Werk aan jezelf, je werkplezier en je eigen inzetbaarheid

Zelfsturing 2.0Voor het boek Zelfsturing 2.0 onder redactie van Erwin Witteveen en Martijn Aslander schreef ik een Ted Talk-achtige speech over Zelfsturing. Mijn speech is bedoeld voor mensen die het niet meer zo naar hun zin hebben in hun werk en denken dat niet te kunnen veranderen. Volgens mij kunnen ze daar meer zelf aan veranderen dan ze misschien denken. In mijn speech moedig ik deze groep aan om toch vooral zelf het heft in handen te nemen en aan zichzelf, hun werkplezier en hun inzetbaarheid te werken. Hieronder volgt de tekst van mijn speech.

“Neem zelf het heft in handen”

Zo’n tien jaar geleden werkte ik bij een grote non-profit organisatie. Tegenover mij zat een collega die toen slechts een paar jaar ouder was dan ik nu ben, ergens voor in de veertig. Hij werkte al jaren als klantencontactmedewerker en verzuchtte bij het horen dat VUT- en prepensioenregelingen definitief op de schop zouden gaan dat hij nu nóg langer door moest werken.

Ik was toen al erg verbaasd, en nu nog altijd, want ook met een VUT-regeling had hij nog flink wat jaren voor de boeg. Als hij zijn werk nú al niet meer leuk vond, waarom deed hij er dan niets aan? Ik heb hem die vraag destijds ook daadwerkelijk gesteld. Hij kwam met een reeks aan praktische bezwaren, waarom hij niet van baan zou kunnen veranderen. Natuurlijk heb ik daar begrip voor en snap ik dat tussen droom en daad áltijd weer die rottige praktische bezwaren opduiken.

Tóch zou ik willen dat meer mensen méér durven dromen en ondanks de praktische bezwaren ook méér durven doen. Niet omdat ík het zeg, of omdat het moet, maar omdat niet ik of anderen, maar zijzélf het beste met zichzelf voor zouden moeten hebben. De meeste mensen spenderen vele uren van hun leven aan werken en het reizen van en naar hun werk. Volgens mij kan dat werk dan maar beter een beetje leuk zijn en bij je passen. 

En ík vind dat niet alleen. Ook de wetenschap benoemt het belang van intrinsieke motivatie en een baan die bij je past. Het is belangrijk om met plezier te werken, omdat intrinsieke motivatie en plezier in het werk een belangrijke energiebron vormen om duurzaam inzetbaar te blijven. Het is domweg beter voor je gezondheid en je wordt er blijer van. Blijven zitten in de gouden kooi van de vaste baan omdat anders je zekerheden of opgebouwde rechten opgeeft, omdat je nu in de hoogste schaal zit en misschien niet meer hetzelfde kan terugverdienen, is uiteindelijk gewoon niet zo goed voor jou en je gezondheid. Dat gun je anderen niet, maar ook jezelf niet. Toch?

Natuurlijk is het lastig om nieuwe stappen te zetten. Zeker wanneer je dat niet zo gewend bent is dat gewoon hartstikke eng. Ik snap dat wel. Toch wil ik alle mensen die nu in zo’n baan zitten, waar ze eigenlijk een beetje op uitgekeken zijn en waar geen groei meer in zit, aanmoedigen om eens niet te kijken naar de praktische bezwaren, maar juist naar de mógelijkheden. Die zijn er namelijk. Altíjd. Misschien zie je ze niet altijd, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Het vergt alleen ‘even’ het omzetten van die verfoeide ‘het-kan-niet-knop’.

