Deeltijdparticipatiemaatschappij in Nederland is zo gek nog niet!

Misschien is een deeltijdparticipatiemaatschappij zo gek nog niet! Van Akker Vindt 2016

Er zijn mensen die zich nog al druk maken over het feit dat Nederland ‘Kampioen Deeltijdwerken’ is. Dat in Nederland veel mensen in deeltijdbanen werken zal ik niet weerleggen. Een korte graafactie in de bakken van het CBS laat zien dat in 2015 iets minder dan de helft (49 procent) parttime werkte, dus minder dan 36-40 uur. Zo’n 20 procent werkte minder dan 20 uur per week en de andere 29 procent werkte 20 tot 35 uur per week. En het zijn vooral vrouwen die in Nederland in deeltijd werken. Misschien niet zo gek, want volgens een recente publicatie van het CPB voelen vrouwen zich in het algemeen drukker dan mannen en is hun vrije tijd door de bank genomen gefragmenteerder.

Is het erg wanneer we niet allemaal fulltime werken?

Argumenten tegen al dat deeltijd werken gaan over het economische verlies dat we als natie zouden lijden, dat er talent ‘verloren zou gaan’, dat men minder carrière kan maken, dat te weinig vrouwen economisch zelfstandig zijn en dat we meer moeten werken om de pensioenpotten een beetje gevuld te houden. Of ik me wel of niet kan vinden in deze argumentatie en waarom wel of niet, is misschien een leuk onderwerp voor een toekomstig blog. Voor dit moment wil ik me even toeleggen op de vraag of het nou zo erg is dat we (lang) niet allemaal fulltime werken. In de media lezen we nog weleens over mensen in precaire flexibele banen die te weinig uren hebben en niet rond kunnen komen, of over groepen zzp’ers waar hetzelfde voor geldt. Maar andersom zijn er ook mensen die meer uren werken dan ze het liefst willen. Daar horen we volgens mij iets minder over, maar dat is misschien nog wel onwenselijker dan te weinig werken.

Onderzoek naar effecten van verschil tussen gewenste en werkelijk gewerkte uren

Vorige maand publiceerden een aantal onderzoekers uit Duitsland en Australië namelijk de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van meer of minder werken dan je eigenlijk wilt. De onderzoekers gebruikten hiervoor grote Duitse en Australische databestanden, gebaseerd op vragenlijsten van verschillende jaren door de tijd heen. Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden Van Akker Vindt 2016In de vragenlijsten waren vragen opgenomen over het gemiddelde aantal feitelijke uren dat men werkte en het aantal uren dat men eigenlijk zou willen werken en met vragen over de zelf gerapporteerde psychische gesteldheid van degenen die de vragenlijsten invulden. Wanneer deze respondenten gemiddeld minimaal vier uren per week meer of minder werkten dan ze zouden willen, telden ze mee als mensen met een mismatch in gemiddelde arbeidsduur.

Vooral meer uren werken dan gewenst negatief voor psychisch welbevinden

Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die gemiddeld meer werken dan ze willen hier last van ondervinden, ze zijn gemiddeld minder tevreden over hun baan dan mensen die ongeveer evenveel werken als ze wensen. De onderzoekers keken ook of de arbeidsduur hierbij het verschil maakte en controleerden bijvoorbeeld fulltime werkenden die liever minder zouden werken met een groep van mensen die fulltime werkten, maar dat ook wilden. Ook na deze controle bleek dat vooral het verschil tussen feitelijke en gewenste uren het verschil maakte in het psychisch welbevinden van de respondenten. Bij vrouwen was dit negatieve effect van ‘teveel’ werken nog wat sterker dan voor de mannen. Overigens wordt in de publicatie niet uitgebreid gespecificeerd waaruit de negatieve effecten van het psychische welbevinden precies bestond en hoeveel impact dit op het dagelijks functioneren van de respondenten had.

Sociale normen van invloed op psychische effecten minder werken dan gewenst

Bij het minder werken dan gewenst, was het negatieve effect voor de Duitse groep vrijwel nihil en iets sterker voor de Australiërs. Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer Van Akker Vindt 2016Dit zou volgens de onderzoekers heel goed kunnen komen door normen in de samenleving en instituties zoals regelingen voor sociale zekerheid, waardoor Australiërs meer last hadden van minder uren werken dan gewenst. Ik stel me voor dat Nederland in dat opzicht meer lijkt op onze oosterburen dan op onze tegenvoeters, gewoon omdat we in politiek en economisch opzicht best veel op elkaar lijken.

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen

Zoals gezegd wordt uit de publicatie van Otterbach en zijn Australische collega’s niet veel duidelijk over de precieze psychische uitwerking van het teveel werken. Toch zou ik zo op het eerste gezicht denken dat onze politici misschien iets minder moeten hameren dat al die deeltijders het liefst meer moeten werken dan ze nu doen. Mensen worden er blijkbaar gewoon wat ongelukkiger van wanneer ze meer werken dan bij ze past. Geluk is ogenschijnlijk geen variabele die van belang is voor Den Haag, maar voor al die –op dit moment ruim 17 miljoen!- individuen in Nederland zelf natuurlijk wél. Overigens geven Nederlanders volgens het World Happiness Report uit 2015 hun leven een 7,4 en staan daarin in de top tien van gelukkigste naties ter wereld. Goede kans dat al dat deeltijdwerken hierbij een belangrijke positieve invloed is.

