misschien zou het niet zo’n slecht idee zijn om een eenvoudig te lezen boek als dit verplicht leesvoer te laten zijn op de middelbare school en leerlingen wezenlijke discussies te laten voeren over de gevolgen van transparantie en big data. Dan kunnen ook de generaties die zijn opgegroeid in een wereld vol technologie, wifi en internet ook beseffen wat het doorlopend delen van hun informatie kan betekenen en leren daar zorgvuldig mee om te springen. Want wanneer er echt een (niet-)kritische massa gevormd wordt die niets te verbergen heeft, dan is de wereld die Eggers in zijn boek The Circle schetst niet zo heel erg ver weg.

The Circle Dave Eggers Van Akker Vindt 2014 Welkom in Dysopia

 

Dit blog tot nu toe: tussenstand na ruim 20 duizend bezoekers

 

Meest gelezen blogs - Van Akker Vindt 2014

Het is inmiddels al een beetje een gewoonte geworden om op dit blog zo nu en dan de balans op te maken en een overzicht te geven van de meest gelezen berichten. Deze keer, midden in de zomer, een overzicht van de 10 meest gelezen berichten sinds vorige zomer. De inhoud van de blogs is nog steeds actueel en ik denk en hoop dat ze daarom nog steeds de moeite van het lezen waard zijn, maar oordeel zelf:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  3. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1
  4. Zwartepieten over Zwarte Piet
  5. Van falen kan je leren, ook bij het solliciteren!
  6. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 2
  7. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  8. Werkgever, geef uw werknemer ruimte!
  9. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  10. Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving

Rest mij nog alle lezers te bedanken voor de aandacht, ik hoop dat jullie de kennis die ik deel goed kunnen gebruiken!