Zelf aan het roer van je loopbaan

 

Hoge kosten door stress en psychosociale arbeidsbelasting - Van Akker Vindt 2016

Heb je gemerkt dat er de laatste jaren door bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heel veel aandacht besteed wordt aan stress op het werk? Het TNO beraamt dat de kosten van psychosociale arbeidsbelasting in 2012 zo’n 2,2 miljard euro bedroegen voor werkgevers. Dat is veel geld dat ook anders besteed had kunnen worden. En minstens zo belangrijk: al die stress levert ook heel veel persoonlijk leed op voor de werknemers die werkstress ervaren.

Vier op de tien medewerkers ervaren hoge taakeisen

Zomaar even wat cijfers over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en werkstress in het bijzonder? Volgens datzelfde TNO hebben ongeveer vier op de tien werknemers te maken met hoge taakeisen. Dat zijn dus zo’n 2,7 miljoen individuele werknemers die niet of alleen met grote moeite kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hun stelt en weinig mogelijkheden ervaren om hier zelf iets aan te veranderen. Dat zijn veel, heel veel mensen die op hun tenen lopen op hun werk en daardoor waarschijnlijk uiteindelijk ook (langdurig) ziek worden. Hoge taakeisen en weinig autonomie leiden tot werkstress - Van Akker Vindt 2016Het TNO becijfert dat het in Nederland gaat om 868 duizend verzuimdagen ten gevolge van een hoge werkdruk, werkstress of werk dat te moeilijk is. Het is duidelijk dat de aandacht voor stress op de werkvloer terecht is. Natuurlijk is het belangrijk dat deze onderwerpen bespreekbaar gemaakt worden, er op de werkvloer van alles gedaan wordt om de werkstress zoveel mogelijk te voorkomen en het gesprek aan te gaan wanneer een medewerker toch aangeeft het werk minder goed aan te kunnen.

Het belang van de goede match tussen de mens en zijn werk

Natuurlijk kan je er op de werkvloer veel doen om werkstress zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gebrek aan autonomie en regelmogelijkheden en sociale steun van collega’s en leidinggevenden een negatieve invloed hebben op het welzijn van de werknemer. Maar net zo belangrijk is dat er een goede match is tussen de werknemer en zijn werk. Het gaat daarbij om meer dan een goede match tussen de vaardigheden van de werknemer en zijn werkzaamheden, waar bij veel sollicitatieprocedures de nadruk op ligt. Zelfkennis als basis voor zelfregie in de loopbaan - Van Akker Vindt 2016Naast kennis en vaardigheden is een goede match met de werknemer en zijn werkomgeving ook belangrijk. Kennis, vaardigheden en competenties zijn belangrijk, maar er moet ook een match zijn met bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. De waarden en drijfveren van de werknemer moeten bij de organisatie passen en vice versa en om duurzaam inzetbaar te blijven moet er voor de werknemer voldoende ruimte zijn om zichzelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, ook in de wereld van werk.

Zelfkennis ligt ten grondslag aan zelfregie

Om ervoor te zorgen dat mensen en hun werk op alle fronten goed bij elkaar passen, zodat ze duurzaam inzetbaar blijven, is het van belang dat de individuele werknemer inzicht krijgt en houdt in zijn eigen kennis, kunde, waarden en drijfveren. Zo’n pakketje zelfkennis heeft een aantal voordelen, mensen leren waar hun kracht ligt, waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen en waar hun drijfveren liggen. Dit zelfinzicht draagt bij aan het maken van bewuste en beter passende keuzes in de eigen loopbaan en stelt medewerkers in staat hieraan zelf richting te geven. Dit is hard nodig in een tijd dat de baan voor het leven niet meer bestaat en de jongste generaties op de werkvloer tot ruim na hun zeventigste zullen moeten doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is erbij gebaat wanneer mens en werk zo goed mogelijk bij elkaar passen. Dat begint erbij dat zelf medewerkers aan het roer van hun loopbaan (leren) staan.

Zelf aan het roer van je loopbaan - Van Akker Vindt 2016

Deeltijdparticipatiemaatschappij in Nederland is zo gek nog niet!

Misschien is een deeltijdparticipatiemaatschappij zo gek nog niet! Van Akker Vindt 2016

Er zijn mensen die zich nog al druk maken over het feit dat Nederland ‘Kampioen Deeltijdwerken’ is. Dat in Nederland veel mensen in deeltijdbanen werken zal ik niet weerleggen. Een korte graafactie in de bakken van het CBS laat zien dat in 2015 iets minder dan de helft (49 procent) parttime werkte, dus minder dan 36-40 uur. Zo’n 20 procent werkte minder dan 20 uur per week en de andere 29 procent werkte 20 tot 35 uur per week. En het zijn vooral vrouwen die in Nederland in deeltijd werken. Misschien niet zo gek, want volgens een recente publicatie van het CPB voelen vrouwen zich in het algemeen drukker dan mannen en is hun vrije tijd door de bank genomen gefragmenteerder.

Is het erg wanneer we niet allemaal fulltime werken?

Argumenten tegen al dat deeltijd werken gaan over het economische verlies dat we als natie zouden lijden, dat er talent ‘verloren zou gaan’, dat men minder carrière kan maken, dat te weinig vrouwen economisch zelfstandig zijn en dat we meer moeten werken om de pensioenpotten een beetje gevuld te houden. Of ik me wel of niet kan vinden in deze argumentatie en waarom wel of niet, is misschien een leuk onderwerp voor een toekomstig blog. Voor dit moment wil ik me even toeleggen op de vraag of het nou zo erg is dat we (lang) niet allemaal fulltime werken. In de media lezen we nog weleens over mensen in precaire flexibele banen die te weinig uren hebben en niet rond kunnen komen, of over groepen zzp’ers waar hetzelfde voor geldt. Maar andersom zijn er ook mensen die meer uren werken dan ze het liefst willen. Daar horen we volgens mij iets minder over, maar dat is misschien nog wel onwenselijker dan te weinig werken.

Onderzoek naar effecten van verschil tussen gewenste en werkelijk gewerkte uren

Vorige maand publiceerden een aantal onderzoekers uit Duitsland en Australië namelijk de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van meer of minder werken dan je eigenlijk wilt. De onderzoekers gebruikten hiervoor grote Duitse en Australische databestanden, gebaseerd op vragenlijsten van verschillende jaren door de tijd heen. Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden Van Akker Vindt 2016In de vragenlijsten waren vragen opgenomen over het gemiddelde aantal feitelijke uren dat men werkte en het aantal uren dat men eigenlijk zou willen werken en met vragen over de zelf gerapporteerde psychische gesteldheid van degenen die de vragenlijsten invulden. Wanneer deze respondenten gemiddeld minimaal vier uren per week meer of minder werkten dan ze zouden willen, telden ze mee als mensen met een mismatch in gemiddelde arbeidsduur.

Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden

Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die gemiddeld meer werken dan ze willen hier last van ondervinden, ze zijn gemiddeld minder tevreden over hun baan dan mensen die ongeveer evenveel werken als ze wensen. De onderzoekers keken ook of de arbeidsduur hierbij het verschil maakte en controleerden bijvoorbeeld fulltime werkenden die liever minder zouden werken met een groep van mensen die fulltime werkten, maar dat ook wilden. Ook na deze controle bleek dat vooral het verschil tussen feitelijke en gewenste uren het verschil maakte in het psychisch welbevinden van de respondenten. Bij vrouwen was dit negatieve effect van ‘teveel’ werken nog wat sterker dan voor de mannen. Overigens wordt in de publicatie niet uitgebreid gespecificeerd waaruit de negatieve effecten van het psychische welbevinden precies bestond en hoeveel impact dit op het dagelijks functioneren van de respondenten had.

Sociale normen van invloed op psychische effecten minder werken dan gewenst

Bij het minder werken dan gewenst, was het negatieve effect voor de Duitse groep vrijwel nihil en iets sterker voor de Australiërs. Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer Van Akker Vindt 2016Dit zou volgens de onderzoekers heel goed kunnen komen door normen in de samenleving en instituties zoals regelingen voor sociale zekerheid, waardoor Australiërs meer last hadden van minder uren werken dan gewenst. Ik stel me voor dat Nederland in dat opzicht meer lijkt op onze oosterburen dan op onze tegenvoeters, gewoon omdat we in politiek en economisch opzicht best veel op elkaar lijken.

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen

Zoals gezegd wordt uit de publicatie van Otterbach en zijn Australische collega’s niet veel duidelijk over de precieze psychische uitwerking van het teveel werken. Toch zou ik zo op het eerste gezicht denken dat onze politici misschien iets minder moeten hameren dat al die deeltijders het liefst meer moeten werken dan ze nu doen. Mensen worden er blijkbaar gewoon wat ongelukkiger van wanneer ze meer werken dan bij ze past. Geluk is ogenschijnlijk geen variabele die van belang is voor Den Haag, maar voor al die –op dit moment ruim 17 miljoen!- individuen in Nederland zelf natuurlijk wél. Overigens geven Nederlanders volgens het World Happiness Report uit 2015 hun leven een 7,4 en staan daarin in de top tien van gelukkigste naties ter wereld. Goede kans dat al dat deeltijdwerken hierbij een belangrijke positieve invloed is.

Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer

Misschien kunnen de dames en heren werkgevers, HRM’ers en recruiters ook wel iets met deze informatie. Als die ideale kandidaat nou iets minder wil werken dan je in gedachten had, is het misschien best de moeite om te kijken of je daar mee akkoord kan gaan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een zittende werknemer. Een arbeidsduur die beter aansluit op de wensen van de (toekomstige) werknemer, leidt namelijk tot meer psychisch welbevinden en een grotere arbeidstevredenheid. Ik zou zelf denken dat dat de moeite waard is voor beide partijen. En die politici die willen dat we meer werken? Laat ze maar kletsen zou ik zeggen. Maken wij intussen individueel en in overleg met onze werkgevers onze eigen keuzes, werkt de helft van ons in deeltijd en geven we ons leven gemiddeld een dikke zeven. Niks mis mee.

 

 

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen Van Akker Vindt 2016

 

De populairste blogs van 2015

 

de populairste blogs van 2015 Van Akker Vindt

Het jaar 2015 ligt al weer bijna achter ons en dus wordt het tijd voor mijn eigenste jaaroverzicht, namelijk de top 10 van de meest gelezen blogs op Van Akker Vindt in 2015.

Robots, zzp’ers en kleine lieve huisjes vielen in de smaak

Zoals eerder aangegeven blijven de robots populair, maar de lezers vielen net als ik (veronderstel ik) voor groots leven in kleine huisjes, verder ging het over werk vinden en over zzp’ers, die niet altijd voor vol worden aangezien. In de reacties die op het blog kwamen wordt er gesproken van een meer dan verzadigde markt, maar ook over het eigen professionele handelen van de zzp’er in kwestie.


De top 10 van 2015

In 2016 komen er vast weer meer nieuwe spannende dingen om over te bloggen, maar voor het zover is eerst nog even de top 10 van 2015:

  1. Deze banen verdwijnen door technologische ontwikkelingen
  2. Tiny houses en een pleidooi voor een groots leven
  3. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  4. Baan zoeken? Bezint eer ge begint!
  5. Het vaste contract als loden last voor werkgevers
  6. #Tegendebakker: de zzp’er als welwillende hobbyist?
  7. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  8. Loopbaanadvies ‘Het blije ei’
  9. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  10. Pesten op de werkvloer deel 2: de pester en zijn slachtoffer(s)

Tot zover deze korte terugblik. Ik wens iedereen een fabuleus uiteinde en een magistraal 2016!

Multi-jobs: meer banen = meer bevlogenheid?

Hybride werkers zijn bevlogener van akker vindt 2015Gisteren kwam de nieuwe versie van “Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt” (DNA) uit, een dik boek vol onderzoek over flexibilisering op de arbeidsmarkt. In de DNA stond onder andere een onderzoek naar multi-jobbing en hybride werken, waarin deels de vraag werd beantwoord die ik enige tijd terug stelde. Namelijk worden mensen blij van meerdere banen? Het antwoord in het kort: ja ze kunnen er blij van worden en het bevordert de employability van de persoon in kwestie, mits hij of zij in meerdere banen werkt voor de afwisseling of de persoonlijke ontwikkeling. Intrinsiek gemotiveerd zijn is een voorwaarde voor dat tandje extra bevlogenheid, want mensen die alleen in meerdere banen werken om genoeg brood op de plank te krijgen worden daar niet direct blijer van.

Multi-jobben, combinatiebanen of hybride werken?

In Nederland werkten in 2014 7,5 procent van de Nederlandse werknemers in meerdere banen volgens het CBS. In het onderzoek in DNA worden helaas zowel de mensen met meerdere banen als werknemer (‘combinatiebanen’) als de personen die werknemerschap en ondernemerschap (‘hybride werkers’) combineren ‘multi-jobbers’ genoemd. Dit maakt het er niet zondermeer helderder op. Bovendien gaat het onderzoek alleen over mensen die vooral werknemer zijn en iets erbij doen, hetzij als werknemer, hetzij als ondernemer. Ondernemers die dus ook deels als werknemer bijklussen zien we dus niet in deze beschouwing terug. Dat is jammer, want het is niet ondenkbaar dat er ook ondernemers veel mensen zijn die misschien altijd of regelmatig als werknemer bijklussen.werken multi-jobbers meer dan anderen Van Akker Vindt 2015

Werken multi-jobbers meer dan anderen?

Nu terug naar de resultaten van het onderzoek, want die zijn wel degelijk interessant. Vaak wordt aangenomen dat meerdere banen onwenselijk zijn, omdat men impliciet of expliciet de aanname maakt dat het gaat om mensen die naast een fulltime baan nog meer moeten werken om rond te komen. Maar uitgaande van de cijfers van het CBS (die overigens door de opzet ervan niet helemaal het complete beeld tonen) blijkt dat niet het geval: mensen met meer banen werken gemiddeld 32 uur, tegenover 34 uur voor mensen met één fulltime baan. Voor de hybride werkers ligt dit anders: zij werken juist gemiddeld méér: namelijk iets minder dan 39 uur per week.

Multi-jobben uit eigen overtuiging positief voor bevlogenheid

Het is interessant om te zien dat hybride werkers, dus de werknemer die ook als ondernemer werkt, weliswaar meer uren maakt, meer werk-thuisinterferentie ervaart, maar dat dit niet tot meer burn-outklachten leidt bij deze groep. De hybride werkers zijn juist meer bevlogen, dit kan bufferend werken. Bovendien zijn mannen, hogeropgeleiden en mensen met een partner relatief vaker hybride werkers. Die partner kan zorgen voor voldoende financiële zekerheid zodat de hybride werkende partner de extra onzekerheid kan ondervangen. Hybride werkers zijn door de bank genomen meer ‘employable’ (inzetbaar) dan mensen met een combinatiebaan, die vaker uit pure financiële noodzaak kiezen om er meer banen op na te houden en dus alleen extrinsiek gemotiveerd zijn. Mensen die alleen vanwege het geld in meer banen werken, ervaren ook vaker burn-outklachten dan mensen die uit intrinsieke motieven voor multi-jobben kiezen.

Mooie aanknopingspunten voor HRM- en arbeidsmarktbeleid

Wanneer mensen ervoor kiezen om meer banen naast elkaar te doen of werknemerschap en ondernemerschap combineren, noemen de afwisseling en persoonlijke ontwikkeling als motieven om die keuze te maken. Dit werkt positief voor de bevlogenheid en de tevredenheid. Niet onlogisch. Ondernemers zijn gemiddeld bevlogener dan werknemers. Blijkbaar zijn ook parttime ondernemers die het grootste deel van hun werktijd besteden in een baan als werknemer wat bevlogener. Dit kan mooie aanknopingspunten bieden voor HRM- en arbeidsmarktbeleid.

meerdere banen alleen voor het geld leidt tot meer burn-outklachten Van Akker Vindt 2015

Veel gelezen in het verse jaar

meest gelezen in 2015 tot nu toe Van Akker Vindt 2015

Je zult naar deze titel kijken en denken: waarom nu al terugkijken? We zijn nog niet eens halverwege het jaar! Dat is waar, maar eerder deze week werd – nadat ik ruim twee en een half jaar geleden begon met bloggen – de grens van 30 duizend bezoeken aan dit blog gepasseerd. Ik vind het altijd leuk om te kijken welke blogs populair zijn en zo’n jubileum is een mooi moment om dat te delen. Vandaar dus.

Tot nu toe gaf ik op zo’n moment een totaaloverzicht van de populairste blogs tot dat moment, zoals bijvoorbeeld deze na 20 duizend bezoekers. Deze keer ga ik het eens anders doen. Juist omdat we over een maandje op de helft van het jaar zitten, lijkt het mij wel wat om eens een lijstje te maken wat er in 2015 tot nu toe populair is geweest. Dat levert in ieder geval een lijstje met thema’s op die op dit moment leven of waar mensen zich in herkennen. Dus bij deze.

De populairste blogs van 2015 tot nu toe:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Baan zoeken? Bezint eer ge begint!
  3. Het vaste contract als loden last voor werkgevers
  4. Loopbaanadvies ‘Het blije ei’
  5. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  6. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  7. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  8. Wat als ze trainen en vertrekken?
  9. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  10. Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving

Het is inmiddels ruim twee jaar geleden dat ik een serie van drie blogs over robotisering schreef en voor ik suggereerde dat het basisinkomen wellicht een oplossing kon bieden. Robotisering en het basisinkomen stonden destijds niet bij veel mensen op het vizier. Inmiddels is dat wel anders en zie ik om de haverklap dingen in de krant voorbij komen over deze thema’s.

Onlangs zag ik ook ergens in de media voorbij komen dat er over wordt gedacht om voor kleine MKB’ers de Wet Verbetering Poortwachter aan te passen. Zij zouden dan maximaal één jaar loon moeten doorbetalen bij ziekte in plaats van de huidige twee jaar. Ik schreef daar een blog over, hier op de derde plek in de lijst waarin ik ook de problematiek rond de WWZ uiteenzette. Zeer actueel nu 1 juli nadert en de werkgevers – we kennen allemaal het gedoe rondom de ING uitzendkrachten uit de kranten – in veel gevallen al pro-actief mensen bedanken voor hun diensten.

Het kan verkeren: op de arbeidsmarkt en in de hoofden van mensen. Rest mij te zeggen dat ik het onwijs leuk vindt om zo nu en dan mijn gedachten te laten gaan en daarover te publiceren en om te merken dat dit door veel mensen wordt opgepikt. Op naar de volgende 10 duizend!

Loopbaanadvies ‘Het blije ei’

blij ei van akker vindt 2015

Zoals veel van jullie kom ik op internet doorlopend allerhande quotes tegen. Vaak van mensen die iets op het gebied van organisatie- of loopbaanadvies doen. Soms vind ik ze grappig, diepzinnig of leerzaam en dan deel ik ze op de media die ik daartoe tot mijn beschikking heb. Of het inspireert me zelfs tot het schrijven van een leerzaam blog. Op andere momenten word ik soms een beetje moe van het grote positivo-gehalte in online loopbaanadviesland, met de boodschap “Werk is leuk”, of lekker meritocratisch: “Je hebt het zelf in de hand, dus máák er iets van”. Kortom: je hebt je succes in eigen hand en als je niet succesvol bent, ligt dat vooral aan jezelf.

Als dat zo is word ik prima ballerina!werk hard en je zult succes oogsten van akker vindt 2015

Nu ben ik de eerste om te zeggen dat als je zelf helemaal niet nadenkt over je werk en er niet zelf actief richting aangeeft, de kans bijzonder gering is dat je je talenten in dit leven optimaal gaat benutten. Dus ook ik heb verschillende blogs geschreven met de boodschap: niet blij met je werk? Doe er iets aan! Maar toch wil ik niet alle blije eieren in een en hetzelfde mandje leggen. Want het feit dat je er veel aan doet, betekent niet automatisch dat je ook komt waar je wilt zijn. Om het maar even bij mezelf te houden: ik kan nog zo hard oefenen, maar ik denk niet dat ik ooit in dit leven kans maak om prima ballerina te worden. Nu niet, maar ook toen ik veel jonger was niet. Nu ligt daar gelukkig ook niet mijn ambitie en mag ik me prijzen met een baan waar ik mijn blije ei prima kwijt kan, maar ik noem het toch even bij wijze van illustratie. Ik verkeer dus voorlopig in een bevoorrechte positie en daar heb ik hard aan gewerkt, door bijvoorbeeld nog naast een baan nog een masterstudie af te ronden en door kenbaar te maken wat ik kan en wat ik wil. Good for me.

Waarom werk niet altijd ‘leuk’ is

Mijn eigen blije ei-positie ten spijt, besef ik heel goed dat heel veel mensen werken voor een enkele reden en dat is omdat er rekeningen moeten worden betaald. Hun werk is niet ‘leuk’, ‘uitdagend’ of ‘verrijkend’ en het zou zomaar kunnen dat deze mensen om verschillende redenen ook niet zo eenvoudig in staat zullen zijn dat te veranderen. Ten eerste vergt het zelf sturing nemen van mensen dat ze zich bewust zijn van het feit dat je überhaupt zelf richting kan geven en je eigen positie kan beïnvloeden. Wanneer je denkt dat alles je overkomt, zal je niet snel in actie komen om op een constructieve manier iets te veranderen. Ten tweede kan je wel van alles willen, maar er zijn nou eenmaal altijd dingen die je niet kan. Ook niet als het je droom is en ook niet als je er heel hard voor werkt. Ten derde -en nee, dit wordt geen uitputtende lijst- is er nou eenmaal best veel werk dat niet speciaal leuk is, maar wel gedaan moet worden. Ik ga hier geen voorbeelden noemen, want wat ík als niet leuk zou bestempelen kan voor iemand anders wel prima zijn en ik wil geen waardeoordeel vellen. Ten vierde is het de vraag of je met wat je leuk vindt daadwerkelijk voldoende kunt verdienen om elke maand weer de rekeningen te betalen en dat hoeft helemaal niet zo exotisch te zijn. Stel dat je graag lekker in je uppie buiten loopt en alleen werk vindt als schijnzelfstandige bij een postbedrijf. Ik weet zeker dat je zoveel met post kan lopen als je wilt, maar dat er van financieel binnenlopen geen sprake is. Je mag blij zijn als je met zulk werk niet een stukje maand overhoudt aan het einde van je stukloon.

Toeleven naar het ‘Zwitserlevengevoel’zwitserleven van akker vindt 2015

Bovendien is het is natuurlijk niet voor niks dat er hele generaties niet kunnen wachten op het Zwitserlevengevoel en zich afvragen wanneer ze ‘mogen stoppen’ met werken. Blijkbaar zien veel mensen dat als het moment om ein-de-lijk te doen wat ze willen. En dat is blijkbaar omdat ze nu iets doen wat ze níet willen en niet in staat zijn, of zichzelf niet in staat achten – het resultaat is hetzelfde – om dat te veranderen. Werk is voor veel mensen niet ‘leuk’. In die gevallen slokt werk vooral tijd en energie op. Voor heel veel mensen is dat de realiteit. Voor hun is werk niet de plek waar ze hun talenten kunnen ontplooien. Met een beetje mazzel, als tijd en budget het toelaten, vinden die mensen de gelegenheid om buiten werktijd dingen te doen waar ze blij van worden.

Gejuich getuigt van beperkte blik op de werkelijkheid

Ben ik alleen maar negatief? Nee, maar…. ik ben wel realistisch en ik merk dat ik me soms erger aan de juichstemming op social media zoals Linkedin en Twitter. Dat de juichenden op deze media zelf leuk werk voor zichzelf hebben (gecreëerd), gun ik hun van harte. Dat ze anderen een hart onder de riem willen steken, of tot reflectie willen aanzetten: prima! Nee echt, dat meen ik serieus. Maar met al dat gejuich en de daarbij centrale boodschap dat je je eigen succes zelf in de hand hebt, getuigt van een hele beperkte blik op de werkelijkheid. Een werkelijkheid die voor heel veel mensen niet in het vizier is en die voor heel veel mensen niet snel in het vizier zal komen. Niet omdat ik ze dat niet gun. In tegendeel. Maar wel omdat de werkelijkheid nou eenmaal weerbarstig is en er veel werkende armen bestaan zonder leuk werk.

Mag het blije geblaat een onsje minder?

Het zou bovendien zomaar kunnen dat die precaire groep werkenden onder invloed van verdere globalisering en automatisering groter en armer wordt. Als we daar nou eens met zijn allen een rondje reflectie op loslaten? Zou het dan kunnen dat we dan uiteindelijk toch moeten vaststellen dat veel mensen hard werken, zonder dat het veel oplevert? En dat die die credo’s net als die in de categorie ‘work is fun’, domweg voor heel veel mensen niet opgaan, te weinig genuanceerd zijn en vooral een weinig realistische weergave van de werkelijkheid vormen? Zou dat kunnen?

En zo ja: mag het volume van dergelijk geblaat dan pretty please een onsje minder?

loopbaanadvies het blije ei van akker vindt 2015

Onderwijs scoort te hoog op de verkeerde lijstjes

Onderwijs scoort te hoog op de verkeerde lijstjes Van Akker Vindt 2014.jpg

Vandaag bracht CNV Onderwijs de resultaten van een onderzoek onder hun leden naar buiten. Die resultaten waren best heftig: ongeveer 3 op de 10 leraren wordt weleens gepest. Dat gebeurt heel vaak door leerlingen, maar ook nog eens 1 op de 5 worden gepest door ouders, collega’s of de directie (ook collega’s zou ik denken, maar zo staat het in het onderzoek). Eerder schreef ik al meerdere blogs over pesten op het werk, over de gevolgen voor het slachtoffer, de organisaties en dergelijke. Pesten is een vorm van psychosociale arbeidsbelasting die dus blijkbaar in het onderwijs veel voorkomt. Tenminste in het basisonderwijs, want bij nadere bestudering van het rapport van het CNV blijkt dat de overgrote meerderheid van de respondenten, 68 procent, in deze onderwijssector zijn brood verdient.

Samenleving stelt steeds hogere eisen aan het onderwijs

Het onderwijs komt veel in het nieuws. Ook niet zo gek. Los van de belangrijke functie die het onderwijs vervult, vindt ook iedereen iets van het onderwijs. We hebben (vrijwel) allemaal onderwijs genoten in dit land en onze kinderen, neefjes, nichtjes of buurkinderen volgen onderwijs. Iedereen heeft er verstand van en velen vinden het allemaal niet goed genoeg. Over afgestudeerden van de Pabo’s valt regelmatig te lezen dat het bij hun schort aan taal- en rekenvaardigheden en dat het niveau van deze docenten moet worden opgekrikt. Men kijkt dan vaak naar Finland dat altijd goed scoort op de bijvoorbeeld de internationale PISA-lijst, over de kwaliteit van het onderwijs en komt tot de conclusie dat het aanzien en het opleidingsniveau van docenten in eigen land dient te worden opgeplust. Ziedaar de entree van de academische pabo’s en bijvoorbeeld de eisen dat steeds meer docenten in het hoger beroepsonderwijs (hbo) academisch geschoold moeten zijn. Volgens de Arbeidsmarktmonitor uit 2014 van Zestor, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds van het hbo, moet in 2016 80 procent van het onderwijzend personeel in het hbo een academische opleiding hebben.

Veel ontevredenheid bij de mensen voor de klas

Probleem opgelost? Nou nee: uit hetzelfde rapport van Zestor blijkt, het was eerder ook in de media te lezen, dat ongeveer 3 op de 10 docenten het hbo verlaten binnen 3 jaar na de start. Redenen hiervoor liggen voornamelijk in het werk zelf: men vindt de werkdruk te hoog, is ontevreden over het takenpakket en ervaart te weinig loopbaanmogelijkheden. Samenleving stelt steeds hogere eisen aan het onderwijs Van Akker Vindt 2014Daarnaast zijn er ook redenen die liggen in de hbo-organisaties zelf: de vertrekkers klagen over de bureaucratie en het gebrek aan sturing en resultaatgerichtheid van de school als arbeidsorganisatie. Hoe hoger de respondenten zijn opgeleid, hoe ontevredener ze zijn over de hbo-organisaties als werkgever. Dit gaat weliswaar over de mensen die vertrokken zijn, maar ook nog eens 4 op de 10 hbo-docenten geeft in het Zestoronderzoek de komende jaren niet in de huidige functie te willen blijven werken. Van de docenten in de leeftijd tot en met 44 jaar, geeft ruim driekwart aan niet over een paar jaar in de huidige functie te willen blijven zitten. Dat probleem doet zich niet alleen voor in het hbo, CNV Onderwijs deed eerder in samenwerking met het Algemeen Dagblad onderzoek waaruit bleek dat de helft van de leraren tot 35 jaar overwoog het onderwijs te verlaten. Naast de hoge werkdruk en het gebrek aan loopbaanmogelijkheden werd ook het salaris genoemd als pijnpunt. Ik heb de precieze vraagstelling van al deze onderzoeken niet gezien of een precies inzicht in de representativiteit, maar ook wanneer we dit allemaal met het bekende korreltje zout nemen, kunnen we nog steeds vaststellen dat hier een flink probleem ligt. We willen met zijn allen goede getalenteerde en slimme mensen voor de klas en we stellen als samenleving (gerepresenteerd door onze makkers in Den Haag) steeds hogere eisen aan hun opleiding. Maar van de hoog opgeleide docenten die de stap naar het onderwijs zetten, zijn heel veel dus al snel vertrokken, of van plan binnen een paar jaar te vertrekken. De randvoorwaarden zijn blijkbaar zo, dat mensen die ook iets anders kunnen, zich niet geroepen voelen in voor de klas te blijven werken.