Betere match gewenste en feitelijke uren goed voor werkgever en werknemer

Misschien kunnen de dames en heren werkgevers, HRM’ers en recruiters ook wel iets met deze informatie. Als die ideale kandidaat nou iets minder wil werken dan je in gedachten had, is het misschien best de moeite om te kijken of je daar mee akkoord kan gaan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een zittende werknemer. Een arbeidsduur die beter aansluit op de wensen van de (toekomstige) werknemer, leidt namelijk tot meer psychisch welbevinden en een grotere arbeidstevredenheid. Ik zou zelf denken dat dat de moeite waard is voor beide partijen. En die politici die willen dat we meer werken? Laat ze maar kletsen zou ik zeggen. Maken wij intussen individueel en in overleg met onze werkgevers onze eigen keuzes, werkt de helft van ons in deeltijd en geven we ons leven gemiddeld een dikke zeven. Niks mis mee.

 

 

Als kampioen deeltijd zijn we best gelukkig met zijn allen Van Akker Vindt 2016

 

Advertenties

Robotisering: resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst

Robitisering Van Akker Vindt 2015

Ruim twee jaar geleden kwam ik een stuk tegen over banen die zouden verdwijnen door robotisering en automatisering. Tot dan toe had ik wel nagedacht over de toekomst van werk, maar had ik nog nooit op dat niveau of vanuit die invalshoek over het onderwerp nagedacht. Ik schreef er een drietal blogs over, nog lang voor de media doorlopend bol stonden van dit onderwerp. Het ging over robots die ons werk zouden overnemen, welke banen zouden verdwijnen tot 2025 en over of het basisinkomen een oplossing zou zijn om voor iedereen voldoende levensstandaard te garanderen. Ik sta, ook nu ik nog heel veel meer over dit onderwerp en aanpalende onderwerpen heb gelezen, nog steeds achter wat ik twee jaar terug schreef en ik heb een niet aflatende interesse in het onderwerp en alles wat er mee te maken heeft.

Ben ik een techno-pessimist wanneer ik me zorgen maak?

Luddieten Van Akker Vindt 2015 (2)Sommige mensen vinden mij een techno-pessimist wanneer ik zeg dat ik niet denk dat er onder de streep meer banen bij zullen komen en daarover mijn zorgen uitspreek. Velen verwijzen naar de angst die de industriële revolutie teweegbracht, omdat het banen zou vernietigen. Die angst is achteraf onterecht gebleken. De Luddieten, de textielwerkers die in het 19e eeuwse Engeland bang waren dat weefmachines hun arm en werkloos zouden maken en ze daarom met veel geweld vernielden, worden een enkele keer aangehaald. En er zijn vast mensen die mijn zorgen rondom robotisering en werkgelegenheid verwarren met Neo-Luddisme. Villemard Van Akker Vindt 2015

Chriet en zijn obsolete apparaten van de toekomst

Ik snap best dat mensen mijn zorgen bagatelliseren. Wanneer je plaatjes ziet over hoe mensen in het verleden verwachtten dat de toekomst er uit zou zien, zoals bijvoorbeeld de plaatjes van Villemard uit de 19e eeuw van het jaar 2000, kan zien dat de perceptie van de toekomst sterk samenhangt met de tijd waarin men leeft. Ook ik moet lachen wanneer ik filmpjes op YouTube of foto’s zie van Chriet Titulaer en zijn gekke baardje met obsolete apparaten van nog niet zo heel lang geleden die het uiteindelijk toch niet gemaakt hebben. Chriet Van Akker Vindt 2015Verwachtingen van de de toekomst blijken achteraf vaak niet uit te komen en wekken vooral milde hilariteit op van de generaties waarover het gaat. Toekomstvoorspellingen zeggen vooral veel over de tijd waarin ze gemaakt worden, dat gold vroeger en dat geldt in veel opzichten waarschijnlijk nog steeds.

Exponentiële ontwikkeling technologie

Wat deze mensen volgens mij over het hoofd zien is dat de technologie zich extreem snel ontwikkelt, namelijk exponentieel. De Wet van Moore houdt kort door de bocht in dat computers en chips elke twee jaar ook twee keer zo krachtig worden. Ik heb zelf nog gewerkt met van die grote slappe floppy-disks, daarvan zou je volgens de website techrepublic.com bijna 3 duizend stuks (!!) nodig hebben om 1 gigabyte aan geheugen te krijgen. Ik bedoel maar. floppy van akker vindt 2015Die ontwikkeling is echt heel erg snel gegaan. Hoewel de Wet van Moore ooit wel af moet vlakken, is dat op dit moment nog niet het geval en wordt er in the mean time hard gewerkt aan superkrachtige kwamtumcomputers. Ik heb niet de pretentie dat ik ook maar een beetje snap hoe dat werkt, maar wat ik wel weet is dat dit qua kracht beesten van computers zijn.

