Deeltijdparticipatiemaatschappij in Nederland is zo gek nog niet!

Misschien is een deeltijdparticipatiemaatschappij zo gek nog niet! Van Akker Vindt 2016

Er zijn mensen die zich nog al druk maken over het feit dat Nederland ‘Kampioen Deeltijdwerken’ is. Dat in Nederland veel mensen in deeltijdbanen werken zal ik niet weerleggen. Een korte graafactie in de bakken van het CBS laat zien dat in 2015 iets minder dan de helft (49 procent) parttime werkte, dus minder dan 36-40 uur. Zo’n 20 procent werkte minder dan 20 uur per week en de andere 29 procent werkte 20 tot 35 uur per week. En het zijn vooral vrouwen die in Nederland in deeltijd werken. Misschien niet zo gek, want volgens een recente publicatie van het CPB voelen vrouwen zich in het algemeen drukker dan mannen en is hun vrije tijd door de bank genomen gefragmenteerder.

Is het erg wanneer we niet allemaal fulltime werken?

Argumenten tegen al dat deeltijd werken gaan over het economische verlies dat we als natie zouden lijden, dat er talent ‘verloren zou gaan’, dat men minder carrière kan maken, dat te weinig vrouwen economisch zelfstandig zijn en dat we meer moeten werken om de pensioenpotten een beetje gevuld te houden. Of ik me wel of niet kan vinden in deze argumentatie en waarom wel of niet, is misschien een leuk onderwerp voor een toekomstig blog. Voor dit moment wil ik me even toeleggen op de vraag of het nou zo erg is dat we (lang) niet allemaal fulltime werken. In de media lezen we nog weleens over mensen in precaire flexibele banen die te weinig uren hebben en niet rond kunnen komen, of over groepen zzp’ers waar hetzelfde voor geldt. Maar andersom zijn er ook mensen die meer uren werken dan ze het liefst willen. Daar horen we volgens mij iets minder over, maar dat is misschien nog wel onwenselijker dan te weinig werken.

Onderzoek naar effecten van verschil tussen gewenste en werkelijk gewerkte uren

Vorige maand publiceerden een aantal onderzoekers uit Duitsland en Australië namelijk de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van meer of minder werken dan je eigenlijk wilt. De onderzoekers gebruikten hiervoor grote Duitse en Australische databestanden, gebaseerd op vragenlijsten van verschillende jaren door de tijd heen. Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden Van Akker Vindt 2016In de vragenlijsten waren vragen opgenomen over het gemiddelde aantal feitelijke uren dat men werkte en het aantal uren dat men eigenlijk zou willen werken en met vragen over de zelf gerapporteerde psychische gesteldheid van degenen die de vragenlijsten invulden. Wanneer deze respondenten gemiddeld minimaal vier uren per week meer of minder werkten dan ze zouden willen, telden ze mee als mensen met een mismatch in gemiddelde arbeidsduur.

Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden

Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die gemiddeld meer werken dan ze willen hier last van ondervinden, ze zijn gemiddeld minder tevreden over hun baan dan mensen die ongeveer evenveel werken als ze wensen. De onderzoekers keken ook of de arbeidsduur hierbij het verschil maakte en controleerden bijvoorbeeld fulltime werkenden die liever minder zouden werken met een groep van mensen die fulltime werkten, maar dat ook wilden. Ook na deze controle bleek dat vooral het verschil tussen feitelijke en gewenste uren het verschil maakte in het psychisch welbevinden van de respondenten. Bij vrouwen was dit negatieve effect van ‘teveel’ werken nog wat sterker dan voor de mannen. Overigens wordt in de publicatie niet uitgebreid gespecificeerd waaruit de negatieve effecten van het psychische welbevinden precies bestond en hoeveel impact dit op het dagelijks functioneren van de respondenten had.

Sociale normen van invloed op psychische effecten minder werken dan gewenst

Bij het minder werken dan gewenst, was het negatieve effect voor de Duitse groep vrijwel nihil en iets sterker voor de Australiërs. Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer Van Akker Vindt 2016Dit zou volgens de onderzoekers heel goed kunnen komen door normen in de samenleving en instituties zoals regelingen voor sociale zekerheid, waardoor Australiërs meer last hadden van minder uren werken dan gewenst. Ik stel me voor dat Nederland in dat opzicht meer lijkt op onze oosterburen dan op onze tegenvoeters, gewoon omdat we in politiek en economisch opzicht best veel op elkaar lijken.

