Dit blog tot nu toe: een tussenstand na 15 duizend bezoekjes

Van Akker Vindt na 15 duizend bezoekjes
Veel mensen weten de weg te vinden naar dit blog en natuurlijk vind ik het leuk dat het ook gelezen wordt. Het aantal blogberichten groeit gestaag en daarom zet ik zo nu en dan de populairste berichten op een rijtje. Nog niet zo lang ging het over de meest gelezen berichten van 2013, maar nu wordt het weer tijd voor een opsomming van de populairste tien blogs tot nu toe, na ruim 15 duizend bezoeken. Doe er je voordeel mee!

De tien populairste berichten

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  3. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  4. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  5. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  9. Zwartepieten over Zwarte Piet
  10. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!

Dit blog tussenstand na 15 duizend bezoekjes Van Akker Vindt 2014

Ik wens jullie -zoals altijd- weer veel leesplezier!

Gerelateerde berichten

Advertenties

Wat als we ze trainen en ze vertrekken?

Wat als we ze trainen en ze vertrekken Van Akker Vindt 2014

Wat als we ze trainen en ze vertrekken?”

Wat als we het niet doen en ze blijven?”

Ziehier in een notendop een probleem weergegeven dat zich voordoet op de arbeidsmarkt. Enerzijds worden werknemers geacht hun eigen loopbaan vorm te geven en zich doorlopend te blijven ontwikkelen, zodat ze aantrekkelijk blijven voor werkgevers. Anderzijds lijken diezelfde werkgevers nauwelijks bereid om te investeren om het menselijk kapitaal van hun medewerkers te vergroten. Zeker wanneer het om algemeen bruikbare vaardigheden gaat die ook aantrekkelijk zijn voor andere werkgevers, zijn ze bang dat werknemers overstappen of door de concurrent worden weggekaapt en zij hun investering kwijt zijn. Uit onderzoek blijkt dat vooral in arbeidsmarktregio’s waar meer bedrijven uit een sector dicht bij elkaar zitten, ondernemingen minder geneigd zijn te investeren in het opleiden en trainen van hun werknemers.

Altijd slechter af door investeringen in menselijk kapitaal?

Natuurlijk kan je daar ook heel anders tegenaan kijken als werkgever. Misschien gaat er weleens iemand weg waarin je geïnvesteerd hebt en plukt een andere organisatie misschien de vruchten van je investering. Maar dat is geen eenrichtingsverkeer. Want je neemt natuurlijk ook mensen aan die wel veel know-how en vaardigheden hebben die ze niet in jouw organisatie hebben opgedaan, maar waar je wél de vruchten van plukt. Het is natuurlijk niet zo dat je alleen maar slechter af zal zijn als organisatie, dat is nogal kort door de bocht. Het investeren in het menselijk kapitaal kan juist ook medewerkers aan je organisatie binden. Ten slotte is er een maatschappelijke tendens dat mensen steeds meer oog hebben voor mens, dier en milieu wanneer zij overgaan tot het inkopen van een product of dienst. Goed werkgeverschap is dan niet alleen een mooie waarde op zich, maar kan ook commerciële meerwaarde hebben. Kortom: het is maar hoe je het bekijkt.

Minder training voor werknemers in regio’s met meer concurrentie

Rzepka en Tamm (2013) doken in surveydata van het Duitse ministerie van onderwijs en gegevens over de sociale zekerheid van de Bundesagentur für Arbeit, dus van de Duitse variant van het UWV. Ze kwamen tot de conclusie dat er grote regionale verschillen zaten in de mate waarin werknemers van ondernemingen deelnamen aan beroepsspecifieke training en scholing en dat deze verschillen vooral terug te voeren waren op het aantal ondernemingen dat in dezelfde sector binnen een bepaalde regio actief was. Anders gezegd: als er meer bedrijven in een regio ongeveer hetzelfde doen, is de kans kleiner dat er in de training van werknemers geïnvesteerd wordt. Dit is het gevolg van het gepercipieerde risico dat werknemers na afronding van hun training ‘weggekaapt’ kunnen worden door andere bedrijven in dezelfde regio. In regio’s waar er in een bepaalde sector weinig werk is, zijn bedrijven meer genegen om mensen op te leiden, omdat er voor die werknemers minder mogelijkheden in de omgeving zijn om over te stappen naar een andere werkgever.

