Zwartepieten over Zwarte Piet

Zwartepieten over Zwarte Piet - Van Akker Vindt 2013

Je kan er de klok op gelijk zetten. Elk jaar in de winter slap geouwehoer rond een wak op de route voor de Elfstedentocht zodra het een keer vriest. En elk jaar de vaste discussie over of Zwarte Piet racistisch is tegen de tijd dat de bomen kaal worden. Tot dit jaar hield ik me er niet zo mee bezig en had ik hetzelfde beeld dat veel Nederlanders volgens mij hebben. Namelijk: ik heb nooit racistische associaties gehad bij Zwarte Piet. Dat was immers gewoon degene die het grote boek van Sinterklaas droeg en pepernoten strooide? Niks aan het handje dus en ik parkeerde het in de afdeling ‘Storm in een glas water’ waar ik veel in parkeer dat zich in de Nederlandse media afspeelt. Ook toen de discussie dit jaar steeds verder oplaaide had ik me eigenlijk voorgenomen me er niet in te mengen, maar ik stap daar vanaf en doe voor deze ene keer ook een duit in het zakje. Ik las namelijk zo’n anderhalve week geleden voor het eerst iets waardoor ik mijn basishouding van ‘onschuldig kinderfeestje’ en ‘mediahype’ toch moest nuanceren.

Eenzaam en ongemakkelijk bij Sinterklaas en zijn knecht

In de Volkskrant had iemand een stuk geschreven over dat zijn -dacht ik- Creools-Surinaamse vrouw zich vroeger als enige donkere kindje in de klas heel erg eenzaam en ongemakkelijk had gevoeld bij het jaarlijkse Sinterklaasfestijn. Hij had naar aanleiding van die opmerking van zijn vrouw ook een donker schoolvriendje van vroeger gebeld en die bevestigde dat het ook voor hem ook onaangenaam was om die zwartgeschminkte Pieterbazen te aanschouwen. Dat zette mij wel aan het denken. Als volwassene kan je al of niet zoiets misschien nog proberen te relativeren of zeggen dat Zwarte Piet is losgezongen van zijn historische context. Maar als kind kan je dat niet en ik kan er niet achterstaan dat die kinderen zich onnodig gekwetst worden onder het mom van ‘het is traditie’, ‘het is een kinderfeest’ of ‘het is onschuldig’.

Traditie rond Zwarte Piet schuurtZwarte Piet lijkt inderdaad wel verdacht veel op de Moorse knechten die op oude schilderijen te zien zijn - Van Akker Vindt 2013

Tegelijkertijd verbaas ik me over de felheid waar in Nederland het debat wordt gevoerd aan beide kanten. Sommigen vinden het vooral linksige p(r)ietpraat van de hoofdstedelijke grachtengordelbewoners en dat valt nog relatief mee. Maar er wordt ook niet geschuwd om de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust aan te halen en dan vraag ik me af of dat nou nodig is en of dit de meest effectieve manier is om anderen te doen inzien dat die traditionele Zwarte Piet wel degelijk een beetje schuurt. Zwarte Piet lijkt inderdaad wel verdacht veel op de Moorse knechten die op oude schilderijen te zien zijn met hun felgekleurde pofbroeken. Daar is geen ontkennen aan, ook als veel Nederlanders die associatie al heel lang niet (meer?) hebben en er verder niet zoveel mee bedoelen. Maar ook onbedoelde dingen kunnen kwetsend zijn.

‘Blijf van onze Zwarte Piet af!’

Het argument dat het een kinderfeest is en daarmee onschuldig verandert daar niets aan. Dat kan nooit een excuus zijn. Datzelfde geldt ook voor de nationalistische inslag dat het een traditie is. De enorme populariteit van de Facebookpagina Pietitie (ik vind hem ‘niet leuk’) onderstreept het gevoel van veel Nederlanders dat ze vooral van ‘onze Pieten af moeten blijven’ en dat het een traditie is en aan tradities moet je blijkbaar niet komen. Dat is natuurlijk een beetje schijnheilig want wij van de polder zijn niet te beroerd om met onze domineementaliteit anderen op hun fouten te wijzen.