Niet een tijdperk van verandering, maar verandering van een tijdperk

Dit betekent dat de kans groot is dat de kracht van computers binnen afzienbare tijd buiten ons voorstellingsvermogen zal vallen. Net zoals ik begin jaren ’90 niet had kunnen bevroeden dat in bijvoorbeeld mijn mini-tablet een veelvoud van de rekenkracht zit van de computers waar ik toen op werkte. Juist die enorme snelle ontwikkeling kent zijn weerga niet en betekent dat we gaan van een tijdperk van verandering naar de verandering van een tijdperk. Daar ben ik van overtuigd. De huidige ontwikkeling is niet een soort industriële revolutie 2.0 en is volgens mij is het daarom beter om dit niet te bagatelliseren. In het verleden behaalde resultaten bieden in de robotsamenleving geen garanties voor de toekomst.

Ben ik een techno-optimist omdat ik voordelen zie?

Maar ondanks mijn zorgen en kritische noten over werkgelegenheid, de samenleving, consumptiepatronen en big data en privacy, ben ik niet pessimistisch over robotisering of automatisering. Ik denk ook nu, net als ruim twee jaar geleden, dat de digitale wereld juist ook kansen biedt. Waarom zouden we er sappel om zijn wanneer eentonig en weinig verheffend werk overgenomen wordt door robots? Of wanneer werk beter gedaan wordt doordat we werken met robots en slimme apps? Ik zie kansen voor me om net als Keynes al ooit voorspelde dat iedereen minder gaat werken, mensen minder stress hebben en zinvolle keuzes kunnen maken. Dus doe mij die robots gerust. Volgens mij kunnen die dingen heel veel voor ons betekenen.

Nadenken over kaders voor de robotsamenleving

nadenken over de robotsamenleving Van Akker Vindt 2015Het enige wat ik wél wil is dat we goed nadenken over ethische bijkomstigheden van die robotsamenleving die het Rathenau bepleit. Als robots even slim als of slimmer worden dan mensen, welke rechten hebben zij zelf dan? Maar ook op kortere termijn: hoe borgen wij met zijn allen als samenleving voldoende welzijn voor iedereen die buiten de boot van de robotarbeidsmarkt gaat vallen? Welk sociaal contract staan wij voor? Houden we het bij ons klassieke kapitalistische model waar nu al enkele mega-rijken ontstaan die in een winner takes it all-tijdperk enorm rijk worden, terwijl heel veel mensen op een steeds grotere afstand van de arbeidsmarkt komen te staan en in doorlopende onzekerheid leven? Op dit moment zijn hier nog geen echte antwoorden op en al zeker niet vanuit de overheid, die dit wellicht met behulp van wetten onderhand alsnog eens kan beginnen in te kaderen.

Is het basisinkomen de oplossing voor mijn zorgen?

Ik heb me net als velen de afgelopen jaren enigszins verdiept in het basisinkomen. Uitkomsten van eerdere experimenten die een basisinkomen zijn (India) of erop lijken (Canada) zien er best hoopvol uit. Het zou zomaar kunnen dat het basisinkomen een goede vervanger kan zijn voor ons huidige complexe sociale zekerheidsstelsel en het vergt een hele hoop minder gedoe en geld. Heel stellig durf ik niet te zijn, omdat er op dit moment nog niet op grote schaal voorbeelden bekend zijn van een echt universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen en hoe dat heeft uitgepakt.

Ik zet in op een basisinkomen in Zwitserland

Experimenten die nu onder de vlag basisinkomen gebeuren op particulier initiatief in Groningen of er gaan komen in Utrecht in een onderzoek met bijstandsgerechtigden, zijn geen universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen en zullen de vragen of een basisinkomen kan werken ook niet afdoende beantwoorden. In 2016 wordt in Zwitserland een referendum gehouden om te peilen of er animo is om daar een echt basisinkomen in te voeren. Ik kijk uit naar 2016, want misschien komt er dan ergens een werkelijk basisinkomen en kunnen we kijken hoe dat werkelijk uitpakt. Pas dan kunnen we echt serieus iets zeggen op basis van empirisch onderzoek!

Bedingungsloses Grundeinkommen Van Akker Vindt 2015

Komt u ook zo happy uit de Grote Recessie?

Clap along if you feel like a room without a roof Van Akker Vindt 2014

Clap along if you feel like a room without a roof”

Herken je die oorwurm van Pharell Williams? Hij heet ‘Happy’ en staat wanneer ik dit schrijf alweer bijna drie kwart jaar in de vaderlandse hitparades. Good for Pharell natuurlijk, maar ook voor ons want de blijheid slaat genadeloos toe wanneer je het hoort. Misschien is het toeval, maar volgens mij is Nederland – achteraf gezien – ook ongeveer drie kwart jaar uit de recessie. Dat is alvast genoeg om vrolijk van te worden, want vijf jaar recessie was natuurlijk lang zat. Heel hard hoeven we ook nog niet te juichen, want die arbeidsmarkt die ziet er voorlopig nog helemaal niet zo rooskleurig uit. De media hebben sinds het begin van dit jaar vol gestaan met fabrieken die gingen sluiten en mensen die op straat kwamen te staan en ook jongeren en schoolverlaters komen verdomd lastig aan de bak. Maar staan de jongeren die tijdens die recessie voor het eerst de arbeidsmarkt betraden ook anders in het leven en meer specifiek in hun werkzame leven? Dat vroeg mevrouw Bianchi zich ook af, ze zocht het uit en ze publiceerde daar eind 2013 over.

