De Mechanische Turk als virtuele on demand gastarbeider

The Mechanical Turk als dystopische uitkomst van marktwerkingsevangelie Van Akker Vindt 2016

Enige tijd geleden hoorde ik er voor het eerst van. De Mechanische Turk. Ik vind het zelf niet direct gezellig klinken en eerlijk is eerlijk: dat is het (volgens mij) ook niet. Mechanical Turk is een platform van Amazon waarop mensen werk kunnen aanbieden dat nog niet door robots, of preciezer: door slimme software kan worden gedaan. Je moet bijvoorbeeld plaatjes coderen, of aangeven hoe een woord in een zin wordt gebruikt en daar krijg je dan per woord een habbekrats voor. Het mag duidelijk zijn: ik ben niet onder de indruk. Om te beginnen vind ik de naam al een beetje raar.

Rotklusjes opknappen die de computer nu nog laat liggen

Bij de naam Mechanical Turk en het feit dat je als Mechanische Turk klusjes mag opknappen voor weinig geld die computers (nu nog) laten liggen, kan ik niet anders dan denken aan de Turkse (en andere) gastarbeiders die ongeveer een halve eeuw geleden naar Nederland kwamen. Ook die mochten voor een habbekrats klusjes opknappen die de Nederlanders lieten liggen. Na even zoeken op het wereldwijde web blijkt het platform vernoemd te zijn naar een raar mechanisch schaakapparaat, waar een Turk uitsteekt, die er –compleet met tulband- een beetje uitziet als de ouderwetse gapers die je nog bij sommige drogisterijen ziet. Op filmpjes op YouTube kan je zien hoe een replica van “The Turk” een menselijke schaker verslaat terwijl hij vervaarlijk met de ogen rolt. (Best entertaining, moet ik toegeven!) Blijkbaar heeft het in die zin niet met gastarbeiders te maken, maar tóch loop ik er niet warm voor.

Amazon’s Mechanical Turk is een platform voor lousy en precair werk

Het werk op Mechanical Turk bestaat uit, zoals ze in het Engels zeggen ‘lousy jobs’ dus werk dat precair is en feitelijk wereldwijd wordt aanbesteed op een online platform waarbij je per minitaakje een paar cent betaald krijgt. Hoewel Amazon deze lullige miniklusjes een ‘HIT’ noemt, houd ik ze liever buiten mijn hitparade. HIT is een afkorting die staat voor “Human Intelligence Task”, die weliswaar menselijke intelligentie vergt, maar verder weinig diepgang heeft. Artificial artifical intelligence noemt Amazon dat zelf, dus kunstmatige kunstmatige intelligentie, die je aldus Amazon on demand naar believen kan op- of afschalen. Getver. Natuurlijk wordt het werk op zo’n manier uitbesteed dat degene die het werk doet opdrachtnemer is en wordt op die manier allerhande wetgeving handig omzeild. Een opdrachtnemer is immers geen werknemer en daarmee vogelvrij.

De mens als robot paradox Van Akker Vindt 2016

De mens-als-robot-paradox bij Mechanical Turk

Niet alleen het feit dat het om precair werk gaat geeft mij een viezig smaakje in de mond, maar ook het feit dat mensen door dit systeem eigenlijk worden gereduceerd tot.. Ja tot wat eigenlijk? Ik kan het bijna niet benoemen. Het mag dan gaan om zogenaamde Human Intelligence Tasks, maar paradoxaal genoeg reduceer je de mens tot de meest basale robot waarbij alle menselijke waardigheid het onderspit delft. Het gaat hier niet om schroefjes draaien, maar om het mindless voor weinig geld oplossen van stupide taakjes, die blijkbaar vooralsnog niet goed genoeg of niet goedkoop genoeg door software kunnen worden uitgevoerd. Als dit vooruitgang is, loop ik er in dit geval even niet zo heel erg warm voor. We mogen dan in het rijke Westen -ook ik!- praten over zinvol werk, autonomie, jobcrafting enzovoort, maar ondertussen zitten er blijkbaar mensen her en der op deze aardkloot voor weinig geld ergens deze kleine rotklusjes te doen.

