Zelf aan het roer van je loopbaan

 

Hoge kosten door stress en psychosociale arbeidsbelasting - Van Akker Vindt 2016

Heb je gemerkt dat er de laatste jaren door bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heel veel aandacht besteed wordt aan stress op het werk? Het TNO beraamt dat de kosten van psychosociale arbeidsbelasting in 2012 zo’n 2,2 miljard euro bedroegen voor werkgevers. Dat is veel geld dat ook anders besteed had kunnen worden. En minstens zo belangrijk: al die stress levert ook heel veel persoonlijk leed op voor de werknemers die werkstress ervaren.

Vier op de tien medewerkers ervaren hoge taakeisen

Zomaar even wat cijfers over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en werkstress in het bijzonder? Volgens datzelfde TNO hebben ongeveer vier op de tien werknemers te maken met hoge taakeisen. Dat zijn dus zo’n 2,7 miljoen individuele werknemers die niet of alleen met grote moeite kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hun stelt en weinig mogelijkheden ervaren om hier zelf iets aan te veranderen. Dat zijn veel, heel veel mensen die op hun tenen lopen op hun werk en daardoor waarschijnlijk uiteindelijk ook (langdurig) ziek worden. Hoge taakeisen en weinig autonomie leiden tot werkstress - Van Akker Vindt 2016Het TNO becijfert dat het in Nederland gaat om 868 duizend verzuimdagen ten gevolge van een hoge werkdruk, werkstress of werk dat te moeilijk is. Het is duidelijk dat de aandacht voor stress op de werkvloer terecht is. Natuurlijk is het belangrijk dat deze onderwerpen bespreekbaar gemaakt worden, er op de werkvloer van alles gedaan wordt om de werkstress zoveel mogelijk te voorkomen en het gesprek aan te gaan wanneer een medewerker toch aangeeft het werk minder goed aan te kunnen.

Het belang van de goede match tussen de mens en zijn werk

Natuurlijk kan je er op de werkvloer veel doen om werkstress zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gebrek aan autonomie en regelmogelijkheden en sociale steun van collega’s en leidinggevenden een negatieve invloed hebben op het welzijn van de werknemer. Maar net zo belangrijk is dat er een goede match is tussen de werknemer en zijn werk. Het gaat daarbij om meer dan een goede match tussen de vaardigheden van de werknemer en zijn werkzaamheden, waar bij veel sollicitatieprocedures de nadruk op ligt. Zelfkennis als basis voor zelfregie in de loopbaan - Van Akker Vindt 2016Naast kennis en vaardigheden is een goede match met de werknemer en zijn werkomgeving ook belangrijk. Kennis, vaardigheden en competenties zijn belangrijk, maar er moet ook een match zijn met bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. De waarden en drijfveren van de werknemer moeten bij de organisatie passen en vice versa en om duurzaam inzetbaar te blijven moet er voor de werknemer voldoende ruimte zijn om zichzelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, ook in de wereld van werk.

Zelfkennis ligt ten grondslag aan zelfregie

Om ervoor te zorgen dat mensen en hun werk op alle fronten goed bij elkaar passen, zodat ze duurzaam inzetbaar blijven, is het van belang dat de individuele werknemer inzicht krijgt en houdt in zijn eigen kennis, kunde, waarden en drijfveren. Zo’n pakketje zelfkennis heeft een aantal voordelen, mensen leren waar hun kracht ligt, waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen en waar hun drijfveren liggen. Dit zelfinzicht draagt bij aan het maken van bewuste en beter passende keuzes in de eigen loopbaan en stelt medewerkers in staat hieraan zelf richting te geven. Dit is hard nodig in een tijd dat de baan voor het leven niet meer bestaat en de jongste generaties op de werkvloer tot ruim na hun zeventigste zullen moeten doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is erbij gebaat wanneer mens en werk zo goed mogelijk bij elkaar passen. Dat begint erbij dat zelf medewerkers aan het roer van hun loopbaan (leren) staan.

Zelf aan het roer van je loopbaan - Van Akker Vindt 2016

Wat vind jij ervan dat je ouder wordt?

Wat vind jij ervan dat je ouder wordt - Van Akker Vindt 2016

Hoe ervaar jij ouder worden? Gruwel je voor de spiegel bij elke plooi die je ziet? Of vind je dat je elke rimpel verdiend hebt terwijl je onderweg was in het leven? Deze vragen stel ik omdat het naar het zich laat aanzien nogal wat uitmaakt of je positieve of negatieve kijk hebt op het feit dat je ouder wordt. Mensen die het feit dat ze ouder worden positief benaderen ervaren vaak meer tevredenheid in het leven, vinden zichzelf gezonder, hebben meer sociale contacten en ervaren meer welzijn. Bovendien zou volgens onderzoeker Bellingtier en haar collega’s volgens hun artikel in ‘Journals of Gerontology: Psychological Sciences’ (2016) de mensen die hun eigen ouder worden positief bezien, minder stress ervaren dan mensen die een negatievere bril op hebben.