Regionale sectorconcentratie en overheidsbeleid

Ik heb al kort aangegeven dat op de denkwijze van bedrijven wat mij betreft wel wat af te dingen is. Zeker is niettemin, dat overheden die bezig zijn met beleid om een bepaalde sector in een bepaalde regio te concentreren en versterken, zich ervan bewust moeten zijn dat deze beleidskeuzen ook tot gevolg hebben dat bedrijven minder in het menselijk kapitaal van hun werknemers zullen investeren. Wanneer de overheid dit neveneffect als onwenselijk beschouwt, zal zij op de een of andere manier de randvoorwaarden moeten scheppen zodat ook werknemers in die regio’s hun kennis en kunde kunnen behouden en versterken.

Minder training voor werknemers in regio's met meer concurrentie Van Akker Vindt 2014

Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving

Je een beetje een Easy Rider wanen en de vrijheid tegemoet rijden op een verloren zondagmiddag Van Akker Vindt 2014

Vroeger was het helder: zo ergens rond de vijftig was de tijd rijp voor een zorgvuldig getimede midlifecrisis. Ergens rond die koers maakte de gedachte zich van de man – vrouwen hadden immers de menopauze en de legenestkwestie al gekaapt- meester dat het leven eindig was en ze gemiddeld genomen minder tijd voor zich hadden dan achter zich. De balans werd opgemaakt en wellicht was de conclusie dat men niet had bereikt wat men had willen bereiken en de dromen uit hun jonge jaren waren, inderdaad, niet meer dan dromen waren gebleven. Of misschien was wel alles bereikt, goede baan, leuk huis, gezin en alles wat daar bij hoorde, maar vroeg men zich af of dit het dan was: het leven? Vroeger, u weet nog wel de tijd vóór de ‘Grote Recessie’ kocht zo’n man dan een stoere grommende motorfiets, een mooie gelegenheid om toch nog een jeugddroom waar te maken. Bovendien kon je je met zo’n machine tussen de benen alsnog een beetje een Easy Rider wanen en de vrijheid tegemoet rijden op een verloren zondagmiddag. De motor was niet alleen een stoer vormgegeven stalen ros, maar vooral ook symbool van het escapisme van de midlifer in crisis geworden. Hop de motor op: crisis afgewend. Nou ja. Sort of. Misschien. Even.

Persoonlijke crisis als katalysator voor verandering?

Maar, zoals altijd: tijden veranderen. De economie pruttelt ondanks een voorzichtig ontluikend optimisme feitelijk nog altijd als een verroeste Solex. Dus houd je als midlifer in deze onzekere tijden je hand op de knip en koop je natuurlijk geen motor. (Dit is overigens ook terug te zien – het is geen grap!- in de verkoopcijfers van motors van de RAI van augustus 2013, waar sinds 2007 een duidelijk dalende trend te zien is, maar dat terzijde). Dus moet je iets anders doen om die midlifecrisis te lijf te gaan. Maar voorkomen is beter dan genezen luidt het spreekwoord. En dat is natuurlijk niet voor niets. Misschien wordt het tijd om eens stil te staan en niet te wachten met het omgooien van het roer tot zich een crisis van welke aard dan ook aandient, hoe goed die ook als katalysator voor veranderingen kan werken.

Turbulente tijden op de arbeidsmarkt

Je hoeft immers niet in welke crisis dan ook te zitten om eens te reflecteren op je leven en je loopbaan en te kijken of de plek waar je nu bent in je leven en je werk nog bij je past. We leven in een wereld die heel erg snel verandert, met een arbeidsmarkt die minder zekerheden biedt en in Nederland bestaat uit een leger insiders (mensen met een vaste baan), outsiders (mensen die werken op basis van verschillende soorten flexcontracten) en steeds meer mensen die werken als ZP’er (zelfstandige professionals, of ZZP’ers, zo u wenst) en hun eigen broek moeten zien op te houden. Om het hoofd boven water te houden, zal je moeten zorgen dat je die vaardigheden hebt die interessant genoeg voor anderen zijn om ervoor te willen betalen en voor jezelf interessant genoeg om ze te kunnen volhouden. Daarbij maakt het uiteindelijk niet zoveel uit of dit als vaste of flexibele werknemer of als zelfstandig ondernemer is. We hebben te maken met de open grenzen in Europa, toenemende mondialisering en technologische ontwikkelingen waarvan we nauwelijks kunnen overzien waar ze eindigen en wat dat betekent voor ons persoonlijke en werkende leven. Dat vergt nogal wat van ons.

