Zelf aan het roer van je loopbaan

 

Hoge kosten door stress en psychosociale arbeidsbelasting - Van Akker Vindt 2016

Heb je gemerkt dat er de laatste jaren door bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heel veel aandacht besteed wordt aan stress op het werk? Het TNO beraamt dat de kosten van psychosociale arbeidsbelasting in 2012 zo’n 2,2 miljard euro bedroegen voor werkgevers. Dat is veel geld dat ook anders besteed had kunnen worden. En minstens zo belangrijk: al die stress levert ook heel veel persoonlijk leed op voor de werknemers die werkstress ervaren.

Vier op de tien medewerkers ervaren hoge taakeisen

Zomaar even wat cijfers over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en werkstress in het bijzonder? Volgens datzelfde TNO hebben ongeveer vier op de tien werknemers te maken met hoge taakeisen. Dat zijn dus zo’n 2,7 miljoen individuele werknemers die niet of alleen met grote moeite kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hun stelt en weinig mogelijkheden ervaren om hier zelf iets aan te veranderen. Dat zijn veel, heel veel mensen die op hun tenen lopen op hun werk en daardoor waarschijnlijk uiteindelijk ook (langdurig) ziek worden. Hoge taakeisen en weinig autonomie leiden tot werkstress - Van Akker Vindt 2016Het TNO becijfert dat het in Nederland gaat om 868 duizend verzuimdagen ten gevolge van een hoge werkdruk, werkstress of werk dat te moeilijk is. Het is duidelijk dat de aandacht voor stress op de werkvloer terecht is. Natuurlijk is het belangrijk dat deze onderwerpen bespreekbaar gemaakt worden, er op de werkvloer van alles gedaan wordt om de werkstress zoveel mogelijk te voorkomen en het gesprek aan te gaan wanneer een medewerker toch aangeeft het werk minder goed aan te kunnen.

Het belang van de goede match tussen de mens en zijn werk

Natuurlijk kan je er op de werkvloer veel doen om werkstress zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gebrek aan autonomie en regelmogelijkheden en sociale steun van collega’s en leidinggevenden een negatieve invloed hebben op het welzijn van de werknemer. Maar net zo belangrijk is dat er een goede match is tussen de werknemer en zijn werk. Het gaat daarbij om meer dan een goede match tussen de vaardigheden van de werknemer en zijn werkzaamheden, waar bij veel sollicitatieprocedures de nadruk op ligt. Zelfkennis als basis voor zelfregie in de loopbaan - Van Akker Vindt 2016Naast kennis en vaardigheden is een goede match met de werknemer en zijn werkomgeving ook belangrijk. Kennis, vaardigheden en competenties zijn belangrijk, maar er moet ook een match zijn met bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. De waarden en drijfveren van de werknemer moeten bij de organisatie passen en vice versa en om duurzaam inzetbaar te blijven moet er voor de werknemer voldoende ruimte zijn om zichzelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, ook in de wereld van werk.

Zelfkennis ligt ten grondslag aan zelfregie

Om ervoor te zorgen dat mensen en hun werk op alle fronten goed bij elkaar passen, zodat ze duurzaam inzetbaar blijven, is het van belang dat de individuele werknemer inzicht krijgt en houdt in zijn eigen kennis, kunde, waarden en drijfveren. Zo’n pakketje zelfkennis heeft een aantal voordelen, mensen leren waar hun kracht ligt, waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen en waar hun drijfveren liggen. Dit zelfinzicht draagt bij aan het maken van bewuste en beter passende keuzes in de eigen loopbaan en stelt medewerkers in staat hieraan zelf richting te geven. Dit is hard nodig in een tijd dat de baan voor het leven niet meer bestaat en de jongste generaties op de werkvloer tot ruim na hun zeventigste zullen moeten doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is erbij gebaat wanneer mens en werk zo goed mogelijk bij elkaar passen. Dat begint erbij dat zelf medewerkers aan het roer van hun loopbaan (leren) staan.

Zelf aan het roer van je loopbaan - Van Akker Vindt 2016

Het eeuwige leven is ook geen pretje

Het eeuwige leven is ook geen pretje - Van Akker Vindt 2016

Deze week kwam er een bericht voorbij dat in de omgeving van Groenland een haai gevangen was. Uit onderzoek bleek dat deze de meer dan respectabele leeftijd van 392 jaar had bereikt. Dat is niet mis. Ik vond bejaarde schildpad Lonesome George die tot een paar jaar geleden op de Galápagos rondstruinde en ruim honderd werd al pretty amazing. Maar er zijn bazen en bovenbazen, zo blijkt. Ik herinner me dat er ook nog iets werd geroepen over een koikarper die 225 was geworden. Er werd bij vermeld dat wij mensen voorlopig geen kans maken om deze haai of koikarper naar de kroon te steken. Wij zijn namelijk warmbloedig (al zou je dat van sommige mensen niet zeggen) en verbranden het vege lijf daarmee bijna letterlijk sneller dan die kois of die haai.