Is het alleen de houding tegenover de eigen leeftijd die hier telt?Mensen die het feit dat ze ouder worden positief benaderen ervaren vaak meer tevredenheid in het leven - Van Akker Vindt 2016

Men geeft zelf wel aan dat er wat af te dingen is op het onderzoek dat werd gedaan door 47 mensen tussen de 60 en 96 jaar hierover vragenlijsten voor te leggen in Amerika. Bovendien was de meerderheid van de invullers vrouw. Keurig dat ze het erbij zeggen, zo hoort dat natuurlijk ook in de wetenschap. Wat ik in hun vrij korte artikel (4 pagina’s maar) wel mis, is de bredere context en de richting van het causale verband. Daar wordt eigenlijk niet op ingegaan. Zou het zo kunnen zijn dat gezondere mensen met veel sociale contacten daardoor positiever in het leven staan en daarmee ook tegenover hun eigen vorderende leeftijd? Of zou het kunnen dat mensen die in het algemeen positiever zijn, ook meer sociale contacten hebben, meer welzijn ervaren en dat die algehele blije kijk op het leven dus ook geldt voor het ouder worden? En dat je daardoor dus ook minder stress ervaart? Ik heb het gevoel dat in dit onderzoek een flinke trits van invloedsfactoren missen.

Wat denk jij? Reageer!

Heb jij dat gevoel ook? Wat denk jij op basis van je levenservaring en/of je professionele kennis en ervaring? Is het alleen maar die positieve kijk op de eigen leeftijd en ouder worden die een buffer vormt tegen stress? Of is er meer in het spel? Ik nodig je van harte uit om te reageren!

Is het alleen de houding tegenover de eigen leeftijd die hier telt - Van Akker Vindt 2016

Rust roest: laat je brein niet met pensioen gaan!

rust roest van akker vindt 2016

Rust roest: vroegpensioen is niet fijn voor je brein

Veel mensen kijken uit naar een welverdiend pensioen: eindelijk al die dingen doen waar je nooit aan toe kwam en genieten van de welverdiende rust is vaak het achterliggende idee. Het Zwitserlevengevoel van lekker luieren op een zonnig strand en vooral niet teveel hoeven. Of dat nou zo slim is, is maar de vraag. Heel veel onderzoek wijst namelijk in de richting dat wanneer jij met pensioen gaat, je brein dat ook doet. Dus iedereen die heel hard spaart om een paar jaar eerder te ‘mogen’ stoppen, moet misschien een rondje omdenken doen naar ‘mogen doorwerken’. Natuurlijk zijn er meerdere smaakjes voor handen: je kan ook zorgen dat je mentaal en fysiek actief blijft wanneer je eenmaal met pensioen bent gegaan. Natuurlijk kan je ook na je pensioen nog deels blijven werken. Dat kan bijvoorbeeld via een gespecialiseerd uitzendbureau of als zzp’er.

Te vroeg met pensioen is fysiek en mentaal niet zo goed voor je

Onder andere de wetenschapper Calvo geeft in The Washington Post aan dat zijn ‘Should I stay or should I go’ nog lopende onderzoeksproject tot nu toe laat bijvoorbeeld zien dat stoppen met werken een negatief effect heeft op je cognitieve vaardigheden. Wanneer je op je zestigste stopt is dat niet zo fijn voor je brein, wanneer je op je vijftigste je baan gedag zegt om met pensioen te gaan, is dat nog een stuk beroerder voor je bovenkamer. Het onderzoek kijkt niet alleen naar de effecten voor het brein, maar ook naar algehele gezondheid, chronische aandoeningen, dagelijkse activiteit en mobiliteit en nog zo wat dingen. Mensen die (veel) eerder dan gemiddeld met pensioen gaan voelen zich eenzaam en niet verbonden met anderen in je omgeving. Jij kan wel zin hebben om iets leuks te gaan doen en je vrienden bellen, maar die zijn wel aan het werk en hebben geen tijd. Tegen de tijd dat zij met pensioen gaan en jou bellen, hoeft het voor jou al niet meer. Je loopt domweg niet meer gelijk op met de mensen om je heen en je loopt in zekere zin voor in de levensfase waar je in zit. Dat klinkt al met al natuurlijk niet zo gezellig natuurlijk.79325796

If you snooze you lose: soms zelfs al vóór je pensioen!

Ook uit ander onderzoek (Rohwedder & Willis, 2010) waar de cognitieve vaardigheden van mensen van voor in de zestig uit verschillende westerse landen (onder andere ons kikkerlandje) in kaart werden gebracht door geheugentestjes kwam het negatieve breineffect naar voren. Sterker nog: je hoeft nog niet eens echt formeel met pensioen te zijn voor je brein om zich er al op in te stellen! Blijkbaar kan je mentaal al eerder met pensioen dan dat je afscheid hebt genomen op je werk en je collega’s hebt bedankt voor de prettige samenwerking. Pro-actief op de verkeerde manier dus!

