Het eeuwige leven is ook geen pretje

Het eeuwige leven is ook geen pretje - Van Akker Vindt 2016

Deze week kwam er een bericht voorbij dat in de omgeving van Groenland een haai gevangen was. Uit onderzoek bleek dat deze de meer dan respectabele leeftijd van 392 jaar had bereikt. Dat is niet mis. Ik vond bejaarde schildpad Lonesome George die tot een paar jaar geleden op de Galápagos rondstruinde en ruim honderd werd al pretty amazing. Maar er zijn bazen en bovenbazen, zo blijkt. Ik herinner me dat er ook nog iets werd geroepen over een koikarper die 225 was geworden. Er werd bij vermeld dat wij mensen voorlopig geen kans maken om deze haai of koikarper naar de kroon te steken. Wij zijn namelijk warmbloedig (al zou je dat van sommige mensen niet zeggen) en verbranden het vege lijf daarmee bijna letterlijk sneller dan die kois of die haai.

Vrouwen worden ouder dan mannen, maar in slechtere gezondheid

Als soort zijn we succesvol, maar serieus oud worden doen we niet: op dit moment is de oudste mens volgens Wikipedia een Italiaanse die ruim 116 jaar oud is. En nog even verder in de cijfers duikend, was de gemiddelde leeftijd bij sterfte in Nederland ruim 78 jaar voor alle Nederlanders, ruim 75 voor de heren en ruim 80 voor de vrouwen. Vrouwen lijken daarmee het sterkste geslacht, maar wanneer je kijkt naar de resterende gezonde levensverwachting, lopen de cijfers van mannen en vrouwen nauwelijks uiteen. Lonesome GeorgeVrouwen worden dus uiteindelijk wel ouder, maar zijn eigenlijk veel langer ziek. Niet zo’n goede deal voor de chickies dus. Ahum.

Levensverwachting stijgt wereldwijd in vlot tempo

Als soort zijn we wel succesvol, dankzij betere hygiëne, meer welvaart, scholing enzovoort zijn we volgens deze teller met ruim 7, 4 miljard (7.443.020.263) mensen op deze aardkloot. Er zijn op het moment van schrijven vandaag al 137.898 kindjes geboren, 57.770 mensen gestorven en de wereldbevolking is met 80.191 toegenomen. (De goede opletter ziet dat deze cijfers niet perfect bij elkaar optellen. Dat komt doordat die tellers zo snel gaan, dat er niet tegen op te schrijven valt! Excuus voor deze dwaling). Volgens prognoses van de Verenigde Naties zal de wereldbevolking pas aan het einde van deze eeuw stoppen met groeien. Tegen die tijd zijn we met 10 miljard mensen. Voorlopig groeien we nog even door en ik zal in mijn leven die demografische kanteling vermoedelijk niet meer meemaken.

Singulariteit en onsterfelijkheid

Singulariteit en onsterfelijkheid - Van Akker Vindt 2016In het rijke westen zijn er bovendien nog mensen die geloven dat we steeds onsterfelijker worden doordat mens en techniek zullen versmelten. Singulariteit heet dat en dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat we met hele kleine chips in de bloedbaan doorlopend ons lijf en alle waarden kunnen monitoren, bijsturen en waar nodig oplappen en dat we onderweg zijn naar het eeuwige leven. Dan zouden er nog steeds mensen bijkomen, maar zou er niemand meer sterven. Van de ene kant heel fijn, want het liefst willen we natuurlijk niemand missen die we liefhebben. Maar aan de andere kant heeft zo’n toekomstbeeld toch ook een licht bitter dystopisch bijsmaakje.