Vrouwen worden ouder dan mannen, maar in slechtere gezondheid

Als soort zijn we succesvol, maar serieus oud worden doen we niet: op dit moment is de oudste mens volgens Wikipedia een Italiaanse die ruim 116 jaar oud is. En nog even verder in de cijfers duikend, was de gemiddelde leeftijd bij sterfte in Nederland ruim 78 jaar voor alle Nederlanders, ruim 75 voor de heren en ruim 80 voor de vrouwen. Vrouwen lijken daarmee het sterkste geslacht, maar wanneer je kijkt naar de resterende gezonde levensverwachting, lopen de cijfers van mannen en vrouwen nauwelijks uiteen. Lonesome GeorgeVrouwen worden dus uiteindelijk wel ouder, maar zijn eigenlijk veel langer ziek. Niet zo’n goede deal voor de chickies dus. Ahum.

Levensverwachting stijgt wereldwijd in vlot tempo

Als soort zijn we wel succesvol, dankzij betere hygiëne, meer welvaart, scholing enzovoort zijn we volgens deze teller met ruim 7, 4 miljard (7.443.020.263) mensen op deze aardkloot. Er zijn op het moment van schrijven vandaag al 137.898 kindjes geboren, 57.770 mensen gestorven en de wereldbevolking is met 80.191 toegenomen. (De goede opletter ziet dat deze cijfers niet perfect bij elkaar optellen. Dat komt doordat die tellers zo snel gaan, dat er niet tegen op te schrijven valt! Excuus voor deze dwaling). Volgens prognoses van de Verenigde Naties zal de wereldbevolking pas aan het einde van deze eeuw stoppen met groeien. Tegen die tijd zijn we met 10 miljard mensen. Voorlopig groeien we nog even door en ik zal in mijn leven die demografische kanteling vermoedelijk niet meer meemaken.

Singulariteit en onsterfelijkheid

Singulariteit en onsterfelijkheid - Van Akker Vindt 2016In het rijke westen zijn er bovendien nog mensen die geloven dat we steeds onsterfelijker worden doordat mens en techniek zullen versmelten. Singulariteit heet dat en dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat we met hele kleine chips in de bloedbaan doorlopend ons lijf en alle waarden kunnen monitoren, bijsturen en waar nodig oplappen en dat we onderweg zijn naar het eeuwige leven. Dan zouden er nog steeds mensen bijkomen, maar zou er niemand meer sterven. Van de ene kant heel fijn, want het liefst willen we natuurlijk niemand missen die we liefhebben. Maar aan de andere kant heeft zo’n toekomstbeeld toch ook een licht bitter dystopisch bijsmaakje.

De aarde als krioelend mierennest van mensen

Het wordt dan namelijk nogal druk op deze planeet. Als succesvolle soort nemen we nu al behoorlijk wat ruimte in en zeker de laatste 100-150 jaar heeft dat de planeet weinig goed gedaan. Techno-optimisten denken dat we voor problemen als vervuiling, grondstoffenverbruik, water- en voedselschaarste wel allemaal slimme oplossingen zullen verzinnen. En misschien is dat ook wel zo, maar dat we dan nog steeds met zijn allen op datzelfde kleine kluitje zitten verandert feitelijk niet. Toen ik nog jong en onbezonnen was, reisde ik eens een jaartje door Australië, toen en vermoedelijk ook nu nog een van de meest verstedelijkte landen ter wereld. Naast die steden heeft Australië ook veel ruimte voor wie toch zo nu en dan aan die –overigens ruim opgezette- steden wil ontsnappen. Als wij als soort zo kneiterhard blijven doorgroeien, zitten we straks met zijn allen in een groot krioelend mierennest, waar geen ontsnapping mogelijk is. Overal altijd mensen om je heen, hoe ver je ook reist. Natuurlijk kunnen we ons territorium uitbreiden door op termijn in een tent op Mars gaan wonen ofzo, maar ik vind dat niet een heel erg aantrekkelijk alternatief en sla zelf liever even over, ook als het per ongeluk nog in mijn leven zou gebeuren. krioelend mierennest van mensen - Van Akker Vindt 2016Heb ik een alternatief? Nee. Iedereen kan en moet zelf zijn of haar lijf en leven naar eigen inzicht inrichten en iedereen kan naar eigen inzicht kindertjes in de wereld zetten. Op wat uitzonderingen na, zou ik niet aan dat recht willen tornen. Maar toch…

Toch maar een (g)een kind politiek?