The Mechanical Turk als dystopische uitkomst van marktwerkingsevangelie

Marktwerking is het evangelie dat in neo-liberale bijbel wordt verkondigd. De onzichtbare hand Smith werkt in een overbevolkte, ongelijke en geglobaliseerde wereld even niet zo lekker meer. Dat willen we –ook in Nederland- liever nog even niet zien. Met alle gevolgen van dien. The race to the bottom is niet alleen een denkbeeldige dystopie, maar die bestaat al in de vorm van Amazon’s Mechanical Turk. Daarmee vergeleken is die eng om zich heen kijkende mechanische schaakturk uit dat YouTubefilmpje hieronder eigenlijk nog enorm gezellig!

Advertenties

Dit blog: de meest gelezen artikelen van 2014

meest gelezen in 2014 Van Akker Vindt

Eind december, zo ergens tussen kerst en het nieuwe jaar is het altijd de tijd van lijstjes. Voor er vooruit wordt gekeken, wordt er altijd eerst nog even terug gekeken op het oude jaar. In mijn omgeving komen dan de top 10 albumlijstjes voorbij, of de beste concerten van het afgelopen jaar. Ook ik heb dat weleens gedaan, maar dit jaar is het enige lijstje dat ik opstel het lijstje met de best gelezen artikelen op dit blog. En er niks subjectiefs aan.

Inmiddels is dit blog bijna 25 duizend keer gelezen sinds ik het ongeveer twee en een kwart jaar geleden begon met een blog over de positie van Jolande Sap in GroenLinks. Enkele uren na publicatie werd bekend dat ze zou opstappen. Ik moest eraan denken, omdat ik onlangs nog een reconstructie zag waarin zij terug keek op de aanloop naar de verkiezingsnederlaag die zij en GroenLinks leden.

Verder schreef ik inmiddels ruim anderhalf jaar geleden drie stukken over hoe banen op de tocht zouden komen te staan, niet door immigranten, maar door toenemende automatisering en robotisering. Met het boek The Second Machine Age van McAfee en Brynjolfson dat dit voorjaar uitkwam en de publiciteit erom heen, heeft dit onderwerp heel veel aandacht gekregen in de media en in de politiek. Zelfs minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Lodewijk Asscher heeft zich inmiddels in het debat gemengd. Het verbaast me dan ook niet dat twee van de blogs daarover in de top tien van 2014 zijn geëindigd.

Net zomin verbaast het dat het Zwarte Piet blog van ruim een jaar oud veel gelezen werd. De discussie ging dit jaar verder met als voorlopig dieptepunt het sneue gedoe in Gouda bij de landelijke intocht van Sinterklaas en de perikelen rondom het Sinterklaasjournaal. Want wat zouden zij doen met dit hete hangijzer? Inmiddels is het gedoe (voorlopig?) verstomd en gaan we over tot de orde van de dag. Eigenlijk ook wel het verstandigst, lijkt me. Als we hier op termijn op terugkijken, kunnen we in ieder geval vast stellen dat ‘the revolution has definately been televized’.

Leuk dat het blog nog altijd flink gelezen wordt en leuk ook dat ik mijn kennis op deze manier met een grote groep mensen kan delen. Ik heb een interessant en leerzaam jaar achter de rug en zal me ook het komende jaar bezig houden met allerlei arbeidsmarktgerelateerde onderwerpen. Als ik dan toch roep dat er banen gaan verdwijnen, is het ook goed om na te denken over waar men nog wel voorlopig kans maakt op werk, of hoe het dan moet met onze sociale zekerheid. Een klein voorzetje gaf ik al in het blog uit de serie van drie die niet in de top tien te vinden is. Ik kijk uit naar experimenten met het onvoorwaardelijk basisinkomen. Misschien in Zwitserland binnen een paar jaar, want nu moeten we het vooral doen met een oud voorbeeld uit Canada uit de jaren 70 en wat voorbeelden uit ontwikkelingsprojecten, die weliswaar een hoopvol beeld schetsen, maar waarvan de resultaten moeilijk door te trekken zijn naar een vergrijzend Europa in een globaliserende wereld waarin de technologie exponentieel toeneemt.

Rest mij iedereen nog een mooi, leerzaam, liefdevol en gezond 2015 te wensen en tot volgend jaar op deze virtuele plek!