Houd je brein en je lijf ook duurzaam inzetbaar ná je pensioen!

De verschillende deskundigen geven aan dat het doen van een kruiswoordpuzzel uit de krant je brein niet echt op peil houdt. Om je brein ook na je pensioen zo goed mogelijk in conditie te houden, moet je jezelf wel écht uitdagen, misschien een nieuwe taal leren, of ervoor zorgen dat je nieuwe technologische vaardigheden erbij leert. Er zijn zelfs voorbeelden van mensen die besluiten om nog een serieuze studie te volgen of om na hun pensioen alsnog een proefschrift te schrijven. Over uitdaging gesproken. Hoe dan ook: zorg ervoor dat je in beweging blijft. Niet alleen fysiek, maar activeer ook die grote grijze massa in je bovenkamer. Dan is de kans groot dat je langer bewust kan genieten van je welverdiende pensioen wanneer je eenmaal zover bent. Lekker toch?!

vroegpensioen is niet fijn voor je brein van akker vindt 2016

 

Verliesaversie: geldt ‘Van ruilen komt huilen’ ook in je loopbaan?

je tijd uitzitten in je baan is niet goed voor je inzetbaarheid vanakkervindt 2015

Gisteren publiceerde ik samen met een aantal collega’s een UWV-onderzoek over de arbeidsmarkt bij de overheid. Voor alle exacte ins en outs verwijs ik je graag naar het onderzoek zelf, maar wat mij al werkend aan dit onderzoek vooral opviel is dat bij de overheid in de wereld van werk niet zoveel lijkt te veranderen. Drie jaar geleden verdiepte ik mij in de arbeidsmarkt en inzetbaarheid in het openbaar bestuur en dan met name gemeenten en kwam ik erachter dat overheidsorganisaties door de bank genomen behoorlijk vergrijsd zijn (de gemiddelde leeftijd van overheidsmedewerkers ligt ongeveer 2 jaar hoger dan die van alle werkenden) en dat de baanmobiliteit laag ligt.

Ouder en wijzer?Ga niet je tijd uitzitten vanakkervindt 2015

Dit jaar verdiepte ik mij in overheidswerkgevers in bredere zin en kwam in grote lijnen het zelfde beeld naar voren. In grote lijnen, want inmiddels is de populatie gemiddeld nog een tandje ouder. Door het ophogen van de pensioenleeftijd en het feit dat prepensioen- en VUT-regelingen op de schop zijn gegaan. Of met het klimmen van de jaren bij deze medewerkers ook de wijsheid in eigen loopbaan is toegenomen is de vraag. De helft van de medewerkers in het openbaar bestuur is de afgelopen vijf jaar niet van baan gewisseld. En dat niet alleen: ook de medewerkers die in onderzoeken aangeven dat hun werk niet meer zo goed bij hun past, ondernemen niets om daar verandering in te brengen. In de publicatie ‘Werken is bewegen’ (ICTU, 2015) wordt deze groep die ongeveer 10 procent van de medewerkers beslaat, betiteld als de ‘vastzitters’. Geen sexy titel voor mensen die hun eigen baan ook al niet meer zo aantrekkelijk vinden dus…

Een fuik inzwemmen in je loopbaan beperkt je ruimte

Zelf kan ik me niet voorstellen, dat als ik het niet naar mijn zin zou hebben, dat ik me zelfs niet zou oriënteren op een nieuwe stap in mijn loopbaan. Dat ben ik en het zou zomaar kunnen dat ik niet representatief ben voor de gemiddelde werknemer in Nederland. Ik vraag me ergens ook wel af hoe het kan. Dit is deels wel onderzocht: veel ambtenaren zijn onzeker over hoe zij hun ambtelijke werkervaring kunnen vertalen naar een baan in de marktsector bijvoorbeeld en daarnaast hebben ambtenaren, zeker wanneer ze al lang op een bepaalde plek zitten, flink wat rechten opgebouwd die ze niet graag opgeven. Je zou kunnen beweren dat ze juist door zich niet te bewegen in hun loopbaan een fuik in zijn gezwommen, waar steeds minder ruimte voor beweging lijkt.

Verliesaversie is een slechte raadgever in loopbaankeuzes

Bovendien speelt een zekere angst om iets te verliezen mee: niet alleen geef je een
verhoudingsgewijs behoorlijk vaste baan op, maar bovendien weet je wat je hebt zolang je blijft zitten waar je zit. Uit onderzoek is al jaren bekend dat mensen in het algemeen ‘last hebben van’ verliesaversie: de pijn van een mogelijk verlies wordt sterker ervaren dan de vreugde die een even grote of misschien zelfs wel grotere winst zou opleveren. Oftewel kort door de bocht: verliezen doet meer pijn dan dat winnen een fijn gevoel oplevert. Het zit blijkbaar ingebakken in ons als homo sapiens. In een wereld waar de baan voor het leven uitsterft en flexwerk zijn intrede heeft gedaan is dat niet handig.

