Zelf aan het roer van je loopbaan

 

Hoge kosten door stress en psychosociale arbeidsbelasting - Van Akker Vindt 2016

Heb je gemerkt dat er de laatste jaren door bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heel veel aandacht besteed wordt aan stress op het werk? Het TNO beraamt dat de kosten van psychosociale arbeidsbelasting in 2012 zo’n 2,2 miljard euro bedroegen voor werkgevers. Dat is veel geld dat ook anders besteed had kunnen worden. En minstens zo belangrijk: al die stress levert ook heel veel persoonlijk leed op voor de werknemers die werkstress ervaren.

Vier op de tien medewerkers ervaren hoge taakeisen

Zomaar even wat cijfers over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en werkstress in het bijzonder? Volgens datzelfde TNO hebben ongeveer vier op de tien werknemers te maken met hoge taakeisen. Dat zijn dus zo’n 2,7 miljoen individuele werknemers die niet of alleen met grote moeite kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hun stelt en weinig mogelijkheden ervaren om hier zelf iets aan te veranderen. Dat zijn veel, heel veel mensen die op hun tenen lopen op hun werk en daardoor waarschijnlijk uiteindelijk ook (langdurig) ziek worden. Hoge taakeisen en weinig autonomie leiden tot werkstress - Van Akker Vindt 2016Het TNO becijfert dat het in Nederland gaat om 868 duizend verzuimdagen ten gevolge van een hoge werkdruk, werkstress of werk dat te moeilijk is. Het is duidelijk dat de aandacht voor stress op de werkvloer terecht is. Natuurlijk is het belangrijk dat deze onderwerpen bespreekbaar gemaakt worden, er op de werkvloer van alles gedaan wordt om de werkstress zoveel mogelijk te voorkomen en het gesprek aan te gaan wanneer een medewerker toch aangeeft het werk minder goed aan te kunnen.

Het belang van de goede match tussen de mens en zijn werk

Natuurlijk kan je er op de werkvloer veel doen om werkstress zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gebrek aan autonomie en regelmogelijkheden en sociale steun van collega’s en leidinggevenden een negatieve invloed hebben op het welzijn van de werknemer. Maar net zo belangrijk is dat er een goede match is tussen de werknemer en zijn werk. Het gaat daarbij om meer dan een goede match tussen de vaardigheden van de werknemer en zijn werkzaamheden, waar bij veel sollicitatieprocedures de nadruk op ligt. Zelfkennis als basis voor zelfregie in de loopbaan - Van Akker Vindt 2016Naast kennis en vaardigheden is een goede match met de werknemer en zijn werkomgeving ook belangrijk. Kennis, vaardigheden en competenties zijn belangrijk, maar er moet ook een match zijn met bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. De waarden en drijfveren van de werknemer moeten bij de organisatie passen en vice versa en om duurzaam inzetbaar te blijven moet er voor de werknemer voldoende ruimte zijn om zichzelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, ook in de wereld van werk.

Zelfkennis ligt ten grondslag aan zelfregie

Om ervoor te zorgen dat mensen en hun werk op alle fronten goed bij elkaar passen, zodat ze duurzaam inzetbaar blijven, is het van belang dat de individuele werknemer inzicht krijgt en houdt in zijn eigen kennis, kunde, waarden en drijfveren. Zo’n pakketje zelfkennis heeft een aantal voordelen, mensen leren waar hun kracht ligt, waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen en waar hun drijfveren liggen. Dit zelfinzicht draagt bij aan het maken van bewuste en beter passende keuzes in de eigen loopbaan en stelt medewerkers in staat hieraan zelf richting te geven. Dit is hard nodig in een tijd dat de baan voor het leven niet meer bestaat en de jongste generaties op de werkvloer tot ruim na hun zeventigste zullen moeten doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is erbij gebaat wanneer mens en werk zo goed mogelijk bij elkaar passen. Dat begint erbij dat zelf medewerkers aan het roer van hun loopbaan (leren) staan.

Zelf aan het roer van je loopbaan - Van Akker Vindt 2016

Vier redenen om vooral níet te netwerken

Vier redenen om vooral níet te netwerken - Van Akker Vindt 2016

Veel mensen zijn op zoek naar ander werk, omdat ze werkloos zijn of dreigen werkloos te worden, of omdat ze klaar zijn voor een nieuwe stap in hun loopbaan. De economische teruggang heeft er flink in gehakt bij veel bedrijven en veel mensen hebben de afgelopen jaren moeten omkijken naar een nieuwe werkkring. Anderen zien het aantrekken van de economie op dit moment als goed moment om alsnog nieuwe stappen te zetten waar ze de afgelopen jaren hebben ingezet op zekerheid van de baan die ze hadden. Natuurlijk kan je klassiek solliciteren, maar een andere goede manier om je kansen op de arbeidsmarkt te verkennen en te vergroten is door te netwerken.