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen

Zoals gezegd wordt uit de publicatie van Otterbach en zijn Australische collega’s niet veel duidelijk over de precieze psychische uitwerking van het teveel werken. Toch zou ik zo op het eerste gezicht denken dat onze politici misschien iets minder moeten hameren dat al die deeltijders het liefst meer moeten werken dan ze nu doen. Mensen worden er blijkbaar gewoon wat ongelukkiger van wanneer ze meer werken dan bij ze past. Geluk is ogenschijnlijk geen variabele die van belang is voor Den Haag, maar voor al die –op dit moment ruim 17 miljoen!- individuen in Nederland zelf natuurlijk wél. Overigens geven Nederlanders volgens het World Happiness Report uit 2015 hun leven een 7,4 en staan daarin in de top tien van gelukkigste naties ter wereld. Goede kans dat al dat deeltijdwerken hierbij een belangrijke positieve invloed is.

Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer

Misschien kunnen de dames en heren werkgevers, HRM’ers en recruiters ook wel iets met deze informatie. Als die ideale kandidaat nou iets minder wil werken dan je in gedachten had, is het misschien best de moeite om te kijken of je daar mee akkoord kan gaan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een zittende werknemer. Een arbeidsduur die beter aansluit op de wensen van de (toekomstige) werknemer, leidt namelijk tot meer psychisch welbevinden en een grotere arbeidstevredenheid. Ik zou zelf denken dat dat de moeite waard is voor beide partijen. En die politici die willen dat we meer werken? Laat ze maar kletsen zou ik zeggen. Maken wij intussen individueel en in overleg met onze werkgevers onze eigen keuzes, werkt de helft van ons in deeltijd en geven we ons leven gemiddeld een dikke zeven. Niks mis mee.

 

 

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen Van Akker Vindt 2016

 

Advertenties

Dit blog tot nu toe: een tussenstand na 15 duizend bezoekjes

Van Akker Vindt na 15 duizend bezoekjes
Veel mensen weten de weg te vinden naar dit blog en natuurlijk vind ik het leuk dat het ook gelezen wordt. Het aantal blogberichten groeit gestaag en daarom zet ik zo nu en dan de populairste berichten op een rijtje. Nog niet zo lang ging het over de meest gelezen berichten van 2013, maar nu wordt het weer tijd voor een opsomming van de populairste tien blogs tot nu toe, na ruim 15 duizend bezoeken. Doe er je voordeel mee!

De tien populairste berichten

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  3. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  4. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  5. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  9. Zwartepieten over Zwarte Piet
  10. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!

Dit blog tussenstand na 15 duizend bezoekjes Van Akker Vindt 2014

Ik wens jullie -zoals altijd- weer veel leesplezier!

Gerelateerde berichten

Dit blog: de populairste van 2013

Van Akker Vindt - de populairste van 2013

De laatste dag van het jaar is een mooi moment om terug te kijken naar het afgelopen jaar en te reflecteren op wat geweest is om vervolgens full steam ahead uit te kijken naar het komende jaar. Voor mij was het een mooi jaar en ik hoop voor de mensen die dit lezen ook. Maar voor ik mij ga richten op 2014, kijk ik hier nog even één keer terug. Omdat het kan en omdat het een mooi jaar was hier nog eens de berichten die zich in 2013 in de meeste belangstelling mochten verheugen.

De 10 populairste berichten van 2013

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  3. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  4. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  5. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  6. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  7. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  8. Zwartepieten over Zwarte Piet
  9. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  10. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom

Leuk dat zoveel mensen mijn blog weten te vinden en ik regelmatig reacties krijg op Twitter, natuurlijk hoop ik nog veel moois met jullie te delen. Ik wens iedereen die dit leest een sprankelend en zinvol 2014 of ‘folle lok en seine’ zoals de Friezen het zeggen. Oant sjen yn 2014!

Folle lok en seine yn 2014 - Van Akker Vindt

Gerelateerde berichten

Bied uw werknemers de mogelijkheden en het vertrouwen om aan de slag te gaan

Voor het boek ‘Blijvend in Beweging, Visies op Duurzame Inzetbaarheid’ dat vandaag verschijnt onder redactie van Ab Klink en Bibi de Vries schreef ik een Ted Talk-achtige speech over hoe je als werkgever zonder dat het per se veel hoeft te kosten de inzetbaarheid van je medewerkers kan versterken en faciliteren. Daar zijn niet altijd dure opleidingstrajecten voor nodig. Een andere manier van kijken en van het benaderen van je werknemers kan al heel veel verschil maken. Hieronder volgt de tekst van mijn speech.