Werk dat bij je past geeft je energie

Komt van ruilen huilen in je loopbaan vanakkervindt 2015Wanneer je immers wel zou durven een stap binnen of buiten of naast (denk aan combibanen en hybride werken) je eigen organisatie te maken, wanneer elders meer ruimte lijkt te zijn om dingen te doen die bij je passen en waar je blij van wordt, is dat goed voor jezelf en je loopbaan. Je zit niet alleen langer je uren uit aan hetzelfde bureau waar je al jaren zat tot je eindelijk eindelijk met pensioen ‘mag’, maar je zet je kwaliteiten in. Dat zijn dingen waar mensen blij van worden en die hen energie geven en dat is dan weer goed voor hun inzetbaarheid, vitaliteit en employability. Stel dat je een nieuwe loopbaanstap maakt en zomaar ineens niet meer naar je pensioen hoeft toe te leven? Het moet niet gekker worden!

Een college over verliesaversie dan maar?

De mensen die zich met HRM en duurzame inzetbaarheid bij de overheidswerkgevers bezig houden vertel ik natuurlijk helemaal niets nieuws. Die zijn al volop bezig om er alles aan te doen om de inzetbaarheid van de eigen medewerkers te bevorderen. Maar blijkbaar is het nog lang niet genoeg, want voorlopig blijft die mobiliteit bij overheidsmedewerkers laag. Als zij dan toch door krimp in de organisaties, of wat voor reden dan ook hun werk verliezen, zal het transitiebudget vooral mosterd na de maaltijd zijn. Voor zowel die één op de tien ambtenaren als voor de samenleving zelf lijkt het mij heel wat waard wanneer zij niet meer vastgeroest op hun plekje blijven zitten. De hamvraag is natuurlijk hoe je dat voor elkaar gaat krijgen. Ik ben bang dat een klein college over de irrationaliteit van menselijke keuzes, heuristiek en verliesaversie deze groep niet alsnog in beweging zal krijgen. Jammer, want volgens mij hoeft van ruilen niet altijd huilen te komen. Zeker niet in je loopbaan. 

Misschien maakt een loopbaanwissel je wel blij vanakkervindt 2015

NEA 2015: Later in je loopbaan beter op je plek

ict heeft last van kwalificatieveroudering Van Akker Vindt 2015

Vandaag zijn de eerste resultaten van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) door TNO en CBS gepubliceerd. Dit is een grote steekproef waarin werknemers worden bevraagd over verschillende aspecten die te maken hebben met -heel verrassend- hun arbeidsomstandigheden. Juist ja. Nu naar hun persbericht over kwalificatieveroudering en de vraag in hoeverre werk en vaardigheden onder Nederlandse werknemers goed bij elkaar passen.

Nieuwe kennis en kunde ontbreekt bij bijna kwart werknemers

In hun persbericht geven TNO en CBS aan, dat bijna een kwart van alle werknemers (23 procent) aangeeft dat zijn kennis of vaardigheden missen die belangrijk zijn om hun werk goed te kunnen doen. Het gaat bijvoorbeeld om technologische en organisatorische kennis en kunde. Dit blijft niet zonder gevolgen want het persbericht vervolgt dat deze groep werknemers minder tevreden zijn, vaker ziek zijn en veel vaker burn-outklachten hebben.

Kwalificatieveroudering in ict door snelle technologische ontwikkelingen

Het ontbreken van deze kennis, zogenaamde kwalificatieveroudering, komt het meest voor in de informatie- en communicatiesector, oftewel de ict. De oorzaak ligt vooral in het feit dat de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar opvolgen, heel erg hoog ligt en voor relatief veel ict-, netwerk- en dataspecialisten bijna niet bij te benen is.

Bij meeste werknemers sluit werk aan op kennis en vaardigheden

Tot zover deze kort door de bocht weergave van het persbericht dat gepubliceerd is over de NEA. Ik ben zelf ook even in de NEA gedoken en las dat ruim 60 procent van de Nederlandse werknemers in 2014 van mening was hun kennis en vaardigheden goed aansluiten bij hun werk. Dat is alvast mooi, want ruim zes op de tien werknemers doet voor wat betreft kennis en kunde iets dat bij hem of haar past en dat is dan weer goed voor hun inzetbaarheid en werkplezier.

Naarmate loopbaan vordert verbetert match tussen mens en werk

Vrouwen vinden iets vaker dan mannen dat hun werk goed aansluit en naarmate de loopbaan vordert blijken mensen steeds beter op hun plek te zitten. Aan het begin van de loopbaan geeft bijna 45 procent van de jongeren tot 25 jaar aan, dat hun competenties en hun werk goed op elkaar aansluiten. Bij de groep van 25-44-jarigen groeit dit tot ruim 64 procent en tot het pensioen groeit het nog ietsjes door met bijna 67 procent. Mijn aanname is dat het adagium “Ken uzelf” naarmate de werkzame jaren vorderen steeds meer opgang doet.