Gelukkig 2015! Van Akker Vindt 2014

Hier dan de top tien van 2014:

  1. Deze banen verdwijnen vóór 2025 door technologische ontwikkelingen
  2. Veertig het nieuwe dertig? Niet op de arbeidsmarkt!
  3. Van falen kan je leren, ook bij het solliciteren!
  4. Midlifecrisis geen voorwaarde voor zoektocht naar zingeving
  5. Nevermind de Polen! Robots nemen ons werk over!
  6. Zwartepieten over Zwarte Piet
  7. Onderwijs scoort te hoog op de verkeerde lijstjes
  8. Direct leidinggevende heeft de sleutel tot duurzame inzetbaarheid in handen
  9. Jongeren willen structuur en duidelijkheid in turbulente arbeidsmarkt
  10. Interview: Anne leeft met labels – deel 1 van 2

Jongeren willen structuur en duidelijkheid in turbulente arbeidsmarkt

Jongeren willen structuur in turbulente arbeidsmarkt Van Akker Vindt 2014

Vorige week promoveerde mijn hogeschoolcollega Stephan Corporaal op zijn onderzoek naar de wensen van de huidige generatie jongeren met een beroepsopleiding. De onderzochte groep jongeren, de ‘Generatie Y’ waar de media het graag over hebben, blijkt opvallend conservatief in hun wensen en wil vooral heel veel duidelijkheid en structuur en zien uitdaging als een baan die past bij hun vooropleiding. Ten opzichte van eerdere generaties hebben ze geen radicale nieuwe wensen. Het enige afwijkende is dat ze toegang willen tot wifi en social media op de werkplek, maar dat heeft meer te maken met de technologie vandaag de dag, dan dat dat een radicale nieuwe wens zou zijn. Ten slotte vind ik het interessant dat blijkbaar de wensen van scholieren en studenten die respectievelijk van het vmbo, mbo of hbo komen onderling nauwelijks uiteenlopen. Tot zover mijn kort door de bocht samenvatting van het proefschrift van Corporaal.

Baanbeginners die goed beslagen het arbeidsmarktijs betreden

Over het feit dat de jongeren uit het onderzoek redelijk behoudend zijn en behoefte hebben aan veel structuur, ben ik niet zo verbaasd: ik geef les aan studenten uit dezelfde generatie als uit het onderzoek. Maar ik maak me, eerlijk is eerlijk, wél een beetje zorgen. De kans is om te beginnen gering dat de dames en heren werkgevers die zo gewenste structuur en duidelijkheid kunnen bieden waar de verse arbeidsmarktbetreders zo naar verlangen. Verder is er zoveel gaande op de arbeidsmarkt, dat het maar de vraag is of de baanbeginners met dit wensenpakket wel goed beslagen het arbeidsmarktijs kunnen betreden. Er zijn namelijk nogal wat dingen gaande die de arbeidsmarkt flink onzeker maken en zeker hun weerslag (zullen) hebben op de manier waarop we gewend zijn te werken.

De arbeidsmarkt en de economie zitten vol met onzekerheden

Hoewel vandaag het bericht (2014) naar buiten werd gebracht door het CBS en de UWV dat er weer minder werklozen zijn en het de goede kant op lijkt te gaan, zijn er ook andere berichten die de ronde doen. Zo groeit de tot nu toe relatief goed boerende Duitse economie minder dan voorspeld en hoor je in de financiële nieuwsberichten het begrip ‘triple dip’ steeds vaker voorbij komen. Naast de economische conjunctuur, zijn er nog tal van andere zaken die de arbeidsmarkt beïnvloeden. Wat te denken van robotisering en technologische werkloosheid ten gevolge daarvan? (Ik schreef er anderhalf jaar geleden een drieluik over: technologie die banen bedreigt, de banen die verdwijnen vóór 2025 en hoe het verder moet als de robots het werk overnemen). Wat te denken van globalisering en opkomende economieën die de welvaartsverdeling op wereldschaal veranderen? Wat te denken van geopolitieke ontwikkelingen, zoals Poetin die links en rechts eens een land annexeert en ISIS die een kalifaat uitroept? Al deze ontwikkelingen en meer maken de wereld onzekerder en onoverzichtelijker. Dat zien werkgevers ook. Zij proberen in toenemende mate hun risico’s in te perken door een deel van hun medewerkers onder te brengen in de flexibele schil van hun organisaties, waardoor zij minder risico lopen dan bij de vaste contracten die ooit de norm waren.