Beste werkgevers,

Blijvend in Beweging Van Akker Vindt 2013

Ik ben vandaag gekomen om u aan te spreken. Dat is op meer manieren te interpreteren en dat is niet voor niets. Ik hoop u namelijk aan te spreken door u áán te spreken.

Ik wil het met u hebben over de crisis en de invloed daarvan op de arbeidsmobiliteit en inzetbaarheid van uw medewerkers. Het is al vijf jaar crisis, onze economie zit al een jaar in recessie en de werkloosheidscijfers hebben een recordhoogte bereikt. U en ik weten dat, maar ook uw werknemers weten dat. Daarom zijn ze niet mobiel, blijven ze zitten waar ze zitten en verroeren ze zich niet.

Even wat cijfers ter illustratie: volgens het CBS is het aantal mensen dat overstapt naar een andere baan teruggelopen van ruim een half miljoen in 2008 naar minder dan 300 duizend in 2012. Een afname van ruim 40 procent dus. Deze ontwikkeling is begrijpelijk. In tijden van onzekerheid mijdt men risico’s. Deze strategie lijkt verstandig en is dat op de korte termijn ook. Maar op de wat langere termijn is het niet zo slim. Blijven zitten zorgt er namelijk ook voor dat werknemers minder mogelijkheden hebben om zich te blijven ontwikkelen. En dat laatste is nou juist een belangrijke voorwaarde om duurzaam inzetbaar te blijven.

Door je te blijven ontwikkelen houd je je kennis en vaardigheden op peil, zodat je interessant voor werkgevers – dus employable – blijft en je beter kan omgaan met veranderingen in je werkomgeving. Darwin is dus óók op de arbeidsmarkt relevant: de persoon die zich gedurende zijn loopbaan het best kan aanpassen aan veranderende omstandigheden in de werkomgeving, heeft de beste overlevingskansen.

Uw medewerkers kunnen ook heel veel leren 'on the job' - Van Akker Vindt 2013Maar niet alleen werknemers zien het belang van hun ontwikkeling en inzetbaarheid een beetje over het hoofd. Regelmatig zie ik in onderzoeken terug dat u vindt dat uw werknemers zélf verantwoordelijk zijn voor hun inzetbaarheid en employability, misschien mede ingegeven doordat ook uw budget in crisistijd beperkt is. Toch is het niet verstandig om die verantwoordelijkheid eenzijdig bij uw werknemers te leggen. Ik noemde al Darwin en de survival van degenen die zich in hun werkomgeving het best kunnen aanpassen.

Mensen zijn meer of minder inzetbaar binnen de context van hun wérk. De werkgever bepaalt die context en dat is precies de reden dat ook ú de handschoen zou moeten oppakken en eens goed na zou moeten denken over wat ú gaat doen om uw werknemers inzetbaar te houden. En dan hebben we het niet alleen over ouderen of juist jongeren, maar over élke individuele werknemer binnen uw organisatie. Ook de dertigers en veertigers kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken om inzetbaar te blijven. Zij hebben hun oorspronkelijke opleiding al jaren geleden afgerond, flink wat werkervaring opgedaan, maar zullen ook nog flink wat jaren op de arbeidsmarkt actief moeten blijven voor ze met pensioen kunnen. Uw werknemers hebben dus allemáál baat bij voldoende ontwikkelingsmogelijkheden, zodat zij hun kennis, vaardigheden en aanpassingsvermogen op peil kunnen brengen én houden.

Het versterken van kennis, vaardigheden en kwalificaties kan gelukkig op meer manieren dan alleen door het faciliteren van dure opleidingstrajecten. Er zijn genoeg andere mogelijkheden om uw medewerkers dat steuntje in de rug te geven. Om te beginnen is er een goed in het HRM-beleid ingebed inzetbaarheidsbeleid nodig en een flinke partij draagvlak onder u en uw collega-managers. Dan kan daarna de dialoog worden aangegaan met de werknemers, zodat óók zij het belang van werken aan hun inzetbaarheid gaan inzien.

