Sociaal akkoord: is de vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem?

Samsom en Rutte kijken voor sociaal akkoord naar werkgevers en werknemers vanakkervindt.wordpress.com  2013Omdat Rutte en Samsom niet zondermeer kunnen rekenen op de Senaat om hun plannen voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid te steunen, dromen ze over Wassenaar, waar in de jaren tachtig het gelijknamige beroemde akkoord werd gesloten. Toen was er crisis en hoge werkloosheid, nu ook en dus kijken beide heren met de moed der wanhoop voor een oplossing naar werkgevers en werknemers, of specifieker: hun vertegenwoordigers. Maar kunnen we van de vakbonden eigenlijk wel een realistische en constructieve oplossing verwachten? Vakbonden lijken, net als hun politieke kameraden van de SP, meer van het behouden van verworven rechten te zijn, dan van het onderkennen van problemen en de noodzaak van het duurzaam oplossen ervan. De vakbond vergrijst, dus het zal wellicht de tijd van hun achterban wel duren, maar als samenleving en politiek worden we daar voorlopig niet veel wijzer van.

Eén op de vijf werkenden is vakbondslid

Om de werknemers van Nederland goed te kunnen vertegenwoordigen zouden de verschillende bonden een mandaat moeten hebben, dat voortvloeit uit een lidmaatschap van een groot deel van de Nederlandse werknemers. De organisatiegraad wordt door het CBS kortgezegd gedefinieerd als het percentage werkende werknemers dat lid is van een vakbond. En dat percentage is laag: was aan het begin van het millenium nog een kwart van de werknemers lid, eind 2011 was dit gedaald tot een op de vijf. De terugloop van de organisatiegraad komt doordat er minder werkende vakbondsleden zijn, terwijl de beroepsbevolking is toegenomen. Kortom: de vakbonden hebben géén direct mandaat van vier op de vijf werkende werknemers in Nederland. Neem een slokje thee of koffie en laat dit getal even rustig doordringen.

De werknemers van Nederland worden dus in de polder en aan de cao-tafels vertegenwoordigd door een club die een mandaat heeft van maar 20 procent van de mensen waar het om gaat. Als je dat doortrekt naar die Tweede Kamerverkiezingen die ik net noemde, zou dat betekenen dat we als volkje anno nu, na de verkiezingen van 2012 door alléén de PvdA of alléén de VVD vertegenwoordigd zouden worden. Elk van deze partijen heeft namelijk ook ongeveer 20 procent van de stemmen gehaald. Dat zouden we niet democratisch vinden, maar in diezelfde democratie laten we wél vertegenwoordigers van diezelfde 20 procent aanschuiven aan de onderhandelingstafels in de polder om zo’n beetje alle werkende werknemers te vertegenwoordigen.

Achterban bestaat overwegend uit goed beschermde oudere mannelijke werknemers

Naast het probleem van het beperkte mandaat als aandeel van alle werknemers, is er nog het probleem van wie de achterban van de vakbond vormt. Kort door de bocht kan je stellen dat vakbondsleden overwegend mannen zijn van tussen de 45 en 65 jaar oud die een vaste fulltime baan hebben. In 2012 was volgens het CBS maar een op de drie vakbondsleden jonger dan 45 jaar en mij verbaast dat niet. Wanneer de vakbond vooral een achterban vertegenwoordigt, zoals hierboven geschetst, leidt dat ertoe dat de bonden vooral strijden voor het behoud van verworven rechten van goed beschermde oudere mannelijke werknemers. De mensen die zonder werk zitten, op flexcontracten werken, jongeren en arbeidsgehandicapten voelen zich niet vertegenwoordigd en worden niet vertegenwoordigd. De standaardleus binnen de vakbond is ‘dat men dan maar lid moet worden’, maar zo werkt het niet in de echte wereld en deze houding maakt dat de vakbond verder vergrijst en langzaam uit zal sterven zolang daar niets in verandert. Veel cao’s worden algemeen bindend verklaard, maar zijn door bonden met een beperkt mandaat afgesloten. Diezelfde bonden spreken regelmatig van de zogenaamde ‘free riders’, die geen lid zijn, maar wel hun voordeel doen met het onderhandelingsresultaat. Maar met de verkokerde vakbondsvisie en de voordelen komen ook nadelen, de vakbond vertegenwoordigt immers vooral oudere mannen met een vaste baan en niet het algemeen belang. (Daar schijnen we immers de politiek voor te hebben?!)