Werkgevers hebben behoefte aan flexibiliteit binnen de organisatieOnderzoek wensen van jongeren met beroepsopleiding Van Akker Vindt 2014

Mensen werken niet langer hun hele leven bij een werkgever en dat is prima, als je dan toch tot je zeventigste (of langer!) door ‘moet’ of mag, kan ik me voorstellen dat een beetje variatie geen kwaad kan. Werkgevers zullen flexibiliteit niet alleen zoeken in de vorm waarin zij hun medewerkers hun bedrijf binnen halen (als ZZP’er, uitzendkracht, op tijdelijke contracten en voor sommigen wellicht nog het oude vertrouwde contract voor onbepaalde tijd), maar ook in flexibiliteit binnen de organisatie. Het is fijn wanneer werknemers zelfstartend zijn en wanneer zij meerdere kunstjes kunnen en niemand daar op toe hoeft te zien. Wanneer bedrijven flexibeler moeten zijn, zullen hun medewerkers ook wendbaarder moeten zijn. Hoewel ik besef dat het onderzoek is gedaan naar jonge baanzoekers die net van school komen, vraag ik me ernstig af in hoeverre zij beseffen dat de arbeidsmarkt een rommelige markt is waar het maar de vraag is of die klassieke ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith zijn werk zal doen. De huidige groep gediplomeerden zou bij uitstek zelfredzaam en ondernemend moeten zijn om zich staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt, maar zij zoeken in plaats daarvan ‘duidelijkheid en structuur’.

Opleiden tot kritische zelfdenkende werkondernemers?

Corporaal geeft in zijn proefschrift (2014) aan dat de verwachtingen van de jongeren wanneer zij werken gestaag wel wat realistischer worden en dat ze die structuur ook gewend zijn aangereikt te krijgen vanuit het onderwijs. Op dit moment werk ik zelf in het onderwijs en ik denk dat het gerechtvaardigd is om de vraag te stellen of we de studenten wel een dienst bewijzen door zoveel structuur te bieden? Natuurlijk is duidelijkheid goed, maar moeten wij mensen ook niet opleiden tot initiatiefrijke, kritische zelfdenkende en -startende ‘werkondernemers’? Is de wereld van werk waarin zij zich mogelijk een halve eeuw moeten kunnen redden gediend met lichtingen medewerkers die behoefte hebben aan zoveel structuur? Ik vraag me dat ernstig af en ik vraag me daarmee ook af wat de wereld van het (beroeps-)onderwijs moet doen om die studenten die vaardigheden mee te geven die ze nodig hebben om aantrekkelijk te zijn voor werkgevers op de korte termijn en om zichzelf staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt op de langere termijn? Ook ik weet niet hoe die arbeidsmarkt er zal uitzien, maar wat ik wel zie is dat de arbeidsmarkt de komende jaren veel zal vragen van werknemers. Zij zullen zich doorlopend bewust moeten zijn van het belang van zelfregie in de eigen loopbaan en zelfregie vergt nogal wat van mensen. Het vergt volgens mij in ieder geval dat je jezelf ook moet kunnen redden en niet kopje onder gaat wanneer structuur en duidelijkheid ontbreken. Dat gebeurt namelijk nogal eens in de echte wereld. Blijkbaar bereiden wij onze jongeren onvoldoende voor op hun toekomst. Mij lijkt dat dat bij uitstek een taak is waarin onderwijs zou moeten voorzien maar waarin duidelijk nog het een ander te winnen valt.

generatie Y wil wifi en social media op de werkplek Van Akker Vindt 2014

Komt u ook zo happy uit de Grote Recessie?

Clap along if you feel like a room without a roof Van Akker Vindt 2014

Clap along if you feel like a room without a roof”