Misschien moeten we die wens voor een eeuwig leven lekker laten voor wat het is. Op een gegeven moment word je waarschijnlijk toch enorm blasé. Dan heb je echt alles al een keer gezien en verlies je misschien ook je drive. Alles wat immers vandaag of volgend jaar niet lukt, kan over honderd jaar ook nog wel.. Mij lijkt het niks. En dichterbij huis: moeten we er met zijn allen wel ongebreideld nieuwe mensjes bij maken? Of zou een (g)een kind politiek toch ook voordelen kunnen hebben? Want, eerlijk is eerlijk: ik zie die bevolkingsgroei naar 10 miljard helemaal niet zo zitten. En jij?

koi karpers kunnen 225 worden - Van Akker Vindt 2016

Wat vind jij ervan dat je ouder wordt?

Wat vind jij ervan dat je ouder wordt - Van Akker Vindt 2016

Hoe ervaar jij ouder worden? Gruwel je voor de spiegel bij elke plooi die je ziet? Of vind je dat je elke rimpel verdiend hebt terwijl je onderweg was in het leven? Deze vragen stel ik omdat het naar het zich laat aanzien nogal wat uitmaakt of je positieve of negatieve kijk hebt op het feit dat je ouder wordt. Mensen die het feit dat ze ouder worden positief benaderen ervaren vaak meer tevredenheid in het leven, vinden zichzelf gezonder, hebben meer sociale contacten en ervaren meer welzijn. Bovendien zou volgens onderzoeker Bellingtier en haar collega’s volgens hun artikel in ‘Journals of Gerontology: Psychological Sciences’ (2016) de mensen die hun eigen ouder worden positief bezien, minder stress ervaren dan mensen die een negatievere bril op hebben.

Is het alleen de houding tegenover de eigen leeftijd die hier telt?Mensen die het feit dat ze ouder worden positief benaderen ervaren vaak meer tevredenheid in het leven - Van Akker Vindt 2016

Men geeft zelf wel aan dat er wat af te dingen is op het onderzoek dat werd gedaan door 47 mensen tussen de 60 en 96 jaar hierover vragenlijsten voor te leggen in Amerika. Bovendien was de meerderheid van de invullers vrouw. Keurig dat ze het erbij zeggen, zo hoort dat natuurlijk ook in de wetenschap. Wat ik in hun vrij korte artikel (4 pagina’s maar) wel mis, is de bredere context en de richting van het causale verband. Daar wordt eigenlijk niet op ingegaan. Zou het zo kunnen zijn dat gezondere mensen met veel sociale contacten daardoor positiever in het leven staan en daarmee ook tegenover hun eigen vorderende leeftijd? Of zou het kunnen dat mensen die in het algemeen positiever zijn, ook meer sociale contacten hebben, meer welzijn ervaren en dat die algehele blije kijk op het leven dus ook geldt voor het ouder worden? En dat je daardoor dus ook minder stress ervaart? Ik heb het gevoel dat in dit onderzoek een flinke trits van invloedsfactoren missen.

Wat denk jij? Reageer!

Heb jij dat gevoel ook? Wat denk jij op basis van je levenservaring en/of je professionele kennis en ervaring? Is het alleen maar die positieve kijk op de eigen leeftijd en ouder worden die een buffer vormt tegen stress? Of is er meer in het spel? Ik nodig je van harte uit om te reageren!

Is het alleen de houding tegenover de eigen leeftijd die hier telt - Van Akker Vindt 2016

Vraagje: voor wie leef jíj eigenlijk?

Voor wie leef en werk je Van Akker Vindt 2016

In mijn vorige blog schreef ik over een onderzoek dat onder andere uitwees dat vooral mensen die meer werken dan ze zelf het liefst willen, daar negatieve psychische effecten van ondervinden. Op dat blog kwam een reactie van een voormalige collega, die zei dat politici mensen best mogen oproepen om meer te werken en dat mensen die in deeltijd werken soms ook meer willen werken om hun inkomen op peil te brengen. Laat ik helder zijn: politici mogen roepen wat ze willen. Ook zij leven in een (relatief) vrij land. En natuurlijk snap ik dat er mensen zijn die meer willen werken om voldoende inkomen te genereren. Ik heb nergens gepropageerd dat iedereen in deeltijd zou moeten werken, maar wél dat mensen hun eigen keuzes moeten maken en tenslotte constateerde ik dat Nederland als kampioen deeltijdwerken door de bank genomen behoorlijk gelukkig is.

Aanzwengelen vaderlandse economie als individueel levensdoel?