Vervolgens zult u ook concrete mogelijkheden moeten bieden aan uw werknemers om zich te blijven ontwikkelen. Dat hoeft dus niet per se een formele opleiding te zijn. Uw medewerkers kunnen ook heel veel leren ‘on the job’, misschien wel gecoacht door de wat oudere collega’s. U kunt ze eens laten aanschuiven bij een project naast hun reguliere werk of neventaken laten oppakken. Misschien kunnen ze wel een keer ruilen met een collega met een vergelijkbare functie bij een ander team. Ik heb mensen gesproken die dat deden en daardoor naar eigen zeggen écht nieuwe inzichten opdeden. U kunt radicaler te werk gaan en zelfsturende teams opzetten. Dan kunnen mensen binnen een team onderling zélf het werk verdelen, prioriteiten stellen, verschillende taken oppakken en krijgen ze daardoor meer autonomie in hun werk.

Deze suggesties dragen allemaal bij aan de ontwikkeling van mensen. Ze zorgen bovendien voor meer autonomie en daarmee voor blijere, gezondere én beter en breder onderlegde medewerkers. De belangrijkste investeringen die u moet doen zijn om te beginnen dat u uw werknemers voldoende concrete mogelijkheden biedt om zich te ontwikkelen. Daarnaast moet u hen het vertrouwen bieden om er zélf mee aan de slag te gaan. Werken aan de inzetbaarheid van uw medewerkers leidt tot minder verzuim en minder verloop. Maar het leidt vooral tot gezondere en blijere medewerkers. Daar moet u als werkgever op úw beurt toch ook heel erg blij van worden?

Ik hoop dat ik u heb aangesproken. Dank u wel.

Gezondere en blijere medewerkers - Van Akker Vindt 2013

Deze speech verscheen in het boek Blijvend in Beweging 2.NL en de bijbehorende website en was slechts één van de 64 speeches die in dit boek zijn verschenen. Mocht je nieuwsgierig zijn naar de andere bijdragen, of het boek willen bestellen verwijs ik je graag naar de bijbehorende website Blijvend in Beweging. Het boek wordt vandaag gepresenteerd in Zeist. 

Klink, A. en B. de Vries (red.) (2013). Pamflet 2.NL; Blijvend in Beweging; Visies op Duurzame Inzetbaarheid. Assen: Van Gorcum & Leiden: Sinds 1883 – uitgevers. ISBN: 9789023252412

Gerelateerde berichten

Beetje minder ‘Halleluja’ rondom empowerment en participatie mag best

Beetje minder 'Halleluja' rondom empowerment en participatie mag best Van Akker Vindt 2013

Iedereen heeft weleens iets onder de leden, ziekten en beperkingen horen bij het leven. In Nederland zei 1 op de 3 werknemers in 2008 een chronische of langdurige aandoening te hebben. Dat zijn veel mensen, maar alles is relatief: de helft heeft er geen hinder van op het werk en 40 procent ervaart lichte hinder. Daar staat tegenover dat iets minder dan 1 op de 10 werknemers ernstige hinder ondervindt van zijn of haar aandoening. Dit is allemaal terug te vinden in een artikel van Inge Varekamp uit 2011 waarin zij ingaat op de problemen van werknemers die wél flink wat hinder ervaren van hun beperking.

Deels beperkt betekent vaak 100 procent aan de kant

Varekamp geeft aan dat veel werknemers in de groep die ernstige hinder ondervinden hun werk met moeite volhouden en dat dit ten koste gaat van hun gezondheid en hun sociale leven en dat er een grote groep is die langs de zijlijn blijft staan en überhaupt niet aan de bak komt. Zonde, zo stelt ze, want deze mensen functioneren economisch gezien misschien nog wel voor een groot deel, maar staan wel voor 100 procent aan de kant. Dit doet deze mensen geen recht en het is maatschappelijk gezien zonde. Met dat laatste zijn Samsom en Rutte het vast van harte eens, sinds zij onlangs de nieuwe koning in de Troonrede lieten voorlezen dat wij toch vooral naar een participatiesamenleving gaan. Mooi gesproken en ik denk er sowieso het mijne van, maar de praktijk is hoe dan ook weerbarstig.

Hebben van werk teveel geïdealiseerd?

Om mensen toch op weg te helpen is het fenomeen empowerment de laatste jaren in zwang geraakt. Bij empowerment gaat het om het toerusten van mensen met kennis, inzicht en vaardigheden om mensen een plek op de arbeidsmarkt te laten veroveren en behouden en hen zelf de regie te geven. Varekamp stelt dat dit een mooi uitgangspunt is, maar dat het Halleluja rondom empowerment en het hebben van een baan ook nuancering behoeft. Niet alleen wordt het hebben van werk teveel geïdealiseerd, maar ook wordt de verantwoordelijkheid voor participatie te eenzijdig bij de werknemer gelegd.