  1. ‘Maar ik ga niet bedelen om een baan’

Veel mensen denken ten onrechte dat netwerken vooral gaat om het aanknopen van gesprekjes met als doel het vragen om een baan. Dat zien ze niet zitten. Dat komt goed uit, want netwerken is nadrukkelijk niet het vragen om een baan. Bij netwerken gaat het vooral om het aangaan van het gesprek met mensen die je wel of nog niet kent om advies te vragen of kennis uit te wisselen. Stel dat je wilt veranderen van branche of droomt van een heel ander beroep, dan is het goed om eens te horen van iemand hoe hij zijn werk ervaart, om advies te vragen over welke kennis en vaardigheden je nodig hebt om dat beroep uit te voeren enzovoort. Heel veel mensen vinden het leuk wanneer andere mensen interesse tonen en zijn graag bereid om iets over zichzelf en hun werk te vertellen en hun kennis te delen, dus er is geen reden om er tegen op te kijken.

  1. ‘Maar ik ken niemand’Je kan met iedereen netwerken Van Akker Vindt 2016

Misschien denk je wel dat je niemand kent, maar iedereen kent mensen: je familie, je vrienden, je buren, mensen van je sportclub enzovoort enzovoort. Denk niet: maar zij zitten niet in de branche waarin ik een baan zoek. Het zou zomaar kunnen dat zij op hun beurt wel mensen kennen die in die bedrijfstak zitten en jou bij die mensen kunnen en willen introduceren.

  1. ‘Maar ik ben helemaal niet op zoek’

Zelfs als je niet op zoek bent, is het slim om te netwerken. Dat kan buiten je eigen organisatie, zodat je je blik verbreedt en inzicht hebt in wat jouw kennis en kunde op de arbeidsmarkt waard zijn. Maar dat kan ook binnen je eigen organisatie. Zeker wanneer je bij een wat grotere organisatie werkt, kan het helemaal geen kwaad om eens een praatje aan te knopen bij een bedrijfsuitje, of dichter bij huis bij de koffiecorner of het kopieerapparaat. Wanneer je ook mensen kent en spreekt buiten je eigen team, weet je beter wat er binnen je organisatie speelt, maar kan het ook zijn dat je via informele weg hoort dat er een vacature vrij komt die je misschien wel aanspreekt. Wanneer je dan al warme contacten hebt met het team in kwestie en weet wat ze doen, kan dat helpen om je een streepje voor te geven als je besluit intern te solliciteren.

  1. ‘Maar ik vind netwerken eng’

Als je nog nooit genetwerkt hebt, vind je de gedachte dat je met bekenden of onbekenden het gesprek zou moeten aangaan misschien wel een beetje eng. Zeker wanneer je niet de meest extraverte persoon van het noordelijk halfrond bent, kan ik me goed voorstellen dat je er tegenop kijkt. Netwerken gebeurt vaak op events zoals speciale netwerkborrels of congressen, waar heel veel mensen rondlopen. Je kan het jezelf gemakkelijker maken door alvast te beginnen met online netwerken, bijvoorbeeld met behulp van Twitter of Linkedin.Netwerken hoeft niet eng te zijn - Van Akker Vindt 2016 Met zulke platforms kan je op informele manier kennis opdoen en contact leggen met mensen uit jouw werkveld, of het werkveld dat je ambieert. Het zou zomaar kunnen dat je dan op dat congres of die borrel mensen in het echt spreekt die je voor je gevoel al kent van bijvoorbeeld Twitter.

Netwerken hoeft niet per se in grote groepen

Zo werd ik zelf onlangs op een HRM-congres verrast door iemand die zei dat ze me van Twitter kende en dat ze dit blog zo leuk vond. Ze wilde graag na het plenaire deel nog graag even zou spreken: zo gezegd zo gedaan. Het kan dus zelfs zijn dat mensen op een gegeven moment op jou afkomen en het initiatief nemen! Mocht je wel op zo’n event rondlopen waar je wel al mensen kent, of net met iemand hebt kennis gemaakt, kan je ook andere mensen aan elkaar introduceren. Dat wordt zeker gewaardeerd en versterkt op jouw beurt ook je eigen netwerk. Ten slotte kan je natuurlijk via Twitter of Linkedin een één op één afspraak maken, zodat je in alle rust een gesprek kan voeren en je niet per se in zulke grote groepen hoeft te bewegen. Dat ligt nou eenmaal niet iedereen.