Herken je die oorwurm van Pharell Williams? Hij heet ‘Happy’ en staat wanneer ik dit schrijf alweer bijna drie kwart jaar in de vaderlandse hitparades. Good for Pharell natuurlijk, maar ook voor ons want de blijheid slaat genadeloos toe wanneer je het hoort. Misschien is het toeval, maar volgens mij is Nederland – achteraf gezien – ook ongeveer drie kwart jaar uit de recessie. Dat is alvast genoeg om vrolijk van te worden, want vijf jaar recessie was natuurlijk lang zat. Heel hard hoeven we ook nog niet te juichen, want die arbeidsmarkt die ziet er voorlopig nog helemaal niet zo rooskleurig uit. De media hebben sinds het begin van dit jaar vol gestaan met fabrieken die gingen sluiten en mensen die op straat kwamen te staan en ook jongeren en schoolverlaters komen verdomd lastig aan de bak. Maar staan de jongeren die tijdens die recessie voor het eerst de arbeidsmarkt betraden ook anders in het leven en meer specifiek in hun werkzame leven? Dat vroeg mevrouw Bianchi zich ook af, ze zocht het uit en ze publiceerde daar eind 2013 over.

Tevredener met baan ook als die minder opbrengt

Bianchi pakte er de gegevens bij van drie verschillende grootschalige onderzoeken in de Verenigde Staten van Amerika en concludeerde dat hoogopgeleiden die de arbeidsmarkt betraden ten tijde van ‘De Grote Recessie’ tevredener met hun werk waren dan hun soortgenoten die hun eerste schreden hadden gezet tijdens economisch goede tijden. Bianchi hield daarbij rekening met verschillende branches en keuzes die mensen hadden gemaakt op loopbaangebied en becijfert dat de arbeidsmarktbetreders in recessietijd ook nog steeds tevredener zijn als ze minder verdienen dan de cohorten die in betere tijden op de arbeidsmarkt kwamen. Bovendien houdt die extra baantevredenheid ook stand lang na dat de recessie over is, blijkt uit haar cijfers waarin ook gegevens zijn meegenomen van die andere crisis uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw.

Hoera voor mentale halfvolle glazen

Die extra dosis tevredenheid wordt wellicht verklaard door de derde set longitudinale gegevens die Bianchi analyseerde, want daaruit blijkt dat mensen die in economisch beroerde tijden voor het eerst een serieuze baan zoeken, zich relatief minder bezig houden met nadenken hoe ze het beter hadden kunnen doen en ze zijn dankbaarder voor hun werk en het feit dat ze überhaupt werk hebben. Ze kijken dus meer naar wat ze wel hebben, dan naar wat ze niet hebben en een mentaal halfvol glas is nou eenmaal beter voor de mens dan het zich richten op dat deel van het glas dat nog gevuld had kunnen of moeten worden. En die lege ruimte in dat glas is er natuurlijk wel degelijk in barre economische tijden: de eerste banen die mensen weten te krijgen, zijn vaak slechter van kwaliteit, bijvoorbeeld een lager niveau en slechter betaald, dan wanneer zij in economisch florerende tijden de eerste stappen in hun loopbaan hadden gezet.

Never mind the Joneses!Never mind the Joneses  Van Akker Vindt 2014

Misschien maakt een recessie in die zin mensen wel bescheidener en nederiger in positieve zin en misschien ook wel wat minder materialistisch. Natuurlijk bestaat het ‘sociale’ internet 2.0 inmiddels al een kleine 10 jaar ofzo, maar ik vraag me af of het toeval is dat er nu sites zijn waar je een auto kan huren van iemand bij je in de buurt (Snappcar) die hem toch niet elke dag gebruikt, gereedschap of andere spullen kan lenen (Peerby) enzovoort. Niet langer ‘keeping up with the Joneses’ en proberen net zoveel spullen te bemachtigen als de mensen om je heen, maar delen waar dat kan en uit te gaan van jezelf en niet mee te gaan in een consumptistische maalstroom waar je per saldo niet gelukkiger van wordt.

De Skidelsky’s en de economie van het genoeg

Misschien is dit al een beetje het actieve burgerschap, de empowerment en de participatiesamenleving die de regering predikt. Maar.. dan met minder verspilling en minder consumentenbestedingen en dat laatste zal Rutte dan wel weer niet zo leuk vinden. Bovendien is dit iets wat van de mensen zelf komt en dat voelt toch wel een beetje anders dan die zogenaamde participatiesamenleving die Mark en Diederik ons uit bezuinigingsoverwegingen in de maag splitsen. En ik? Ik vind het zo gek niet, die economie van het genoeg. De Skidelsky’s halen in hun – wat mij betreft – geniale boek ‘How much is enough?’ uit 2012 de econoom John Maynard Keynes (u kent hem vast nog wel van het multipliereffect dat u werd onderwezen op de middelbare school) aan die voorspelde dat de mensen op een gegeven moment genoeg welvaart zouden hebben en dat dit door techniek en economische groei op den duur zou leiden tot een 15-urige werkweek. Niet omdat de mensen lui zouden zijn, maar omdat de mensen op een gegeven moment gewoon niet meer nodig hadden om een beetje lekker van te leven.