Tevredener met baan ook als die minder opbrengt

Bianchi pakte er de gegevens bij van drie verschillende grootschalige onderzoeken in de Verenigde Staten van Amerika en concludeerde dat hoogopgeleiden die de arbeidsmarkt betraden ten tijde van ‘De Grote Recessie’ tevredener met hun werk waren dan hun soortgenoten die hun eerste schreden hadden gezet tijdens economisch goede tijden. Bianchi hield daarbij rekening met verschillende branches en keuzes die mensen hadden gemaakt op loopbaangebied en becijfert dat de arbeidsmarktbetreders in recessietijd ook nog steeds tevredener zijn als ze minder verdienen dan de cohorten die in betere tijden op de arbeidsmarkt kwamen. Bovendien houdt die extra baantevredenheid ook stand lang na dat de recessie over is, blijkt uit haar cijfers waarin ook gegevens zijn meegenomen van die andere crisis uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw.

Hoera voor mentale halfvolle glazen

Die extra dosis tevredenheid wordt wellicht verklaard door de derde set longitudinale gegevens die Bianchi analyseerde, want daaruit blijkt dat mensen die in economisch beroerde tijden voor het eerst een serieuze baan zoeken, zich relatief minder bezig houden met nadenken hoe ze het beter hadden kunnen doen en ze zijn dankbaarder voor hun werk en het feit dat ze überhaupt werk hebben. Ze kijken dus meer naar wat ze wel hebben, dan naar wat ze niet hebben en een mentaal halfvol glas is nou eenmaal beter voor de mens dan het zich richten op dat deel van het glas dat nog gevuld had kunnen of moeten worden. En die lege ruimte in dat glas is er natuurlijk wel degelijk in barre economische tijden: de eerste banen die mensen weten te krijgen, zijn vaak slechter van kwaliteit, bijvoorbeeld een lager niveau en slechter betaald, dan wanneer zij in economisch florerende tijden de eerste stappen in hun loopbaan hadden gezet.

Never mind the Joneses!Never mind the Joneses  Van Akker Vindt 2014

Misschien maakt een recessie in die zin mensen wel bescheidener en nederiger in positieve zin en misschien ook wel wat minder materialistisch. Natuurlijk bestaat het ‘sociale’ internet 2.0 inmiddels al een kleine 10 jaar ofzo, maar ik vraag me af of het toeval is dat er nu sites zijn waar je een auto kan huren van iemand bij je in de buurt (Snappcar) die hem toch niet elke dag gebruikt, gereedschap of andere spullen kan lenen (Peerby) enzovoort. Niet langer ‘keeping up with the Joneses’ en proberen net zoveel spullen te bemachtigen als de mensen om je heen, maar delen waar dat kan en uit te gaan van jezelf en niet mee te gaan in een consumptistische maalstroom waar je per saldo niet gelukkiger van wordt.

De Skidelsky’s en de economie van het genoeg

Misschien is dit al een beetje het actieve burgerschap, de empowerment en de participatiesamenleving die de regering predikt. Maar.. dan met minder verspilling en minder consumentenbestedingen en dat laatste zal Rutte dan wel weer niet zo leuk vinden. Bovendien is dit iets wat van de mensen zelf komt en dat voelt toch wel een beetje anders dan die zogenaamde participatiesamenleving die Mark en Diederik ons uit bezuinigingsoverwegingen in de maag splitsen. En ik? Ik vind het zo gek niet, die economie van het genoeg. De Skidelsky’s halen in hun – wat mij betreft – geniale boek ‘How much is enough?’ uit 2012 de econoom John Maynard Keynes (u kent hem vast nog wel van het multipliereffect dat u werd onderwezen op de middelbare school) aan die voorspelde dat de mensen op een gegeven moment genoeg welvaart zouden hebben en dat dit door techniek en economische groei op den duur zou leiden tot een 15-urige werkweek. Niet omdat de mensen lui zouden zijn, maar omdat de mensen op een gegeven moment gewoon niet meer nodig hadden om een beetje lekker van te leven.

Herverdeling van werk, welvaart en welzijn?

De voorspelling van Keynes is niet uitgekomen, niet in de laatste plaats omdat er voor veel mensen blijkbaar niet zoiets als een ‘genoeg’ is. Maar toch: GroenLinks bepleit inmiddels een 32-urige werkweek, vermoedelijk met de gedachte dat een herverdeling van werk ook tot een herverdeling van welzijn en welvaart zal leiden. Of die uurtjes minder een op een aan anderen toekomen is maar de vraag, want misschien wordt dezelfde hoeveelheid werk wel in minder uren geperst. Dat zou zomaar kunnen. Maar laten we wel wezen: de kans is groot dat er in de toekomst minder werk zal zijn. De globaliserende wereld wordt steeds kleiner, werk wordt ge-outshored en ge-reshored naar en van landen met lagere lonen en werk wordt bovendien in toenemende mate overgenomen door robots en steeds slimmer wordende software. Is dat erg? Nee, mensen kunnen ook een zinvol leven kunnen leiden wanneer ze minder werken.