Aanzwengelen vaderlandse economie als levensdoel Van Akker Vindt 2016Vooral het laatste zinnetje in de reactie dat meer werken goed is voor de economie is bij me blijven hangen. De vraag is natuurlijk waartoe wij op aard zijn en of het aanzwengelen van de vaderlandse economie voor mij en anderen in dit land op individueel niveau de reden voor ons bestaan op deze aardkloot is. Ik maak mezelf in ieder geval graag en met overtuiging wijs dat het laatste niet zo kan zijn. Als je ook met minder dan een voltijds baan in je levensonderhoud kan voorzien en vrije tijd en vrijheid belangrijker vindt dan geld op de bank, lijkt mij dat een keuze die je vrijelijk en weloverwogen moet kunnen maken. Dat kan ik zelf vinden op basis van mijn persoonlijke waarden en dat kan ik vinden op basis van het aangehaalde onderzoek. Maar misschien is er nog wel iets wat de moeite waard is om hier aan te halen.

Op hun sterfbed wensen mensen dat ze dingen anders hadden gedaan Van Akker Vindt 2016

Op hun sterfbed wensen mensen dat ze dingen anders hadden gedaan

Een paar jaar geleden ging een bericht van een de palliatief verpleegkundige Bronnie Ware viral. Daarin schreef Bronnie over een aantal zaken waarvan mensen op hun sterfbed aangaven spijt te hebben. Op nummer twee stond dat vrijwel alle mannen (het ging om een generatie waarin zij vrijwel altijd de kostwinners waren) achteraf wensten dat ze minder hadden gewerkt en meer tijd aan de mensen om zich heen hadden besteed. Voor deze mensen is het ergens natuurlijk ontzettend tragisch dat zij te laat tot dit inzicht zijn gekomen om er nog iets aan te kunnen doen. Misschien zijn wij die hiervan kennis nemen het wel aan hun en zeker ook aan onszelf schuldig om daarvan te leren en bewuster om te gaan met de tijd die we hebben op deze aardkloot en deel ik de top vijf van dingen waar mensen spijt van hadden op hun sterfbed nog maar eens.Ter lering en ter aanpassing zullen we maar zeggen, want vermakelijk is het niet wat mij betreft. Daarom hier nog eens de top vijf van dingen waarvan mensen op hun sterfbed aangaven dat ze die graag anders hadden gedaan:

  1. Ik zou willen dat ik de moed had gehad om mijn leven naar mijn eigen inzicht te leiden in plaats van het leven te leiden dat door anderen werd verwacht

Aanzwengelen economie als individueel levensdoel Van Akker Vindt 2016Dit was het meest algemene en meest voorkomende punt van spijt. Wanneer mensen beseffen dat hun leven ten einde loopt, krijgen mensen een duidelijk beeld van al die dromen die niet in vervulling zijn gegaan. De meeste mensen hadden nog niet eens de helft van hun dromen vervuld en beseften op hun sterfbed dat dit samenhing met de keuzes die ze hadden gemaakt, of juist hadden nagelaten te maken.

Zo goed en kwaad als het soms gaat, probeer ik mijn dromen en wensen al na te jagen. We hebben immers niet het eeuwige leven en we blijven niet altijd gezond. Dus doe de dingen die je wilt, zolang het nog kan en je gezondheid het nog toelaat. Dat kan zomaar veranderen. En mocht een wild plan mislukken? Nou dan weet je in ieder geval dat je het hebt geprobeerd. Lijkt mij nog altijd aangenamer om dat te constateren, dan op je sterfbed te denken ‘had ik maar…’

  1. Ik zou willen dat ik niet zo hard had gewerktAanzwengelen economie als levensdoel Van Akker Vindt 2016

Zoals gezegd gaven alle mannen dit aan op hun sterfbed. Ze hebben hun kinderen niet zien opgroeien en hebben het gezelschap van hun geliefde gemist. Ook de vrouwen vonden dit jammer, maar de meeste vrouwen van die generatie waren geen kostwinners. De mannen vonden het zonder uitzondering jammer dat ze zoveel tijd en energie hadden gestopt aan hun werk.

Je hebt zelf invloed op hoe je je leven inricht en je kan daarin bewuste keuzes maken. In dit blog heb ik bijvoorbeeld al eens aandacht besteed aan kleiner leven in tiny houses, zodat je minder kosten maakt en dus ook minder hoeft te werken. Met de ruimte die dat maakt in je leven, ben je gelukkiger en vrijer om keuzes te maken gebaseerd op je eigen waarden en voorkeuren.

  1. Ik zou willen dat ik de moed had gehad om mijn gevoelens meer te uiten

Je kunt de wind niet veranderen, maar wel de stand van je zeilen. Van Akker Vindt 2016Veel mensen onderdrukken hun gevoelens en emoties om de lieve vrede te bewaren. Daardoor hadden veel mensen zich neergelegd bij een middelmatig leven waarin ze nooit zijn geworden wie ze hadden kunnen worden. Bij veel mensen ontstonden ziektes die te maken hadden met de verbittering en wrok die ze voelden.