Herverdeling van werk, welvaart en welzijn?

De voorspelling van Keynes is niet uitgekomen, niet in de laatste plaats omdat er voor veel mensen blijkbaar niet zoiets als een ‘genoeg’ is. Maar toch: GroenLinks bepleit inmiddels een 32-urige werkweek, vermoedelijk met de gedachte dat een herverdeling van werk ook tot een herverdeling van welzijn en welvaart zal leiden. Of die uurtjes minder een op een aan anderen toekomen is maar de vraag, want misschien wordt dezelfde hoeveelheid werk wel in minder uren geperst. Dat zou zomaar kunnen. Maar laten we wel wezen: de kans is groot dat er in de toekomst minder werk zal zijn. De globaliserende wereld wordt steeds kleiner, werk wordt ge-outshored en ge-reshored naar en van landen met lagere lonen en werk wordt bovendien in toenemende mate overgenomen door robots en steeds slimmer wordende software. Is dat erg? Nee, mensen kunnen ook een zinvol leven kunnen leiden wanneer ze minder werken.

Groener gras aan de andere kant van de recessie

In de vorige eeuw zorgden de gegoede burgerij en de adel ervoor dat de arbeiders wat om handen hadden in hun schaarse vrije tijd, zodat ze geen amok zouden maken. De openbare orde diende immers niet verstoord te worden en zo kwamen er aan het begin van de twintigste eeuw verschillende sport- en gezelligheidsverenigingen met mooie stichtelijke namen. Wat dacht u bijvoorbeeld van vrouwenvereniging DEV/’Door Eendracht Verbonden’ of de voetbalverenigingen Viboa/’Voetballen is bij ons aangenaam’ en de AGOSV/’Apeldoornse Geheelonthouders-voetbalvereniging Steeds Voorwaarts‘? Maar: de wereld is niet meer die van honderd jaar geleden. Er zijn andere alternatieven. Ledigheid is niet zonder meer des duivels oorkussen. Het feit dat er in toenemende mate ruimte is voor discussies over minder werken en het onvoorwaardelijk basisinkomen, vind ik schone winst. Die veranderde houding, de deeleconomie en de technologie die dat mogelijk maken, kunnen ervoor zorgen dat we minder hoeven te werken en meer kunnen léven. Misschien met minder geld, maar wel met oog voor dat wat we wel hebben. Vooral ook immaterieel. Het hebben van halfvolle glazen is misschien zo erg nog niet. Net zoals werken om te leven in plaats van andersom. We zouden, net als die schoolverlaters en afstudeerders uit de eerste alinea zomaar eens kunnen zien dat het gras aan deze kant van de recessie groener blijkt te zijn en ineens zomaar verdomd happy kunnen worden… 

 

Groener gras aan deze kant van de recessie Van Akker Vindt 2014

 

 

PS: voor als je nog even niet zo happy bent of onder een steen hebt geleefd en het nummer nog altijd niet kende, hier bij wijze van service voor blijmakendheid de officiële video voor ‘Happy’ van Pharell Williams als instant happiness booster, doe er je voordeel mee!

 

 

Boekbespreking: Bedrijfsethiek – Filosofische Perspectieven


Het boek ‘Bedrijfsethiek, filosofische perspectieven’ beoogt een toegankelijke inleiding te zijn voor studenten en docenten in het hoger onderwijs, die zich vanuit bedrijfskundige, economische en filosofische studies in de bedrijfsethiek moeten verdiepen. Het boek is een bewerking van een boek van dezelfde auteurs dat in 2011 voor de Angelsaksische markt werd geschreven met de titel ‘
Business Ethics and Continental Philosophy‘ en dat is te merken.

