Verplicht vrijwilligerswerk in de bijstand vergroot juist de stap naar betaald werk

Bijstandsgerechtigden identificeren zich met status als vrijwilliger - Van Akker Vindt 2014

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt re-integreren was altijd al een onderwerp dat me interesseerde en de laatste tijd ben ik door mijn werk weer meer bezig met dit onderwerp. In het kader van de participatiesamenleving, empowerment en ‘het nemen van de eigen verantwoordelijkheid’ zoals Rutte, Samsom en de hunnen bepleiten is het momenteel natuurlijk niet zomaar een hot item, maar een sizzling hot item. De verzorgingsstaat loopt in de papieren, de economie staat er al langere tijd niet zo florissant voor en lijkt voorlopig niet substantieel aan te trekken, dus gaat de regering met de bezem door het uitkeringsstelsel. De Participatiewet die eraan zit te komen, is een van de uitkomsten van dit beleid. Deze moet ervoor zorgen dat gemeenten even stoppen met het organiseren van labels voor jonge bijstandsaanvragers met een zogenaamd ‘vlekje’, zoals het eufemistisch in beleidstermen heet en ze vervolgens naar het UWV doorverwijzen, zodat ze niet langer op het gemeentelijke budget drukken.

‘Verplicht vrijwillig’ dus?bijstand verplicht vrijwillig werken Van Akker Vindt 2014

Niet alleen wordt de riante verzorgingsstaat die na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd en opgetuigd stukje bij beetje uitgekleed, ook wordt het niet meer zo vanzelfsprekend gevonden dat men ‘recht’ op een uitkering heeft. Men is immers zelf verantwoordelijk voor eigen succes of falen. Wanneer men dan toch voldoende heeft gefaald om een uitkering aan te vragen dan vinden wij als samenleving -wij worden immers met zijn allen vertegenwoordigd door de mensen op het pluche in Den Haag- dat daar ook best wat tegenover mag staan. Dat dit soms tot perverse uitwassen leidt zoals verdringing door het instellen van een werkgelegenheidscaroussel die ‘Social Return’ heet, is een heel ander blog. Nu wil ik het dus even hebben over verplicht vrijwillig werken. Iedereen met enig taalgevoel ziet dat dit een contradictio in terminis is en dus feitelijk onmogelijk is, maar ‘life is stranger than fiction’ en dus kan het in Nederland gewoon tóch.

Juist een treetje terug op de Participatieladder

De rationale achter dit fenomeen is dat het doen van vrijwilligerswerk de mensen met een bijstandsuitkering helpt om weer een treetje te klimmen op de zogenaamde Participatieladder. De bijstandsgerechtigde wordt zo aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid, went aan een werkritme en doet in het proces ook nog iets nuttigs voor de maatschappij. So far so good. Nou ja, niet dus, want mijn kort door de bocht schets van hoe het werkt, of hoe men wil dat het werkt, blijkt niet helemaal te kloppen. Thomas Kampen promoveert binnenkort bij de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over bijstandsgerechtigden en verplicht vrijwillig werken en komt tot de conclusie dat het averechts werkt. Het verplicht vrijwillig werken vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt juist. Bijstandsgerechtigden die instromen in vrijwilligerswerk met behoud van uitkering stromen zelden door naar een betaalde baan. Hoezo het paard achter de wagen spannen?

Bijstandsgerechtigden identificeren zich met status als vrijwilliger

Het voert te ver voor dit blog om alle details uit de samenvatting van het proefschrift -meer heb ik nog niet- na te vertellen, maar een deel van het probleem is dat wanneer bijstandsontvangers die vrijwilligerswerk doen, klaar om de volgende stap in hun re-integratieproces te zetten, de begeleiding vanuit de Sociale Dienst veelal tekort schiet. Hierdoor blijven mensen hangen in het vrijwilligerswerk en verandert hun perspectief van vrijwilligerswerk als opstapje naar een betaalde baan naar een ‘vluchtheuvel om te ontsnappen aan de arbeidsmarkt’ aldus Kampen. De verplichte vrijwilligers gaan waarde hechten aan hun vrijwilligerswerk, ze ervaren meer zingeving door hun vrijwillige werk, vinden het prettig dat op die werkplek een ontspannen sfeer heerst en gaan zich steeds meer hechten aan hun status als vrijwilliger. Verplicht vrijwillig werken betekent stapje terug op participatieladder. Van Akker Vindt 2014Verder helpt het vrijwilligerswerk de bijstandsgerechtigden om hun ‘geschonden levensverhaal’ (ze hebben immers in hun eigen ogen gefaald op maatschappelijk vlak) te reconstrueren. Het vrijwilligerswerk doorbreekt de inactiviteit die ze tot dan toe gewend waren en minderwaardigheidsgevoelens worden verruild voor een groeiend zelfvertrouwen. Ze gaan hun vrijwilligerswerk zien als iets terugdoen of terugbetalen, als tegenprestatie voor in het verleden geboden hulp, waardoor ze ook in deze zin verder af komen te staan van de betaalde arbeidsmarkt. Kampen eindigt zijn samenvatting met een tip voor de klantmanager: deze moet de belangen van de vrijwillig werkende bijstandsgerechtigde in het oog houden en meer doen dan alleen zo nu en dan te controleren. Zo krijgt de bijstandsgerechtigde de erkenning die hij nodig heeft en het staat er niet expliciet, maar ik veronderstel dat dit hem eerder zou motiveren om weer betaald aan de slag te gaan.

Is die vluchtheuvel op afstand van de arbeidsmarkt echt een probleem?

Wat ik hiervan vind, weet ik nog niet zo precies. Op dit moment loopt de economie niet zo gek lekker en de arbeidsmarkt lijkt voorzichtig aan te trekken, maar voorlopig staan er ook nog heel veel mensen langs de kant. Al dat participeren en empoweren klinkt wel mooi en eigen verantwoordelijkheid nemen is in heel veel contexten iets wat ik van harte toejuich. Maar ik lees ook dat mensen die blijkbaar heel lang niet gewerkt hebben, uiteindelijk met veel plezier werken in een vrijwillige functie en daaraan eigenwaarde ontlenen. De kans is groot dat dit een groep mensen betreft die niet vooraan in de rij staat bij veel ondernemers om aangenomen te worden wanneer er weer vacatures ontstaan. Nog los van het ethisch discours dat mogelijk is over ‘verplicht vrijwilligerswerk’ en wat ‘eigen verantwoordelijkheid nemen’ nou helemaal wil zeggen, zie ik dat mensen die anders waarschijnlijk niet zo snel aan de bak komen zich op hun plek voelen en een bijdrage aan de samenleving leveren door hun vrijwilligerswerk. Dat het komt doordat ze te weinig begeleid worden, is of lijkt een gemiste kans. Of die begeleiding min of meer duurzaam tot een betaalde betrekking zou leiden is nog maar de vraag. Misschien is het helemaal niet zo erg wanneer die bijstandsgerechtigden nu prettig werken op hun vluchtheuvel….

Misschien is het helemaal niet zo erg wanneer die bijstandsgerechtigden nu prettig werken op hun vluchtheuvel.... Van Akker Vindt 2014

Advertenties

Mandela

Nelson Mandela 1918-2013 - Van Akker Vindt 2013

Ik ben niet van het openbare rouwbeklag, maar wil toch een paar woorden wijden aan Nelson Mandela. Toen ik gisteravond hoorde dat Mandela op 95-jarige leeftijd overleden was, was ik daar wel even stil van. Ik ben opgegroeid met Mandela, de discussies over apartheid, het boycotten van Zuid-Afrika en het lied ‘Free Nelson Mandela‘ van Special AKA.

In de eerste klassen van de middelbare school raakte ik steeds meer geïnteresseerd in het wezenlijke onrecht dat racisme is. Ik deed er een spreekbeurt over, luisterde naar Public Enemy’s ‘It Takes a Nation’ en las ik boeken van Adriaan van Dis over de situatie in Zuid Afrika en later stapels boeken van Alice Walker. Toen ik in de bovenbouw zat en een middag vroeg thuis kwam uit school zag ik in een speciale televisie-uitzending Nelson en Winnie hand in hand de vrijheid tegemoet treden. Ontroerd keek ik toe.

Mandela werd president en een held voor meerdere generaties. Ondanks dat is er in Zuid Afrika nog steeds heel veel te winnen. Ik hoop dat zijn dood niet een stap terug betekent, maar mensen zal aanzetten om in zijn geest verder te timmeren aan een democratische staat waar iedereen mag zijn wie hij of zij is en de kans krijgt zich te ontplooien. Ik geloof niet in hemels en hiernamaalsen, maar als ze bestaan, verdient Mandela wat mij betreft een ereplaatsje. Ik hoop dat Mandela en waar hij voor stond niet vergeten worden.

Daarom op deze plek mijn kleine eerbetoon voor een bewonderenswaardige man.

Nelson Mandela-Van Akker Vindt 2013

Nelson Mandela (1918-2013)

 

PRISM: Das Leben der Anderen Revisited

PRISM: Barack Obama in Das Leben der Anderen Revisited Van Akker Vindt 2013

Eerder deze week werd werd gelekt dat de Amerikaanse overheid in de vorm van de National Security Agency (NSA) op grote schaal de privacy schendt van zowel de eigen Amerikaanse burgers als de rest van de wereld. De Amerikaanse burger via telefoontaps en de rest van de wereld wordt in de gaten gehouden door directe toegang tot de servers van online giganten als Google, Yahoo, Facebook en Skype. Ook de Nederlandse inlichtingendienst doet niet lullig en tapt net als hun Amerikaanse collega’s veel telefoons af: een paar jaar geleden werd alom geroepen dat Nederland ‘kampioen telefoons aftappen’ was. Of de Nederlandse overheid dit dubieuze kampioenschap daadwerkelijk op haar naam mag schrijven weet ik niet zeker, maar dat er op grote schaal getapt wordt wel: zo werden in 2009 bijna 25 duizend telefoonnummers afgeluisterd. Oost-Europese toestanden, maar dan in het zogenaamde vrije westen anno nu. Er zit weliswaar geen mannetje met een koptelefoon onder in de kelder van je gebouw mee te luisteren, maar dat maakt het misschien nog wel enger voor de wereldburger. Immers: onze Amerikaanse vrinden hebben easy access tot een enorme hoeveelheid data die op de servers van al die giganten te vinden zijn, waar de voormalige KGB alleen maar van had kunnen dromen. Pretty creepy, I’d say.

Privacyschending als preventie

Natuurlijk was Barack Obama, net als Balkenende in 2010, de eerste om te zeggen dat het allemaal wel meevalt en bovendien voor ons eigen bestwil is, want veiligheid en terrorismebestrijding. Een argument dat vaak wordt gebruikt door schenders van onze privacy en zeker te vaak voor zoete koek wordt geslikt door burgers onder het mom van ‘Als je niks te verbergen hebt, hindert het toch niets?’ Zalig zijn de armen van geest, zou ik zeggen, maar de werkelijkheid is misschien toch wat weerbarstiger. Los van het feit dat het gaat om een fundamentele schending van je recht op privacy en het elke wereldburger bijna op voorhand tot verdachte maakt, is er ook wel wat af te dingen op het argument dat Big Brother, ongeacht of deze broer Nederlands Amerikaans is, over onze schouders meekijkt voor onze eigen veiligheid.

De overheid die ons behoedt voor alle kwaad

Steeds vaker wordt naar de overheid gekeken om ons voor alles wat in ons leven mis kan gaan te behoeden. In Nederland kijken wij niet alleen naar de overheid om ons te behoeden voor criminelen, maar ook voor terroristen, overstromingen,
(Q-)koortsepidemieën en omvallende banken. De verwachtingen die we in het rijke westen aan als burger van onze overheden hebben zijn hoog. Die moeten alle risico’s het liefst tot nul terugbrengen. We hebben immers collectief nogal wat te verliezen. De overheid moet ons beschermen tegen alle mogelijke kwaad en de overheid wil ook aan al onze (onrealistische?) verwachtingen voldoen. Veiligheidsbeleid is de last van veel geluk, het is de last van een groot vertrouwen en hoge verwachtingen van een overheid die op zijn beurt de burgers te veel wil pamperen’, is hoe hoogleraar veiligheid en conflict Beatrice de Graaf, het verwoordt en zo is het maar net.

Vrijheid inruilen voor vals gevoel van veiligheid?

Onze overheid, maar ook de Amerikaanse die haar burgers wil beschermen tegen al het kwaad dat zich aan kan dienen heeft bovendien twee andere problemen. Ten eerste gaat het om het gevoel van veiligheid bij de burger, dat niet altijd strookt met de feitelijke veiligheid en het tweede probleem is dat er geen absolute veiligheid bestaat. Maar om te beginnen is het leven is voor ons in het westen dus eigenlijk nog nooit zo veilig geweest. De Tweede Wereldoorlog ligt inmiddels alweer bijna 70 jaar achter ons en ook op straat in de grote boze buitenwereld is het eigenlijk enorm veilig. Dat zal in grote delen van de Verenigde Staten (VS) in grote lijnen hetzelfde zijn. Tóch vindt de Amerikaanse overheid het blijkbaar van belang dat wij in de gaten worden gehouden, Europeanen kunnen niet naar de VS vliegen zonder dat hun gegevens worden gedeeld en blijkbaar kunnen we ook onze vrienden niet mailen of Skypen zonder dat Obama en zijn vriendjes meekijken. En levert dat ons inderdaad die garantie op veiligheid op? Dat is maar zeer de vraag. Er bestaat immers geen absolute garantie op veiligheid. Dat kunnen we niet verwachten als burger en zouden we volgens mij ook niet moeten willen. De consequenties zijn immers niet mals. Velen van ons hebben de prachtige film ‘Das Leben der Anderen’ gezien en hoe benauwend het is, wanneer je zelfs in je eigen huis niet vrij bent. Willen we echt onze vrijheid inruilen voor een vals gevoel van absolute veiligheid? Is ons dat zoveel waard? Ik weet wel wat mijn antwoord op deze vragen is. Weet u uw antwoord ook al?


De Amerikaanse overheid vindt het blijkbaar van belang dat wij in de gaten worden gehouden Van Akker Vindt 2013

De republiek die je hoopte dat zou komen

De republiek die je hoopte dat zou komen Van Akker Vindt Kunstwerk van Rene Jacobs De koning der Nederlanden mixed media

Morgen om deze tijd hebben wij een koning, kroonprins Willem Alexander, formerly known as ‘Prins Pils’, wordt dan formeel ons staatshoofd. Moeten we daar blij mee zijn? Het lijkt erop dat veel Nederlanders en andere medelanders dat in ieder geval wél vinden. De media buitelen sinds de aankondiging eind januari over elkaar heen om te vertellen hoe goed Beatrix zich wel niet van haar taak heeft gekwijt. Sinds het interview met Willem Alexander en Máxima is ‘het volk’ helemaal om en lijkt men reikhalzend uit te kijken naar het aantreden van dit nieuwe vorstenkoppel in ons kikkerland. Wonderlijk hoe wij, in het algemeen tóch een kritisch volkje, deze hele PR-machine van de RVD vrolijk laten voortdenderen. Het land mag dan in crisis zijn, de monarchie is dat duidelijk niet.

Is de monarchie wel van deze tijd?

Voor de goede orde: mijn doel is niet een rondje Beabashen, of het op de hak nemen van haar zoon en diens vrouw. Dat is te makkelijk, door het rare systeem van ministeriële verantwoordelijkheid dat we hebben, kunnen zij zichzelf immers niet verdedigen. Tenminste: niet zolang ze de constitutionele monarchie wensen te handhaven en gezien het arsenaal aan voordelen dat deze constructie biedt, kiest de koninklijke familie voorlopig eieren voor haar geld. Maar over geld wil ik het even niet hebben. Ik wil het hebben over de principiële vraag of de monarchie nog wel te verenigen is met een moderne democratie anno 2013. Blijkbaar wel, gezien het feit dat er nauwelijks fundamentele kritiek te lezen of te beluisteren valt.

‘Weg met de monarchie het is 2013’

De enige uitzondering hierop is het Koningslied, voor en door het volk, dat we morgen allemaal vol overgave mogen meezingen. Overbodig te melden dat men lang kan wachten tot ik mijn stem in dat lied zal laten horen. Verheffen doe ik mijn stem wel, omdat ik het niet kan laten en omdat de monarchie wat mij betreft niet meer van deze tijd is. Eén dame die dat ook vond, stond eind januari bij het Beatrixtheater in Utrecht met een bord met daarop ‘Weg met de monarchie het is 2013′, werd verwijderd door een overijverige politieman. Voor haar eigen veiligheid heette dat en dat terwijl ze haar democratische recht aan het uitoefenen was, later werd dit incident afgedaan als een ‘inschattingsfout’. Tuurlijk: waar gehakt wordt, vallen spaanders. Maar een demonstrant verwijderen, omdat haar mening niet goed valt bij omstanders is wat mij betreft een ernstige aantasting van het fundamentele recht van vrijheid tot meningsuiting.

Bijna oorverdovende stilte vanuit de politiek

Ook in de politiek is het behoorlijk stil gebleven, bij mijn weten zullen 16 leden van de Eerste en de Tweede Kamer morgen geen eed afleggen om trouw te zweren aan de nieuwe koning. Volkomen terecht wat mij betreft, trouw zweren aan de koning is immers net zo’n feodale aangelegenheid als het instituut van de monarchie zelf. Hoe het zit met al die andere leden van het parlement en de senaat, is mij niet duidelijk. D66, de partij die staatsrechtelijke vernieuwing nota bene tot haar ‘kroonjuwelen’ rekent, zwijgt in alle talen. En dan heb ik het nog niet over de ironie van het woord ‘kroonjuwelen’ zélf in dit verband. Zijn de dames en heren politici allemaal zó blij dat ze erbij mogen zijn, dat alle kritiek even vergeten wordt? Het Republikeins Genootschap doet de kwestie af door iedereen die de monarchie liever vervangen ziet worden door een republiek te vragen zich morgen in witte kleding te hullen. Ook dat is nauwelijks een serieus protest te noemen.

Nederlandse volk krijgt het staatsbestel dat het verdient

Misschien hebben ze gelijk hoor, die politici en het Republikeins Genootschap. Misschien is de tijd voor het hervormen van ons nogal feodale staatsbestel nog veel te vroeg. Volgens een recente enquête van TNS/NIPO geeft 85 procent van de bevolking de voorkeur aan de monarchie boven de republiek, dus met hun draagvlak onder de Nederlandse bevolking lijkt het voorlopig nog wel goed te zitten. Daar zit ik dan, of zal ik zitten, op de dag die ik wist dat zou komen, met lede ogen aanziend hoe anno 2013 het volgende hoofdstuk van de monarchie wordt ingeluid. Het Nederlandse volk krijgt niet alleen het Koningslied dat het verdient, maar ook het staatsbestel. We leven in een democratie en dat betekent dat ik vrees dat ik die keuze zal moeten accepteren. In de tussentijd wacht ik (on-)geduldig op de republiek die ik hoop dat zal komen.

Gerelateerde berichten

 

Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?

Samsom en Rutte kijken voor sociaal akkoord naar werkgevers en werknemers vanakkervindt.wordpress.com  2013Omdat Rutte en Samsom niet zondermeer kunnen rekenen op de Senaat om hun plannen voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid te steunen, dromen ze over Wassenaar, waar in de jaren tachtig het gelijknamige beroemde akkoord werd gesloten. Toen was er crisis en hoge werkloosheid, nu ook en dus kijken beide heren met de moed der wanhoop voor een oplossing naar werkgevers en werknemers, of specifieker: hun vertegenwoordigers. Maar kunnen we van de vakbonden eigenlijk wel een realistische en constructieve oplossing verwachten? Vakbonden lijken, net als hun politieke kameraden van de SP, meer van het behouden van verworven rechten te zijn, dan van het onderkennen van problemen en de noodzaak van het duurzaam oplossen ervan. De vakbond vergrijst, dus het zal wellicht de tijd van hun achterban wel duren, maar als samenleving en politiek worden we daar voorlopig niet veel wijzer van.

Eén op de vijf werkenden is vakbondslid

Om de werknemers van Nederland goed te kunnen vertegenwoordigen zouden de verschillende bonden een mandaat moeten hebben, dat voortvloeit uit een lidmaatschap van een groot deel van de Nederlandse werknemers. De organisatiegraad wordt door het CBS kortgezegd gedefinieerd als het percentage werkende werknemers dat lid is van een vakbond. En dat percentage is laag: was aan het begin van het millenium nog een kwart van de werknemers lid, eind 2011 was dit gedaald tot een op de vijf. De terugloop van de organisatiegraad komt doordat er minder werkende vakbondsleden zijn, terwijl de beroepsbevolking is toegenomen. Kortom: de vakbonden hebben géén direct mandaat van vier op de vijf werkende werknemers in Nederland. Neem een slokje thee of koffie en laat dit getal even rustig doordringen.

De werknemers van Nederland worden dus in de polder en aan de cao-tafels vertegenwoordigd door een club die een mandaat heeft van maar 20 procent van de mensen waar het om gaat. Als je dat doortrekt naar die Tweede Kamerverkiezingen die ik net noemde, zou dat betekenen dat we als volkje anno nu, na de verkiezingen van 2012 door alléén de PvdA of alléén de VVD vertegenwoordigd zouden worden. Elk van deze partijen heeft namelijk ook ongeveer 20 procent van de stemmen gehaald. Dat zouden we niet democratisch vinden, maar in diezelfde democratie laten we wél vertegenwoordigers van diezelfde 20 procent aanschuiven aan de onderhandelingstafels in de polder om zo’n beetje alle werkende werknemers te vertegenwoordigen.

Achterban bestaat overwegend uit goed beschermde oudere mannelijke werknemers

Naast het probleem van het beperkte mandaat als aandeel van alle werknemers, is er nog het probleem van wie de achterban van de vakbond vormt. Kort door de bocht kan je stellen dat vakbondsleden overwegend mannen zijn van tussen de 45 en 65 jaar oud die een vaste fulltime baan hebben. In 2012 was volgens het CBS maar een op de drie vakbondsleden jonger dan 45 jaar en mij verbaast dat niet. Wanneer de vakbond vooral een achterban vertegenwoordigt, zoals hierboven geschetst, leidt dat ertoe dat de bonden vooral strijden voor het behoud van verworven rechten van goed beschermde oudere mannelijke werknemers. De mensen die zonder werk zitten, op flexcontracten werken, jongeren en arbeidsgehandicapten voelen zich niet vertegenwoordigd en worden niet vertegenwoordigd. De standaardleus binnen de vakbond is ‘dat men dan maar lid moet worden’, maar zo werkt het niet in de echte wereld en deze houding maakt dat de vakbond verder vergrijst en langzaam uit zal sterven zolang daar niets in verandert. Veel cao’s worden algemeen bindend verklaard, maar zijn door bonden met een beperkt mandaat afgesloten. Diezelfde bonden spreken regelmatig van de zogenaamde ‘free riders’, die geen lid zijn, maar wel hun voordeel doen met het onderhandelingsresultaat. Maar met de verkokerde vakbondsvisie en de voordelen komen ook nadelen, de vakbond vertegenwoordigt immers vooral oudere mannen met een vaste baan en niet het algemeen belang. (Daar schijnen we immers de politiek voor te hebben?!)

 

Vakbond houdt teveel vast aan verworven rechten

Als het aan de bonden lag, was de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar en blijft de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de huidige ww van maximaal 38 maanden) zoals die nu is. Daarmee gaan de vakbonden wel consequent voorbij aan het feit dat een dergelijke houding geen rekening houdt met het verschuiven van de economische macht op het wereldtoneel (denk aan de opkomst van de BRIC-landen), de huidige economische situatie en de demografische ontwikkelingen in ons land en elders in Europa. Hoewel veel mensen best die verworven rechten zouden willen behouden, zien de meesten daarvan wel in dat dat onder invloed van dergelijke trends op de lange duur niet houdbaar is. Er zijn duurzame en constructieve oplossingen nodig die het hoofd kunnen bieden aan dergelijke ontwikkelingen. Wanneer de vakbond de hakken in het zand zet en zich vastbijt om verworven rechten zoals een onbetaalbaar geworden sociaal vangnet te behouden, leidt dit tot stilstand en niet tot de hervormingen die zo hard nodig zijn. De vakbeweging beroept zich van oudsher op solidariteit, maar diezelfde solidariteit wordt de laatste jaren wel nogal eenzijdig ingevuld. Waar flexwerkers steeds minder rechten en zekerheid hebben en veel mensen, zoals jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten, überhaupt niet aan het werk komen, is het eenzijdig opkomen voor het behoud van de rechten van werkenden die tóch al goed beschermd zijn niet alleen weinig solidair te noemen, maar getuigt dit vooral ook van weinig visie vanuit de bonden.

Laat de vakbeweging ook eens ‘over de eigen schaduw’ springen

Sociaal akkoord - vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem

Bij de vakbeweging in Nederland werken bestuurders, onderzoekers en beleidsmedewerkers die zelf ook veel kennis hebben van de arbeidsmarkt en die, dat kan niet anders, ook moeten zien dat de huidige houding van de vakbeweging niet de weg voorwaarts is. De werknemers van Nederland schieten er niets mee op en de vakbeweging zelf zal zozeer haar relevantie verliezen in het huidige tijdsgewricht dat zij eraan ten onder zal gaan. Volgens mij zou het verstandig zijn als ook de vakbeweging, net als die fijne mensen van het lenteakkoord, ook eens ‘over hun eigen schaduw’ heen zouden durven springen. Zij zouden eens het lef moeten hebben om de achterban eens tegen te spreken en hen om échte solidariteit te vragen, namelijk solidariteit met hen die doorlopend werken op magere flexibele contracten, arbeidsgehandicapten en werklozen, zodat zij in de toekomst ook op een prettige manier kunnen gaan en blijven werken. Ik ben ervan overtuigd dat de bestuurders en medewerkers bij de verschillende bonden dit diep in hun hart ook wel weten en willen, maar dat ze geremd worden door de eigen conservatieve achterban. Ook bij de vakbond geldt: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. 

Zolang dat niet verandert, hoeft men niet te polderen voor een vers rondje Wassenaar met bijbehorend sociaal akkoord en hoeft men geen werkelijke duurzame en constructieve oplossingen te verwachten vanuit die polder. Wanneer de vakbond ook in de toekomst blijft vasthouden aan een voorbij verleden, is het misschien een geruststelling dat zij samen met de eigen vergrijzende achterban gestaag zal uitsterven en zelf, door eigen toedoen, ook een deel van dat verleden zal worden. 

Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming

Het UWV, de club die onder andere de werkloosheidsuitkeringen regelt, bericht vandaag dat november is uitgeroepen tot de ‘Actiemaand 55-plus’. Doel is ‘het leveren van een bijdrage om de kansen van oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt te verbeteren’. Een mooi doel en zeker nodig, want een oudere werknemer komt nauwelijks nog aan de bak wanneer deze eenmaal werkloos is geworden. Ruim 40 procent van de langdurig werklozen met een WW-uitkering is 55 jaar of ouder. Het afgelopen jaar is het aantal 55-plussers met een WW-uitkering gestegen van 13 duizend tot zo’n 80 duizend. Het behoeft verder geen betoog dat dit in schril contrast staat tot de politiek, die aanstuurt op langer doorwerken en een hogere pensioenleeftijd.

Begrijp me niet verkeerd. De AOW is ooit ingesteld met het idee dat de AOW-leeftijd mee zou schuiven met de levensverwachting en met de enorme babyboomuitlopers in de bevolkingspiramide en het omslagstelstel om de AOW te financieren, moet er wel degelijk iets veranderen. Dat kan het ophogen van de pensioenleeftijd zijn, maar ook het op termijn afstappen van het omslagstelsel en een nieuwe vorm zoeken om de AOW te financieren. Dat zal overigens geen eenvoudige zaak worden met het oog op verworven rechten, overgangsrecht en allemaal meer van die zaken waar ik als eenvoudige bestuurskundige niet de details van ken.

Maar terug naar de aanleiding: oudere werklozen komen nauwelijks aan de bak in een tijd dat iedereen juist wordt aangemoedigd om langer door te werken om de toenemende vergrijzing het hoofd te kunnen bieden. Dat is ook niet zo gek: een snelle blik bij de gegevens van het CBS leert dat een 55-jarige vandaag de dag nog gemiddeld zo’n 30 jaar te leven heeft. Wanneer de pensioenleeftijd op 65 zou blijven, zouden deze mensen dus nog allemaal een jaar of 20 AOW moeten krijgen en dat is nauwelijks op te brengen voor de huidige generatie werkenden.

Maar waarom komen die oudere werknemers niet aan de bak? Hiervoor zijn tal van redenen te noemen, ze zouden minder productief zijn, moeilijker nieuwe dingen leren en meer ziek zijn. Ook andere beeldvorming helpt niet. Ik als kind van de jaren ’70 heb nog verschillende mensen vervroegd zien uittreden en had en heb collega’s die zogenaamde ‘ouwelullendagen’ krijgen, dus extra leeftijdsgebonden verlof. Het vervroegd uittreden is in de jaren ’80 begonnen. De werkloosheid was hoog en jongeren die van school kwamen, konden geen werk vinden. De ouderen zouden ruimte maken voor de jongeren en het vervroegd uittreden werd min of meer een verworven recht. Net als die ouwelullendagen die toch vooral de indruk geven dat oudere medewerkers vooral moeten worden ontzien, ongeacht hun functie, hun belastbaarheid enzovoort. De oudere werknemer was dus iemand die ontzien moest worden of die op de leeftijd van 55 toch vooral bezig was met wanneer hij ‘eruit mocht’.

De tijden zijn weliswaar veranderd, maar de beeldvorming verandert helaas minder snel en dus komen ouderen lastig aan het werk. De argumenten zijn dat ouderen minder productief zijn, minder leervermogen hebben en meer verzuimen. Het is zinvol om deze argumenten daarom eens één voor één te bespreken.


Productiviteit

De mogelijke negatieve effecten van het ouder worden op de productiviteit moeten niet onderschat, maar zeker ook niet overdreven worden. Van Ours (2009) heeft dit onderzocht en zegt hierover dat er geen reden is tot zorg over de discrepantie tussen het salaris van de oudere werknemer en zijn productiviteit: de ‘fysieke productiviteit’ van werknemers neemt iets af na het veertigste levensjaar en er is geen afname van ‘mentale productiviteit’ met het ouder worden. Dus met dat veronderstelde productiviteitsverlies blijkt het in de praktijk behoorlijk mee te vallen.

Cognitieve vaardigheden en leervermogen

Wat betreft de cognitieve vaardigheden van ouderen is het wel zo dat de cognitieve capaciteiten van mensen afnemen met de leeftijd. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan zaken zoals abstract redeneervermogen, aandacht en de snelheid waarmee informatie verwerkt kan worden. Hierbij is het wel goed om aan te tekenen dat de piek van deze vermogens al wordt bereikt wanneer iemand 20 is, dus ook de twintigers, dertigers en veertigers worden langzaamaan minder scherp en dat dergelijke cognitieve vaardigheden wel beter behouden blijven door in de running te blijven. Tegelijkertijd zijn er ook juist vaardigheden waarin oudere werknemers het uitstekend blijven doen en soms zelfs beter dan de jongere collega’s, zoals beroepsspecifieke vaardigheden, algemene kennis, verbale vermogens en communicatieve vaardigheden. (cf. Gelderblom, 2011). Ook met het leervermogen van oudere medewerkers valt het wel mee, maar er moet wel rekening worden gehouden met het feit dat oudere medewerkers vaak de voorkeur geven aan andere leerstijlen dan de formele trainingen en opleidingen die in veel organisaties gebruikelijk zijn. Oudere werknemers hebben een voorkeur voor informele leerstijlen en ‘learning on the job’ en het geleerde beklijft beter omdat het direct in de werksituatie wordt toegepast (cf. Pichio, et al, 2011). Dit levert dus, vergeleken met formele training, een beter leerrendement op. Het is dus belangrijk om te kijken naar de wijze waarop mensen leren.

Verzuim en herstel

Om maar direct duidelijk te zijn: oudere werknemers melden zich minder vaak ziek dan werknemers uit jongere leeftijdsgroepen, maar wanneer ze eenmaal ziek zijn, blijven ze gemiddeld wat langer ziek en hebben ze iets meer tijd nodig om te herstellen. De hogere gemiddelde verzuimduur is met name het gevolg van een beperkte groep die sterk achteruit gaat en daarmee de gemiddelde cijfers drukt waarin inderdaad een marginaal hoger verzuimcijfer van oudere medewerkers te zien is. Uit onderzoek (cf. Nauta, et al, 2004) blijkt dat de meerderheid van de oudere werknemers hun werk tot op late leeftijd goed en gezond kan blijven uitoefenen.

Uit bovenstaande blijkt dus dat wanneer de feiten naast de beeldvorming worden gezet er weliswaar kleine verschillen zijn tussen jongere en oudere werknemers, maar dat deze verschillen in het algemeen verwaarloosbaar zijn. Eigenlijk doen ‘de oudjes’ het nog verdomd goed. Oudere werknemers leren in het algemeen bij voorkeur dingen ‘on the job’ en er zou rekening gehouden moeten worden met dergelijke voorkeuren. Dat laatste geldt overigens niet alleen voor oudere werknemers: inzetbaarheid zou maatwerk moeten zijn voor werknemers van alle leeftijden en niet alleen voor ouderen. Ouderen hebben kennis en vaardigheden die ook in deze arbeidsmarkt nuttig zijn en moeten net als werkloze werknemers van alle leeftijden een serieuze kans op een nieuwe baan krijgen.

Nu maar hopen dat naast het UWV ook politiek en polder hierin hun verantwoordelijkheden nemen. Met een ‘verloren generatie’ van senioren doen we immers niet alleen onszelf als samenleving tekort, maar ook al die individuele oudere werkloze werknemers.

 

Gerelateerde berichten

 

Uitgeperst

De Partij had het goed gedaan in de verkiezingen, maar dit had tot verdriet van de voorvrouw niet geleid tot regeringsdeelname. Zij vertrok en dan mocht jij haar opvolgen. Niet makkelijk, want je voorgangster was populair en had een splinterpartij uitgebouwd tot een serieuze partij die ‘verantwoordelijkheid’ wilde nemen. Zij sprak haar vertrouwen in je uit als haar opvolgster en jij sprong in het grote gat dat zij had achtergelaten. Je zag het wel zitten, het bestieren van een partij met potentie. Je had zin in de toekomst en ging aan de slag. Dit was jouw kans om te schijnen op dit toneel. All the world’s a stage en jij was de veelbelovende actrice.