Helft jongeren werkt onder zijn niveau

Je kan ook andersom redeneren en constateren dat de match bij ongeveer vier op de tien werknemers niet ideaal is en dat dat over de hele beroepsbevolking wel heel veel mensen zijn die niet goed op hun plek zitten. Bijna de helft van de jongeren tot 25 jaar geeft aan dat ze meer kennis en vaardigheden hebben dan ze nodig hebben voor hun werk. Dit kan vermoedelijk mede verklaard worden doordat veel jongeren naast school of studie een bijbaantje hebben in bijvoorbeeld de horeca of de detailhandel. Dat leed is vermoedelijk voor die jongeren te overzien, want ze leren nog genoeg in hun opleiding of eventueel in een eerste baan.

Dertig procent menselijk kapitaal onderbenutmenselijk kapitaal onderbenut van akker vindt 2015

Maar ook later geldt dat zo’n drie op de tien werknemers vindt dat ze meer kunnen dan ze nodig hebben voor hun werk. Hun kennis en vaardigheden worden onderbenut en dat kan nadelige invloed hebben op hun menselijk kapitaal en in het verlengde daarvan voor hun inzetbaarheid en employability. Dat is jammer voor die werknemers zelf, maar ook voor hun werkgevers die het talent dat ze in huis hebben niet goed gebruiken en te maken kunnen krijgen met verzuim door de stress (“bore out”) die hiervan het gevolg kan zijn met alle verzuimkosten van dien. Ten slotte geldt voor ongeveer een op de vijf werknemers dat zij moeilijker werk doen dan ze eigenlijk aankunnen. 

Kunt u nog even spitten naar aan onderbenutting gerelateerd verzuim?

Naast een grote groep van mensen die werk doet dat behoorlijk goed matcht zijn er dus ook nog heel veel werknemers die meer zeggen te kunnen dan ze doen, of andersom eigenlijk de kennis en vaardigheden missen om hun werk goed te doen. Voor de nieuwe vaardigheden is er blijkbaar een extra analyse losgelaten, die laat zien dat kwalificatieveroudering (dus niet de kennis hebben die nodig is voor het goed uitoefenen van je beroep) leidt tot meer verzuim en meer burn-outklachten. Ik ben nieuwsgierig naar een aanvullende analyse van de onderzoekers van TNO en CBS hoe het zit met de psychosociale arbeidsbelasting van mensen die zich onderbenut voelen en in hoeverre dit van invloed is op de mate waarin zij stappen zetten om een andere baan te zoeken en te vinden. Kunnen de dames en heren van TNO en CBS hier nog even induiken? Ik ben benieuwd!

bore out  burn out

Pesten op de werkvloer deel 5: preventie en aanpak

Pesten doet pijn Van Akker Vindt 2014

In de eerste vier blogs in deze serie over pestproblematiek op de werkvloer heb ik uiteengezet waarom pesten een probleem is, welke gevolgen de slachtoffers ondervinden, onder welke omstandigheden pesten in organisaties gedijt en welke gevolgen pesten voor organisaties heeft. Onpolitiek gezegd is dat allemaal niet misselijk. In de meest ernstige gevallen kan pesten lijden tot suïcide bij de slachtoffers van pesterijen. In ieder geval is pesten een kostbare zaak, voor het slachtoffer, de organisatie en in bredere zin de maatschappij. Alle reden dus om als maatschappij een wettelijk kader te scheppen voor een veilige werkplek voor alle werknemers en voor organisaties om er alles aan te doen om pesten te aan te pakken en beter nog, te voorkomen (cf. Haesevoets, 2012).

Wat zegt het wetboek over pesten?

Pesten valt volgens de Arbowetgeving onder ‘psychosociale arbeidsbelasting’. Werkgevers zijn verplicht om ervoor te zorgen dat deze vorm van belasting zoveel mogelijk voorkomen of beperkt wordt. Verder verplicht het Arbobesluit werkgevers om risico’s in kaart te brengen in een risico-inventarisatie en -evaluatie. Met alleen een inventarisatie zijn de werkgevers er nog niet wat hetzelfde besluit verplicht hen er ook toe om een plan van aanpak op te stellen met daarin maatregelen voor het voorkomen van pesten in de organisatie en het personeel daarover inlichten. Ook in het Burgerlijk Wetboek worden werknemers impliciet beschermd tegen pestgedrag. De werkgever heeft namelijk voor te zorgen dat hij een veilige werkomgeving schept en dient zich als een goed werkgever te gedragen. De overheid heeft dus wel een aantal randvoorwaarden geformuleerd waar de werkgever mee aan de slag moet (Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Maar hoe dan?Preventieve maatregelen om machtsmisbruik door leidinggevenden te voorkomen Van Akker Vindt 2014

Om te beginnen zijn er eigenlijk drie soorten maatregelen die je kan treffen. Dat zijn respectievelijk preventieve, beschermende en curatieve maatregelen. Hierbij kunnen interventies betrekking hebben op de organisatie als geheel, op taakniveau en/of op het individueel niveau. Toegegeven, dat is vrij abstract. Hieronder volgt een uiteenzetting gebaseerd op eerdergenoemde auteurs en Ronner et al (2007) met concrete maatregelen en suggesties.