Zet die knop om, neem zelf het heft in handen. Werk aan jezelf, je werkplezier en je eigen inzetbaarheid. Ga eens praten met je leidinggevende of je een opleiding kunt doen, kunt aanschuiven bij een nieuw project of een ander accent kan leggen in je werk. En als dat niet kan, ga dan na een goed gesprek met het thuisfront, zélf eens kijken of je een opleiding kan doen. Misschien wil je al heel lang voor jezelf beginnen, bijvoorbeeld een internetwinkeltje opzetten, maar is het een te grote stap om je baan op te zeggen? Ga een dag of een dagdeel minder werken en gebruik die extra tijd om je winkeltje uit de grond te stampen. Of wil je helemaal iets anders en weet je niet wat? Zoek een coach, doe vrijwilligerswerk of loop eens stage om te kijken of de richting waaraan je denkt bij je past. Er zijn écht mogelijkheden te over. Waar een wil is, is immers een weg. Je moet het alleen dúrven. En doen. Die weg zoeken. Of die weg voor jezelf creëren. 

Als jíj het niet doet, doet niemand anders het. Niet anderen, maar jíj bent de baas over jouw leven, jouw baan en jouw plezier. Dus is het ook aan jou om daar zélf richting aan te geven. Het kan écht, maar je moet het durven. En doen. Zélf doen. Vooral zélf doen. Succes!

Niet anderen, maar jíj bent de baas over jouw leven, jouw baan en jouw plezier. Van Akker Vindt 2013

Deze speech verscheen in het boek Zelfsturing 2.0 en de bijbehorende website en was slechts één van de 60 speeches die in dit boek is opgenomen. Mocht je nieuwsgierig zijn naar de andere bijdragen, of het boek willen bestellen verwijs ik je graag naar de bijbehorende website ‘Zelfsturing’. Het boek wordt op 2 juli aanstaande gepresenteerd in Amersfoort. 

Aslander, M. & E. Witteveen (red.) (2013). Pamflet 2.NL; Zelfsturing bottom-up organiseren; Assen: Van Gorcum & Leiden: Sinds 1883 – uitgevers ISBN 978 90 232 51 972

Gerelateerde berichten

Advertenties

PRISM: Das Leben der Anderen Revisited

PRISM: Barack Obama in Das Leben der Anderen Revisited Van Akker Vindt 2013

Eerder deze week werd werd gelekt dat de Amerikaanse overheid in de vorm van de National Security Agency (NSA) op grote schaal de privacy schendt van zowel de eigen Amerikaanse burgers als de rest van de wereld. De Amerikaanse burger via telefoontaps en de rest van de wereld wordt in de gaten gehouden door directe toegang tot de servers van online giganten als Google, Yahoo, Facebook en Skype. Ook de Nederlandse inlichtingendienst doet niet lullig en tapt net als hun Amerikaanse collega’s veel telefoons af: een paar jaar geleden werd alom geroepen dat Nederland ‘kampioen telefoons aftappen’ was. Of de Nederlandse overheid dit dubieuze kampioenschap daadwerkelijk op haar naam mag schrijven weet ik niet zeker, maar dat er op grote schaal getapt wordt wel: zo werden in 2009 bijna 25 duizend telefoonnummers afgeluisterd. Oost-Europese toestanden, maar dan in het zogenaamde vrije westen anno nu. Er zit weliswaar geen mannetje met een koptelefoon onder in de kelder van je gebouw mee te luisteren, maar dat maakt het misschien nog wel enger voor de wereldburger. Immers: onze Amerikaanse vrinden hebben easy access tot een enorme hoeveelheid data die op de servers van al die giganten te vinden zijn, waar de voormalige KGB alleen maar van had kunnen dromen. Pretty creepy, I’d say.

Privacyschending als preventie

Natuurlijk was Barack Obama, net als Balkenende in 2010, de eerste om te zeggen dat het allemaal wel meevalt en bovendien voor ons eigen bestwil is, want veiligheid en terrorismebestrijding. Een argument dat vaak wordt gebruikt door schenders van onze privacy en zeker te vaak voor zoete koek wordt geslikt door burgers onder het mom van ‘Als je niks te verbergen hebt, hindert het toch niets?’ Zalig zijn de armen van geest, zou ik zeggen, maar de werkelijkheid is misschien toch wat weerbarstiger. Los van het feit dat het gaat om een fundamentele schending van je recht op privacy en het elke wereldburger bijna op voorhand tot verdachte maakt, is er ook wel wat af te dingen op het argument dat Big Brother, ongeacht of deze broer Nederlands Amerikaans is, over onze schouders meekijkt voor onze eigen veiligheid.