De 80/20-regel bij netwerken

Netwerken is uiteindelijk vooral geven en delen, zonder direct iets terug te verwachten. Wat in ieder geval van belang is dat je niet direct ‘return on investment’ verwacht. Je kan beweren dat hier de 80/20-regel geldt: 80 procent van het resultaat komt van 20 procent van de investeringen die je gedaan hebt en dat dat ook niet per ommegaande gebeurt. De 80-20 regel bij netwerken - Van Akker Vindt 2016Zorg dat je de mensen met wie je contact hebt gelegd in het kader van je netwerkactiviteiten op de hoogte houdt en op jouw beurt ook iets kan bieden. Dat kan het delen van een interessant krantenartikel zijn, hem of haar introduceren bij iemand uit jouw netwerk of door iemand te wijzen op een leuke vacature.

Netwerken is vooral ook heel leuk om te doen!

Wanneer je een keer de smaak te pakken hebt van netwerken, zal je merken dat het vooral ook heel erg leuk is. Je spreekt leuke mensen, je hoort interessante dingen en je kan zelf op jouw beurt ook iets betekenen voor anderen en dat is gewoon heel erg fijn. Dus ongeacht of je nu zoekt naar een nieuwe baan of nog niet: het is goed om te netwerken. Dat is goed voor je werkzekerheid en je daarmee ook voor je inzetbaarheid en je blijft goed op de hoogte van wat er nu en in de toekomst nodig is om je loopbaan vorm te geven. Dat is heel veel waard en waarom zou je het niet doen als het toch heel erg leuk is om te doen?

Netwerken is vooral heel leuk om te doen Van Akker Vindt 2016

 

Werk vooral aan talenten, niet aan tekortkomingen

Aandacht voor het optimaal inzetten van de talenten van je medewerkers Van Akker Vindt 2016

Jaarplangesprek, functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek, POP-gesprek. De meeste organisaties hebben een hele trits aan gesprekken die door het jaar heen met elke medewerker gevoerd moeten worden. HRM verzorgt bij dit ritueel een reeks formulieren en leidinggevende en medewerker mogen aan de slag om een en ander in te vullen. Wanneer een leidinggevende een flink team onder zich heeft, wordt het een beetje een ‘moetje’. Begrijpelijk elk jaar twintig keer binnen een maand een zelfde soort gesprek voeren aan de hand van een droog formulier is niet iets wat iedereen met passie kan doen. Het meest dodelijk zijn in die zin functionerings- of beoordelingsgesprekken waar alles waar ‘de baas’ tevreden over is, met een serie vinkjes wordt afgedaan, om vervolgens het grootste deel van het gesprek te wijden aan de dingen die nog niet zo goed gaan. Bummer extraordinaire en de beste manier om in een paar efficiënte zinnen alle energie uit je medewerker te zuigen. Dat was weliswaar niet de intentie maar wel het gevolg. Daar wordt echt niemand blij van. Nou ja, de leidinggevende in kwestie is wellicht blij dat hij weer een van de gesprekken van zijn actielijstje kan strepen, maar verder?

Inzetten op wat mensen niet kunnen, vreet energiePOP-gesprek Van Akker Vindt 2016

In een vervolggesprek, zoals een jaarplangesprek of een POP-gesprek zou het zomaar kunnen dat er afgesproken wordt dat de medewerker moet werken aan de dingen die hij of zijn nog niet zo goed kan, al dan niet met een workshop of cursus. Dat kan heel nuttig zijn, zeker voor medewerkers die wellicht in principe het talent wel hebben maar nog wat kennis of vaardigheden ontberen. Een stuk minder wordt het wanneer de medewerker heel hard moet inzetten om iets wat hij niet zo goed kan toch te ontwikkelen. Laten we wel wezen: de meesten van ons vinden het niet zo leuk om bezig te zijn met dingen die we niet zo goed kunnen. Het kost energie en in dingen die je niet liggen word je vermoedelijk toch nooit geniaal. Zo schreef ik in dit blog over de meritocratische tendens in onze samenleving dat ik hoe hard ik ook werk, echt geen prima ballerina zal worden. Een poging daartoe zou uiteindelijk vooral veel frustratie en een faalervaring opleveren, zonder uitzicht op echte verbetering. Dat geldt ook voor die medewerker die op die cursus wordt gestuurd die niet echt bij hem past. Jammer van de energie.

Richt je op het optimaal inzetten van talenten van je medewerkers!

Waarom zoveel aandacht voor die paar dingen waar iemand minder goed in is, terwijl je je ook zou kunnen richten op de talenten in interesses die iemand al wel heeft en die nuttig kunnen zijn voor de organisatie? Natuurlijk als iemand er een potje van maakt en somehow totaal ongeschikt is, moet daar wat van gezegd worden, hoewel je dit idealiter al had moeten uitfilteren voor iemand in dienst kwam. Maar dat geldt volgens mij niet voor de meeste werknemers, die het grootste deel van hun werk prima doen. Richt je op het optimaal inzetten van talenten van je medewerkers Van Akker Vindt 2016Dus richt je op talenten en interesses. De dingen die iemand met zoveel gemak doet en kan uitbuiten, misschien op een andere plek beter inzetten dan op de huidige, dan haal je meer uit die medewerker dan wanneer hij zijn energie verspilt aan het marginaal opplussen van dingen die hij eigenlijk niet zo goed kan. En toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het wel vaak zo gaat.

Een intrinsiek gemotiveerde medewerker is een duurzaam inzetbare medewerker

Leidinggevenden en soms ook de medewerkers zelf vinden het de norm dat alles goed gaat, dus aan de dingen die goed gaan, wordt weinig aandacht besteed. We verwachten niet anders. Dingen die niet goed gaan, worden wel onder het vergrootglas gelegd. Heeft het met onze calvinistische volksaard te maken dat er geen complimentje af kan? Dat die aandacht vooral uitgaat naar dingen die niet goed gaan? Als we ons echt zouden richten op de talenten en hoe die voor de organisatie ingezet kunnen worden, kan dat flink wat voordelen opleveren. Een medewerker is productiever als hij doet waar hij goed in is en wordt daar misschien met wat extra aandacht wel fantastisch in, hij is intrinsiek gemotiveerd, het werk kost minder energie en hij kan groeien in wat hij doet, stappen maken. Allemaal dingen die bevorderlijk zijn voor de duurzame inzetbaarheid van die medewerker, de productiviteit en winstgevendheid (indien van toepassing) van de organisatie. Het zou bovendien zomaar kunnen dat wanneer medewerkers hun talenten optimaal kunnen inzetten en ontwikkelen, het ziekteverzuim daalt. Scheelt ook weer een paar vervelende verzuim- of re-integratiegesprekken, die je liever niet zou hoeven voeren!

Het grootste deel van het beoordelingsgesprek gaat over wat niet goed gaat Van Akker Vindt 2016

Deeltijdparticipatiemaatschappij in Nederland is zo gek nog niet!

Misschien is een deeltijdparticipatiemaatschappij zo gek nog niet! Van Akker Vindt 2016

Er zijn mensen die zich nog al druk maken over het feit dat Nederland ‘Kampioen Deeltijdwerken’ is. Dat in Nederland veel mensen in deeltijdbanen werken zal ik niet weerleggen. Een korte graafactie in de bakken van het CBS laat zien dat in 2015 iets minder dan de helft (49 procent) parttime werkte, dus minder dan 36-40 uur. Zo’n 20 procent werkte minder dan 20 uur per week en de andere 29 procent werkte 20 tot 35 uur per week. En het zijn vooral vrouwen die in Nederland in deeltijd werken. Misschien niet zo gek, want volgens een recente publicatie van het CPB voelen vrouwen zich in het algemeen drukker dan mannen en is hun vrije tijd door de bank genomen gefragmenteerder.

Is het erg wanneer we niet allemaal fulltime werken?

Argumenten tegen al dat deeltijd werken gaan over het economische verlies dat we als natie zouden lijden, dat er talent ‘verloren zou gaan’, dat men minder carrière kan maken, dat te weinig vrouwen economisch zelfstandig zijn en dat we meer moeten werken om de pensioenpotten een beetje gevuld te houden. Of ik me wel of niet kan vinden in deze argumentatie en waarom wel of niet, is misschien een leuk onderwerp voor een toekomstig blog. Voor dit moment wil ik me even toeleggen op de vraag of het nou zo erg is dat we (lang) niet allemaal fulltime werken. In de media lezen we nog weleens over mensen in precaire flexibele banen die te weinig uren hebben en niet rond kunnen komen, of over groepen zzp’ers waar hetzelfde voor geldt. Maar andersom zijn er ook mensen die meer uren werken dan ze het liefst willen. Daar horen we volgens mij iets minder over, maar dat is misschien nog wel onwenselijker dan te weinig werken.

Onderzoek naar effecten van verschil tussen gewenste en werkelijk gewerkte uren

Vorige maand publiceerden een aantal onderzoekers uit Duitsland en Australië namelijk de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van meer of minder werken dan je eigenlijk wilt. De onderzoekers gebruikten hiervoor grote Duitse en Australische databestanden, gebaseerd op vragenlijsten van verschillende jaren door de tijd heen. Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden Van Akker Vindt 2016In de vragenlijsten waren vragen opgenomen over het gemiddelde aantal feitelijke uren dat men werkte en het aantal uren dat men eigenlijk zou willen werken en met vragen over de zelf gerapporteerde psychische gesteldheid van degenen die de vragenlijsten invulden. Wanneer deze respondenten gemiddeld minimaal vier uren per week meer of minder werkten dan ze zouden willen, telden ze mee als mensen met een mismatch in gemiddelde arbeidsduur.

Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden

Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die gemiddeld meer werken dan ze willen hier last van ondervinden, ze zijn gemiddeld minder tevreden over hun baan dan mensen die ongeveer evenveel werken als ze wensen. De onderzoekers keken ook of de arbeidsduur hierbij het verschil maakte en controleerden bijvoorbeeld fulltime werkenden die liever minder zouden werken met een groep van mensen die fulltime werkten, maar dat ook wilden. Ook na deze controle bleek dat vooral het verschil tussen feitelijke en gewenste uren het verschil maakte in het psychisch welbevinden van de respondenten. Bij vrouwen was dit negatieve effect van ‘teveel’ werken nog wat sterker dan voor de mannen. Overigens wordt in de publicatie niet uitgebreid gespecificeerd waaruit de negatieve effecten van het psychische welbevinden precies bestond en hoeveel impact dit op het dagelijks functioneren van de respondenten had.

Sociale normen van invloed op psychische effecten minder werken dan gewenst

Bij het minder werken dan gewenst, was het negatieve effect voor de Duitse groep vrijwel nihil en iets sterker voor de Australiërs. Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer Van Akker Vindt 2016Dit zou volgens de onderzoekers heel goed kunnen komen door normen in de samenleving en instituties zoals regelingen voor sociale zekerheid, waardoor Australiërs meer last hadden van minder uren werken dan gewenst. Ik stel me voor dat Nederland in dat opzicht meer lijkt op onze oosterburen dan op onze tegenvoeters, gewoon omdat we in politiek en economisch opzicht best veel op elkaar lijken.

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen

Zoals gezegd wordt uit de publicatie van Otterbach en zijn Australische collega’s niet veel duidelijk over de precieze psychische uitwerking van het teveel werken. Toch zou ik zo op het eerste gezicht denken dat onze politici misschien iets minder moeten hameren dat al die deeltijders het liefst meer moeten werken dan ze nu doen. Mensen worden er blijkbaar gewoon wat ongelukkiger van wanneer ze meer werken dan bij ze past. Geluk is ogenschijnlijk geen variabele die van belang is voor Den Haag, maar voor al die –op dit moment ruim 17 miljoen!- individuen in Nederland zelf natuurlijk wél. Overigens geven Nederlanders volgens het World Happiness Report uit 2015 hun leven een 7,4 en staan daarin in de top tien van gelukkigste naties ter wereld. Goede kans dat al dat deeltijdwerken hierbij een belangrijke positieve invloed is.

Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer

Misschien kunnen de dames en heren werkgevers, HRM’ers en recruiters ook wel iets met deze informatie. Als die ideale kandidaat nou iets minder wil werken dan je in gedachten had, is het misschien best de moeite om te kijken of je daar mee akkoord kan gaan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een zittende werknemer. Een arbeidsduur die beter aansluit op de wensen van de (toekomstige) werknemer, leidt namelijk tot meer psychisch welbevinden en een grotere arbeidstevredenheid. Ik zou zelf denken dat dat de moeite waard is voor beide partijen. En die politici die willen dat we meer werken? Laat ze maar kletsen zou ik zeggen. Maken wij intussen individueel en in overleg met onze werkgevers onze eigen keuzes, werkt de helft van ons in deeltijd en geven we ons leven gemiddeld een dikke zeven. Niks mis mee.

 

 

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen Van Akker Vindt 2016

 

De Mechanische Turk als virtuele on demand gastarbeider

The Mechanical Turk als dystopische uitkomst van marktwerkingsevangelie Van Akker Vindt 2016

Enige tijd geleden hoorde ik er voor het eerst van. De Mechanische Turk. Ik vind het zelf niet direct gezellig klinken en eerlijk is eerlijk: dat is het (volgens mij) ook niet. Mechanical Turk is een platform van Amazon waarop mensen werk kunnen aanbieden dat nog niet door robots, of preciezer: door slimme software kan worden gedaan. Je moet bijvoorbeeld plaatjes coderen, of aangeven hoe een woord in een zin wordt gebruikt en daar krijg je dan per woord een habbekrats voor. Het mag duidelijk zijn: ik ben niet onder de indruk. Om te beginnen vind ik de naam al een beetje raar.

Rotklusjes opknappen die de computer nu nog laat liggen

Bij de naam Mechanical Turk en het feit dat je als Mechanische Turk klusjes mag opknappen voor weinig geld die computers (nu nog) laten liggen, kan ik niet anders dan denken aan de Turkse (en andere) gastarbeiders die ongeveer een halve eeuw geleden naar Nederland kwamen. Ook die mochten voor een habbekrats klusjes opknappen die de Nederlanders lieten liggen. Na even zoeken op het wereldwijde web blijkt het platform vernoemd te zijn naar een raar mechanisch schaakapparaat, waar een Turk uitsteekt, die er –compleet met tulband- een beetje uitziet als de ouderwetse gapers die je nog bij sommige drogisterijen ziet. Op filmpjes op YouTube kan je zien hoe een replica van “The Turk” een menselijke schaker verslaat terwijl hij vervaarlijk met de ogen rolt. (Best entertaining, moet ik toegeven!) Blijkbaar heeft het in die zin niet met gastarbeiders te maken, maar tóch loop ik er niet warm voor.

Amazon’s Mechanical Turk is een platform voor lousy en precair werk

Het werk op Mechanical Turk bestaat uit, zoals ze in het Engels zeggen ‘lousy jobs’ dus werk dat precair is en feitelijk wereldwijd wordt aanbesteed op een online platform waarbij je per minitaakje een paar cent betaald krijgt. Hoewel Amazon deze lullige miniklusjes een ‘HIT’ noemt, houd ik ze liever buiten mijn hitparade. HIT is een afkorting die staat voor “Human Intelligence Task”, die weliswaar menselijke intelligentie vergt, maar verder weinig diepgang heeft. Artificial artifical intelligence noemt Amazon dat zelf, dus kunstmatige kunstmatige intelligentie, die je aldus Amazon on demand naar believen kan op- of afschalen. Getver. Natuurlijk wordt het werk op zo’n manier uitbesteed dat degene die het werk doet opdrachtnemer is en wordt op die manier allerhande wetgeving handig omzeild. Een opdrachtnemer is immers geen werknemer en daarmee vogelvrij.

De mens als robot paradox Van Akker Vindt 2016

De mens-als-robot-paradox bij Mechanical Turk

Niet alleen het feit dat het om precair werk gaat geeft mij een viezig smaakje in de mond, maar ook het feit dat mensen door dit systeem eigenlijk worden gereduceerd tot.. Ja tot wat eigenlijk? Ik kan het bijna niet benoemen. Het mag dan gaan om zogenaamde Human Intelligence Tasks, maar paradoxaal genoeg reduceer je de mens tot de meest basale robot waarbij alle menselijke waardigheid het onderspit delft. Het gaat hier niet om schroefjes draaien, maar om het mindless voor weinig geld oplossen van stupide taakjes, die blijkbaar vooralsnog niet goed genoeg of niet goedkoop genoeg door software kunnen worden uitgevoerd. Als dit vooruitgang is, loop ik er in dit geval even niet zo heel erg warm voor. We mogen dan in het rijke Westen -ook ik!- praten over zinvol werk, autonomie, jobcrafting enzovoort, maar ondertussen zitten er blijkbaar mensen her en der op deze aardkloot voor weinig geld ergens deze kleine rotklusjes te doen.

The Mechanical Turk als dystopische uitkomst van marktwerkingsevangelie

Marktwerking is het evangelie dat in neo-liberale bijbel wordt verkondigd. De onzichtbare hand Smith werkt in een overbevolkte, ongelijke en geglobaliseerde wereld even niet zo lekker meer. Dat willen we –ook in Nederland- liever nog even niet zien. Met alle gevolgen van dien. The race to the bottom is niet alleen een denkbeeldige dystopie, maar die bestaat al in de vorm van Amazon’s Mechanical Turk. Daarmee vergeleken is die eng om zich heen kijkende mechanische schaakturk uit dat YouTubefilmpje hieronder eigenlijk nog enorm gezellig!

Rust roest: laat je brein niet met pensioen gaan!

rust roest van akker vindt 2016

Rust roest: vroegpensioen is niet fijn voor je brein

Veel mensen kijken uit naar een welverdiend pensioen: eindelijk al die dingen doen waar je nooit aan toe kwam en genieten van de welverdiende rust is vaak het achterliggende idee. Het Zwitserlevengevoel van lekker luieren op een zonnig strand en vooral niet teveel hoeven. Of dat nou zo slim is, is maar de vraag. Heel veel onderzoek wijst namelijk in de richting dat wanneer jij met pensioen gaat, je brein dat ook doet. Dus iedereen die heel hard spaart om een paar jaar eerder te ‘mogen’ stoppen, moet misschien een rondje omdenken doen naar ‘mogen doorwerken’. Natuurlijk zijn er meerdere smaakjes voor handen: je kan ook zorgen dat je mentaal en fysiek actief blijft wanneer je eenmaal met pensioen bent gegaan. Natuurlijk kan je ook na je pensioen nog deels blijven werken. Dat kan bijvoorbeeld via een gespecialiseerd uitzendbureau of als zzp’er.

Te vroeg met pensioen is fysiek en mentaal niet zo goed voor je

Onder andere de wetenschapper Calvo geeft in The Washington Post aan dat zijn ‘Should I stay or should I go’ nog lopende onderzoeksproject tot nu toe laat bijvoorbeeld zien dat stoppen met werken een negatief effect heeft op je cognitieve vaardigheden. Wanneer je op je zestigste stopt is dat niet zo fijn voor je brein, wanneer je op je vijftigste je baan gedag zegt om met pensioen te gaan, is dat nog een stuk beroerder voor je bovenkamer. Het onderzoek kijkt niet alleen naar de effecten voor het brein, maar ook naar algehele gezondheid, chronische aandoeningen, dagelijkse activiteit en mobiliteit en nog zo wat dingen. Mensen die (veel) eerder dan gemiddeld met pensioen gaan voelen zich eenzaam en niet verbonden met anderen in je omgeving. Jij kan wel zin hebben om iets leuks te gaan doen en je vrienden bellen, maar die zijn wel aan het werk en hebben geen tijd. Tegen de tijd dat zij met pensioen gaan en jou bellen, hoeft het voor jou al niet meer. Je loopt domweg niet meer gelijk op met de mensen om je heen en je loopt in zekere zin voor in de levensfase waar je in zit. Dat klinkt al met al natuurlijk niet zo gezellig natuurlijk.79325796

If you snooze you lose: soms zelfs al vóór je pensioen!

Ook uit ander onderzoek (Rohwedder & Willis, 2010) waar de cognitieve vaardigheden van mensen van voor in de zestig uit verschillende westerse landen (onder andere ons kikkerlandje) in kaart werden gebracht door geheugentestjes kwam het negatieve breineffect naar voren. Sterker nog: je hoeft nog niet eens echt formeel met pensioen te zijn voor je brein om zich er al op in te stellen! Blijkbaar kan je mentaal al eerder met pensioen dan dat je afscheid hebt genomen op je werk en je collega’s hebt bedankt voor de prettige samenwerking. Pro-actief op de verkeerde manier dus!

Houd je brein en je lijf ook duurzaam inzetbaar ná je pensioen!

De verschillende deskundigen geven aan dat het doen van een kruiswoordpuzzel uit de krant je brein niet echt op peil houdt. Om je brein ook na je pensioen zo goed mogelijk in conditie te houden, moet je jezelf wel écht uitdagen, misschien een nieuwe taal leren, of ervoor zorgen dat je nieuwe technologische vaardigheden erbij leert. Er zijn zelfs voorbeelden van mensen die besluiten om nog een serieuze studie te volgen of om na hun pensioen alsnog een proefschrift te schrijven. Over uitdaging gesproken. Hoe dan ook: zorg ervoor dat je in beweging blijft. Niet alleen fysiek, maar activeer ook die grote grijze massa in je bovenkamer. Dan is de kans groot dat je langer bewust kan genieten van je welverdiende pensioen wanneer je eenmaal zover bent. Lekker toch?!

vroegpensioen is niet fijn voor je brein van akker vindt 2016

 

#Tegendebakker: de zzp’er als welwillende hobbyist?

bakkerij Van Akker Vindt 2015

Bijna elke dag komt er een moment dat ik me op Twitter begeef. Zo ook vandaag en ik kwam een paar retweets tegen met de hashtag #tegendebakker. Ze waren prikkelend en ik heb me dan ook ernstig verkneukeld. Ernstig ja, want eigenlijk is de boodschap die er achter schuilt eigenlijk te gek voor woorden en ook voor mij herkenbaar. Het eerste waar ik aan moest denken was “Tekeningen rekeningen” van striptekenares Maaike Hartjes. Zij verpakt haar adviezen voor freelance illustratoren in pakkende stripjes, die ook heel vaak gaan over opdrachtgevers die van alles vragen, maar er als het een beetje lukt niet voor willen betalen.

‘Het is goed voor je exposure..’