Continentale vs analytische filosofie

Boekbespreking  Bedrijfsethiek; Filosofische Perspectieven Van Akker Vindt 2013In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op het feit dat de bedrijfsethiek gedomineerd wordt door de Angelsaksische analytische filosofen die vooral een pragmatische vorm van bedrijfsethiek bedrijven en daarom populair zijn. Dit zou ten koste gaan van de continentale filosofie die zich meer bezighoudt met het stellen van fundamentele vragen en past in het beeld dat veel mensen in Nederland, inderdaad op het continent, hebben van filosofie. De laatste zou volgens de auteurs meer aandacht verdienen. In de kern ben ik het eens met de conclusie dat de continentale, meer filosofisch ingestelde bedrijfsethiek de nodige aandacht verdient. Maar mij bekruipt het gevoel dat dit probleem vermoedelijk meer relevant is voor de oorspronkelijke Angelsaksische doelgroep van het boek, dan voor de lezers van de Nederlandstalige bewerking daarvan en bovendien in een groot deel van de hoofdstukken de Angelsaksische, meer pragmatische analytische bedrijfsethici in het boek nog steeds de overhand hebben.

Van klassieke ethiek tot actuele thema’s

In het boek worden eerst meer algemene thema’s besproken die relevant zijn voor bedrijfsethici, zoals besluitvorming, rechtvaardigheid en belanghebbenden (‘stakeholders’). In het tweede deel worden specifieke thema’s besproken die de laatste jaren zich in veel aandacht van organisaties en in bredere zin, de maatschappij mogen verheugen zoals klokkenluiders, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), duurzaamheid en globalisering. Het eerste deel bestaat grotendeels uit de ons bekende bedrijfsethiek met het bespreken van respectievelijk doel-, plicht- en deugdethiek en heeft de nodige diepte. Ik vraag me wel af of zoiets als de stakeholdertheorie zoveel aandacht verdient als het in het eerste hoofdstuk van het boek krijgt. Dit is toch vooral organisatietheoretisch van aard. Hoewel ik de relevantie wel begrijp, zou ik een wat kortere beschrijving met een uitvoerigere kritische bespreking meer op zijn plaats hebben gevonden dan nu in het boek het geval is.

Met zevenmijlslaarzen door de materie

In het tweede deel van het boek worden verschillende actuele thema’s besproken en komt, net als in het eerste deel, een stoet aan interessante filosofen voorbij, die eerst beschreven en vervolgens terecht kritisch besproken worden. Desondanks heb ik het gevoel dat de bespreking steeds niet meer dan een aanzet is van wat het had kunnen zijn, of wellicht ook in de oorspronkelijke Engelstalige versie is geweest. Kritische noten worden gekraakt, maar je blijft achter met het onbevredigende gevoel dat hierover veel meer te zeggen was geweest dan er feitelijk gebeurt. Men gaat met zevenmijlslaarzen door de materie. En dat is een gemiste kans. Misschien hadden de auteurs er beter aan gedaan een aantal van de actuele thema’s die onderling verbonden zijn en elkaar overlappen, zoals MVO, duurzaamheid en globalisering te integreren en samen te voegen in een enkel wat groter hoofdstuk, waarin er wél meer ruimte was geweest om onderwerpen verder uit te diepen. Het blijft nu toch vooral beschrijvend en wat versnipperd overkomen.

Tandje té toegankelijk?

De auteurs zijn er in geslaagd toegankelijk te schrijven en misschien wel te toegankelijk, want duidelijke literatuurverwijzingen waarmee de lezer de brontekst er desgewenst bij kan zoeken ontbreken volledig in de tekst, net als een overzichtelijke bronnenlijst aan het einde van het boek. De auteurs bespreken achterin het boek wel aan wie ze schatplichtig zijn, maar echt handig is dat niet voor degenen die verder willen lezen en studeren. En dat was wel degelijk nuttig geweest. Want wanneer je het boek leest, wil je nog wel eens verder duiken in wat van de aangehaalde filosofische werken. Dan heb je, ondanks mijn kritische noten, als auteurs toch ook duidelijk iets goed gedaan!

Bos, R. ten & M. Painter-Morland (2013). Bedrijfsethiek; Filosofische Perspectieven. Amsterdam: Boom ISBN 978 94 6105 035 9

 

Van Akker Vindt Bedrijfsethiek recensie

 

Voor de recensierubriek van het Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties schreef ik een beknoptere recensie over hetzelfde boek. Voor Van Akker Vindt heb ik de uitvoerige versie hierboven geschreven.