Je kunt de wind niet veranderen, maar wel de stand van je zeilen. Je hebt de reacties van anderen niet in de hand, maar wel die van jezelf. Mensen zullen niet altijd goed kunnen omgaan wanneer je eerlijk zegt wat je vindt, maar in veel gevallen zal uiteindelijk de onderlinge verhouding in positieve zin veranderen. Als de relatie niet in positieve zin verandert, zal de persoon in kwestie waarschijnlijk uit je leven verdwijnen. Hoewel dat pijnlijk kan zijn, ben je ook dan uiteindelijk beter af. Win win dus.

  1. Ik zou willen dat ik contact met mijn vrienden had gehouden

Veel mensen beseffen het belang van hun vriendschappen niet tot het einde van hun leven in zicht komt en op dat moment kan je ze niet altijd meer traceren. Veel van de patiënten van Bronnie Ware waren zo opgeslokt geraakt door hun eigen leven dat ze belangrijke vriendschappen hadden laten verwateren.

Iedereen heeft het druk en het kan heel makkelijk gebeuren dat vriendschappen op de achtergrond raken en verwateren. Geld en status zijn voor mensen op hun sterfbed niet langer belangrijk, ook niet als dat eerder wel zo was (of leek!) Natuurlijk willen mensen op hun sterfbed goed zorgen voor de mensen die achterblijven, maar uiteindelijk draait het toch om liefde en waardevolle relaties met anderen.

  1. Ik zou willen dat ik mezelf had toegestaan gelukkiger te zijnlekker gek doen Van Akker Vindt 2016

Ook deze spijtbetuiging kwam blijkbaar veelvuldig voor. “Veel mensen beseffen niet dat geluk een keuze is”, vindt Ware. “Mensen bleven hangen in oude patronen en gewoonten. Angst om ingesleten gewoonten te doorbreken, maakte dat ze zichzelf en anderen voorhielden dat ze tevreden waren, terwijl ze eigenlijk graag eens heel hard wilden lachen of eens lekker gek hadden willen doen.”

Ik heb het gelukkig zelf nog niet verleerd om lekker domme dingen te doen, thuis of in de openbare ruimte. Als je timing goed is, kan je zomaar meemaken dat ik een dansje doe in een winkel. Dat komt niet vaak voor, maar als het moment zich aandient, laat ik me niet weerhouden door de meningen van anderen. Veel mensen zijn bezig met wat anderen wel niet van je zullen denken, maar wanneer je terugkijkt op je leven dat bijna ten einde is, is dat helemaal niet meer van belang. (En nu dus ook niet!)

Ik kan het alleen maar eens zijn met de conclusie van Ware:

Life is a choice Van Akker Vindt 2016‘Life is a choice It is YOUR life.
Choose consciously, choose wisely, choose honestly.
Choose happiness’

Life is a choice Van Akker Vindt 2016

Oftewel: je hebt keuzes, het is JOUW leven. Maak bewuste keuzes, maak wijze keuzes, maak eerlijke keuzes. Kies voor geluk. Ik zou nog willen toevoegen: kies voor je eigen geluk. Je leeft maar een keer, dus maak er wat van!

Kies voor jouw geluk. Je leeft maar een keer, dus maak er wat van! Van Akker Vindt 2016

Deeltijdparticipatiemaatschappij in Nederland is zo gek nog niet!

Misschien is een deeltijdparticipatiemaatschappij zo gek nog niet! Van Akker Vindt 2016

Er zijn mensen die zich nog al druk maken over het feit dat Nederland ‘Kampioen Deeltijdwerken’ is. Dat in Nederland veel mensen in deeltijdbanen werken zal ik niet weerleggen. Een korte graafactie in de bakken van het CBS laat zien dat in 2015 iets minder dan de helft (49 procent) parttime werkte, dus minder dan 36-40 uur. Zo’n 20 procent werkte minder dan 20 uur per week en de andere 29 procent werkte 20 tot 35 uur per week. En het zijn vooral vrouwen die in Nederland in deeltijd werken. Misschien niet zo gek, want volgens een recente publicatie van het CPB voelen vrouwen zich in het algemeen drukker dan mannen en is hun vrije tijd door de bank genomen gefragmenteerder.

Is het erg wanneer we niet allemaal fulltime werken?

Argumenten tegen al dat deeltijd werken gaan over het economische verlies dat we als natie zouden lijden, dat er talent ‘verloren zou gaan’, dat men minder carrière kan maken, dat te weinig vrouwen economisch zelfstandig zijn en dat we meer moeten werken om de pensioenpotten een beetje gevuld te houden. Of ik me wel of niet kan vinden in deze argumentatie en waarom wel of niet, is misschien een leuk onderwerp voor een toekomstig blog. Voor dit moment wil ik me even toeleggen op de vraag of het nou zo erg is dat we (lang) niet allemaal fulltime werken. In de media lezen we nog weleens over mensen in precaire flexibele banen die te weinig uren hebben en niet rond kunnen komen, of over groepen zzp’ers waar hetzelfde voor geldt. Maar andersom zijn er ook mensen die meer uren werken dan ze het liefst willen. Daar horen we volgens mij iets minder over, maar dat is misschien nog wel onwenselijker dan te weinig werken.

Onderzoek naar effecten van verschil tussen gewenste en werkelijk gewerkte uren

Vorige maand publiceerden een aantal onderzoekers uit Duitsland en Australië namelijk de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van meer of minder werken dan je eigenlijk wilt. De onderzoekers gebruikten hiervoor grote Duitse en Australische databestanden, gebaseerd op vragenlijsten van verschillende jaren door de tijd heen. Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden Van Akker Vindt 2016In de vragenlijsten waren vragen opgenomen over het gemiddelde aantal feitelijke uren dat men werkte en het aantal uren dat men eigenlijk zou willen werken en met vragen over de zelf gerapporteerde psychische gesteldheid van degenen die de vragenlijsten invulden. Wanneer deze respondenten gemiddeld minimaal vier uren per week meer of minder werkten dan ze zouden willen, telden ze mee als mensen met een mismatch in gemiddelde arbeidsduur.

Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden

Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die gemiddeld meer werken dan ze willen hier last van ondervinden, ze zijn gemiddeld minder tevreden over hun baan dan mensen die ongeveer evenveel werken als ze wensen. De onderzoekers keken ook of de arbeidsduur hierbij het verschil maakte en controleerden bijvoorbeeld fulltime werkenden die liever minder zouden werken met een groep van mensen die fulltime werkten, maar dat ook wilden. Ook na deze controle bleek dat vooral het verschil tussen feitelijke en gewenste uren het verschil maakte in het psychisch welbevinden van de respondenten. Bij vrouwen was dit negatieve effect van ‘teveel’ werken nog wat sterker dan voor de mannen. Overigens wordt in de publicatie niet uitgebreid gespecificeerd waaruit de negatieve effecten van het psychische welbevinden precies bestond en hoeveel impact dit op het dagelijks functioneren van de respondenten had.

Sociale normen van invloed op psychische effecten minder werken dan gewenst

Bij het minder werken dan gewenst, was het negatieve effect voor de Duitse groep vrijwel nihil en iets sterker voor de Australiërs. Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer Van Akker Vindt 2016Dit zou volgens de onderzoekers heel goed kunnen komen door normen in de samenleving en instituties zoals regelingen voor sociale zekerheid, waardoor Australiërs meer last hadden van minder uren werken dan gewenst. Ik stel me voor dat Nederland in dat opzicht meer lijkt op onze oosterburen dan op onze tegenvoeters, gewoon omdat we in politiek en economisch opzicht best veel op elkaar lijken.

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen

Zoals gezegd wordt uit de publicatie van Otterbach en zijn Australische collega’s niet veel duidelijk over de precieze psychische uitwerking van het teveel werken. Toch zou ik zo op het eerste gezicht denken dat onze politici misschien iets minder moeten hameren dat al die deeltijders het liefst meer moeten werken dan ze nu doen. Mensen worden er blijkbaar gewoon wat ongelukkiger van wanneer ze meer werken dan bij ze past. Geluk is ogenschijnlijk geen variabele die van belang is voor Den Haag, maar voor al die –op dit moment ruim 17 miljoen!- individuen in Nederland zelf natuurlijk wél. Overigens geven Nederlanders volgens het World Happiness Report uit 2015 hun leven een 7,4 en staan daarin in de top tien van gelukkigste naties ter wereld. Goede kans dat al dat deeltijdwerken hierbij een belangrijke positieve invloed is.

Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer

Misschien kunnen de dames en heren werkgevers, HRM’ers en recruiters ook wel iets met deze informatie. Als die ideale kandidaat nou iets minder wil werken dan je in gedachten had, is het misschien best de moeite om te kijken of je daar mee akkoord kan gaan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een zittende werknemer. Een arbeidsduur die beter aansluit op de wensen van de (toekomstige) werknemer, leidt namelijk tot meer psychisch welbevinden en een grotere arbeidstevredenheid. Ik zou zelf denken dat dat de moeite waard is voor beide partijen. En die politici die willen dat we meer werken? Laat ze maar kletsen zou ik zeggen. Maken wij intussen individueel en in overleg met onze werkgevers onze eigen keuzes, werkt de helft van ons in deeltijd en geven we ons leven gemiddeld een dikke zeven. Niks mis mee.