Traditie als argument wordt selectief gebruikt

We vinden het volkomen logisch dat er geen zogenaamde heksen meer worden verbrand en kunnen ons niet voorstellen dat dat ooit wél zo was. En terug in onze tijd zijn we in het algemeen bepaald niet gecharmeerd van tradities zoals bijvoorbeeld de walvisjacht in IJsland en Japan, vrouwenbesnijdenis in verschillende Afrikaanse landen of stierenvechten in Spanje. In die gevallen zijn we -how convenient- wél van mening dat het feit dat het een traditie betreft, deze gebruiken niet rechtvaardigt en dat we deze zaken niet ethisch kunnen verantwoorden in deze tijd. 

We zijn niet gecharmeerd van tradities zoals stierenvechten in Spanje - Van Akker Vindt 2013Maar als het op een open debat over Zwarte Piet aankomt, zijn we een stuk minder redelijk en rationeel. Jammer, want volgens mij hebben de critici wel degelijk een punt. Ondanks dat vraag ik me ook af of dit debat nou iets is waar de VN zich in moet verdiepen en hoe objectief het onderzoek van een werkgroep is als die blijkbaar op voorhand haar mening al klaar lijkt te hebben.

Alles bij het oude houden vanwege goede herinneringen?

Ik begrijp de ophef wel, veel Nederlanders hebben er nooit bij stilgestaan welk gevoel Zwarte Piet kon oproepen bij onze donkergekleurde medelanders. Veel mensen hebben namelijk zelf goede herinneringen aan Sinterklaas en Zwarte Piet en willen vooral dat dat zo blijft. De Sinterklaastraditie wordt bovendien typisch Nederlands ervaren en dat anderen daar kritiek op hebben, valt niet altijd in goede aarde. Dat snap ik wel. Maar toch wil ik aan al die leukvinders van ‘Pietitie’ eens vragen of ze zich een beetje kunnen proberen in te leven in mensen die zich wél gekwetst voelen. Zo moeilijk is dat toch niet om je voor te stellen? Zijn onschuld, kinderfeest en traditie dan echt argumenten die dat rechtvaardigen?

Loslaten van gewoonten die niet meer werken

Los van wat ik vind en wellicht een minderheid van grachtengordeldwellers, denk ik dat met de doorlopende discussie het draagvlak voor Zwarte Piet uiteindelijk zal afkalven en Zwarte Piet ofwel zal verdwijnen ofwel veelkleurige collega’s krijgt. Ik denk niet dat dat erg is. Als mens en als volk laten we wel vaker ingesleten gewoonten los die in na verloop van tijd niet meer werken. Zo gaan die dingen nou eenmaal. Maar wat moeten we er in de tussentijd mee? Ik zou het jammer vinden als mensen die als Zwarte Piet de straat op gaan, straks worden opgepakt omdat ze racistisch zouden zijn. Ook als er mensen zijn die dat zo ervaren, is dat – daar ben ik van overtuigd- niet de intentie van het merendeel van de Pieten in kwestie. Misschien kunnen we komen tot een mooie overgang door stukje bij beetje wat meer gekleurde Pieten aan Sint’s assistententeam toevoegen.
Kinderen maakt het helemaal niets uit welke kleur de helpers van Sinterklaas hebben - Van Akker Vindt 2013Kinderen maakt het helemaal niets uit welke kleur de helpers van Sinterklaas hebben en die vinden het prima als er ook blauwe, roze of groene Pieten zijn. Het zijn de volwassenen die stennis maken. Niet de kinderen. 

Zoek een vorm die voor álle kinderen een feest is

Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor we als volk hierop terugkijken en ons – net als bij die heksenverbrandingen – niet meer kunnen voorstellen dat we ooit Zwarte Piet zo hebben bevochten. We zullen ons erover verbazen dat we niet konden inzien dat anderen er wel een probleem mee konden hebben. Misschien duurt het tien of twintig, of misschien veertig jaar voor het zover is. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik denk dat die ontwikkeling uiteindelijk onafwendbaar is in een multiculturele globaliserende wereld. Laten we ervoor zorgen dat we een vorm vinden waarbij Sinterklaas en zijn knechten voor álle kinderen een feest zijn, daar zijn we niet slechter mee af volgens mij. En om nog even terug te komen op die Elfstedentocht uit het begin van dit stukje: van de traditie om de kranten ermee vol te schrijven en journalisten naast wakken te parkeren zodra het een keer vriest, kunnen we probleemloos integraal afscheid nemen. Daarvan zal werkelijk níemand wakker liggen. 

Laten we ervoor zorgen dat we een vorm vinden dat Sinterklaas en zijn knechten voor álle kinderen een feest zijn Van Akker Vindt 2013

Gerelateerde berichten

Advertenties

Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!

Veertig het nieuwe dertig Niet op de arbeidsmarkt -- Van Akker Vindt 2013

In de mode zegt men dat bruin (of welke kleur dan ook) het nieuwe zwart is en zo zou veertig het nieuwe dertig zijn. In zekere zin klopt het wel: hoewel er natuurlijk altijd individuele verschillen zullen blijven, lijken mensen minder in het harnas te zitten van wat bij hun leeftijd zou passen. Mensen van mijn leeftijd en ouder kunnen zo nog volop gespot worden bij bijvoorbeeld popconcerten en -festivals en mijn ouders zijn hele andere grootouders dan mijn eigen grootouders waren. De samenleving mag dan vergrijzen, maar we doen dat met zijn allen wel steeds kleurrijker.

Veertigers hebben nog dertig jaar voor de boeg

Ook op de arbeidsmarkt is deze ontwikkeling te zien: de gemiddelde leeftijd van een werknemer in Nederland was volgens het CBS in 2012 ruim 41 jaar. Volgens hoogleraar Beate van der Heijden schatten leidinggevenden de inzetbaarheid van mensen van veertig jaar of ouder al slechter in dan voor hun jongere leeftijdsgenoten (in Boland, 2012). Dat is niet alleen raar wanneer je dat afzet tegen de leeftijd van de gemiddelde werknemer, maar vooral ook raar wanneer je bedenkt dat die veertigers nog lang niet op de helft van hun werkzame leven zijn. Immers: de pensioengerechtigde leeftijd gaat niet alleen de komende jaren snel omhoog, maar zal ook daarna blijven meegroeien met de stijgende levensverwachting. Die veertigers die hebben dus nog zo’n dertig jaar voor de boeg.

Jongere leidinggevenden denken dat veertigers slechter inzetbaar zijn

Van der Heijden geeft aan dat zeker wanneer leidinggevenden jonger zijn dan hun medewerkers, zij de inzetbaarheid van medewerkers van veertig jaar of ouder laag inschatten en dat dat effect sterker wordt naarmate het leeftijdsverschil groter is. Onbekend maakt onbemind blijkbaar, want leidinggevenden beoordelen de inzetbaarheid van veertigplussers beter naarmate ze langer met hen samenwerken. Maar ja dan moet je wel eerst in de gelegenheid zijn om die samenwerking aan te gaan. En dat is nog niet per se eenvoudig voor de werkzoekenden van veertig jaar of ouder, wanneer ook uit onderzoek van Van der Heijden blijkt dat de ideale gemiddelde leeftijd in de ogen van werkgevers onder de veertig ligt.