De aarde als krioelend mierennest van mensen

Het wordt dan namelijk nogal druk op deze planeet. Als succesvolle soort nemen we nu al behoorlijk wat ruimte in en zeker de laatste 100-150 jaar heeft dat de planeet weinig goed gedaan. Techno-optimisten denken dat we voor problemen als vervuiling, grondstoffenverbruik, water- en voedselschaarste wel allemaal slimme oplossingen zullen verzinnen. En misschien is dat ook wel zo, maar dat we dan nog steeds met zijn allen op datzelfde kleine kluitje zitten verandert feitelijk niet. Toen ik nog jong en onbezonnen was, reisde ik eens een jaartje door Australië, toen en vermoedelijk ook nu nog een van de meest verstedelijkte landen ter wereld. Naast die steden heeft Australië ook veel ruimte voor wie toch zo nu en dan aan die –overigens ruim opgezette- steden wil ontsnappen. Als wij als soort zo kneiterhard blijven doorgroeien, zitten we straks met zijn allen in een groot krioelend mierennest, waar geen ontsnapping mogelijk is. Overal altijd mensen om je heen, hoe ver je ook reist. Natuurlijk kunnen we ons territorium uitbreiden door op termijn in een tent op Mars gaan wonen ofzo, maar ik vind dat niet een heel erg aantrekkelijk alternatief en sla zelf liever even over, ook als het per ongeluk nog in mijn leven zou gebeuren. krioelend mierennest van mensen - Van Akker Vindt 2016Heb ik een alternatief? Nee. Iedereen kan en moet zelf zijn of haar lijf en leven naar eigen inzicht inrichten en iedereen kan naar eigen inzicht kindertjes in de wereld zetten. Op wat uitzonderingen na, zou ik niet aan dat recht willen tornen. Maar toch…

Toch maar een (g)een kind politiek?

Misschien moeten we die wens voor een eeuwig leven lekker laten voor wat het is. Op een gegeven moment word je waarschijnlijk toch enorm blasé. Dan heb je echt alles al een keer gezien en verlies je misschien ook je drive. Alles wat immers vandaag of volgend jaar niet lukt, kan over honderd jaar ook nog wel.. Mij lijkt het niks. En dichterbij huis: moeten we er met zijn allen wel ongebreideld nieuwe mensjes bij maken? Of zou een (g)een kind politiek toch ook voordelen kunnen hebben? Want, eerlijk is eerlijk: ik zie die bevolkingsgroei naar 10 miljard helemaal niet zo zitten. En jij?

koi karpers kunnen 225 worden - Van Akker Vindt 2016

Een paar levenslessen van oude wijzen of wijze ouderen

levenslessen van oude wijzen of wijze ouderen Van Akker Vindt 2016

In dit blog heb ik het al verschillende keren gehad over ouderen op de arbeidsmarkt en dat zelfs die veertigers soms al als ‘te oud’ worden gezien. Absurde toestanden. In het vorige blog ging het over de inzichten van mensen die terug keken op hun leven. Ik blijf nog even een blog lang in de hoek van de oude wijzen of wijze ouderen. Ruim duizend ouderen die nog vol in het leven stonden werden geïnterviewd door geriater Karl Pillemer. Hij bevroeg deze oudere medemensen over hun visie op relaties, werk, leven, kinderen en persoonlijk geluk. Pillemer heeft er een boek vol over geschreven en dat ga ik hier niet doen, dus ik pik die dingen eruit die ik het meest relevant vind voor dit blog. Dat je vooral met iemand een relatie moet beginnen die veel op je lijkt en hoe je kinderen moet opvoeden laat ik dus even links liggen. Hier de adviezen van de ‘oudjes’:

Kies werk op basis van intrinsieke motivatie en niet voor het geld

Choose a job you love and you will never have to work a day in your life. Van Akker Vindt 2016Op internet zie je hem weleens voorbij komen: “Choose a job you love and you will never have to work a day in your life.” De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik daar nogal nuchter in ben. Voor veel mensen is werk gewoon werk en ik zie weleens cijfers voorbij komen dat negen op de tien medewerkers niet bevlogen zouden zijn. Degenen die wel bevlogen zijn, horen blijkbaar tot het topje van de ijsberg dat inderdaad van hun baan houdt. Ook voor bevlogen mensen is werk nog steeds werk zou ik denken, maar dan in ieder geval werk dat ze veel meer biedt dan alleen geldelijk gewin.