 

 

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen Van Akker Vindt 2016

 

Rust roest: laat je brein niet met pensioen gaan!

rust roest van akker vindt 2016

Rust roest: vroegpensioen is niet fijn voor je brein

Veel mensen kijken uit naar een welverdiend pensioen: eindelijk al die dingen doen waar je nooit aan toe kwam en genieten van de welverdiende rust is vaak het achterliggende idee. Het Zwitserlevengevoel van lekker luieren op een zonnig strand en vooral niet teveel hoeven. Of dat nou zo slim is, is maar de vraag. Heel veel onderzoek wijst namelijk in de richting dat wanneer jij met pensioen gaat, je brein dat ook doet. Dus iedereen die heel hard spaart om een paar jaar eerder te ‘mogen’ stoppen, moet misschien een rondje omdenken doen naar ‘mogen doorwerken’. Natuurlijk zijn er meerdere smaakjes voor handen: je kan ook zorgen dat je mentaal en fysiek actief blijft wanneer je eenmaal met pensioen bent gegaan. Natuurlijk kan je ook na je pensioen nog deels blijven werken. Dat kan bijvoorbeeld via een gespecialiseerd uitzendbureau of als zzp’er.

Te vroeg met pensioen is fysiek en mentaal niet zo goed voor je

Onder andere de wetenschapper Calvo geeft in The Washington Post aan dat zijn ‘Should I stay or should I go’ nog lopende onderzoeksproject tot nu toe laat bijvoorbeeld zien dat stoppen met werken een negatief effect heeft op je cognitieve vaardigheden. Wanneer je op je zestigste stopt is dat niet zo fijn voor je brein, wanneer je op je vijftigste je baan gedag zegt om met pensioen te gaan, is dat nog een stuk beroerder voor je bovenkamer. Het onderzoek kijkt niet alleen naar de effecten voor het brein, maar ook naar algehele gezondheid, chronische aandoeningen, dagelijkse activiteit en mobiliteit en nog zo wat dingen. Mensen die (veel) eerder dan gemiddeld met pensioen gaan voelen zich eenzaam en niet verbonden met anderen in je omgeving. Jij kan wel zin hebben om iets leuks te gaan doen en je vrienden bellen, maar die zijn wel aan het werk en hebben geen tijd. Tegen de tijd dat zij met pensioen gaan en jou bellen, hoeft het voor jou al niet meer. Je loopt domweg niet meer gelijk op met de mensen om je heen en je loopt in zekere zin voor in de levensfase waar je in zit. Dat klinkt al met al natuurlijk niet zo gezellig natuurlijk.79325796

If you snooze you lose: soms zelfs al vóór je pensioen!

Ook uit ander onderzoek (Rohwedder & Willis, 2010) waar de cognitieve vaardigheden van mensen van voor in de zestig uit verschillende westerse landen (onder andere ons kikkerlandje) in kaart werden gebracht door geheugentestjes kwam het negatieve breineffect naar voren. Sterker nog: je hoeft nog niet eens echt formeel met pensioen te zijn voor je brein om zich er al op in te stellen! Blijkbaar kan je mentaal al eerder met pensioen dan dat je afscheid hebt genomen op je werk en je collega’s hebt bedankt voor de prettige samenwerking. Pro-actief op de verkeerde manier dus!

Houd je brein en je lijf ook duurzaam inzetbaar ná je pensioen!

De verschillende deskundigen geven aan dat het doen van een kruiswoordpuzzel uit de krant je brein niet echt op peil houdt. Om je brein ook na je pensioen zo goed mogelijk in conditie te houden, moet je jezelf wel écht uitdagen, misschien een nieuwe taal leren, of ervoor zorgen dat je nieuwe technologische vaardigheden erbij leert. Er zijn zelfs voorbeelden van mensen die besluiten om nog een serieuze studie te volgen of om na hun pensioen alsnog een proefschrift te schrijven. Over uitdaging gesproken. Hoe dan ook: zorg ervoor dat je in beweging blijft. Niet alleen fysiek, maar activeer ook die grote grijze massa in je bovenkamer. Dan is de kans groot dat je langer bewust kan genieten van je welverdiende pensioen wanneer je eenmaal zover bent. Lekker toch?!

vroegpensioen is niet fijn voor je brein van akker vindt 2016

 

NEA 2015: Later in je loopbaan beter op je plek

ict heeft last van kwalificatieveroudering Van Akker Vindt 2015

Vandaag zijn de eerste resultaten van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) door TNO en CBS gepubliceerd. Dit is een grote steekproef waarin werknemers worden bevraagd over verschillende aspecten die te maken hebben met -heel verrassend- hun arbeidsomstandigheden. Juist ja. Nu naar hun persbericht over kwalificatieveroudering en de vraag in hoeverre werk en vaardigheden onder Nederlandse werknemers goed bij elkaar passen.