Empowerment is hip en happening in participatieland

Empowerment kwam in de jaren 80 op in de hulpverlening om mensen meer macht te geven over hun eigen sociale situatie en werd in de jaren 90 omarmd door de zorg voor patiënten met een chronische ziekte. Inmiddels is empowerment ook helemaal hip en happening in re-integratie- en participatieland en gaat het om het versterken van zelfvertrouwen, initiatief en het bewustzijn dat werk zinvol is. Werk geeft mensen immers een zinvolle tijdsbesteding, structuur, sociale contacten en inkomen is hierbij de redenering en uit onderzoek zou blijken dat mensen die werken een hogere kwaliteit van leven ervaren, dan mensen die niet werken.

Negatieve ziekteperceptie niet onrealistisch

Varekamp suggereert in haar stuk dat we misschien als samenleving wel een beetje doorschieten met dat geëmpower en het de idealistische framing van het hebben van werk. Zij geeft daarbij terecht aan, dat niet alle belemmerende factoren in de persoon met de beperking of zijn of haar omgeving allemaal zo gemakkelijk zijn te veranderen. Vaak wordt bij onderzoek gekeken naar ‘negatieve ziektepercepties’, oftewel de verwachting dat de aandoening niet meer overgaat. Voor mensen met een langdurige of chronische aandoening is dit misschien inderdaad wel negatief, maar feitelijk niet onrealistisch.

Vier factoren die werken met een chronische ziekte bemoeilijken

Varekamp haalt Beatty en Joffe aan die vier factoren noemen waardoor werken met een chronische ziekte niet altijd vlekkeloos verloopt. De eerste is onomkeerbaarheid, dus de verwachting dat de ziekte niet meer overgaat. De tweede is onvoorspelbaarheid, de prognose over het verloop van de ziekte is vaak niet duidelijk: men moet afwachten hoe het gaat en dat levert de nodige onzekerheid op. De derde is variabiliteit, het klachtenpatroon kan van moment tot moment schommelen en dat maakt het (werkende) leven onvoorspelbaar. De laatste factor is onzichtbaarheid: andere mensen zien niet dat er iets aan de hand is.

Draagt een baan wel altijd bij aan kwaliteit van leven?'Ernstige vermoeidheid is een veelgehoorde klacht' Van Akker Vindt 2013

Dit betekent niet dat mensen met een chronische aandoening of beperking niet kunnen werken. Werken met een beperking gaat heel veel mensen heel goed af. Zij ervaren immers weinig last in hun dagelijkse werkzaamheden, zoals ik eerder aanhaalde. Maar tegelijkertijd is er ook een groep die al die onzekerheid rondom hun ziekte en perioden van achteruitgang als echte energievreters ervaren. Dat is al een workload op zich. Die workload komt soms nog bovenop die betaalde baan. In die gevallen is het zinvol om even te reflecteren op empowerment en participatie en je af te vragen of voor deze groep mensen participeren in een betaalde baan daadwerkelijk bijdraagt aan hun kwaliteit van leven. ‘Ernstige vermoeidheid is een veelgehoorde klacht’, aldus Varekamp.

Empowerment is vooral een kwestie van ‘volhouden’ en ‘loslaten’

Er is sprake van een rare paradox: hulpverleners maken deel uit van empowerende inspanningen, terwijl empowerment rust op een filosofie van zelfbeschikking. Empowerment wordt door hulpverleners gezien als het verkrijgen van controle op de eigen situatie, maar zíj verdienen er zelf hun boterham mee. Aan mensen met een chronische aandoening zélf is ook gevraagd hoe zij tegen empowerment aankijken. Voor hun is empowerment vooral een kwestie van volhouden en proberen de controle te houden over de ziekte enerzijds en anderzijds loslaten, dus leren de ziekte te zien als onderdeel van het leven en accepteren dat je het niet allemaal in de hand hebt. Als je er zo tegenaan kijkt is die betaalde baan van minder prominent belang en minder nastrevenswaardig. Zeker wanneer dit vanuit de empowermentvisie betekent dat men koste wat koste de controle moet proberen te houden om een leven te leiden volgens de geldende norm.

Is empowerment dan een zinloze exercitie?