Groener gras aan de andere kant van de recessie

In de vorige eeuw zorgden de gegoede burgerij en de adel ervoor dat de arbeiders wat om handen hadden in hun schaarse vrije tijd, zodat ze geen amok zouden maken. De openbare orde diende immers niet verstoord te worden en zo kwamen er aan het begin van de twintigste eeuw verschillende sport- en gezelligheidsverenigingen met mooie stichtelijke namen. Wat dacht u bijvoorbeeld van vrouwenvereniging DEV/’Door Eendracht Verbonden’ of de voetbalverenigingen Viboa/’Voetballen is bij ons aangenaam’ en de AGOSV/’Apeldoornse Geheelonthouders-voetbalvereniging Steeds Voorwaarts‘? Maar: de wereld is niet meer die van honderd jaar geleden. Er zijn andere alternatieven. Ledigheid is niet zonder meer des duivels oorkussen. Het feit dat er in toenemende mate ruimte is voor discussies over minder werken en het onvoorwaardelijk basisinkomen, vind ik schone winst. Die veranderde houding, de deeleconomie en de technologie die dat mogelijk maken, kunnen ervoor zorgen dat we minder hoeven te werken en meer kunnen léven. Misschien met minder geld, maar wel met oog voor dat wat we wel hebben. Vooral ook immaterieel. Het hebben van halfvolle glazen is misschien zo erg nog niet. Net zoals werken om te leven in plaats van andersom. We zouden, net als die schoolverlaters en afstudeerders uit de eerste alinea zomaar eens kunnen zien dat het gras aan deze kant van de recessie groener blijkt te zijn en ineens zomaar verdomd happy kunnen worden… 

 

Groener gras aan deze kant van de recessie Van Akker Vindt 2014

 

 

PS: voor als je nog even niet zo happy bent of onder een steen hebt geleefd en het nummer nog altijd niet kende, hier bij wijze van service voor blijmakendheid de officiële video voor ‘Happy’ van Pharell Williams als instant happiness booster, doe er je voordeel mee!

 

 

Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!

Veertig het nieuwe dertig Niet op de arbeidsmarkt -- Van Akker Vindt 2013

In de mode zegt men dat bruin (of welke kleur dan ook) het nieuwe zwart is en zo zou veertig het nieuwe dertig zijn. In zekere zin klopt het wel: hoewel er natuurlijk altijd individuele verschillen zullen blijven, lijken mensen minder in het harnas te zitten van wat bij hun leeftijd zou passen. Mensen van mijn leeftijd en ouder kunnen zo nog volop gespot worden bij bijvoorbeeld popconcerten en -festivals en mijn ouders zijn hele andere grootouders dan mijn eigen grootouders waren. De samenleving mag dan vergrijzen, maar we doen dat met zijn allen wel steeds kleurrijker.

Veertigers hebben nog dertig jaar voor de boeg

Ook op de arbeidsmarkt is deze ontwikkeling te zien: de gemiddelde leeftijd van een werknemer in Nederland was volgens het CBS in 2012 ruim 41 jaar. Volgens hoogleraar Beate van der Heijden schatten leidinggevenden de inzetbaarheid van mensen van veertig jaar of ouder al slechter in dan voor hun jongere leeftijdsgenoten (in Boland, 2012). Dat is niet alleen raar wanneer je dat afzet tegen de leeftijd van de gemiddelde werknemer, maar vooral ook raar wanneer je bedenkt dat die veertigers nog lang niet op de helft van hun werkzame leven zijn. Immers: de pensioengerechtigde leeftijd gaat niet alleen de komende jaren snel omhoog, maar zal ook daarna blijven meegroeien met de stijgende levensverwachting. Die veertigers die hebben dus nog zo’n dertig jaar voor de boeg.

Jongere leidinggevenden denken dat veertigers slechter inzetbaar zijn

Van der Heijden geeft aan dat zeker wanneer leidinggevenden jonger zijn dan hun medewerkers, zij de inzetbaarheid van medewerkers van veertig jaar of ouder laag inschatten en dat dat effect sterker wordt naarmate het leeftijdsverschil groter is. Onbekend maakt onbemind blijkbaar, want leidinggevenden beoordelen de inzetbaarheid van veertigplussers beter naarmate ze langer met hen samenwerken. Maar ja dan moet je wel eerst in de gelegenheid zijn om die samenwerking aan te gaan. En dat is nog niet per se eenvoudig voor de werkzoekenden van veertig jaar of ouder, wanneer ook uit onderzoek van Van der Heijden blijkt dat de ideale gemiddelde leeftijd in de ogen van werkgevers onder de veertig ligt.