Niet wachten op een crisis om keuzes te makenEen mens hoeft immers niet lijdzaam af te wachten tot zich een quarter-, midlife- of andere crisis in het werkende of persoonlijke leven voordoet om keuzes te maken.  Van Akker Vindt 2014

Op de ontwikkelingen in de wereld om ons heen kunnen we maar in beperkte mate invloed uitoefenen. Dat schrijf ik niet omdat ik een negatief ingestelde doemdenker ben, maar omdat het gemiddelde individu realistisch bekeken niet in staat is bepaalde ontwikkelingen tegen te houden. Wat een individu wél zelf kan, is zijn(*) houding ten opzichte van die snel veranderende wereld te bepalen en waar nodig veranderen. Hij kan, al dan niet met hulp van derden, proberen zichzelf, zijn wensen en vaardigheden zo goed mogelijk te leren kennen. Hij kan zijn eigen keuzes maken. Hij kan bepalen wat hij belangrijk vindt in het leven en ook nadenken over welke rol hij wil spelen in die wereld en wat daarvoor nodig is. Een mens hoeft immers niet lijdzaam af te wachten tot zich een quarter-, midlife- of andere crisis in het werkende of persoonlijke leven voordoet om keuzes te maken. Een crisis helpt om het roer om te gooien en dat blijkt wel uit een lezing die ik vorig jaar bijwoonde. De jonge vrouw die de lezing gaf stelde dat ‘haar burn-out het beste was dat haar was overkomen’, omdat het haar tot noodzakelijke keuzes hadden gedwongen, waardoor ze haar werk en leven na de burn-out als rijker en leuker ervoer. Good for her, natuurlijk, maar ik gun mensen dat ze toch iets eerder stilstaan bij wat goed en zinvol voor henzelf is. Niet maar werken, werken, werken tot er een spaak in de wielen komt of een motor moet worden aangeschaft voor het nodige escapisme, maar echt even stil staan bij wie jíj bent en wat jíj wilt.

Zingeving geen exclusief domein van de mannelijke motorrijdende midlifer

In de literatuur (o.a. in Truxillo, et al. 2012) is terug te lezen dat oudere werknemers (maar vermoedelijk ook oudere mensen in het algemeen) kijken naar de tijd achter zich en de tijd die ze nog voor zich hebben in hun loopbaan en in hun leven en de balans opmaken en op zoek gaan naar meer zingeving. Ze vinden andere aspecten dan carrière maken of status minder belangrijk dan toen ze jonger waren en vinden het belangrijker of ze hun werk als zinvol ervaren. Op middelbare leeftijd worden zaken als het helpen van of zorgen voor anderen belangrijker. Net als de wens om iets terug te doen voor de maatschappij. Ik kan me dat goed voorstellen.

Tegelijkertijd begrijp ik ook uit diverse media dat jongeren vaker uitvallen uit het arbeidsproces, door stress in tijden van crisis, ze zich rond hun dertigste al afvragen of ze wel doen wat ze willen doen, enzovoort. Ook zíj zijn op zoek naar wat bij hun past en wat zij zelf als zinvol ervaren en maken keuzes in de offers die ze daarvoor wél of juist niet willen brengen. Zingeving is dus niet meer zuiver het domein van de mannelijke midlifer die zijn centjes investeert in een stoere motorfiets.

De piramide van Maslow beklimmen

In een maatschappij als de onze willen we het liefst allemaal doorklimmen naar de top van de de piramide van Maslow en komen tot volledige zelfontplooiing. Voor de behoefte en het komen tot die zelfontplooiing hoeven we niet meer eerst vijftig te worden. Het helpt als je soms even tijd neemt om te reflecteren over wie je bent, waar je bent en wie en waar je wilt zijn. Even stilstaan om achterom te kijken en om daarna ook in alle rust vooruit te kunnen kijken.

En jij?

Sta jij weleens stil? Gewoon, zomaar? Ook als er niet een acuut probleem is dat aangepakt moet worden? En zou dit geen goed moment zijn om dat (weer?) eens te doen?

(*) Overal waar ‘hij’ of ‘hem’ staat, mag je natuurlijk ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen, enzovoort.

In een maatschappij als de onze willen we het liefst allemaal doorklimmen naar de top van de de piramide van Maslow en komen tot volledige zelfontplooiing Van Akker Vindt 2014

Gerelateerde berichten