Empowerment is niet alleen maar onzin en kan mensen heel veel brengen zolang het aansluit bij de behoeften van de mensen zelf, stelt Varekamp. Empowermenttraining kan mensen helpen om inzicht te krijgen in hun eigen gevoelens en de manier waarop zij met hun beperkingen omgaan en kan mensen leren met hun leidinggevenden te onderhandelen. Empowermenttraining kan mensen verder de kennis bieden over de voorzieningen die voor hun beschikbaar zijn en de rechten en plichten van werknemers en werkgevers op dit gebied, zodat knelpunten in de werkcontext beter kunnen worden opgelost. Ten slotte kan een dergelijke training mensen ook laten inzien dat 100 procent inzetbaarheid voor hun niet haalbaar (meer) is of werken überhaupt geen optie meer is en daar ook keuzes in te maken.

Werkgever die meedenkt is een voorwaarde voor inzetbaarheid

Varekamp haalt ten slotte aan dat de overheid de sociale zekerheid afbouwt en de verantwoordelijkheid voor arbeidsongeschiktheid steeds meer bij de werkgever en de werknemer legt. Het empowermentdenken legt hierbij eenzijdig de nadruk op de rol van de werknemer. Ik riep het eerder ook al, maar Varekamp stelt ook dat ‘zonder een werkgever die meedenkt met zijn werknemers in wat eventueel nodig is om het werk met plezier te blijven doen’ het de werknemer niet zal lukken. Varekamp spreekt in haar stuk over mensen die al een beperking hebben en het feit dat ook de werkgever hierin een rol en een verantwoordelijkheid heeft. Ik zie zelf regelmatig onderzoek voorbij komen waarbij de werkgevers weinig aan inzetbaarheid en employability doen, omdat dit de verantwoordelijkheid van de werknemers zelf zou zijn. Voor zowel gezonde mensen als mensen met een beperking wil ik er nogmaals op wijzen dat je inzetbaar of employable bent in een werkcontext en dat dat betekent dat de werkgever zich niet aan zijn of haar verantwoordelijkheden zou moeten (willen) onttrekken. Inzetbaarheid is geen solo-activiteit!

Inzetbaarheid is geen solo-activiteit Van Akker Vindt 2013

De populairste: een tussenstand van dit blog na 10 duizend bezoekjes

De populairste - een tussenstand van dit blog na 10 duizend bezoekjes Van Akker Vindt 2013

Nog geen jaar geleden schreef ik het eerste bericht voor dit blog. Het ging over de positie van Jolande Sap en GroenLinks. Een paar uur na publicatie maakte Sap haar vertrek bij GroenLinks bekend. Voor de goede orde: ik denk niet dat er sprake was van een oorzakelijk verband. Jolande Sap is inmiddels min of meer vergeten en ook GroenLinks lijkt uit ieders vizier te zijn verdwenen.

Dat geldt niet voor dit blog: eind mei gaf ik de tussenstand na 5 duizend bezoekjes en somde ik de 10 populairste berichten tot dan toe op. Nog geen vier maanden later kan ik de meest gelezen berichten na ruim 10 duizend bezoekjes voor jullie op een rij zetten. Dank jullie wel voor jullie interesse en natuurlijk hoop ik hier mooie dingen te blijven delen die zich ook in jullie belangstelling mogen verheugen.

Hier dan de 10 populairste berichten na 10 duizend bezoekjes:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  3. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  4. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  5. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  6. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  7. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  8. A girl named Poekelien
  9. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 2 van 2
  10. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!

 

Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 2 van 2

Anne Houtsma 2013 ~ Van Akker Vindt 2013Vorige week publiceerde ik een blog over Anne. Hieronder volgt het tweede deel van het interview. Anne is 31 en heeft VCFs, een syndroom waardoor ze minder snel dan gemiddeld dingen oppikt en wat sneller gestrest is. Anne zit in de Wajong en wil heel graag aan de slag. Maar dat is nog niet zo eenvoudig met al die etiketjes die ze heeft. Dat weerhoudt Anne overigens niet. Ze profileert zichzelf en blijft aan de weg timmeren. Bijvoorbeeld door opnieuw naar school te gaan.