Ik ben al een tijdje fan van die stripjes van Maaike, ook omdat ik het wel herken: of ik niet even gratis een leuke tekst kan leveren, een advies of een beleidsplan ‘omdat ik zo leuk schrijf’, of omdat mijn visie zo aanspreekt. Ik wil daar niet arrogant over zijn: natuurlijk is een complimentje leuk, maar met complimentjes (of boekenbonnen, of flesjes wijn e.d.) kan ik natuurlijk zelf ook de hypotheek niet betalen. Of men biedt mij dan ‘exposure’, het zou goed voor mij zijn wanneer ik gratis teksten schrijf, of dat men mijn teksten ongevraagd op de webstek van de eigen organisatie kopieert. Sindsdien staat de melding dat men mijn teksten niet mag opnemen vermeld op dit blog.

Blijkbaar is een boekenbon mooi zat

Ook op andere plekken merk ik dat men vrij makkelijk met de tijd en kennis van zzp’ers omgaat. Ik weet dat er veel mensen bijvoorbeeld opdraven voor een gastcollege op een hogeschool voor een boekenbon of een flesje wijn. boekenbon vanakkervindt 2015En laat ik helder zijn: als die zzp’ers dat zelf prima vinden, of het belangrijk vinden om hun kennis te delen met een nieuwe generatie professionals, heb ik daar niets op tegen. Ik deel ten slotte ook om niet mijn kennis, inzichten en meningen op dit blog en soms ook in vakbladen. Dat doe ik omdat ik dat zelf wil en dat initiatief ligt bij mijzelf. Maar wat ik wél gek vind, is dat degenen die mensen vragen voor gastcolleges, spreekbeurten en andere opdraafacties het blijkbaar normaal vinden om de professionals in kwestie op te laten draven voor alleen een flesje wijn, boekenbon of een schrale reiskostenvergoeding. Andersom vind ik het gek dat er blijkbaar genoeg zelfstandige professionals zijn die dat toelaten, maar dat is misschien een ander blog.

Wat je nooit #tegendebakker zou zeggen

Hoe dan ook: ik heb me behoorlijk verkneukeld met #tegendebakker en ook een aantal van die tweets geretweet. Ik heb begrepen dat de hashtag, gelanceerd door @frankahummels inmiddels trending is. Ik op mijn beurt ben gestopt met het retweeten van die tweets, maar wel begonnen aan dit stukje.

Een kleine bloemlezing

Laat ik beginnen met een paar voorbeelden van #tegendebakker tweets, die gaan over dingen die wél tegen freelancers worden gezegd, maar waarvan niemand het in zijn hoofd zou halen om het tegen de bakker te zeggen:

@Haluschi:
We willen graag je schilderij als afbeelding in onze wetenschappelijke publicatie. Uiteraard hebben we er geen budget voor. #tegendebakker

@rianneklazinga:
Betalen? Oh. Ah. Ok. Nou ja, ik dacht: dat broden bakken is toch een soort hobby he? En we kennen elkaar viaviaviavia, dus… #tegendebakker

@arjanelfassed:
‘nee, voor dat brood is geen budget. we kunnen alleen je reiskosten vergoeden.’ #tegendebakker

@dseastermar:
een boekenbon is ook leuk en hoeft u niet op te geven aan de belasting #tegendebakker

@vandervlies:
Let wel, ik laat nog 4 andere bakkers een brood bakken. De lekkerste koop ik. #tegendebakker

@PierreSpaninks:
Ik neem deze mee zonder te betalen. Als je daar niet over zeurt kom ik misschien nog eens bij je terug. #tegendebakkertwitter vanakkervindt 2015

@jndkgrf:
Er zijn genoeg kneuzen die het wel op onze voorwaarden doen #tegendebakker

Komt het voor de bakker? Vragen voor de professionals

Natuurlijk zijn dit maar enkele uit de -veronderstel ik- inmiddels honderden tweets die zijn gedeeld met deze hashtag. Ik gaf al aan dat het eigenlijk opvallend is, dat zoveel zelfstandigen akkoord gaan met de soms blijkbaar absurde voorwaarden die de opdrachtgever stelt. Ik veronderstel dat degenen die zo enthousiast aan het twitteren zijn geslagen hier niet bij (willen) horen, maar dat de praktijk weerbarstig kan zijn. Daarom heb ik een paar vragen voor de zelfstandige en andere professionals:

1. Hoe jullie zzp’ers en andere professionals omgaan met dit soort verzoeken en eisen. Je zult immers niet altijd in de positie zijn een opdracht af te wijzen.

2. Verder ben ik nieuwsgierig naar hoe vaak jullie hier tegen aan lopen. Komt het heel vaak voor?

3. Hoe kijken jullie aan tegen jullie concullega’s die wellicht wél met plezier opdraven voor dat flesje wijn of die boekenbon? Zijn dat hobbyisten, of werken zij aan hun netwerk en is het een vorm acquisitie?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties, beste zzp’ers en andere professionals!

zzp vanakkervindt 2015