 

Vakbond houdt teveel vast aan verworven rechten

Als het aan de bonden lag, was de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar en blijft de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de huidige ww van maximaal 38 maanden) zoals die nu is. Daarmee gaan de vakbonden wel consequent voorbij aan het feit dat een dergelijke houding geen rekening houdt met het verschuiven van de economische macht op het wereldtoneel (denk aan de opkomst van de BRIC-landen), de huidige economische situatie en de demografische ontwikkelingen in ons land en elders in Europa. Hoewel veel mensen best die verworven rechten zouden willen behouden, zien de meesten daarvan wel in dat dat onder invloed van dergelijke trends op de lange duur niet houdbaar is. Er zijn duurzame en constructieve oplossingen nodig die het hoofd kunnen bieden aan dergelijke ontwikkelingen. Wanneer de vakbond de hakken in het zand zet en zich vastbijt om verworven rechten zoals een onbetaalbaar geworden sociaal vangnet te behouden, leidt dit tot stilstand en niet tot de hervormingen die zo hard nodig zijn. De vakbeweging beroept zich van oudsher op solidariteit, maar diezelfde solidariteit wordt de laatste jaren wel nogal eenzijdig ingevuld. Waar flexwerkers steeds minder rechten en zekerheid hebben en veel mensen, zoals jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten, überhaupt niet aan het werk komen, is het eenzijdig opkomen voor het behoud van de rechten van werkenden die tóch al goed beschermd zijn niet alleen weinig solidair te noemen, maar getuigt dit vooral ook van weinig visie vanuit de bonden.

Laat de vakbeweging ook eens ‘over de eigen schaduw’ springen

Sociaal akkoord - vakbeweging onderdeel van de oplossing of van het probleem

Bij de vakbeweging in Nederland werken bestuurders, onderzoekers en beleidsmedewerkers die zelf ook veel kennis hebben van de arbeidsmarkt en die, dat kan niet anders, ook moeten zien dat de huidige houding van de vakbeweging niet de weg voorwaarts is. De werknemers van Nederland schieten er niets mee op en de vakbeweging zelf zal zozeer haar relevantie verliezen in het huidige tijdsgewricht dat zij eraan ten onder zal gaan. Volgens mij zou het verstandig zijn als ook de vakbeweging, net als die fijne mensen van het lenteakkoord, ook eens ‘over hun eigen schaduw’ heen zouden durven springen. Zij zouden eens het lef moeten hebben om de achterban eens tegen te spreken en hen om échte solidariteit te vragen, namelijk solidariteit met hen die doorlopend werken op magere flexibele contracten, arbeidsgehandicapten en werklozen, zodat zij in de toekomst ook op een prettige manier kunnen gaan en blijven werken. Ik ben ervan overtuigd dat de bestuurders en medewerkers bij de verschillende bonden dit diep in hun hart ook wel weten en willen, maar dat ze geremd worden door de eigen conservatieve achterban. Ook bij de vakbond geldt: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. 

Zolang dat niet verandert, hoeft men niet te polderen voor een vers rondje Wassenaar met bijbehorend sociaal akkoord en hoeft men geen werkelijke duurzame en constructieve oplossingen te verwachten vanuit die polder. Wanneer de vakbond ook in de toekomst blijft vasthouden aan een voorbij verleden, is het misschien een geruststelling dat zij samen met de eigen vergrijzende achterban gestaag zal uitsterven en zelf, door eigen toedoen, ook een deel van dat verleden zal worden. 

Advertenties

Uitgeperst

De Partij had het goed gedaan in de verkiezingen, maar dit had tot verdriet van de voorvrouw niet geleid tot regeringsdeelname. Zij vertrok en dan mocht jij haar opvolgen. Niet makkelijk, want je voorgangster was populair en had een splinterpartij uitgebouwd tot een serieuze partij die ‘verantwoordelijkheid’ wilde nemen. Zij sprak haar vertrouwen in je uit als haar opvolgster en jij sprong in het grote gat dat zij had achtergelaten. Je zag het wel zitten, het bestieren van een partij met potentie. Je had zin in de toekomst en ging aan de slag. Dit was jouw kans om te schijnen op dit toneel. All the world’s a stage en jij was de veelbelovende actrice.

Al snel was er gedoe, iets met belangenverstrengeling van een collega met een rare naam, een politiemissie in Kunduz en niet te vergeten: iets met een stekkerdoos. Het leek zo’n goed idee tijdens de vergadering. In je werkkamer lag nog wel ergens zo’n stekkerdoos. Kwestie van een paar stekkers lostrekken en hop, naar de plenaire zaal om de collega’s te laten zien hoe je ergens een stekker uittrok. Een pijnlijke misser die je nog de rest van je politieke leven nagedragen zou worden. Die fout zou je niet meer maken. Niks aan te doen, je haalde je schouders op en ging over tot de orde van de dag en probeerde er verder niet teveel aandacht meer aan te besteden.

Het Catshuisakkoord klapte, waar Geert eerst nog ogenschijnlijk gezellig een sigaretje had gerookt, gezellig beppend met Maxime en Mark, had hij er uiteindelijk voor gekozen om op te stappen. Hoewel je net als je collega’s reacties gaf waarin je aangaf dat het ‘onverantwoordelijk was in deze tijd’, verkneukelde je je wel stiekem dat deze rechtse regering was gevallen. Diederik, de nieuwe voorman van zijn partij zag zijn kans schoon en riep dat er nieuwe verkiezingen moesten komen. Maar Europa kon niet wachten en jij zag kans om te laten zien dat jij en je partij klaar waren om verantwoordelijkheid te nemen. Jan-Kees liep de benen onder zijn gedrongen lijfje vandaan om uit het zicht van de media tóch tot een begroting te komen. Jij mocht ook meedoen, met de grote jongens en en even later was er het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*). Trots als een pauw schoof je aan in de verschillende talkshows die ons kikkerland rijk is. Samen met je kompaan Alexander met zijn grote hondenogen kwam je met quotes in de trant van ‘laten zien dat het wél kan’, ‘verantwoordelijkheid nemen’ en vooral ‘over je eigen schaduw heenspringen’. Het waren jouw fifteen minutes en je kon het niet nalaten Diederik in te wrijven dat hij deze gelegenheid aan zijn neus voorbij had laten gaan. Je had weliswaar zonder al te veel visie het arbeidsrecht verkwanseld, maar je had het goed gedaan in de onderhandelingen. Je kreeg een subsidie op zonnepanelen! De ultieme gelegenheid om je het Unique Selling Point van je supposedly linkse, maar vooral groene partij op de kaart te zetten. Je had vuile handen gemaakt en voor wat? De kritiek van binnen en buiten de partij was niet van de lucht: die subsidie was helemaal niet nodig.

In de aanloop naar de verkiezingen was er opnieuw gedoe. Tofik zag het lijsttrekkerschap ook wel zitten en trok publiekelijk het democratische gehalte van je partij in twijfel, Ineke vertrok en trapte na in de landelijke media. Je had het allemaal wederom overleefd en kon niet wachten tot die verkiezingen er eindelijk zouden zijn. Volgens de vrijwel dagelijkse peilingen wees alles erop dat je zetels zou verliezen, maar het liefst wilde je je weer richten op je werk in de Kamer.

De verkiezingsavond bracht je door in het partijbureau in Utrecht. Je partij zakte nog verder door het ijs dan verwacht. Je had gerekend op vier zetels, maar gaandeweg de avond leken het er drie te worden. Je kon het niet langer aanzien en ik zag je met de tas boven je hoofd de gracht oplopen, de stromende regen in. Symbolisch. Van de regen in de drup. Het deed ook denken aan Bonifatius, die zichzelf tegen de ongelovigen probeerde te beschermen met de bijbel, maar zijn zendingsdrang uiteindelijk met zijn leven moest bekopen. Zou jou dat lot ook beschoren zijn? Je probeerde er niet teveel aan te denken. Uiteindelijk kreeg je dankzij de lijstverbinding met je linkse collega-partijen toch nog je vierde zetel. Meevaller. Toch 33,33 procent meer dan je dacht toen je jezelf in de stromende regen naar huis begaf op die desastreuze verkiezingsavond.

Hoewel tijdens Prinsjesdag formeel nog werd uitgegaan van de gemaakte afspraken in het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*), was het duidelijk dat Mark en Diederik, de grote winnaars van de verkiezingen het voor het zeggen zouden hebben. Al snel werd duidelijk dat grote delen van het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*) op de helling gingen en dat er een streep ging door de duurzaamheidsmaatregelen. Je haastte je om te zeggen dat die stomme Diederik als oud-milieuactivist niet zo groen was als je had gehoopt. De punten die je in het Kunduz-/wandelgangen-/vijfpartijen-/lenteakkoord (*) had binnengesleept, verdampten voor je ogen. Je had vuile handen gemaakt, maar stond nu definitief met lege handen. Je partij was opnieuw verworden tot een splinterpartij zonder echte invloed.

En jij? Jij had zin in de toekomst. Maar de toekomst niet in jou.

* doorhalen wat niet van toepassing is