‘Ik wil zelf ook niet mijn hele leven in de Wajong blijven’

Over een maand gaat Anne opnieuw naar school, ze heeft lang getwijfeld over wat ze wilde doen, op haar blog benoemt ze eerst de wens om een hbo-studie journalistiek te doen, maar komen ook andere opties aan de orde. Ik vraag haar wat de laatste stand van zaken is. Anne vertelt: ‘Ik wilde heel graag mbo-4 doen. Bij een gesprek raadde iemand van de school mij aan om eerst op mbo-3 te doen. Dat heet dan maatschappelijke ondersteuning. Daarna kan mbo-4 altijd nog. Ik heb wel een passie voor schrijven en wilde ook wel journalistiek doen. Maar dat is hbo en daarom wat te hoog gegrepen voor mij.’ Ik vraag haar of ze nog toestemming moest vragen bij het UWV, de organisatie die de Wajong-uitkeringen regelt: ‘Het UWV vindt het allemaal wel goed, zolang ik BBL (beroepsbegeleidende leerweg) doe. Ik moet dan een dag op school zitten en 20 uren werken. Dan kan ik misschien ook op termijn uit de Wajong. Ik vind dat allemaal prima. Ik wil zelf ook niet mijn hele leven in de Wajong blijven.’

De bovenkamer flink laten werken

Anne heeft zin om de 'bovenkamer even flink te laten werken' Van Akker Vindt 2013Ik vraag haar of ze nog begeleiding krijgt bij het zoeken van een baan. Anne vertelt dat ze een jobcoach heeft van Jobstart, die haar goed helpt en waarover ze erg tevreden is. Anne deed eerder vrijwilligerswerk waarbij ze activiteiten organiseerde voor werkzoekenden en jongeren met een beperking (bij ‘De Broekriem’ en ‘Hoezo Anders?’) en merkte dat ze dat heel leuk werk vond. De jobcoach suggereerde dat Anne het dan misschien in die richting moest zoeken. ‘Ze heeft me ook helpen bedenken dat wanneer ik het leuk vind om activiteiten te begeleiden en te organiseren ik misschien die kant wel op moet.’ En dat gaat Anne ook doen in de stage bij de opleiding: ‘Ik ga activiteiten organiseren en begeleiden bij een bejaardentehuis in Nijkerk.’ Hoewel Anne het helemaal ziet zitten om weer te gaan leren, omdat ze dan ‘de bovenkamer even flink te laten werken’, maakt ze zich toch ook wel wat zorgen: ‘Ik hoop wel dat ze daar ook een beetje begrip hebben. Ik moet voor de opleiding minimaal 20 uur werken. Ik zet maar in op 20 uur, want ik heb al een tijd niet gewerkt en ik denk dat dat al pittig genoeg is.’

‘Nu zeggen ze ineens: Laat maar zien wat je kan’

Vlak nadat Anne en ik een datum voor ons interview hadden geprikt, kwam in het nieuws dat de Wajongers worden ondergebracht bij de gemeenten, die ervoor moeten zorgen dat zij weer aan de slag kunnen. Toen ik op Twitter aan Anne vroeg wat ze er van vond, zei ze dat ze het vervelend vond. Eerst moest ze bewijzen dat ze niks kon voor de Wajong en nu moest ze ineens bewijzen wat ze wél kon. Ik haal die uitspraak op Twitter aan en vraag Anne om dat toe te lichten. ‘Nu ze moeten bezuinigen zeggen ze alsnog ineens: Laat maar zien wat je kan. Terwijl ik dat al die tijd al wilde. Ik wil gewoon werken, maar ik heb daar iets meer hulp bij nodig. Ik was daar al die tijd al heel lang mee bezig, maar dat geldt niet voor alle Wajongers. Heel veel Wajongers worden er heel onrustig van, terwijl ze niet voor niks in de Wajong zitten. De Wajong zorgt voor hun juist voor zekerheid.’

IQ van een banaan

Anne is vooral bang dat ze alle Wajongers om ze maar aan het werk te krijgen over één kam zullen scheren, zonder oog voor wat individuele Wajongers kunnen. ‘Als ze het doen, moeten ze niet zomaar mensen overal neer zetten. Dus niet van: We hebben 100 werkplekken en ga maar de hele dag inpakken. Ik zou daar gillend gek van worden.’ Hier spreekt Anne uit ervaring want ze heeft zelf inpakwerk gedaan bij de Sociale Werkvoorziening (SW). Ik vraag haar hoe het daar was. Anne vertelt ‘Daar zitten allerhande mensen, ook met verstandelijke en lichamelijke beperkingen. Vaak was er niet genoeg werk en dan zaten we de hele dag te mens-erger-je-nieten. Dan leek het meer op dagbesteding.’ Anne kon wel meer dan dozen inpakken, maar er waren geen andere opties. ‘Ik kon wel wat meer dan dozen inpakken, maar daar waren geen mogelijkheden voor.’