Docent bovenaan in de verkeerde lijstjes op de arbeidsmarkt

Ik heb nog even verder gespit en er gegevens uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden (NEA) 2013 bij gepakt. Dat is een grootschalig onderzoek door TNO en CBS dat jaarlijks wordt uitgevoerd onder werknemers in Nederland. Ook hier prijkt de beroepsgroep leraar/docent wel erg vaak bovenaan de verkeerde lijstjes. Zo vindt een kwart van de onderwijzers dat ze emotioneel veeleisend werk hebben, daarmee doen ze het nog net beter dan de mensen in de zorg, waarvan 28,4 procent dat vindt, maar het gemiddelde van alle in de NEA onderzochte beroepsgroepen is 11,9 procent. Docenten hebben minder gelegenheid om hun werktijden te bepalen dan anderen, maar scoren juist weer hoog op ervaren tijdsdruk in het werk en burnoutklachten. De psychosociale arbeidsbelasting is dus hoog in het onderwijs. Uit de genoemde onderzoeken blijkt dan wel dat met name steun van collega’s als goed wordt ervaren en dit vormt dan in ieder geval enigszins een buffer tegen werkstress.

Ruim helft docent ervaart werk als hectisch Van Akker Vindt 2014

Zwaar en hectisch werk waarbij overuren zelden worden uitbetaald

De NEA biedt nog meer inzichten in het onderwijs. Zo ervaart bijna 6 op de 10 docenten dat ze vaak of altijd ‘heel veel werk’ hebben, tegenover een gemiddelde onder alle werknemers van 4 op de 10. Nog steeds hoog trouwens, maar niettemin ligt dit aantal in het onderwijs substantieel hoger. Ruim de helft van de mensen die voor de klas staan vindt het werk dat ze doen vaak tot altijd hectisch, het gemiddelde in de NEA is hier 36,2 procent. Verder werken 4 op de 10 onderwijzers structureel over, tegenover gemiddeld ruim een kwart van alle werknemers die de NEA hebben ingevuld. Niet alleen werken de dames en heren, juffen en meesters erg veel over, maar dit overwerk wordt vrijwel nooit betaald. Waar ruim 1 op de 3 werknemers uit de hele NEA overwerk volledig krijgt uitbetaald, geldt dit maar voor 1 op de 20 docenten! We vragen heel veel van docenten en het vergt heel veel van mensen om de hele dag met groepen mensen in de weer te zijn, ook daar scoort het onderwijs weer bovengemiddeld op in de NEA. We vragen dus nogal wat van docenten en zijn blijkbaar als samenleving onvoldoende bereid of in staat die randvoorwaarden te scheppen die het voor een grote groep mensen aantrekkelijk maakt om voor de klas te staan. Als we echt willen investeren in de generaties na ons – en dan heb ik het nog niet eens over leven lang leren!- moeten we ons afvragen of we van het onderwijs een sector willen maken, waar vooral mensen werken die dit als roeping zien en alle genoemde nadelen op de koop toe willen nemen. Volgens mij moet het onderwijs voor zowel leerlingen en studenten als voor de mensen voor de klas méér zijn dan liefdewerk oud papier. Wanneer ik zo even de hier verzamelde gegevens overzie, moet je wel heel extreem bevlogen zijn om dit zware werk vol te kunnen houden. Ik heb veel respect voor de mensen die dat kunnen en willen.