CBS: 45-plussers vinden minder snel een baan dan jongere werkzoekenden

Een paar adviezen die helpen om als veertigplusser die baan binnen te hengelen - Van Akker Vindt 2013

Dat het lastig is, blijkt ook wel uit cijfers van het CBS (zie Bierings en Loog, 2013). Zij keken naar hoe lang werkloze mensen tussen de 45 en de 65 jaar er over doen om een baan te vinden als werknemer. Ook zij noemen deze groep ondanks dat hij bij 45 begint ‘oudere werklozen’. Meer dan een derde van de werklozen deed er langer dan 2 jaar over om een nieuwe baan te vinden en nog eens ruim een derde kostte het minder dan een half jaar in 2012. Ter vergelijking: bij de groep werkloze werkzoekenden tussen de 25 en de 45 jaar is doet 18 procent meer dan 2 jaar over het vinden van een baan en vindt 64 procent binnen een half jaar een baan. De kans voor 45-plussers om een baan te vinden, verslechtert wanneer zij langer dan een half jaar werkloos zijn. Degenen die wél weer een baan vinden onder de 45-plussers, werken overwegend in flexibele contracten en in tegenstelling tot hun jongere collega’s hebben zij zelden het vooruitzicht op een vaste baan en moeten ze in het algemeen een lager salaris accepteren dan ze voorheen gewend waren.

Tips voor veertigplussers op zoek naar een baan

De uitgangspositie voor werkzoekenden van veertig jaar en ouder is dus wat lastiger dan die voor jongere werkzoekenden, maar niet hopeloos. Hier een paar adviezen die helpen om als werkzoekende ‘op leeftijd’ die baan binnen te hengelen:

  1. Ga netwerken!
    Zoals aangegeven, wordt het beeld bij jonge leidinggevenden van de inzetbaarheid van ouderen positiever naarmate ze je beter kennen. Netwerken, dus gesprekken aangaan en via via een baan zoeken is effectiever dan wachten op die ene vacature.
  2. Begeef je op social media zoals LinkedIn en Twitter
    Social media zijn niet alleen een relatief laagdrempelige manier om te netwerken, maar ook om je te profileren en je expertise te laten zien aan potentiële werkgevers. Je kan bijvoorbeeld gaan deelnemen aan discussies die relevant zijn voor jouw vakgebied op LinkedIn. Niet bekend met social media? Volg een korte training of vraag iemand uit je omgeving je hiermee te helpen.
  3. Solliciteer vanuit je senioriteit, maar kijk breder dan je vorige werk
    Weet wat je te bieden hebt, ga actief in gesprek met mensen en solliciteer op die banen die passen bij jou, je leeftijd en je mogelijkheden. Dat hoeft niet per se een op een een zelfde soort baan te zijn als je had. Zorg hierbij dat je ook kan wijzen op de voordelen van je leeftijd en ervaring.
  4. Zorg voor een nette presentatie van jezelf en je cv
    Als je in gesprek gaat om te netwerken of voor een sollicitatie, zorg dan dat je er representatief uitziet, toon je motivatie en zorg dat je cv er netjes uitziet. Laat in het cv vooral zien wat je de laatste 10 jaar gedaan hebt.
  5. Wees bereid te werken voor een lager salaris
    Accepteer dat je niet meer hetzelfde gaat verdienen als in je oude baan en de kans groot is dat je geen vaste aanstelling meer zult krijgen als je weer een baan wilt vinden. Een uitzendbaan kan een mooie manier zijn om je weer als werkende op de arbeidsmarkt te begeven.
  6. Zorg dat je aantrekkelijk wordt of -beter nog- blíjft voor de arbeidsmarkt
    De kans is groot dat je voortaan werkt als uitzendkracht, op tijdelijke contracten of projecten oppakt als zelfstandige. Om steeds opnieuw in staat te zijn je boterham te blijven verdienen is het belangrijk dat je kennis en vaardigheden up to date blijven en je ook blijft netwerken als je (nog) niet op zoek bent naar een baan of klus. Op die manier kan je makkelijker de overstap maken van baan naar baan, of van klus naar klus. 

Ga netwerken Van Akker Vindt 2013

Gerelateerde berichten

De populairste: een tussenstand van dit blog na 10 duizend bezoekjes

De populairste - een tussenstand van dit blog na 10 duizend bezoekjes Van Akker Vindt 2013

Nog geen jaar geleden schreef ik het eerste bericht voor dit blog. Het ging over de positie van Jolande Sap en GroenLinks. Een paar uur na publicatie maakte Sap haar vertrek bij GroenLinks bekend. Voor de goede orde: ik denk niet dat er sprake was van een oorzakelijk verband. Jolande Sap is inmiddels min of meer vergeten en ook GroenLinks lijkt uit ieders vizier te zijn verdwenen.

Dat geldt niet voor dit blog: eind mei gaf ik de tussenstand na 5 duizend bezoekjes en somde ik de 10 populairste berichten tot dan toe op. Nog geen vier maanden later kan ik de meest gelezen berichten na ruim 10 duizend bezoekjes voor jullie op een rij zetten. Dank jullie wel voor jullie interesse en natuurlijk hoop ik hier mooie dingen te blijven delen die zich ook in jullie belangstelling mogen verheugen.