Al snel was er gedoe, iets met belangenverstrengeling van een collega met een rare naam, een politiemissie in Kunduz en niet te vergeten: iets met een stekkerdoos. Het leek zo’n goed idee tijdens de vergadering. In je werkkamer lag nog wel ergens zo’n stekkerdoos. Kwestie van een paar stekkers lostrekken en hop, naar de plenaire zaal om de collega’s te laten zien hoe je ergens een stekker uittrok. Een pijnlijke misser die je nog de rest van je politieke leven nagedragen zou worden. Die fout zou je niet meer maken. Niks aan te doen, je haalde je schouders op en ging over tot de orde van de dag en probeerde er verder niet teveel aandacht meer aan te besteden.

Het Catshuisakkoord klapte, waar Geert eerst nog ogenschijnlijk gezellig een sigaretje had gerookt, gezellig beppend met Maxime en Mark, had hij er uiteindelijk voor gekozen om op te stappen. Hoewel je net als je collega’s reacties gaf waarin je aangaf dat het ‘onverantwoordelijk was in deze tijd’, verkneukelde je je wel stiekem dat deze rechtse regering was gevallen. Diederik, de nieuwe voorman van zijn partij zag zijn kans schoon en riep dat er nieuwe verkiezingen moesten komen. Maar Europa kon niet wachten en jij zag kans om te laten zien dat jij en je partij klaar waren om verantwoordelijkheid te nemen. Jan-Kees liep de benen onder zijn gedrongen lijfje vandaan om uit het zicht van de media tóch tot een begroting te komen. Jij mocht ook meedoen, met de grote jongens en en even later was er het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*). Trots als een pauw schoof je aan in de verschillende talkshows die ons kikkerland rijk is. Samen met je kompaan Alexander met zijn grote hondenogen kwam je met quotes in de trant van ‘laten zien dat het wél kan’, ‘verantwoordelijkheid nemen’ en vooral ‘over je eigen schaduw heenspringen’. Het waren jouw fifteen minutes en je kon het niet nalaten Diederik in te wrijven dat hij deze gelegenheid aan zijn neus voorbij had laten gaan. Je had weliswaar zonder al te veel visie het arbeidsrecht verkwanseld, maar je had het goed gedaan in de onderhandelingen. Je kreeg een subsidie op zonnepanelen! De ultieme gelegenheid om je het Unique Selling Point van je supposedly linkse, maar vooral groene partij op de kaart te zetten. Je had vuile handen gemaakt en voor wat? De kritiek van binnen en buiten de partij was niet van de lucht: die subsidie was helemaal niet nodig.

In de aanloop naar de verkiezingen was er opnieuw gedoe. Tofik zag het lijsttrekkerschap ook wel zitten en trok publiekelijk het democratische gehalte van je partij in twijfel, Ineke vertrok en trapte na in de landelijke media. Je had het allemaal wederom overleefd en kon niet wachten tot die verkiezingen er eindelijk zouden zijn. Volgens de vrijwel dagelijkse peilingen wees alles erop dat je zetels zou verliezen, maar het liefst wilde je je weer richten op je werk in de Kamer.

De verkiezingsavond bracht je door in het partijbureau in Utrecht. Je partij zakte nog verder door het ijs dan verwacht. Je had gerekend op vier zetels, maar gaandeweg de avond leken het er drie te worden. Je kon het niet langer aanzien en ik zag je met de tas boven je hoofd de gracht oplopen, de stromende regen in. Symbolisch. Van de regen in de drup. Het deed ook denken aan Bonifatius, die zichzelf tegen de ongelovigen probeerde te beschermen met de bijbel, maar zijn zendingsdrang uiteindelijk met zijn leven moest bekopen. Zou jou dat lot ook beschoren zijn? Je probeerde er niet teveel aan te denken. Uiteindelijk kreeg je dankzij de lijstverbinding met je linkse collega-partijen toch nog je vierde zetel. Meevaller. Toch 33,33 procent meer dan je dacht toen je jezelf in de stromende regen naar huis begaf op die desastreuze verkiezingsavond.

Hoewel tijdens Prinsjesdag formeel nog werd uitgegaan van de gemaakte afspraken in het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*), was het duidelijk dat Mark en Diederik, de grote winnaars van de verkiezingen het voor het zeggen zouden hebben. Al snel werd duidelijk dat grote delen van het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*) op de helling gingen en dat er een streep ging door de duurzaamheidsmaatregelen. Je haastte je om te zeggen dat die stomme Diederik als oud-milieuactivist niet zo groen was als je had gehoopt. De punten die je in het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*) had binnengesleept, verdampten voor je ogen. Je had vuile handen gemaakt, maar stond nu definitief met lege handen. Je partij was opnieuw verworden tot een splinterpartij zonder echte invloed.

En jij? Jij had zin in de toekomst. Maar de toekomst niet in jou.

* doorhalen wat niet van toepassing is