Maak duidelijk dat pesten niet geaccepteerd wordt

De eerste is meteen de duidelijkste. Maak aan iedereen in de organisatie dat pesten niet geaccepteerd wordt. Hanteer een zero tolerance beleid bij pestgedrag en laat duidelijk weten tot welke sancties pestgedrag zal leiden wanneer het voorkomt. Formuleer een duidelijke set gedragsregels en kom met duidelijke waarden en normen waar de organisatie voor staat. Geef als leidinggevenden hierbij zelf het goede voorbeeld binnen de organisatie en binnen de eigen teams. Dit betekent ook voor HRM dat men bij de selectie leidinggevenden niet alleen moet selecteren op inhoudelijke kennis en dergelijke, maar vooral ook op zaken als integriteit, voorbeeldgedrag, vaardigheden in omgaan met conflicten en creëren positief werkklimaat zou moeten letten. Zorg naast een positief werkklimaat ook voor een fysiek veilige werkplek, zonder nisjes, donkere hoekjes of andere plekken waar men ongezien ongewenst gedrag kan vertonen. De omgeving moet zich niet lenen voor pestgedrag, zorg dus voor open ruimtes, goede verlichting enzovoort. Ook zulke eenvoudige maatregelen kunnen bijdragen aan de preventie van pestgedrag.

Zorg voor steun door collega’s en leidinggevenden

pesten-op-het-werk Van Akker Vindt 2014Steun binnen de organisatie werkt bufferend wanneer een medewerker problemen (zoals pesten) op de werkvloer ervaart. Zorg er binnen de organisatie voor dat de hoeveelheid steun die vanuit management en collega’s voldoet aan de behoefte aan steun van het slachtoffer. Doordat de mate waarin het pestslachtoffer steun ervaart – dus zijn of haar eigen perceptie of die hoeveelheid wel of niet voldoende is! – bufferend werkt in de mate waarin het slachtoffer met de problemen kan omgaan is het belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende steun wordt ervaren. Steun door collega’s en leidinggevenden werkt in het algemeen bufferend bij stressreacties en dus ook bij pestproblematiek. Medewerkers moeten het gevoel hebben dat ze naar hun leidinggevende kunnen stappen om dingen te bespreken die hun dwars zitten.

Vertrouwenspersoon en klachtencommissie

Stel een vertrouwenspersoon aan en een klachtencommissie in zodat medewerkers die een probleem van ongewenst gedrag willen bespreken een aanspreekpunt hebben die discreet met hun vraag om gaat en waar nodig als intermediair kunnen optreden wanneer er sprake is van pest- of ander ongewenst gedrag op de werkvloer. Zorg dat klachten over pesterijen die er zijn goed geregistreerd en gerapporteerd worden. Niet alleen inventariseer je daarmee goed wat de omvang van eventuele problemen binnen je organisatie is, maar kan zo’n rapportage ook bijdragen aan het formuleren of bijstellen van beleid om pesten te voorkomen en aan te pakken wanneer het zich aandient. 

Zorg voor een divers personeelsbestand

In de eerdere blogs over dit onderwerp kwam al naar voren dat wanneer iemand in een groep anders is dan anderen, deze al snel kans maakt om een zwart schaap te worden binnen de groep en doel van pesterijen kan worden. In een organisatie waarin er veel verschillende mensen zijn en er ook mogen zijn, is de kans dat iemand buiten de groep valt minder, omdat de groep om te beginnen al diverser is. Bij diversiteit gaat het dan niet alleen om zichtbare verschillen zoals geslacht, leeftijd en etniciteit, maar zeker ook om niet of minder zichtbare verschillen, zoals wensen en behoeften, seksuele voorkeur, werkstijlen en karaktereigenschappen. Zorg ervoor dat al deze mensen prettig met elkaar kunnen samenwerken en dat deze diverse collega’s ook als interne klanten worden gezien waar je klantgericht mee om gaat. Wanneer collega’s elkaar zien als interne klanten betekent dit dat afspraken nagekomen worden, dat werk overgenomen wordt bij overbelasting, ziekte en/of vakantie. Dat maakt dat mensen wat voor elkaar over hebben, dat ze zich (daar istie weer!) zich gesteund voelen en dat mensen samen de schouders er onder zetten wanneer de taakbelasting voor collega’s te hoog wordt.

Trainingen en tegengaan machtsmisbruik leidinggevende

Om te beginnen kan je medewerkers trainen op het gebied van conflicthantering, leren grenzen aan te geven, stressbestendigheid en assertiviteitstrainingen, zodat zij een betere copingstijl leren hanteren, dus zodat ze beter met eventuele spanningen of problemen kunnen omgaan. Stresspreventie is belangrijk omdat zoals eerder aangegeven de kenmerken van organisaties waar sneller gepest wordt, voor een groot deel overeenkomen met organisaties waar mensen eerder uitvallen door stress op de werkvloer. Naast medewerkers zouden ook leidinggevenden getraind moeten worden om adequaat te reageren wanneer er meldingen zijn van ongewenste omgangsvormen. Daarnaast kan het voor sommige leidinggevenden nuttig zijn om ook om te kunnen gaan met conflicten in de eigen organisaties. Voor andere leidinggevenden kan het nuttig zijn om ze tegen zichzelf in bescherming te nemen en ervoor te zorgen dat ze minder in de gelegenheid zijn om hun macht te misbruiken. Een tool hierbij kan bijvoorbeeld het systeem van 360 graden feedback zijn. Dit zorgt ervoor dat de individuele medewerker niet meer enkel door de eigen leidinggevende wordt beoordeeld, maar ook door andere collega’s, waardoor de beoordeling minder subjectief wordt. (Daar is natuurlijk ook zonder pesten wel het nodige voor te zeggen!) Andersom betekent het ook dat de leidinggevende zelf ook door meerdere mensen wordt beoordeeld, waardoor zowel goede als minder goede trekjes beter naar voren zullen komen.Machtsmisbruik is ook een vorm van pesten Van Akker Vindt 2014

Zorg voor goede opvang van het slachtoffer wanneer het toch misgaat

De maatregelen die hierboven genoemd zijn, zijn allemaal preventief van aard en bedoeld om pesterijen te voorkomen of – wanneer nodig – in de kiem te smoren. Dat betekent niet dat daarmee alle onheil is afgewend. Er bestaan nou eenmaal geen 100 procent garanties in het leven. Ondanks al dat beleid en die goede bedoelingen wel degelijk misgaan. Als het dan toch verkeerd is gegaan is het vooral zaak om er voor te zorgen dat geregeld is dat het slachtoffer goed wordt opgevangen en de dader wordt aangepakt. Hierbij spelen de vertrouwenspersoon, de afdeling HRM, de betrokken arboprofessionals en het management een belangrijke rol in de aanpak van het conflict en/of de pestincidenten.

Implementatie van beleid

Zorg voor het implementeren van het beleid dat iedereen om te beginnen goed geïnformeerd is over de inhoud en het doel van het beleid. Zorg wanneer je de implementatie projectmatig aanpakt je ook duidelijke mijlpalen vaststelt, waarin doelen in de tijd zijn gekoppeld aan duidelijke en zinvolle prestatie-indicatoren. Blijf ook na implementatie aandacht aan dergelijk beleid besteden, zodat niet na verloop van tijd de aandacht verslapt en medewerkers niet of niet meer op de hoogte zijn van het hoe en wat rondom pesten. Dit kan bijvoorbeeld in een sociaal jaarverslag, maar misschien ook door een open houding op de werkvloer waardoor veel onderwerpen, waaronder pesten en ander niet-integer gedrag bespreekbaar worden, zijn en blijven. Ten slotte kunnen organisaties ook leren van hun collega-organisaties, al dan niet binnen dezelfde branche. Door samen te werken met collega’s en concullega’s in de branche kan je van elkaar leren, hoef je niet overal en altijd zelf het wiel uit te vinden, kan je ervaringen delen. En vooral: hopelijk heel veel leed voorkomen. En zeg nou zelf. Wie wil dat nou niet?

 

zeg nee tegen pesten Van Akker Vindt 2014

 

Pesten op de werkvloer deel 4: gevolgen voor de organisatie

 

pesten op het werk Van Akker Vindt 2013

In de eerdere blogs over pesten besteedde ik aandacht aan de omvang van het pestprobleem, de gevolgen voor het slachtoffer en kenmerken van organisaties waar de kans op pesten groter is dan elders. Duidelijk is dat pesten een probleem is dat meerdere mensen binnen een organisatie raakt en dat zijn niet alleen de slachtoffers, dat er veel factoren van invloed zijn en de gevolgen voor betrokkenen behoorlijk groot. Een van die betrokkenen is de actor van de organisatie zelf. Ook deze ondervindt de gevolgen van de verpeste werksfeer op de werkvloer. Om te beginnen kan hierbij worden gedacht aan een toename van het verzuim in de organisatie. 