Hier dan de 10 populairste berichten na 10 duizend bezoekjes:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  3. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  4. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  5. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 1 van 2
  6. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  7. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  8. A girl named Poekelien
  9. Interview: Wajong: Anne leeft met labels – deel 2 van 2
  10. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!

 

Maatregelen tegen de invasie van de robots

Maatregelen tegen de invasie van de robots Van Akker Vindt 2013

 

In eerdere blogs haalde ik al aan dat robots in de toekomst zomaar eens ons werk kunnen overnemen. In het eerste blog introduceerde ik de kwestie en in het blog daarna ging het over banen die verloren zouden gaan volgens de geleerde Higgins (2013). Dat robots ons werk kunnen overnemen is op zich natuurlijk niet zo erg. Zou het niet fijn zijn als we onze tijd meer konden besteden aan het ontmoeten van vrienden, een goed boek lezen of een wandeling maken? Natuurlijk wel! De vraag die rijst is dan natuurlijk de vraag hoe je ervoor zorgt dat mensen nog wel voldoende geld hebben om prettig te kunnen leven. Nu hebben multinationals al een enorme macht en als zij alles met robots produceren en er verder niks gebeurt, wordt de inkomensverdeling nog schever dan hij al is. Bovendien zijn werknemers en anderswerkenden ook de consumenten die hun inkomen besteden aan producten en diensten en wanneer zij geen centen hebben, wordt de afzetmarkt van producenten en dienstverleners gevaarlijk mager. Dat gaat dus niet werken.

Zorg ervoor dat mensen de kost kunnen blijven verdienen

Higgins constateert dat ook en komt met een aantal oplossingen, die vooral liggen op het op een of andere manier behouden van de werkgelegenheid en het ontstaan van die vierde singulariteit voorkómen. Met andere woorden: hij wil dat er actie wordt ondernomen om te verhinderen dat robots al het werk overnemen en er geen werk overblijft voor de homo sapiens om eerlijk de kost te verdienen. Hij komt met een flinke hoeveelheid suggesties die ik hier niet uitputtend ga herhalen, temeer omdat veel ervan in dezelfde oplossingsrichting zitten, maar een paar voorbeelden wil ik wel met jullie, mijn trouwe lezerspubliek, delen.

De overheid moet aan de slag

De overheid zou volgens Higgins onder andere de volgende dingen moeten doen en wees gewaarschuwd, want er zitten een paar open deuren tussen:

  • Een strategie om banen te creëren en te behouden en wereldwijd samenwerking zoeken met bedrijven en regeringen om ervoor te zorgen dat ook daar banen behouden blijven en een ‘race to the bottom’ (verder?) wordt vermeden.
  • Zorg voor een micro-economisch systeem waarbij overheidsondersteuning wordt geruild tegen het doen van vrijwilligerswerk. Het klinkt een beetje als de discussie die nu gevoerd wordt over bijstandsgerechtigden, maar hij noemt het voorbeeld van China, waar mensen vrijwilligerswerk doen in bejaardenhuizen om zo later zelf ook daar verzorgd te kunnen worden. Een leuk idee, maar Higgins lijkt geen rekening te houden met kwetsbare groepen die dat om wat voor reden dan ook niet kunnen.
  • Zorg dat ondernemen en ondernemingen goed worden gefaciliteerd, bijvoorbeeld door eenvoudigere regelgeving en minder administratieve lasten opgelegd door de overheid. (Komt dit jou ook zo bekend voor?)
  • Verbeter als overheid de infrastructuur en zorg zo voor banen. (Hmmm..)
  • Zorg goed voor de mensen en geef prioriteit aan hun welzijn en laat korte termijn politieke belangen niet prevaleren.
  • Zorg ervoor dat mensen goed onderwijs krijgen en dat hun kennis en competenties goed aan (blijven) sluiten op de beschikbare banen.

Ook het bedrijfsleven moet aan de bak!

Het bedrijfsleven zou volgens Higgins ook iets moeten doen om te voorkomen dat grote groepen mensen wereldwijd buiten de boot gaan vallen:

  • Bedrijven moeten zoeken naar een manier om de efficiency en betrouwbaarheid van de technologie van robots te combineren met de creatieve skills van mensen.
  • Bedrijven moeten meer doen om banen te creëren en te behouden. Het hoort bij verantwoord ondernemen om rekening te houden met mens en milieu. Bedrijven moeten zich afvragen of zij niet ook een rol hebben in het ervoor zorgen dat er zinvolle en bevredigende banen voor mensen zijn. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), maar dan een tandje verder dan we tot nu toe gewend zijn dus.

‘Verlichte zelfzuchtigheid’

Higgins wijst erop dat waar volgens Milton Friedman het enige doel van een onderneming was om winst te maken, nu het discours verschuift naar het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en ‘enlightened self-interest’, oftwel ‘verlichte zelfzuchtigheid’. Dure terminilogie, maar het concept is eenvoudig: als bedrijven niet handelen op een manier die de maatschappij ten goede komt kunnen ze daardoor hun eigen bestaansrecht verliezen. Wat banen betreft zouden bedrijven er dan ook voor moeten zorgen dat bedrijven gezamenlijk moeten zorgen voor een ruime werkgelegenheid, waardoor mensen zinvol en nuttig werk kunnen doen.

Donkere wolken boven onze toekomst

Higgins is erg pessimistisch over de toekomst en het scenario dat hij schetst, brengt inderdaad een aantal complexe problemen met zich mee waarvoor hij vindt dat we daar actie op moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat het allemaal niet zover komt. Een wereldwijde concurrentieslag tussen bedrijven en landen en een race to the bottom dient te worden voorkomen. In een van de blogs die ik eerder schreef over dit onderwerp werd al duidelijk dat nu al veel banen verloren gaan, dus Higgins heeft zeker een punt. Maar Higgins is in een aantal opzichten ook beperkt in zijn visie. Hij wil ervoor zorgen dat er voldoende koek overblijft voor iedereen. Dit lijkt op de manier waarop veel economen en politici in de huidige recessie de problemen willen oplossen. We moeten vooral zorgen voor een grotere koek, zodat iedereen een groter stuk kan krijgen en verder laten we alles in grote lijnen zoals het is.

Het kan ook anders

Volgens mij kan het ook anders. Stel nou dat robots een groot deel van het werk overnemen en daarmee op een goedkope, snelle en veilige en vermoedelijk tegen die tijd duurzame manier de producten die wij nodig hebben kunnen maken. Is het dan zo dat wij als mensen er zonder meer in zo’n mate aan te pas moeten komen dat er geen banen verloren gaan? Dat lijkt mij een hele lastige opgave. Natuurlijk zullen altijd mensen altijd komen met creatieve manieren om in hun levensonderhoud te voorzien. Enerzijds kan dat door nieuwe wegen te vinden om geld te verdienen en anderzijds door ervoor te zorgen dat er minder geld uitgaat. Als wij straks allemaal kunnen beschikken over de technologie om hernieuwbare energie te gebruiken, betekent dat er op dat vlak al minder kosten zullen zijn. Dat betekent dat we misschien straks wel thuis allemaal onze kleine eigen duurzaam verwarmde kasjes hebben met eigen verbouwde groente en fruit erin. Dus misschien hebben we dan wel minder nodig om toch prettig te kunnen leven.

Consuminderen dan maar?

Ik heb zelf niets tegen consuminderen, maar ik weet dat dat concept niet makkelijk te verkopen is aan de meeste mensen. Verder denk ik dat het de moeite waard is om eens te onderzoeken of het basisinkomen een oplossing kan zijn. Naast alle voordelen boven de sociale zekerheid zoals we die nu kennen, waardoor er enorme controle-apparaten nodig zijn om de rechtmatigheid vast te stellen, kan dit wellicht ook betekenen dat je ervoor zorgt dat alle mensen een inkomen hebben. Misschien moet je dan de bedrijven vragen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen door over die enorme winsten, die ze kunnen behalen door mensen door technologie te vervangen, méér belasting te betalen en al helemaal niet meer aan belastingparadijzen beginnen. Misschien moeten overheden en bedrijven daar over afstemmen in plaats van het behoud van banen die ook door robots gedaan kunnen worden. Mensen kunnen,  wanneer ze eenmaal gewend zijn aan al die vrijheid, vast nuttiger en prettiger manieren verzinnen om hun tijd te besteden dan het doen van routinematig werk dat een machine ook kan doen. Misschien is het wel veel lekkerder om op een zonnige dag als vandaag lekker met je handen in je tuintje te wroeten en je eigen eten te verbouwen, zonder voedselmiles en zonder te hoeven forenzen. Mij lijkt dat zo gek nog niet. 

 

Dit blog: een tussenstand na 5 duizend bezoekjes

Veel leesplezier nogmaals! Van Akker Vindt 2013

Op 5 oktober 2012 schreef ik het eerste artikel met de titel ‘Uitgeperst’ voor dit blog over de positie van Jolande Sap na de verkiezingsnederlaag van GroenLinks eerder dat jaar. Een uitstekende timing zo bleek, want enkele uren na publicatie maakte Jolande Sap bekend dat ze zich terug trok als fractievoorzitter van diezelfde partij. Sindsdien zijn er verschillende blogberichten bijgekomen en na ruim 5 duizend bezoekjes vind ik het een mooi moment om een korte tussenstand te publiceren.

Ziehier de 10 meest gelezen berichten tot nu toe:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?
  3. Oudere werknemer heeft last van negatieve beeldvorming
  4. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  5. Vierkantjes en rondjes- over de (r)evolutie van het aanpassen van de taak en functie aan de werknemer in plaats van andersom
  6. A girl named Poekelien
  7. Smartphonegebruik negatief voor werk-privébalans en gezondheid
  8. Uitgeperst
  9. De republiek die je hoopte dat zou komen
  10. I-deals als maatwerk in de polder: koorddansen voor gevorderden

Ik vind het enorm leuk dat inmiddels toch al zoveel mensen mijn blog hebben weten te vinden en het ook veel leuke discussies heeft opgeleverd op bijvoorbeeld Twitter. Tot zover deze tussenstand. Veel leesplezier nogmaals!