Nieuwe kennis en kunde ontbreekt bij bijna kwart werknemers

In hun persbericht geven TNO en CBS aan, dat bijna een kwart van alle werknemers (23 procent) aangeeft dat zijn kennis of vaardigheden missen die belangrijk zijn om hun werk goed te kunnen doen. Het gaat bijvoorbeeld om technologische en organisatorische kennis en kunde. Dit blijft niet zonder gevolgen want het persbericht vervolgt dat deze groep werknemers minder tevreden zijn, vaker ziek zijn en veel vaker burn-outklachten hebben.

Kwalificatieveroudering in ict door snelle technologische ontwikkelingen

Het ontbreken van deze kennis, zogenaamde kwalificatieveroudering, komt het meest voor in de informatie- en communicatiesector, oftewel de ict. De oorzaak ligt vooral in het feit dat de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar opvolgen, heel erg hoog ligt en voor relatief veel ict-, netwerk- en dataspecialisten bijna niet bij te benen is.

Bij meeste werknemers sluit werk aan op kennis en vaardigheden

Tot zover deze kort door de bocht weergave van het persbericht dat gepubliceerd is over de NEA. Ik ben zelf ook even in de NEA gedoken en las dat ruim 60 procent van de Nederlandse werknemers in 2014 van mening was hun kennis en vaardigheden goed aansluiten bij hun werk. Dat is alvast mooi, want ruim zes op de tien werknemers doet voor wat betreft kennis en kunde iets dat bij hem of haar past en dat is dan weer goed voor hun inzetbaarheid en werkplezier.

Naarmate loopbaan vordert verbetert match tussen mens en werk

Vrouwen vinden iets vaker dan mannen dat hun werk goed aansluit en naarmate de loopbaan vordert blijken mensen steeds beter op hun plek te zitten. Aan het begin van de loopbaan geeft bijna 45 procent van de jongeren tot 25 jaar aan, dat hun competenties en hun werk goed op elkaar aansluiten. Bij de groep van 25-44-jarigen groeit dit tot ruim 64 procent en tot het pensioen groeit het nog ietsjes door met bijna 67 procent. Mijn aanname is dat het adagium “Ken uzelf” naarmate de werkzame jaren vorderen steeds meer opgang doet.

Helft jongeren werkt onder zijn niveau

Je kan ook andersom redeneren en constateren dat de match bij ongeveer vier op de tien werknemers niet ideaal is en dat dat over de hele beroepsbevolking wel heel veel mensen zijn die niet goed op hun plek zitten. Bijna de helft van de jongeren tot 25 jaar geeft aan dat ze meer kennis en vaardigheden hebben dan ze nodig hebben voor hun werk. Dit kan vermoedelijk mede verklaard worden doordat veel jongeren naast school of studie een bijbaantje hebben in bijvoorbeeld de horeca of de detailhandel. Dat leed is vermoedelijk voor die jongeren te overzien, want ze leren nog genoeg in hun opleiding of eventueel in een eerste baan.

Dertig procent menselijk kapitaal onderbenutmenselijk kapitaal onderbenut van akker vindt 2015

Maar ook later geldt dat zo’n drie op de tien werknemers vindt dat ze meer kunnen dan ze nodig hebben voor hun werk. Hun kennis en vaardigheden worden onderbenut en dat kan nadelige invloed hebben op hun menselijk kapitaal en in het verlengde daarvan voor hun inzetbaarheid en employability. Dat is jammer voor die werknemers zelf, maar ook voor hun werkgevers die het talent dat ze in huis hebben niet goed gebruiken en te maken kunnen krijgen met verzuim door de stress (“bore out”) die hiervan het gevolg kan zijn met alle verzuimkosten van dien. Ten slotte geldt voor ongeveer een op de vijf werknemers dat zij moeilijker werk doen dan ze eigenlijk aankunnen. 

Kunt u nog even spitten naar aan onderbenutting gerelateerd verzuim?

Naast een grote groep van mensen die werk doet dat behoorlijk goed matcht zijn er dus ook nog heel veel werknemers die meer zeggen te kunnen dan ze doen, of andersom eigenlijk de kennis en vaardigheden missen om hun werk goed te doen. Voor de nieuwe vaardigheden is er blijkbaar een extra analyse losgelaten, die laat zien dat kwalificatieveroudering (dus niet de kennis hebben die nodig is voor het goed uitoefenen van je beroep) leidt tot meer verzuim en meer burn-outklachten. Ik ben nieuwsgierig naar een aanvullende analyse van de onderzoekers van TNO en CBS hoe het zit met de psychosociale arbeidsbelasting van mensen die zich onderbenut voelen en in hoeverre dit van invloed is op de mate waarin zij stappen zetten om een andere baan te zoeken en te vinden. Kunnen de dames en heren van TNO en CBS hier nog even induiken? Ik ben benieuwd!

bore out  burn out