De overheid die ons behoedt voor alle kwaad

Steeds vaker wordt naar de overheid gekeken om ons voor alles wat in ons leven mis kan gaan te behoeden. In Nederland kijken wij niet alleen naar de overheid om ons te behoeden voor criminelen, maar ook voor terroristen, overstromingen,
(Q-)koortsepidemieën en omvallende banken. De verwachtingen die we in het rijke westen aan als burger van onze overheden hebben zijn hoog. Die moeten alle risico’s het liefst tot nul terugbrengen. We hebben immers collectief nogal wat te verliezen. De overheid moet ons beschermen tegen alle mogelijke kwaad en de overheid wil ook aan al onze (onrealistische?) verwachtingen voldoen. Veiligheidsbeleid is de last van veel geluk, het is de last van een groot vertrouwen en hoge verwachtingen van een overheid die op zijn beurt de burgers te veel wil pamperen’, is hoe hoogleraar veiligheid en conflict Beatrice de Graaf, het verwoordt en zo is het maar net.

Vrijheid inruilen voor vals gevoel van veiligheid?

Onze overheid, maar ook de Amerikaanse die haar burgers wil beschermen tegen al het kwaad dat zich aan kan dienen heeft bovendien twee andere problemen. Ten eerste gaat het om het gevoel van veiligheid bij de burger, dat niet altijd strookt met de feitelijke veiligheid en het tweede probleem is dat er geen absolute veiligheid bestaat. Maar om te beginnen is het leven is voor ons in het westen dus eigenlijk nog nooit zo veilig geweest. De Tweede Wereldoorlog ligt inmiddels alweer bijna 70 jaar achter ons en ook op straat in de grote boze buitenwereld is het eigenlijk enorm veilig. Dat zal in grote delen van de Verenigde Staten (VS) in grote lijnen hetzelfde zijn. Tóch vindt de Amerikaanse overheid het blijkbaar van belang dat wij in de gaten worden gehouden, Europeanen kunnen niet naar de VS vliegen zonder dat hun gegevens worden gedeeld en blijkbaar kunnen we ook onze vrienden niet mailen of Skypen zonder dat Obama en zijn vriendjes meekijken. En levert dat ons inderdaad die garantie op veiligheid op? Dat is maar zeer de vraag. Er bestaat immers geen absolute garantie op veiligheid. Dat kunnen we niet verwachten als burger en zouden we volgens mij ook niet moeten willen. De consequenties zijn immers niet mals. Velen van ons hebben de prachtige film ‘Das Leben der Anderen’ gezien en hoe benauwend het is, wanneer je zelfs in je eigen huis niet vrij bent. Willen we echt onze vrijheid inruilen voor een vals gevoel van absolute veiligheid? Is ons dat zoveel waard? Ik weet wel wat mijn antwoord op deze vragen is. Weet u uw antwoord ook al?


De Amerikaanse overheid vindt het blijkbaar van belang dat wij in de gaten worden gehouden Van Akker Vindt 2013

Spreek leidinggevenden aan op negatieve houding naar oudere medewerkers

Het is alom bekend: de pensioenleeftijd gaat omhoog en we moeten allemaal langer doorwerken tot we 67 of 68 jaar oud zijn. Dat is allemaal mooi, maar op dit moment gaan de mensen gemiddeld nog ruim voor de oude pensioengerechtigde leeftijd van 65 met pensioen, laat staan dat ze doorwerken tot hun 67e of 68e.

Gemiddelde pensioenleeftijd gaat omhoog
Gemiddelde pensioenleeftijd Nederlandse werknemers 2000-2012 Van Akker Vindt 2013

De gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers is volgens het CBS sinds het begin van dit millennium gestaag is toegenomen van voor in de 60 tot 63,6 jaar in 2012 (zie ook de grafiek).


Er zijn nogal wat variabelen die bepalen tot wanneer mensen kunnen en willen werken, zoals bijvoorbeeld de gezondheid van de individuele werknemer en de mate waarin hij zijn werk als zwaar ervaart. Ook de werkcontext waarin de werknemer functioneert is belangrijk: je bent immers wel of niet inzetbaar in die werkcontext. Uit onderzoek blijkt dat de houding van de leidinggevende naar de werknemer daarbij belangrijk is.

Self-fulfilling prophecy

Duurzame inzetbaarheid is vooral mensenwerk. Hierbij is niet alleen een individuele benadering van belang , maar is ook de houding van de direct leidinggevende cruciaal. Volgens Van der Heijden (2011) bijvoorbeeld, leidt een negatieve houding ten opzichte van 40-plussers van direct leidinggevenden en andere leden van het managementteam tot self-fulfilling prophecy. Dit leidt tot minder aandacht voor duurzame inzetbaarheid binnen de organisatie en in het verlengde daarvan ook tot minder mogelijkheden voor zittende oudere medewerkers om zich verder te ontplooien in hun loopbaan. Door de negatieve houding waar ze mee te maken hebben, raken de werknemers zelf ook minder gemotiveerd om deel te nemen aan bijvoorbeeld opleidingsmogelijkheden. Het negatieve beeld van de manager wordt bevestigd en de negatieve spiraal bevestigd en versterkt.

Investeer in een gunstig sociaal klimaat op het werk

Ook Ybema, Geuskens en Oude Hengel (2009) benadrukken het belang van sociale steun van de leidinggevende als voorwaarde voor een werknemer om langer werkzaam te blijven. Verder wijzen zij op de noodzaak om als werkgever te investeren in een gunstig sociaal klimaat op de werkplek. Directe managers en hun houding hebben dus een sterke invloed op de inzetbaarheid van hun medewerkers. Daarnaast spelen leidinggevenden een essentiële rol in het verschaffen van mogelijkheden om de werk-privébalans en de inzetbaarheid te bewaken. Zolang leidinggevenden hun oudere medewerkers voortijdig afserveren en op een zijspoor zetten zullen diezelfde medewerkers niet gemotiveerd zijn om te blijven werken en dat is begrijpelijk.

Bij goed werkgeverschap hoort het serieus nemen van medewerkers

Het is natuurlijk eeuwig zonde wanneer die negatieve spiraal niet wordt doorbroken. Bij goed werkgeverschap hoort dat de medewerkers van die organisaties serieus worden genomen als mens. Een medewerker is meer dan een zogenaamde menselijke hulpbron (‘human resource’) die ‘gemanaged’ dient te worden, maar een individu met eigen dromen en eigenaardigheden, die ook een individuele benadering verdienen. Wanneer mensen zich gesteund en serieus genomen voelen en aangemoedigd worden om aan zich zelf te blijven werken, zullen ze het meer naar hun zin hebben in het werk. Dat is goed voor de onderlinge sfeer binnen de organisatie én voor de employability voor de medewerker in kwestie en eigenlijk gewoon ook een kwestie van fatsoen.

Stel vooroordelen bij leidinggevenden aan de kaak

Als je dus met de inzetbaarheid van je medewerkers aan de slag gaat in de organisatie zorg dan voor serieus opgezet beleid met voldoende draagvlak binnen alle gelederen van de organisatie. Zorg voor voldoende kennis en maak direct leidinggevenden bewust van de nut en noodzaak van dat inzetbaarheidsbeleid. Wanneer leidinggevenden een negatieve houding naar oudere werknemers hebben, spreek ze daarop aan en neem onterechte vooroordelen weg door hen de feiten te presenteren. De steun van direct leidinggevenden is onmisbaar om binnen een organisatie beleid om medewerkers inzetbaar te houden te laten slagen. De leidinggevende kan immers sociale steun bieden en feedback geven aan medewerkers en er zo aan actief bijdragen aan de inzetbaarheid van zijn medewerkers. Om te beginnen kunnen zij ervoor te zorgen dat zij zich bewust worden of zijn van het belang van hun eigen inzetbaarheid. Daarnaast kunnen leidinggevenden hun medewerkers ook de ruimte bieden om zichzelf te blijven ontwikkelen, zodat zij op hun beurt in staat zijn om op een prettige en gezonde manier te blijven werken tot zij te zijner tijd alsnog met pensioen gaan. 

De steun van direct leidinggevenden is onmisbaar om binnen een organisatie beleid om medewerkers inzetbaar te houden te laten slagen. Van Akker Vindt 2013

Gerelateerde berichten

Maatregelen tegen de invasie van de robots

Maatregelen tegen de invasie van de robots Van Akker Vindt 2013

 

In eerdere blogs haalde ik al aan dat robots in de toekomst zomaar eens ons werk kunnen overnemen. In het eerste blog introduceerde ik de kwestie en in het blog daarna ging het over banen die verloren zouden gaan volgens de geleerde Higgins (2013). Dat robots ons werk kunnen overnemen is op zich natuurlijk niet zo erg. Zou het niet fijn zijn als we onze tijd meer konden besteden aan het ontmoeten van vrienden, een goed boek lezen of een wandeling maken? Natuurlijk wel! De vraag die rijst is dan natuurlijk de vraag hoe je ervoor zorgt dat mensen nog wel voldoende geld hebben om prettig te kunnen leven. Nu hebben multinationals al een enorme macht en als zij alles met robots produceren en er verder niks gebeurt, wordt de inkomensverdeling nog schever dan hij al is. Bovendien zijn werknemers en anderswerkenden ook de consumenten die hun inkomen besteden aan producten en diensten en wanneer zij geen centen hebben, wordt de afzetmarkt van producenten en dienstverleners gevaarlijk mager. Dat gaat dus niet werken.

Zorg ervoor dat mensen de kost kunnen blijven verdienen

Higgins constateert dat ook en komt met een aantal oplossingen, die vooral liggen op het op een of andere manier behouden van de werkgelegenheid en het ontstaan van die vierde singulariteit voorkómen. Met andere woorden: hij wil dat er actie wordt ondernomen om te verhinderen dat robots al het werk overnemen en er geen werk overblijft voor de homo sapiens om eerlijk de kost te verdienen. Hij komt met een flinke hoeveelheid suggesties die ik hier niet uitputtend ga herhalen, temeer omdat veel ervan in dezelfde oplossingsrichting zitten, maar een paar voorbeelden wil ik wel met jullie, mijn trouwe lezerspubliek, delen.

De overheid moet aan de slag

De overheid zou volgens Higgins onder andere de volgende dingen moeten doen en wees gewaarschuwd, want er zitten een paar open deuren tussen:

  • Een strategie om banen te creëren en te behouden en wereldwijd samenwerking zoeken met bedrijven en regeringen om ervoor te zorgen dat ook daar banen behouden blijven en een ‘race to the bottom’ (verder?) wordt vermeden.
  • Zorg voor een micro-economisch systeem waarbij overheidsondersteuning wordt geruild tegen het doen van vrijwilligerswerk. Het klinkt een beetje als de discussie die nu gevoerd wordt over bijstandsgerechtigden, maar hij noemt het voorbeeld van China, waar mensen vrijwilligerswerk doen in bejaardenhuizen om zo later zelf ook daar verzorgd te kunnen worden. Een leuk idee, maar Higgins lijkt geen rekening te houden met kwetsbare groepen die dat om wat voor reden dan ook niet kunnen.
  • Zorg dat ondernemen en ondernemingen goed worden gefaciliteerd, bijvoorbeeld door eenvoudigere regelgeving en minder administratieve lasten opgelegd door de overheid. (Komt dit jou ook zo bekend voor?)
  • Verbeter als overheid de infrastructuur en zorg zo voor banen. (Hmmm..)
  • Zorg goed voor de mensen en geef prioriteit aan hun welzijn en laat korte termijn politieke belangen niet prevaleren.
  • Zorg ervoor dat mensen goed onderwijs krijgen en dat hun kennis en competenties goed aan (blijven) sluiten op de beschikbare banen.

Ook het bedrijfsleven moet aan de bak!

Het bedrijfsleven zou volgens Higgins ook iets moeten doen om te voorkomen dat grote groepen mensen wereldwijd buiten de boot gaan vallen:

  • Bedrijven moeten zoeken naar een manier om de efficiency en betrouwbaarheid van de technologie van robots te combineren met de creatieve skills van mensen.
  • Bedrijven moeten meer doen om banen te creëren en te behouden. Het hoort bij verantwoord ondernemen om rekening te houden met mens en milieu. Bedrijven moeten zich afvragen of zij niet ook een rol hebben in het ervoor zorgen dat er zinvolle en bevredigende banen voor mensen zijn. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), maar dan een tandje verder dan we tot nu toe gewend zijn dus.

‘Verlichte zelfzuchtigheid’

Higgins wijst erop dat waar volgens Milton Friedman het enige doel van een onderneming was om winst te maken, nu het discours verschuift naar het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en ‘enlightened self-interest’, oftwel ‘verlichte zelfzuchtigheid’. Dure terminilogie, maar het concept is eenvoudig: als bedrijven niet handelen op een manier die de maatschappij ten goede komt kunnen ze daardoor hun eigen bestaansrecht verliezen. Wat banen betreft zouden bedrijven er dan ook voor moeten zorgen dat bedrijven gezamenlijk moeten zorgen voor een ruime werkgelegenheid, waardoor mensen zinvol en nuttig werk kunnen doen.

Donkere wolken boven onze toekomst

Higgins is erg pessimistisch over de toekomst en het scenario dat hij schetst, brengt inderdaad een aantal complexe problemen met zich mee waarvoor hij vindt dat we daar actie op moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat het allemaal niet zover komt. Een wereldwijde concurrentieslag tussen bedrijven en landen en een race to the bottom dient te worden voorkomen. In een van de blogs die ik eerder schreef over dit onderwerp werd al duidelijk dat nu al veel banen verloren gaan, dus Higgins heeft zeker een punt. Maar Higgins is in een aantal opzichten ook beperkt in zijn visie. Hij wil ervoor zorgen dat er voldoende koek overblijft voor iedereen. Dit lijkt op de manier waarop veel economen en politici in de huidige recessie de problemen willen oplossen. We moeten vooral zorgen voor een grotere koek, zodat iedereen een groter stuk kan krijgen en verder laten we alles in grote lijnen zoals het is.

Het kan ook anders

Volgens mij kan het ook anders. Stel nou dat robots een groot deel van het werk overnemen en daarmee op een goedkope, snelle en veilige en vermoedelijk tegen die tijd duurzame manier de producten die wij nodig hebben kunnen maken. Is het dan zo dat wij als mensen er zonder meer in zo’n mate aan te pas moeten komen dat er geen banen verloren gaan? Dat lijkt mij een hele lastige opgave. Natuurlijk zullen altijd mensen altijd komen met creatieve manieren om in hun levensonderhoud te voorzien. Enerzijds kan dat door nieuwe wegen te vinden om geld te verdienen en anderzijds door ervoor te zorgen dat er minder geld uitgaat. Als wij straks allemaal kunnen beschikken over de technologie om hernieuwbare energie te gebruiken, betekent dat er op dat vlak al minder kosten zullen zijn. Dat betekent dat we misschien straks wel thuis allemaal onze kleine eigen duurzaam verwarmde kasjes hebben met eigen verbouwde groente en fruit erin. Dus misschien hebben we dan wel minder nodig om toch prettig te kunnen leven.

Consuminderen dan maar?