CBS: 45-plussers vinden minder snel een baan dan jongere werkzoekenden

Een paar adviezen die helpen om als veertigplusser die baan binnen te hengelen - Van Akker Vindt 2013

Dat het lastig is, blijkt ook wel uit cijfers van het CBS (zie Bierings en Loog, 2013). Zij keken naar hoe lang werkloze mensen tussen de 45 en de 65 jaar er over doen om een baan te vinden als werknemer. Ook zij noemen deze groep ondanks dat hij bij 45 begint ‘oudere werklozen’. Meer dan een derde van de werklozen deed er langer dan 2 jaar over om een nieuwe baan te vinden en nog eens ruim een derde kostte het minder dan een half jaar in 2012. Ter vergelijking: bij de groep werkloze werkzoekenden tussen de 25 en de 45 jaar is doet 18 procent meer dan 2 jaar over het vinden van een baan en vindt 64 procent binnen een half jaar een baan. De kans voor 45-plussers om een baan te vinden, verslechtert wanneer zij langer dan een half jaar werkloos zijn. Degenen die wél weer een baan vinden onder de 45-plussers, werken overwegend in flexibele contracten en in tegenstelling tot hun jongere collega’s hebben zij zelden het vooruitzicht op een vaste baan en moeten ze in het algemeen een lager salaris accepteren dan ze voorheen gewend waren.

Tips voor veertigplussers op zoek naar een baan

De uitgangspositie voor werkzoekenden van veertig jaar en ouder is dus wat lastiger dan die voor jongere werkzoekenden, maar niet hopeloos. Hier een paar adviezen die helpen om als werkzoekende ‘op leeftijd’ die baan binnen te hengelen:

  1. Ga netwerken!
    Zoals aangegeven, wordt het beeld bij jonge leidinggevenden van de inzetbaarheid van ouderen positiever naarmate ze je beter kennen. Netwerken, dus gesprekken aangaan en via via een baan zoeken is effectiever dan wachten op die ene vacature.
  2. Begeef je op social media zoals LinkedIn en Twitter
    Social media zijn niet alleen een relatief laagdrempelige manier om te netwerken, maar ook om je te profileren en je expertise te laten zien aan potentiële werkgevers. Je kan bijvoorbeeld gaan deelnemen aan discussies die relevant zijn voor jouw vakgebied op LinkedIn. Niet bekend met social media? Volg een korte training of vraag iemand uit je omgeving je hiermee te helpen.
  3. Solliciteer vanuit je senioriteit, maar kijk breder dan je vorige werk
    Weet wat je te bieden hebt, ga actief in gesprek met mensen en solliciteer op die banen die passen bij jou, je leeftijd en je mogelijkheden. Dat hoeft niet per se een op een een zelfde soort baan te zijn als je had. Zorg hierbij dat je ook kan wijzen op de voordelen van je leeftijd en ervaring.
  4. Zorg voor een nette presentatie van jezelf en je cv
    Als je in gesprek gaat om te netwerken of voor een sollicitatie, zorg dan dat je er representatief uitziet, toon je motivatie en zorg dat je cv er netjes uitziet. Laat in het cv vooral zien wat je de laatste 10 jaar gedaan hebt.
  5. Wees bereid te werken voor een lager salaris
    Accepteer dat je niet meer hetzelfde gaat verdienen als in je oude baan en de kans groot is dat je geen vaste aanstelling meer zult krijgen als je weer een baan wilt vinden. Een uitzendbaan kan een mooie manier zijn om je weer als werkende op de arbeidsmarkt te begeven.
  6. Zorg dat je aantrekkelijk wordt of -beter nog- blíjft voor de arbeidsmarkt
    De kans is groot dat je voortaan werkt als uitzendkracht, op tijdelijke contracten of projecten oppakt als zelfstandige. Om steeds opnieuw in staat te zijn je boterham te blijven verdienen is het belangrijk dat je kennis en vaardigheden up to date blijven en je ook blijft netwerken als je (nog) niet op zoek bent naar een baan of klus. Op die manier kan je makkelijker de overstap maken van baan naar baan, of van klus naar klus. 

Ga netwerken Van Akker Vindt 2013

Gerelateerde berichten