De populairste blogs van 2015

 

de populairste blogs van 2015 Van Akker Vindt

Het jaar 2015 ligt al weer bijna achter ons en dus wordt het tijd voor mijn eigenste jaaroverzicht, namelijk de top 10 van de meest gelezen blogs op Van Akker Vindt in 2015.

Robots, zzp’ers en kleine lieve huisjes vielen in de smaak

Zoals eerder aangegeven blijven de robots populair, maar de lezers vielen net als ik (veronderstel ik) voor groots leven in kleine huisjes, verder ging het over werk vinden en over zzp’ers, die niet altijd voor vol worden aangezien. In de reacties die op het blog kwamen wordt er gesproken van een meer dan verzadigde markt, maar ook over het eigen professionele handelen van de zzp’er in kwestie.


De top 10 van 2015

In 2016 komen er vast weer meer nieuwe spannende dingen om over te bloggen, maar voor het zover is eerst nog even de top 10 van 2015:

  1. Deze banen verdwijnen door technologische ontwikkelingen
  2. Tiny houses en een pleidooi voor een groots leven
  3. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  4. Baan zoeken? Bezint eer ge begint!
  5. Het vaste contract als loden last voor werkgevers
  6. #Tegendebakker: de zzp’er als welwillende hobbyist?
  7. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  8. Loopbaanadvies ‘Het blije ei’
  9. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  10. Pesten op de werkvloer deel 2: de pester en zijn slachtoffer(s)

Tot zover deze korte terugblik. Ik wens iedereen een fabuleus uiteinde en een magistraal 2016!

Advertenties

Veel gelezen in het verse jaar

meest gelezen in 2015 tot nu toe Van Akker Vindt 2015

Je zult naar deze titel kijken en denken: waarom nu al terugkijken? We zijn nog niet eens halverwege het jaar! Dat is waar, maar eerder deze week werd – nadat ik ruim twee en een half jaar geleden begon met bloggen – de grens van 30 duizend bezoeken aan dit blog gepasseerd. Ik vind het altijd leuk om te kijken welke blogs populair zijn en zo’n jubileum is een mooi moment om dat te delen. Vandaar dus.

Tot nu toe gaf ik op zo’n moment een totaaloverzicht van de populairste blogs tot dat moment, zoals bijvoorbeeld deze na 20 duizend bezoekers. Deze keer ga ik het eens anders doen. Juist omdat we over een maandje op de helft van het jaar zitten, lijkt het mij wel wat om eens een lijstje te maken wat er in 2015 tot nu toe populair is geweest. Dat levert in ieder geval een lijstje met thema’s op die op dit moment leven of waar mensen zich in herkennen. Dus bij deze.

De populairste blogs van 2015 tot nu toe:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Baan zoeken? Bezint eer ge begint!
  3. Het vaste contract als loden last voor werkgevers
  4. Loopbaanadvies ‘Het blije ei’
  5. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Wat als ze trainen en vertrekken?
  9. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  10. Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving

Het is inmiddels ruim twee jaar geleden dat ik een serie van drie blogs over robotisering schreef en voor ik suggereerde dat het basisinkomen wellicht een oplossing kon bieden. Robotisering en het basisinkomen stonden destijds niet bij veel mensen op het vizier. Inmiddels is dat wel anders en zie ik om de haverklap dingen in de krant voorbij komen over deze thema’s.

Onlangs zag ik ook ergens in de media voorbij komen dat er over wordt gedacht om voor kleine MKB’ers de Wet Verbetering Poortwachter aan te passen. Zij zouden dan maximaal één jaar loon moeten doorbetalen bij ziekte in plaats van de huidige twee jaar. Ik schreef daar een blog over, hier op de derde plek in de lijst waarin ik ook de problematiek rond de WWZ uiteenzette. Zeer actueel nu 1 juli nadert en de werkgevers – we kennen allemaal het gedoe rondom de ING uitzendkrachten uit de kranten – in veel gevallen al pro-actief mensen bedanken voor hun diensten.

Het kan verkeren: op de arbeidsmarkt en in de hoofden van mensen. Rest mij te zeggen dat ik het onwijs leuk vindt om zo nu en dan mijn gedachten te laten gaan en daarover te publiceren en om te merken dat dit door veel mensen wordt opgepikt. Op naar de volgende 10 duizend!

Werken in meerdere banen: meer werkplezier of meer brood op de plank?

werken in meerdere banen Van Akker Vindt 2014

Aantal werknemers met twee banen neemt toe” kopte het CBS vandaag en dat werd in verschillende media overgenomen. Ik heb de brontekst er bij gepakt en daar viel te lezen dat er vorig jaar 467 duizend mensen waren met twee banen en dat dit betekent dat een kleine 8 procent van alle werknemers het niet bij een enkele baan houdt. Een deel werkt in twee banen als werknemer, onder andere veel in de horeca en de gezondheids- en welzijnszorg. Een ander deel combineert het werken als werknemer met het ZZP-schap. Bij de groep die zowel werknemer is als ondernemer gaat het om mensen die ‘werken in de sectoren informatie en communicatie, specialistische zakelijke dienstverlening en openbaar bestuur en overheidsdiensten.’ Naast nog wat staatjes over de man-/vrouw- en de leeftijdsverdeling, vertelt het CBS nog iets over de werkuren: mensen met één baan werkten in 2013 gemiddeld een krappe 33 uur per week, werknemers die in twee banen werken, werkten ongeveer 32 uur en de werknemers die ook nog als zelfstandig ondernemer in de weer waren werkten gemiddeld bijna 39 uur per week.CBS 2014 werken in meedere banen Van Akker Vindt 2014

Sprokkelbanen of ontwikkelbanen?

De eerste conclusie is dat de kop van het CBS de lading niet dekt en de tweede is dat het CBS er rare definities op nahoudt in hun bericht, ze hebben het namelijk over een ‘tweede baan’ als zelfstandige en dat lijkt mij een tegenstelling in zichzelf. Tenzij ze hinten naar het leger schijnzelfstandigen dat tegenwoordig alom vertegenwoordigd is. Maar dat laatste lijkt me voor een club als het CBS niet waarschijnlijk. Hun werk is beschrijven en niet duiden. En dat laatste is wel jammer, want dit bericht roept bij mij gelijk heel veel vragen op. De belangrijkste is of de groei van het aantal mensen dat op meer plekken hun geld verdient komt door mensen die dat doen om überhaupt rond te komen, of dat dit is omdat mensen plezier en uitdaging vinden in het hebben van twee omgevingen waar ze hun geld verdienen?

Plezier, ontwikkeling en employability

Om met het laatste te beginnen: er zijn mensen die er bewust voor kiezen om hun geld op meer plekken te verdienen. Ik ben zelf zo iemand. Ik ben niet alleen verbonden als docent en afstudeerbegeleider bij de HRM-opleiding van een hogeschool, maar ik adviseer ook het management bij een HRM-organisatie. Deels doe ik in beide rollen vergelijkbare dingen, zoals het delen en toepassen van mijn kennis en analyseer ik dingen. Maar er zijn ook verschillen: in de ene rol ben ik semi-ambtenaar en in de andere werk ik voor een onderneming, die weliswaar een maatschappelijk betrokken hart heeft, maar waar er toch ook gewoon geld moet worden verdiend. Ik kan op beide plekken veel leren en de kennis en ervaring van de ene rol zijn ook nuttig om toe te passen in de andere en vice versa. sprokkelbanen of ontwikkelbanen - werkplezier Van Akker Vindt 2014Ik doe het dus voor mijn plezier: ik kan mezelf zo breder ontwikkelen en in verschillende rollen mijn kennis en vaardigheden toepassen. Voor mij is dit een vrijwillige en bewuste keuze, die bovendien een positieve bijdrage levert aan mijn employability en inzetbaarheid. Dergelijke motieven kunnen andere mensen ook hebben, ongeacht of ze bijklussen als werknemer of als zelfstandige en daarmee een ‘hybride arbeidsrelatie’ hebben, zoals dat wel wordt genoemd. Een andere reden om meerdere banen te combineren of een baan te combineren met het zzp-schap die in de literatuur (Huiskamp, Sanders, Van den Bossche, 2011) is als een soort verzekering tegen onzekerheid, dus bijvoorbeeld bij een tijdelijk contract of in economisch onzekere tijden. In het onderzoek in kwestie is voor deze reden geen bewijs gevonden. Ik heb geen uitvoerige literatuurstudie gedaan en misschien is hier recenter onderzoek over, maar die uitkomsten zouden in recenter onderzoek zomaar anders kunnen zijn omdat de onderzoekers data gebruikten uit 2007, dus voor de wereldwijde economische crisis in volle omvang was losgebarsten.

Meerdere banen om rond te kunnen komen

Waar dezelfde onderzoekers wel bewijs voor vonden was dat heel veel mensen meer werken, in dit geval in meerdere banen of deels als zelfstandige om meer geld te verdienen. In ongeveer 4 op de 5 gevallen ging het dan om mensen die een beetje bijklusten om wat bij te verdienen voor ‘extraatjes’, maar niet uit noodzaak. Maar in 1 op de 5 gevallen was dit wel noodzakelijk om rond te kunnen komen. In dat laatste geval denk ik dat het gaat om mensen met banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, met weinig perspectief, weinig arbeidsuren en weinig zekerheid, het zogenaamde ‘Precariaat’ waar Standing het in zijn boek (2011) over heeft. Werkende armen dus. Voor deze groep is het letterlijk een keuze uit armoede. Ook hier geldt natuurlijk dat het zomaar zou kunnen dat die groep zomaar groter geworden kan zijn, nadat de gegevens in 2007 werden verzameld en de uitkomsten er nu weleens anders kunnen uitzien. De werkloosheidscijfers zijn de afgelopen 5 jaar erg ver opgelopen en schommelen dit jaar (CBS Statline, 2014) tussen de 8 en en 9 procent. Het CBS geeft de cijfers vanaf 1996 en in de tussenliggende periode zijn de werkloosheidscijfers niet zo hoog geweest als nu. Het lijkt me dus niet ondenkbaar dat mijn hypothese dat nu meer mensen uit noodzaak in meerdere banen werken zomaar eens waar kan zijn. Ik heb even geen recentere gegevens paraat en voor mij roepen de vandaag door het CBS gepubliceerde cijfers in die zin meer vragen op dan ze beantwoorden. In die zin vind ik het jammer dat de toelichting vooral bestaat uit beschrijving en niet uit duiding. Hoe het op dit moment echt zit, weet ik helaas niet. Wie het weet mag het zeggen…

werkende armen Van Akker Vindt 2014

Jongeren willen structuur en duidelijkheid in turbulente arbeidsmarkt

Jongeren willen structuur in turbulente arbeidsmarkt Van Akker Vindt 2014

Vorige week promoveerde mijn hogeschoolcollega Stephan Corporaal op zijn onderzoek naar de wensen van de huidige generatie jongeren met een beroepsopleiding. De onderzochte groep jongeren, de ‘Generatie Y’ waar de media het graag over hebben, blijkt opvallend conservatief in hun wensen en wil vooral heel veel duidelijkheid en structuur en zien uitdaging als een baan die past bij hun vooropleiding. Ten opzichte van eerdere generaties hebben ze geen radicale nieuwe wensen. Het enige afwijkende is dat ze toegang willen tot wifi en social media op de werkplek, maar dat heeft meer te maken met de technologie vandaag de dag, dan dat dat een radicale nieuwe wens zou zijn. Ten slotte vind ik het interessant dat blijkbaar de wensen van scholieren en studenten die respectievelijk van het vmbo, mbo of hbo komen onderling nauwelijks uiteenlopen. Tot zover mijn kort door de bocht samenvatting van het proefschrift van Corporaal.

Baanbeginners die goed beslagen het arbeidsmarktijs betreden

Over het feit dat de jongeren uit het onderzoek redelijk behoudend zijn en behoefte hebben aan veel structuur, ben ik niet zo verbaasd: ik geef les aan studenten uit dezelfde generatie als uit het onderzoek. Maar ik maak me, eerlijk is eerlijk, wél een beetje zorgen. De kans is om te beginnen gering dat de dames en heren werkgevers die zo gewenste structuur en duidelijkheid kunnen bieden waar de verse arbeidsmarktbetreders zo naar verlangen. Verder is er zoveel gaande op de arbeidsmarkt, dat het maar de vraag is of de baanbeginners met dit wensenpakket wel goed beslagen het arbeidsmarktijs kunnen betreden. Er zijn namelijk nogal wat dingen gaande die de arbeidsmarkt flink onzeker maken en zeker hun weerslag (zullen) hebben op de manier waarop we gewend zijn te werken.

De arbeidsmarkt en de economie zitten vol met onzekerheden

Hoewel vandaag het bericht (2014) naar buiten werd gebracht door het CBS en de UWV dat er weer minder werklozen zijn en het de goede kant op lijkt te gaan, zijn er ook andere berichten die de ronde doen. Zo groeit de tot nu toe relatief goed boerende Duitse economie minder dan voorspeld en hoor je in de financiële nieuwsberichten het begrip ‘triple dip’ steeds vaker voorbij komen. Naast de economische conjunctuur, zijn er nog tal van andere zaken die de arbeidsmarkt beïnvloeden. Wat te denken van robotisering en technologische werkloosheid ten gevolge daarvan? (Ik schreef er anderhalf jaar geleden een drieluik over: technologie die banen bedreigt, de banen die verdwijnen vóór 2025 en hoe het verder moet als de robots het werk overnemen). Wat te denken van globalisering en opkomende economieën die de welvaartsverdeling op wereldschaal veranderen? Wat te denken van geopolitieke ontwikkelingen, zoals Poetin die links en rechts eens een land annexeert en ISIS die een kalifaat uitroept? Al deze ontwikkelingen en meer maken de wereld onzekerder en onoverzichtelijker. Dat zien werkgevers ook. Zij proberen in toenemende mate hun risico’s in te perken door een deel van hun medewerkers onder te brengen in de flexibele schil van hun organisaties, waardoor zij minder risico lopen dan bij de vaste contracten die ooit de norm waren.

Werkgevers hebben behoefte aan flexibiliteit binnen de organisatieOnderzoek wensen van jongeren met beroepsopleiding Van Akker Vindt 2014

Mensen werken niet langer hun hele leven bij een werkgever en dat is prima, als je dan toch tot je zeventigste (of langer!) door ‘moet’ of mag, kan ik me voorstellen dat een beetje variatie geen kwaad kan. Werkgevers zullen flexibiliteit niet alleen zoeken in de vorm waarin zij hun medewerkers hun bedrijf binnen halen (als ZZP’er, uitzendkracht, op tijdelijke contracten en voor sommigen wellicht nog het oude vertrouwde contract voor onbepaalde tijd), maar ook in flexibiliteit binnen de organisatie. Het is fijn wanneer werknemers zelfstartend zijn en wanneer zij meerdere kunstjes kunnen en niemand daar op toe hoeft te zien. Wanneer bedrijven flexibeler moeten zijn, zullen hun medewerkers ook wendbaarder moeten zijn. Hoewel ik besef dat het onderzoek is gedaan naar jonge baanzoekers die net van school komen, vraag ik me ernstig af in hoeverre zij beseffen dat de arbeidsmarkt een rommelige markt is waar het maar de vraag is of die klassieke ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith zijn werk zal doen. De huidige groep gediplomeerden zou bij uitstek zelfredzaam en ondernemend moeten zijn om zich staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt, maar zij zoeken in plaats daarvan ‘duidelijkheid en structuur’.

Opleiden tot kritische zelfdenkende werkondernemers?

Corporaal geeft in zijn proefschrift (2014) aan dat de verwachtingen van de jongeren wanneer zij werken gestaag wel wat realistischer worden en dat ze die structuur ook gewend zijn aangereikt te krijgen vanuit het onderwijs. Op dit moment werk ik zelf in het onderwijs en ik denk dat het gerechtvaardigd is om de vraag te stellen of we de studenten wel een dienst bewijzen door zoveel structuur te bieden? Natuurlijk is duidelijkheid goed, maar moeten wij mensen ook niet opleiden tot initiatiefrijke, kritische zelfdenkende en -startende ‘werkondernemers’? Is de wereld van werk waarin zij zich mogelijk een halve eeuw moeten kunnen redden gediend met lichtingen medewerkers die behoefte hebben aan zoveel structuur? Ik vraag me dat ernstig af en ik vraag me daarmee ook af wat de wereld van het (beroeps-)onderwijs moet doen om die studenten die vaardigheden mee te geven die ze nodig hebben om aantrekkelijk te zijn voor werkgevers op de korte termijn en om zichzelf staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt op de langere termijn? Ook ik weet niet hoe die arbeidsmarkt er zal uitzien, maar wat ik wel zie is dat de arbeidsmarkt de komende jaren veel zal vragen van werknemers. Zij zullen zich doorlopend bewust moeten zijn van het belang van zelfregie in de eigen loopbaan en zelfregie vergt nogal wat van mensen. Het vergt volgens mij in ieder geval dat je jezelf ook moet kunnen redden en niet kopje onder gaat wanneer structuur en duidelijkheid ontbreken. Dat gebeurt namelijk nogal eens in de echte wereld. Blijkbaar bereiden wij onze jongeren onvoldoende voor op hun toekomst. Mij lijkt dat dat bij uitstek een taak is waarin onderwijs zou moeten voorzien maar waarin duidelijk nog het een ander te winnen valt.

generatie Y wil wifi en social media op de werkplek Van Akker Vindt 2014

Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?

Samsom en Rutte kijken voor sociaal akkoord naar werkgevers en werknemers vanakkervindt.wordpress.com  2013Omdat Rutte en Samsom niet zondermeer kunnen rekenen op de Senaat om hun plannen voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid te steunen, dromen ze over Wassenaar, waar in de jaren tachtig het gelijknamige beroemde akkoord werd gesloten. Toen was er crisis en hoge werkloosheid, nu ook en dus kijken beide heren met de moed der wanhoop voor een oplossing naar werkgevers en werknemers, of specifieker: hun vertegenwoordigers. Maar kunnen we van de vakbonden eigenlijk wel een realistische en constructieve oplossing verwachten? Vakbonden lijken, net als hun politieke kameraden van de SP, meer van het behouden van verworven rechten te zijn, dan van het onderkennen van problemen en de noodzaak van het duurzaam oplossen ervan. De vakbond vergrijst, dus het zal wellicht de tijd van hun achterban wel duren, maar als samenleving en politiek worden we daar voorlopig niet veel wijzer van.

Eén op de vijf werkenden is vakbondslid

Om de werknemers van Nederland goed te kunnen vertegenwoordigen zouden de verschillende bonden een mandaat moeten hebben, dat voortvloeit uit een lidmaatschap van een groot deel van de Nederlandse werknemers. De organisatiegraad wordt door het CBS kortgezegd gedefinieerd als het percentage werkende werknemers dat lid is van een vakbond. En dat percentage is laag: was aan het begin van het millenium nog een kwart van de werknemers lid, eind 2011 was dit gedaald tot een op de vijf. De terugloop van de organisatiegraad komt doordat er minder werkende vakbondsleden zijn, terwijl de beroepsbevolking is toegenomen. Kortom: de vakbonden hebben géén direct mandaat van vier op de vijf werkende werknemers in Nederland. Neem een slokje thee of koffie en laat dit getal even rustig doordringen.

De werknemers van Nederland worden dus in de polder en aan de cao-tafels vertegenwoordigd door een club die een mandaat heeft van maar 20 procent van de mensen waar het om gaat. Als je dat doortrekt naar die Tweede Kamerverkiezingen die ik net noemde, zou dat betekenen dat we als volkje anno nu, na de verkiezingen van 2012 door alléén de PvdA of alléén de VVD vertegenwoordigd zouden worden. Elk van deze partijen heeft namelijk ook ongeveer 20 procent van de stemmen gehaald. Dat zouden we niet democratisch vinden, maar in diezelfde democratie laten we wél vertegenwoordigers van diezelfde 20 procent aanschuiven aan de onderhandelingstafels in de polder om zo’n beetje alle werkende werknemers te vertegenwoordigen.