'Dan zit je tussen mensen die de hele dag praten over de Teletubbies. Daar word je wel gillend gek van na een tijdje' ~ Van Akker Vindt 2013Anne vervolgt ‘Iedereen moest die dozen inpakken, ongeacht of je meer kon of niet. Dan zit je tussen mensen met het IQ van een banaan.’ Ik schrik een beetje van die boude uitspraak, maar Anne nuanceert hem snel. ‘Ik heb verder alle respect voor die mensen hoor, daar gaat het niet om. Maar ik pas daar gewoon niet tussen. Dan zit je tussen mensen die de hele dag praten over de Teletubbies. Daar word je wel gillend gek van na een tijdje.’ Zoals ik met Anne aan het tafeltje in het café zit en Anne over zichzelf en haar ervaringen vertelt, kan ik me goed voorstellen dat die sociale werkplaats weinig recht deed aan Anne en haar mogelijkheden.

‘Ik was wel graag met Jetta in debat gegaan’

Dat Anne meer kan dan dozen inpakken, blijkt wel uit het feit dat ze in de tijd dat ons interview in de planning stond, maar nog niet had plaatsgevonden, werd geïnterviewd door het tv-programma Nieuwsuur. Hoewel Anne wel tevreden is met hoe ze in beeld is gebracht vindt ze het wél jammer dat ze niet gevraagd is live aan te schuiven bij de staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Jetta Klijnsma: ‘Ze praten altijd over mensen, maar niet mét mensen. Ik was wel graag met Jetta in debat gegaan. Ze doen er soms wel heel makkelijk over. Zo van: We hebben 100 duizend banen voor Wajongers klaarliggen en in 2026 zijn alle Wajongers aan het werk.’ En 2026 vindt Anne echt veel te lang duren. ‘Dan denk ik: Die is gek. Zolang wil ik niet wachten. Dan moet ik heel lang in de bijstand zitten.’

Niet iedereen in hetzelfde baantje duwen

Ik vraag Anne of ze nog een boodschap heeft voor de beleidsmakers en politici in Den Haag of bij de gemeenten. Anne heeft hier zeker wel ideeën over. Om te beginnen benadrukt ze dat niet iedereen hetzelfde behandeld moet worden en er goed gekeken moet worden naar het individu. Er moet per persoon worden bekeken wat hij of zij aan ondersteuning nodig heeft om goed te kunnen werken. Anne wil voorkomen dat mensen ergens terecht komen waar ze niet passen en uiteindelijk met een slechte ervaring toch weer thuis eindigen. ‘Ze moeten niet zeggen van: Ga maar lekker in een allemaal winkel werken en vakken vullen. En als het dan niet bij die persoon klopt en het mislukt dat ze dan zeggen: Zie je wel? We hebben een baan voor je geregeld en nu is het mislukt. Daar ben ik een beetje bang voor en dat wil ik niet. Je moet gewoon niet mensen allemaal in hetzelfde baantje duwen.’

Nieuwe Wajongplannen leiden tot veel onzekerheid

Anne heeft al heel veel verteld en we zijn al een uur in gesprek wanneer ik Anne ten slotte vraag of er nog dingen zijn die ik niet heb gevraagd, maar die ze wel graag had willen bespreken. Anne antwoordt van niet, maar ze vervolgt toch dat het niet om haar gaat en dat ze niet om aandacht zoekt voor zichzelf, maar dat ze wel het verhaal voor Wajongers wil verwoorden, die dat niet zo goed kunnen. Ze benadrukt dat ze niet het verhaal kan doen voor alle Wajongers. Dan zou ze zelf ook mensen over één kam moeten scheren en dat wil ze niet. Wat ze wél kan doen is om mensen te vertellen hoe het voelt om tegen de vooroordelen over Wajongers aan te lopen en uitleggen dat al die nieuwe plannen rond de Wajong bij haar, maar vast ook bij heel veel andere Wajongers heel veel onzekerheid teweegbrengen. En dat dát nou net is wat die groep niet kan gebruiken. Waarvan akte. 

Anne zit in de Wajong en wil heel graag aan de slag. Van Akker Vindt 2013

Links: