Loopbaanadvies ‘Het blije ei’

blij ei van akker vindt 2015

Zoals veel van jullie kom ik op internet doorlopend allerhande quotes tegen. Vaak van mensen die iets op het gebied van organisatie- of loopbaanadvies doen. Soms vind ik ze grappig, diepzinnig of leerzaam en dan deel ik ze op de media die ik daartoe tot mijn beschikking heb. Of het inspireert me zelfs tot het schrijven van een leerzaam blog. Op andere momenten word ik soms een beetje moe van het grote positivo-gehalte in online loopbaanadviesland, met de boodschap “Werk is leuk”, of lekker meritocratisch: “Je hebt het zelf in de hand, dus máák er iets van”. Kortom: je hebt je succes in eigen hand en als je niet succesvol bent, ligt dat vooral aan jezelf.

Als dat zo is word ik prima ballerina!werk hard en je zult succes oogsten van akker vindt 2015

Nu ben ik de eerste om te zeggen dat als je zelf helemaal niet nadenkt over je werk en er niet zelf actief richting aangeeft, de kans bijzonder gering is dat je je talenten in dit leven optimaal gaat benutten. Dus ook ik heb verschillende blogs geschreven met de boodschap: niet blij met je werk? Doe er iets aan! Maar toch wil ik niet alle blije eieren in een en hetzelfde mandje leggen. Want het feit dat je er veel aan doet, betekent niet automatisch dat je ook komt waar je wilt zijn. Om het maar even bij mezelf te houden: ik kan nog zo hard oefenen, maar ik denk niet dat ik ooit in dit leven kans maak om prima ballerina te worden. Nu niet, maar ook toen ik veel jonger was niet. Nu ligt daar gelukkig ook niet mijn ambitie en mag ik me prijzen met een baan waar ik mijn blije ei prima kwijt kan, maar ik noem het toch even bij wijze van illustratie. Ik verkeer dus voorlopig in een bevoorrechte positie en daar heb ik hard aan gewerkt, door bijvoorbeeld nog naast een baan nog een masterstudie af te ronden en door kenbaar te maken wat ik kan en wat ik wil. Good for me.

Waarom werk niet altijd ‘leuk’ is

Mijn eigen blije ei-positie ten spijt, besef ik heel goed dat heel veel mensen werken voor een enkele reden en dat is omdat er rekeningen moeten worden betaald. Hun werk is niet ‘leuk’, ‘uitdagend’ of ‘verrijkend’ en het zou zomaar kunnen dat deze mensen om verschillende redenen ook niet zo eenvoudig in staat zullen zijn dat te veranderen. Ten eerste vergt het zelf sturing nemen van mensen dat ze zich bewust zijn van het feit dat je überhaupt zelf richting kan geven en je eigen positie kan beïnvloeden. Wanneer je denkt dat alles je overkomt, zal je niet snel in actie komen om op een constructieve manier iets te veranderen. Ten tweede kan je wel van alles willen, maar er zijn nou eenmaal altijd dingen die je niet kan. Ook niet als het je droom is en ook niet als je er heel hard voor werkt. Ten derde -en nee, dit wordt geen uitputtende lijst- is er nou eenmaal best veel werk dat niet speciaal leuk is, maar wel gedaan moet worden. Ik ga hier geen voorbeelden noemen, want wat ík als niet leuk zou bestempelen kan voor iemand anders wel prima zijn en ik wil geen waardeoordeel vellen. Ten vierde is het de vraag of je met wat je leuk vindt daadwerkelijk voldoende kunt verdienen om elke maand weer de rekeningen te betalen en dat hoeft helemaal niet zo exotisch te zijn. Stel dat je graag lekker in je uppie buiten loopt en alleen werk vindt als schijnzelfstandige bij een postbedrijf. Ik weet zeker dat je zoveel met post kan lopen als je wilt, maar dat er van financieel binnenlopen geen sprake is. Je mag blij zijn als je met zulk werk niet een stukje maand overhoudt aan het einde van je stukloon.

Toeleven naar het ‘Zwitserlevengevoel’zwitserleven van akker vindt 2015

Bovendien is het is natuurlijk niet voor niks dat er hele generaties niet kunnen wachten op het Zwitserlevengevoel en zich afvragen wanneer ze ‘mogen stoppen’ met werken. Blijkbaar zien veel mensen dat als het moment om ein-de-lijk te doen wat ze willen. En dat is blijkbaar omdat ze nu iets doen wat ze níet willen en niet in staat zijn, of zichzelf niet in staat achten – het resultaat is hetzelfde – om dat te veranderen. Werk is voor veel mensen niet ‘leuk’. In die gevallen slokt werk vooral tijd en energie op. Voor heel veel mensen is dat de realiteit. Voor hun is werk niet de plek waar ze hun talenten kunnen ontplooien. Met een beetje mazzel, als tijd en budget het toelaten, vinden die mensen de gelegenheid om buiten werktijd dingen te doen waar ze blij van worden.

Gejuich getuigt van beperkte blik op de werkelijkheid

Ben ik alleen maar negatief? Nee, maar…. ik ben wel realistisch en ik merk dat ik me soms erger aan de juichstemming op social media zoals Linkedin en Twitter. Dat de juichenden op deze media zelf leuk werk voor zichzelf hebben (gecreëerd), gun ik hun van harte. Dat ze anderen een hart onder de riem willen steken, of tot reflectie willen aanzetten: prima! Nee echt, dat meen ik serieus. Maar met al dat gejuich en de daarbij centrale boodschap dat je je eigen succes zelf in de hand hebt, getuigt van een hele beperkte blik op de werkelijkheid. Een werkelijkheid die voor heel veel mensen niet in het vizier is en die voor heel veel mensen niet snel in het vizier zal komen. Niet omdat ik ze dat niet gun. In tegendeel. Maar wel omdat de werkelijkheid nou eenmaal weerbarstig is en er veel werkende armen bestaan zonder leuk werk.

Mag het blije geblaat een onsje minder?

Het zou bovendien zomaar kunnen dat die precaire groep werkenden onder invloed van verdere globalisering en automatisering groter en armer wordt. Als we daar nou eens met zijn allen een rondje reflectie op loslaten? Zou het dan kunnen dat we dan uiteindelijk toch moeten vaststellen dat veel mensen hard werken, zonder dat het veel oplevert? En dat die die credo’s net als die in de categorie ‘work is fun’, domweg voor heel veel mensen niet opgaan, te weinig genuanceerd zijn en vooral een weinig realistische weergave van de werkelijkheid vormen? Zou dat kunnen?

En zo ja: mag het volume van dergelijk geblaat dan pretty please een onsje minder?

loopbaanadvies het blije ei van akker vindt 2015

Advertenties

The Circle en Big Data: Welkom in Dystopia

The Circle als Google op steroïden - Welkom in Dystopia - Van Akker Vindt 2014

Deze zomer las ik het boek ‘The Circle’ van Dave Eggers uit 2013. The Circle gaat over een jonge professional, Mae Holland die via een vroeger vriendinnetje komt te werken bij het zeer populaire bedrijf The Circle. Het product van The Circle is dat het alle sociale netwerken onderling verbindt en je nog maar een keer hoeft in te loggen. Het bedrijf is erg populair bij de mensen die er gebruik van maken en ook als werkgever. Niet zo gek ook: het bedrijf is zeer high tech, bijzonder innovatief en ze bieden een prachtige campus om op te werken waar niks te gek lijkt. Nou ja: bijna niks. Maar daar kom ik later in dit stukje op terug.

De werkplek als all inclusive resort

The Circle is gehuisvest op een enorm terrein waarin niets te gek lijkt: het kantoor is prachtig ontworpen, er zijn picknickplekken, sportveldjes, een theater, er zijn verschillende optredens per week, je kan er blijven slapen in prachtig ontworpen slaapkamers. En natuurlijk is dit alles gratis voor de bevoorrechte medewerkers van The Circle. Google, The Circle, booksEigenlijk is er geen reden om ooit het terrein te verlaten. Sterker nog: wanneer Mae eenmaal de frisse, wonderschone en vooral ook geordende campus gewend is lijkt de echte buitenwereld en haar flatje daarin grauw, chaotisch en vervuild. Na verloop van tijd woont Mae er bijna, net als veel van haar collega’s. Tot zover de campus van The Circle, die volgens mij niet geheel losjes geïnspireerd is op de Googleplex en de high tech campusomgevingen van Apple, Facebook, Skype enzovoort in Silicon Valley.

KPI’s die uit de bocht vliegen

In het boek zit een rare paradox. De fysieke ruimte mag prachtig zijn en inderdaad een feestje om in te werken, maar in veel opzichten ontbreekt het de medewerkers juist aan ruimte. Mae gaat werken bij de klantendienstafdeling, die Customer Experience heet. Ze heeft een x aantal seconden per gesprek en moet een minimale score halen van 95 uit 100. Dat is al niet laag, maar als de klanten haar niet de volle 100 geven, is het standaardprocedure om na te vragen wat er ontbrak, zodat de feitelijke score in veel gevallen alsnog 100 wordt. Naast deze uit de bocht gevlogen Key Performance Indicators (KPI’s, dus) moet ze ook zorgen dat ze zich constant op social media profileert en interacteert. Er is een ranglijst van alle medewerkers, de PartiRank (Participation Rank) waarop het toch vooral zaak is om zo goed mogelijk te scoren. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ze kort nadat ze begonnen is ook nog onderdeel van een programma, waarbij ze tussen de bedrijven door nog enquetevragen moet beantwoorden via een speciaal oortje dat ze krijgt. Dat gaat niet om een of twee vragen, maar om enkele honderden per dag en als ze niet snel genoeg reageert, wordt ze via een mooi technisch trucje geroepen door haar eigen stem, tot ze dat alsnog doet. Voor mensen die mijn blog al een beetje kennen, mag het duidelijk zijn dat ik hier vanuit het oogpunt van psychosociale werkdruk niet enorm van onder de indruk ben. Mensen hebben nu eenmaal ook rust nodig, om te zijn, te reflecteren en te herstellen.

The Circle als Google op steroïden

In The Circle draait alles om een combinatie van technologische innovaties, het verzamelen en verknopen van heel veel data en daarmee vooral ook om transparantie. Dus de werkomgeving zelf lijkt niet alleen op de Googleplex, maar ook in andere opzichten zijn de lijnen eenvoudig te trekken. Google behoort al jaren tot de meest aantrekkelijke werkgevers ‘ter wereld’ aldus verschillende online media (een snelle zoekopdracht via datzelfde Google levert een keur aan resultaten met deze strekking) en ook daar maken ze de werkomgeving zo aantrekkelijk dat men er graag veel tijd doorbrengt, is er ruimte voor innovatie. Ook bij Google komt men met technologische ‘innovaties’ als de Google glass die een op een niet alleen je eigen privacy, maar ook die van anderen de das omdoen. Ik wil niet teveel verklappen voor de mensen die The Circle nog willen gaan lezen, maar ik kan wel zeggen dat ook The Circle constant in de weer is met het steeds verder verbinden van steeds meer data, het opstellen van draadloze camera’s die 24/7 zijn verbonden met internet en ook met kleine camera’s om de halzen van politici, maar ook van Mae die uiteindelijk ‘transparant worden’ en alles wat ze zien, horen en zeggen constant gestreamd wordt. De parallellen tussen de feiten bij bijvoorbeeld Google en Facebook en de fictie in The Circle zijn verdacht eenvoudig te trekken.

Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere

Het vergt niet zo heel veel fantasie om je te kunnen voorstellen dat die Circle er over een paar jaar zomaar kan zijn. Hoeveel mensen geven desgevraagd niet aan ‘dat ze niks te verbergen’ hebben? Hoeveel delen we met zijn allen niet aan informatie op social media zoals Twitter, Facebook en Instagram? Google Glass Glassholes Privacy Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere Van Akker Vindt 2014Hoeveel delen we wel niet via zoekmachines zoals Google en allerhande apps op onze mobiele telefoons die opdat je hem maar gratis mag downloaden alles van je willen weten (en desondanks toch populair zijn, blijven en worden)? Hoeveel informatie hebben andere organisaties niet over ons ergens in een cloud staan? Wat te denken van de belastingdienst, de ziektekostenverzekeraar, het Electronisch Patiëntendossier, alle webwinkels waar we weleens kijken en ook kopen? Sta eens stil en bedenk wat een enorme hoeveelheid data al deze partijen zomaar gratis van jou hebben gekregen? Zij weten meer over je dan jijzelf, hun geheugen vergeet namelijk niks, waar bij jouzelf weleens iets verdwijnt. Je zult ten slotte als eenvoudige homo sapiens maar alles moeten onthouden, nietwaar? Met al die streamende camera’s door particulieren via The Circle en al die Google glasses en bewakingscamera’s overal is het niet langer Big Brother is watching you, maar Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere. Waar ik soms een enkeling nog weleens hoor beweren ‘dat het niet nodig is voorzichtig met je data om te gaan omdat je dan beter toegespitste aanbiedingen’ krijgt, heb ik ook van innovatie-omarmers gehoord dat ze daar van terug zijn gekomen. Dat Google niet doorzichtig is en bepaalde zoekresultaten structureel weglaat, of naar voren haalt zonder duidelijk te maken welke dat zijn en waarom. Bovendien ben ik meer mens dan consument en zit ik niet altijd te wachten op nog meer algoritmes die nog meer aanbiedingen over me heen uitstorten, maar dat terzijde.

Alle wereldproblemen oplossen met een algoritme

Mae Holland, de hoofdpersoon in het boek is niet kritisch over de mate van transparantie die door haar werkgever aan haar als medewerker en burger gevraagd wordt. Op een gegeven moment wordt Mae ‘betrapt’ op het feit dat ze niet voldoende transparant is. Ze is in haar eentje gaan kayakken en heeft daarover niets gedeeld op Zing, het grote sociale medianetwerk van The Circle. Ze wordt hierop streng op aangesproken door Bailey, een van de grote bazen van The Circle die als een Steve Jobs onder luid gejuich en applaus regelmatig zijn medewerkers toespreekt over de nieuwste innovaties. Naar aanleiding van het gesprek met Bailey, spreekt Mae uiteindelijk al haar collega’s toe in een gescript tweegesprek met Bailey waarin ze als een ware visionair de volgende woorden uitspreekt:

Secrets Are Lies

Sharing is Caring

Privacy is Theft

Nog los van de inhoud en implicaties van deze woorden zelf en het feit dat Mae zelf behoorlijk kritiekloos is gehersenspoeld, is het engste in het boek nog dat de toegesproken Circle-medewerkers deze woorden met wild enthousiasme ontvangen. Mae wordt zelf transparant en verkondigt vervolgens zelf blij het evangelie: alle wereldproblemen zijn op te lossen met het schrijven van een simpel algoritme. Als we maar zoveel mogelijk delen, kunnen we alles voorzien, voorspellen en oplossen. Mensen in Mae’s eigen omgeving die wel kritisch zijn over al deze transparantie en nog wel wat privacy en een eigen leven er op na willen houden, wuift Mae weg als een soort holbewoners die het allemaal niet zo goed begrijpen. Ze neemt zich voor om ook hen te overtuigen en dat gaat in een specifiek geval zo ver dat de dood erop volgt.

De keerzijde van de cloud en social media

Hoe het boek afloopt ga ik niet verklappen, net als dat ik heb geprobeerd genoeg maar niet teveel te vertellen om duidelijk te maken dat er ook een keerzijde is aan al deze technologie. Googleplex Welkom in Dystopia Van Akker Vindt 2014Wanneer de wetenschap gebruik maakt van big data om patronen te leren herkennen bij bepaalde ziektebeelden, ben ik daar niet zondermeer tegen, maar ben ik me wel bewust van veiligheidsaspecten die hiermee samenhangen. Niet zolang geleden zijn er uit de iCloud van een serie Amerikaanse beroemdheden allemaal naaktfoto’s gestolen. Het lijkt erop dat hier geen sprake is van een hack, maar van phishing, dus dat men op een andere manier informatie heeft losgepeuterd om bij bij die foto’s te kunnen komen. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die mensen die niets te verbergen zeggen te hebben, zichzelf (als-)nog maar eens goed achter de oren moeten krabben of dat echt wel zo is. Misschien zou het niet zo’n slecht idee zijn om een eenvoudig te lezen boek als dit verplicht leesvoer te laten zijn op de middelbare school en leerlingen wezenlijke discussies te laten voeren over de gevolgen van transparantie en big data. Dan kunnen ook de generaties die zijn opgegroeid in een wereld vol technologie, wifi en internet ook beseffen wat het doorlopend delen van hun informatie kan betekenen en leren daar zorgvuldig mee om te springen. Want wanneer er echt een (niet-)kritische massa gevormd wordt die niets te verbergen heeft, dan is de wereld die Eggers in zijn boek The Circle schetst niet zo heel erg ver weg.

The Circle Dave Eggers Van Akker Vindt 2014 Welkom in Dysopia