Achterban bestaat overwegend uit goed beschermde oudere mannelijke werknemers

Naast het probleem van het beperkte mandaat als aandeel van alle werknemers, is er nog het probleem van wie de achterban van de vakbond vormt. Kort door de bocht kan je stellen dat vakbondsleden overwegend mannen zijn van tussen de 45 en 65 jaar oud die een vaste fulltime baan hebben. In 2012 was volgens het CBS maar een op de drie vakbondsleden jonger dan 45 jaar en mij verbaast dat niet. Wanneer de vakbond vooral een achterban vertegenwoordigt, zoals hierboven geschetst, leidt dat ertoe dat de bonden vooral strijden voor het behoud van verworven rechten van goed beschermde oudere mannelijke werknemers. De mensen die zonder werk zitten, op flexcontracten werken, jongeren en arbeidsgehandicapten voelen zich niet vertegenwoordigd en worden niet vertegenwoordigd. De standaardleus binnen de vakbond is ‘dat men dan maar lid moet worden’, maar zo werkt het niet in de echte wereld en deze houding maakt dat de vakbond verder vergrijst en langzaam uit zal sterven zolang daar niets in verandert. Veel cao’s worden algemeen bindend verklaard, maar zijn door bonden met een beperkt mandaat afgesloten. Diezelfde bonden spreken regelmatig van de zogenaamde ‘free riders’, die geen lid zijn, maar wel hun voordeel doen met het onderhandelingsresultaat. Maar met de verkokerde vakbondsvisie en de voordelen komen ook nadelen, de vakbond vertegenwoordigt immers vooral oudere mannen met een vaste baan en niet het algemeen belang. (Daar schijnen we immers de politiek voor te hebben?!)

 

Vakbond houdt teveel vast aan verworven rechten

Als het aan de bonden lag, was de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar en blijft de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de huidige ww van maximaal 38 maanden) zoals die nu is. Daarmee gaan de vakbonden wel consequent voorbij aan het feit dat een dergelijke houding geen rekening houdt met het verschuiven van de economische macht op het wereldtoneel (denk aan de opkomst van de BRIC-landen), de huidige economische situatie en de demografische ontwikkelingen in ons land en elders in Europa. Hoewel veel mensen best die verworven rechten zouden willen behouden, zien de meesten daarvan wel in dat dat onder invloed van dergelijke trends op de lange duur niet houdbaar is. Er zijn duurzame en constructieve oplossingen nodig die het hoofd kunnen bieden aan dergelijke ontwikkelingen. Wanneer de vakbond de hakken in het zand zet en zich vastbijt om verworven rechten zoals een onbetaalbaar geworden sociaal vangnet te behouden, leidt dit tot stilstand en niet tot de hervormingen die zo hard nodig zijn. De vakbeweging beroept zich van oudsher op solidariteit, maar diezelfde solidariteit wordt de laatste jaren wel nogal eenzijdig ingevuld. Waar flexwerkers steeds minder rechten en zekerheid hebben en veel mensen, zoals jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten, überhaupt niet aan het werk komen, is het eenzijdig opkomen voor het behoud van de rechten van werkenden die tóch al goed beschermd zijn niet alleen weinig solidair te noemen, maar getuigt dit vooral ook van weinig visie vanuit de bonden.

Laat de vakbeweging ook eens ‘over de eigen schaduw’ springen

Sociaal akkoord - vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem

Bij de vakbeweging in Nederland werken bestuurders, onderzoekers en beleidsmedewerkers die zelf ook veel kennis hebben van de arbeidsmarkt en die, dat kan niet anders, ook moeten zien dat de huidige houding van de vakbeweging niet de weg voorwaarts is. De werknemers van Nederland schieten er niets mee op en de vakbeweging zelf zal zozeer haar relevantie verliezen in het huidige tijdsgewricht dat zij eraan ten onder zal gaan. Volgens mij zou het verstandig zijn als ook de vakbeweging, net als die fijne mensen van het lenteakkoord, ook eens ‘over hun eigen schaduw’ heen zouden durven springen. Zij zouden eens het lef moeten hebben om de achterban eens tegen te spreken en hen om échte solidariteit te vragen, namelijk solidariteit met hen die doorlopend werken op magere flexibele contracten, arbeidsgehandicapten en werklozen, zodat zij in de toekomst ook op een prettige manier kunnen gaan en blijven werken. Ik ben ervan overtuigd dat de bestuurders en medewerkers bij de verschillende bonden dit diep in hun hart ook wel weten en willen, maar dat ze geremd worden door de eigen conservatieve achterban. Ook bij de vakbond geldt: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. 

Zolang dat niet verandert, hoeft men niet te polderen voor een vers rondje Wassenaar met bijbehorend sociaal akkoord en hoeft men geen werkelijke duurzame en constructieve oplossingen te verwachten vanuit die polder. Wanneer de vakbond ook in de toekomst blijft vasthouden aan een voorbij verleden, is het misschien een geruststelling dat zij samen met de eigen vergrijzende achterban gestaag zal uitsterven en zelf, door eigen toedoen, ook een deel van dat verleden zal worden.