Wat ik wél geloof, is dat je je werk zou moeten kiezen op basis van de intrinsieke waarde. Er is tal van onderzoek dat uitwijst dat boven een bepaalde standaard mensen niet speciaal gelukkiger meer worden van meer geld. De oudjes uit het onderzoek gaan zelfs nog een stap verder en beweren dat hoe meer je verdient, hoe ongelukkiger je ervan wordt! Dat is een vrij boude stelling. De gedachte erachter is dat je voor al dat geld toch echt moet ‘werken’ waar je dat niet zou doen wanneer je werk doet waar je van houdt. Wat die oudjes zeggen is dus ook ongeveer wat ik lees over de generatie Y, die vooral voor de intrinsieke waarde van het werk gaat. Lijkt me een verstandige keuze en hoewel er vast wel verschillen zijn tussen generaties, denk ik dat er genoeg anderen zijn die er zo over denken. Ook ik als exponent van de generatie X! Net als de bevraagde senioren geloof ik ook dat je jezelf moet gunnen om alsnog die leuke baan met de nodige autonomie te vinden waar je je ei in kwijt kan en dat je niet alleen moet werken aan je vakkennis maar ook aan je emotionele intelligentie.

Ga vaker op reis, dat is goed voor je relativeringsvermogen Van Akker Vindt 2016

Krijg geen spijt en vergeef anderen

Leven zonder spijt achteraf lijkt volgens Pillemer vooral een neveneffect te zijn van trial and error, dus leren door dingen uit te proberen en soms ook te falen. Hoewel veel van de ondervraagden iets zeiden over leven zonder spijt, gaven ze tegelijkertijd ook aan dat dit voor veel mensen niet haalbaar is. Ik heb de details er niet bij gezocht, maar je zou je afvragen of deze mensen dan vinden dat ze wijzer zijn dan anderen als velen van hen dit denken? In dat geval is niks menselijks ook de oudjes niet vreemd.

Wat ze wel aangeven, is dat het belangrijk is dat ze hebben geleerd zichzelf en anderen met al hun beperkingen, missers en teleurstellingen te accepteren en waar nodig vergeven. Die vergevingsgezindheid is niet alleen zodat mensen zich er makkelijk van af kunnen maken, maar vooral om het eigen leven wat lichter te maken. Te lang stil staan bij alle fouten en wat er mis is gegaan, kost onnodig veel tijd en energie die ook op een prettigere manier had kunnen worden aangewend. Vergeving is een vorm van het loslaten van wat achter je ligt en ruimte te maken voor het heden. Verder vinden ook deze oudere mensen (net als in het vorige blog) het belangrijk om eerlijk naar zichzelf en anderen te zijn en je gevoelens te uiten. Verder wordt vaker op reis gaan aangehaald als iets om zeker te doen. maak je niet teveel zorgen Van Akker Vindt 2016Als reisliefhebber kan ik het daar alleen maar hartgrondig mee eens zijn. Reizen biedt avontuur, een venster op de wereld en het nodige relativeringsvermogen. Ook wij polderklagers hebben het ondanks ons gezeur echt niet zo slecht, zeker niet wanneer we ons leven vergelijken met mensen die de pech hadden om in een minder welvarend of veilig land geboren te worden.

Kies voor je geluk

Kiezen voor geluk kwam ook in het vorige blog al aan de orde. Geluk is iets wat we ondergedompeld in de dagelijkse beslommeringen lijken te vergeten. Ook hier halen Amerikaanse senioren aan dat het geluk in hun zelf zit en ze daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Geluk moet volgens deze mensen dan ook niet afhangen van dingen buiten hen zelf. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Weinig mensen zijn zo verlicht dat ze niet zo nu en dan een keer uit het veld geslagen worden door iets wat hen overkomt. Het kan verkeren, kortom. Ten slotte adviseren de ouderen nog om je te richten op de korte termijn, je niet teveel zorgen te maken, te genieten van de kleine dagelijkse dingen en om vertrouwen te hebben. Wie kan het daar nou mee oneens zijn?!

genieten van de kleine dagelijkse dingen Van Akker Vindt 2016

 

Robotisering: resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst

Robitisering Van Akker Vindt 2015

Ruim twee jaar geleden kwam ik een stuk tegen over banen die zouden verdwijnen door robotisering en automatisering. Tot dan toe had ik wel nagedacht over de toekomst van werk, maar had ik nog nooit op dat niveau of vanuit die invalshoek over het onderwerp nagedacht. Ik schreef er een drietal blogs over, nog lang voor de media doorlopend bol stonden van dit onderwerp. Het ging over robots die ons werk zouden overnemen, welke banen zouden verdwijnen tot 2025 en over of het basisinkomen een oplossing zou zijn om voor iedereen voldoende levensstandaard te garanderen. Ik sta, ook nu ik nog heel veel meer over dit onderwerp en aanpalende onderwerpen heb gelezen, nog steeds achter wat ik twee jaar terug schreef en ik heb een niet aflatende interesse in het onderwerp en alles wat er mee te maken heeft.

Ben ik een techno-pessimist wanneer ik me zorgen maak?

Luddieten Van Akker Vindt 2015 (2)Sommige mensen vinden mij een techno-pessimist wanneer ik zeg dat ik niet denk dat er onder de streep meer banen bij zullen komen en daarover mijn zorgen uitspreek. Velen verwijzen naar de angst die de industriële revolutie teweegbracht, omdat het banen zou vernietigen. Die angst is achteraf onterecht gebleken. De Luddieten, de textielwerkers die in het 19e eeuwse Engeland bang waren dat weefmachines hun arm en werkloos zouden maken en ze daarom met veel geweld vernielden, worden een enkele keer aangehaald. En er zijn vast mensen die mijn zorgen rondom robotisering en werkgelegenheid verwarren met Neo-Luddisme. Villemard Van Akker Vindt 2015

Chriet en zijn obsolete apparaten van de toekomst

Ik snap best dat mensen mijn zorgen bagatelliseren. Wanneer je plaatjes ziet over hoe mensen in het verleden verwachtten dat de toekomst er uit zou zien, zoals bijvoorbeeld de plaatjes van Villemard uit de 19e eeuw van het jaar 2000, kan zien dat de perceptie van de toekomst sterk samenhangt met de tijd waarin men leeft. Ook ik moet lachen wanneer ik filmpjes op YouTube of foto’s zie van Chriet Titulaer en zijn gekke baardje met obsolete apparaten van nog niet zo heel lang geleden die het uiteindelijk toch niet gemaakt hebben. Chriet Van Akker Vindt 2015Verwachtingen van de de toekomst blijken achteraf vaak niet uit te komen en wekken vooral milde hilariteit op van de generaties waarover het gaat. Toekomstvoorspellingen zeggen vooral veel over de tijd waarin ze gemaakt worden, dat gold vroeger en dat geldt in veel opzichten waarschijnlijk nog steeds.

Exponentiële ontwikkeling technologie

Wat deze mensen volgens mij over het hoofd zien is dat de technologie zich extreem snel ontwikkelt, namelijk exponentieel. De Wet van Moore houdt kort door de bocht in dat computers en chips elke twee jaar ook twee keer zo krachtig worden. Ik heb zelf nog gewerkt met van die grote slappe floppy-disks, daarvan zou je volgens de website techrepublic.com bijna 3 duizend stuks (!!) nodig hebben om 1 gigabyte aan geheugen te krijgen. Ik bedoel maar. floppy van akker vindt 2015Die ontwikkeling is echt heel erg snel gegaan. Hoewel de Wet van Moore ooit wel af moet vlakken, is dat op dit moment nog niet het geval en wordt er in the mean time hard gewerkt aan superkrachtige kwamtumcomputers. Ik heb niet de pretentie dat ik ook maar een beetje snap hoe dat werkt, maar wat ik wel weet is dat dit qua kracht beesten van computers zijn.

Niet een tijdperk van verandering, maar verandering van een tijdperk

Dit betekent dat de kans groot is dat de kracht van computers binnen afzienbare tijd buiten ons voorstellingsvermogen zal vallen. Net zoals ik begin jaren ’90 niet had kunnen bevroeden dat in bijvoorbeeld mijn mini-tablet een veelvoud van de rekenkracht zit van de computers waar ik toen op werkte. Juist die enorme snelle ontwikkeling kent zijn weerga niet en betekent dat we gaan van een tijdperk van verandering naar de verandering van een tijdperk. Daar ben ik van overtuigd. De huidige ontwikkeling is niet een soort industriële revolutie 2.0 en is volgens mij is het daarom beter om dit niet te bagatelliseren. In het verleden behaalde resultaten bieden in de robotsamenleving geen garanties voor de toekomst.

Ben ik een techno-optimist omdat ik voordelen zie?