Veel verzuim door slachtoffers en omstanders

Pesten op het werk leidt tot veel verzuim (cf. Ronner, et al, 2007, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Volgens het Ministerie van SZW leidt pesten in Nederland tot ruim vier miljoen extra verzuimdagen per jaar en ook internationaal zijn de gevolgen groot, blijkt uit onderzoek. Fins onderzoek onder 5 duizend ziekenhuismedewerkers toont aan dat 2 procent van alle verzuim pesten als oorzaak had. Twee procent klinkt misschien niet direct als heel veel, maar het gaat wel om veel gemiste arbeidsuren en vooral veel leed voor betrokkenen. Ook uit ander onderzoek blijkt dat ruim een derde van de medewerkers zich weleens ziek heeft gemeld vanwege pesten. Veel van de slachtoffers uit dat onderzoek gingen ondanks gezondheidsklachten toch weer aan het werk, uit angst voor verdere escalatie. Dit betekent dat deze mensen onvoldoende gelegenheid krijgen om te herstellen van de stress, met alle mogelijke gevolgen van dien, voor henzelf en de organisatie. Organisaties moeten zieke medewerkers onder het door veel werkgevers ervaren ‘juk van de Wet Verbetering Poortwachter’ nog twee jaar doorbetalen en er alles aan doen om zieke medewerkers te re-integreren. Ook dit is in meerdere opzichten een kostbare zaak.

Ongelukken op het werk en productiviteit

Uit divers onderzoek komt naar voren dat de werkomstandigheden gekoppeld kan zijn aan de mentale gezondheid van de werknemers (Arnold et al, 2010). Wanneer mensen stress op het werk ondervinden, daalt de productiviteit en neemt bovendien de kans op ongelukken op het werk toe. Deze vergrote kans op ongelukken wordt toegeschreven aan gebrek aan concentratie, verminderde coördinatie en geprikkeldheid, waardoor de kansen op het maken van fouten groter wordt. Zeker op werkplekken die toch al gevaarlijk zijn, zoals bijvoorbeeld bouwplaatsen, of plekken waar bijvoorbeeld met giftige stoffen wordt gewerkt, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Er is overigens niet precies bekend, hoeveel groter die kans op fouten dan precies is. Onderzoek toont verder aan dat zowel slachtoffers van pesten als getuigen van dergelijk pestgedrag minder productief zijn in hun werk (cf. Ronner, et al, 2007). “Op basis van zelfrapportage is berekend dat het gaat om een productiviteitsverlies van 1,5 tot 2 procent”, stellen Ronner en de haren in hun literatuurstudie. pesten op de werkvloer Van Akker Vindt 2014

Werktevredenheid

Werktevredenheid is belangrijk voor organisaties en mensen die er werken. Om nog even terug te komen op productiviteit, blijkt uit een overzicht van 300 studies dat er een sterke correlatie is tussen werktevredenheid en productiviteit. Ook op individueel niveau is er sprake van een sterk positief verband tussen tevredenheid en prestatie (cf. Robbins & Judge, 2011). Je hoeft niet enorm veel inlevingsvermogen te hebben om te kunnen constateren dat in ieder geval het slachtoffer van pesten en waarschijnlijk ook de omstanders het niet echt gezellig hebben op het werk en dus slecht zullen scoren op werktevredenheid.

Hoog verloop

Uit onderzoek blijkt dat in organisaties waar gepest wordt het verloopcijfer hoger is dan in organisaties waar geen sprake is van een pestprobleem. Om preciezer te zijn: een kwart van de medewerkers die te maken hebben met pesten, veranderen van baan (cf. Ronner et al, 2007). Dat geldt voor zowel de directe slachtoffers als de getuigen van pesterijen. De laatstgenoemde groep medewerkers vertrekt vanwege de slechte werksfeer, de verziekte verhoudingen en de intimiderende cultuur. Door het vertrek van deze mensen verliezen organisaties hun kennis en kunde en zullen nieuwe mensen moeten werven en inwerken. Behalve dat je dus goede medewerkers verliest, betekent dat ook weer productiviteitsverlies. Die nieuwe medewerker heb je niet direct en bovendien zal die niet vanaf dag een even productief zijn als de voormalig medewerker die vertrokken is en alle kennis al in huis had. Los van de kosten voor werving en selectie, schiet ook hier de organisatie er opnieuw bij in.

Ten slotte kunnen organisaties door het de pesterijen op het werk veel geld kwijt zijn aan juridische kosten die gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld wanneer er inderdaad sprake is van letselschade door ongelukken op het werk of procedures die te maken kunnen hebben met de gevolgen van de pesterijen voor de slachtoffers. Natuurlijk kan dat ook nog negatieve publiciteit tot gevolg hebben. Als organisatie heb je dus alle reden om er alles aan te doen om pestgedrag te willen voorkomen. Op de manier waarop organisaties pestgedrag en de gevolgen kunnen aanpakken, of liever nog: voorkomen, kom ik in het laatste blog in deze serie over pesten op de werkvloer terug. 

de gevolgen van pesten op het werk zijn groot Van Akker Vindt 2014