Ik heb zelf niets tegen consuminderen, maar ik weet dat dat concept niet makkelijk te verkopen is aan de meeste mensen. Verder denk ik dat het de moeite waard is om eens te onderzoeken of het basisinkomen een oplossing kan zijn. Naast alle voordelen boven de sociale zekerheid zoals we die nu kennen, waardoor er enorme controle-apparaten nodig zijn om de rechtmatigheid vast te stellen, kan dit wellicht ook betekenen dat je ervoor zorgt dat alle mensen een inkomen hebben. Misschien moet je dan de bedrijven vragen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen door over die enorme winsten, die ze kunnen behalen door mensen door technologie te vervangen, méér belasting te betalen en al helemaal niet meer aan belastingparadijzen beginnen. Misschien moeten overheden en bedrijven daar over afstemmen in plaats van het behoud van banen die ook door robots gedaan kunnen worden. Mensen kunnen,  wanneer ze eenmaal gewend zijn aan al die vrijheid, vast nuttiger en prettiger manieren verzinnen om hun tijd te besteden dan het doen van routinematig werk dat een machine ook kan doen. Misschien is het wel veel lekkerder om op een zonnige dag als vandaag lekker met je handen in je tuintje te wroeten en je eigen eten te verbouwen, zonder voedselmiles en zonder te hoeven forenzen. Mij lijkt dat zo gek nog niet. 

 

Ongeduldig onderweg

Je kan maar beter genieten van de reis, zolang je onderweg bent. Van Akker Vindt 2013

Een paar jaar geleden was ik met een vriendin aan het wandelen aan een mooi stuk kust langs de Costa Brava. Het was lente, de omgeving was prachtig, het zonlicht viel op de zee en de plantjes op de rotsachtige kust bloeiden in vele kleuren. Ik genoot en nam de tijd om alles in me op te nemen en zo nu en dan foto’s te maken, maar de vriendin liep alsof ze een trein moest halen. Ik vroeg haar waarom ze zo snel liep en of ze zin had om even te stoppen om even te gaan zitten en van het uitzicht te genieten en een beetje te eten. De vriendin gaf aan dat ze geneigd was snel te lopen, omdat dan na afloop van de wandeling het genieten wel zou komen. Ik gaf aan dat het zonde was om onderweg niet ook (letterlijk) stil te staan en te genieten van al het moois dat die dag en de omgeving ons bood. Het punt dat ik maakte werd opgepikt en we vervolgden onze wandeling in alle rust in de zon. Niet de bestemming als doel, maar de reis zelf.

Het leven als reis

In het dagelijks leven ben ik daar desondanks dan weer niet altijd even goed in. Dan betrap ik mezelf erop dat ik vooral bezig ben met het bereiken van de bestemming. Misschien zou ik ook wanneer ik niet op vakantie ben, iets vaker stil moeten staan bij de reis en niet te veel bezig zijn met de bestemming. Natuurlijk is het gericht zijn op de uiteindelijke bestemming heel doelgericht, maar is de reis niet minstens zo belangrijk? Deze vergelijking zou je zelfs nog een stukje verder kunnen doortrekken. Is het leven zelf niet ook een reis? Misschien is voor mij als ongelovige het maken van een mooie levensreis misschien wel het hoogste goed en zou ik me minder bezig moeten houden met steeds denken aan waar ik (nog?) niet ben.

Bezig zijn met waar je niet bent

Immers: voor mij post mortem geen paradijs of eeuwige jachtvelden, dus het moet wel nu en hier een beetje gebeuren. Dat is vermoedelijk ook de dieper liggende reden van dat innerlijke ongeduld dat soms bij mij de kop opsteekt. Het leven is kort en dient gelééfd te worden, niet waar? Tegelijkertijd kan je betogen dat het leven te kort is om steeds ongeduldig op zoek te zijn naar die plek in het leven waar je op dat moment niet bent. Dát is pas zonde. Je kan maar beter genieten van de reis, zolang je onderweg bent. Als je dat doet, is de bestemming misschien niet zo belangrijk meer. 

Gerelateerde berichten