Maar ondanks mijn zorgen en kritische noten over werkgelegenheid, de samenleving, consumptiepatronen en big data en privacy, ben ik niet pessimistisch over robotisering of automatisering. Ik denk ook nu, net als ruim twee jaar geleden, dat de digitale wereld juist ook kansen biedt. Waarom zouden we er sappel om zijn wanneer eentonig en weinig verheffend werk overgenomen wordt door robots? Of wanneer werk beter gedaan wordt doordat we werken met robots en slimme apps? Ik zie kansen voor me om net als Keynes al ooit voorspelde dat iedereen minder gaat werken, mensen minder stress hebben en zinvolle keuzes kunnen maken. Dus doe mij die robots gerust. Volgens mij kunnen die dingen heel veel voor ons betekenen.

Nadenken over kaders voor de robotsamenleving

nadenken over de robotsamenleving Van Akker Vindt 2015Het enige wat ik wél wil is dat we goed nadenken over ethische bijkomstigheden van die robotsamenleving die het Rathenau bepleit. Als robots even slim als of slimmer worden dan mensen, welke rechten hebben zij zelf dan? Maar ook op kortere termijn: hoe borgen wij met zijn allen als samenleving voldoende welzijn voor iedereen die buiten de boot van de robotarbeidsmarkt gaat vallen? Welk sociaal contract staan wij voor? Houden we het bij ons klassieke kapitalistische model waar nu al enkele mega-rijken ontstaan die in een winner takes it all-tijdperk enorm rijk worden, terwijl heel veel mensen op een steeds grotere afstand van de arbeidsmarkt komen te staan en in doorlopende onzekerheid leven? Op dit moment zijn hier nog geen echte antwoorden op en al zeker niet vanuit de overheid, die dit wellicht met behulp van wetten onderhand alsnog eens kan beginnen in te kaderen.

Is het basisinkomen de oplossing voor mijn zorgen?

Ik heb me net als velen de afgelopen jaren enigszins verdiept in het basisinkomen. Uitkomsten van eerdere experimenten die een basisinkomen zijn (India) of erop lijken (Canada) zien er best hoopvol uit. Het zou zomaar kunnen dat het basisinkomen een goede vervanger kan zijn voor ons huidige complexe sociale zekerheidsstelsel en het vergt een hele hoop minder gedoe en geld. Heel stellig durf ik niet te zijn, omdat er op dit moment nog niet op grote schaal voorbeelden bekend zijn van een echt universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen en hoe dat heeft uitgepakt.

Ik zet in op een basisinkomen in Zwitserland

Experimenten die nu onder de vlag basisinkomen gebeuren op particulier initiatief in Groningen of er gaan komen in Utrecht in een onderzoek met bijstandsgerechtigden, zijn geen universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen en zullen de vragen of een basisinkomen kan werken ook niet afdoende beantwoorden. In 2016 wordt in Zwitserland een referendum gehouden om te peilen of er animo is om daar een echt basisinkomen in te voeren. Ik kijk uit naar 2016, want misschien komt er dan ergens een werkelijk basisinkomen en kunnen we kijken hoe dat werkelijk uitpakt. Pas dan kunnen we echt serieus iets zeggen op basis van empirisch onderzoek!

Bedingungsloses Grundeinkommen Van Akker Vindt 2015

Tiny houses en een pleidooi voor groots leven

tiny houses groots en klein leven Van Akker Vindt 2015

Een paar weken geleden stuitte ik voor het eerst op het fenomeen tiny houses. Een student zag namelijk tiny houses als mogelijke oplossing voor dakloosheid. De hele scriptie heb ik niet gelezen, maar ik was wel gefascineerd door het plaatje wat erbij stond. Op het plaatje stonden een rijtje minieme poppenhuisjes bij elkaar. Nog wat verder zoekend op het wereldwijde web kwam ik erachter dat tiny houses niet alleen maar hele kleine huisjes zijn, maar dat er met name in de Verenigde Staten een hele beweging achter zit. The tiny house movement, vrij vertaald de kleine huisjes beweging en een rondje Googlen levert een arsenaal aan voorbeelden op van kleine moderne huisjes, woonwagens, tot huisjes die stiekem lijken te zijn weggelopen uit de Efteling toen even niemand keek of waar op elk moment een hobbit uit kan opduiken.

Wonen in een huisje zo groot als een studentenkamer

Tiny house van binnen Van Akker Vindt 2015Mensen wonen niet alleen in tiny houses omdat ze zo schattig zijn, of omdat de bewoners in kwestie arm zijn of geen andere opties hebben. Het is een bewuste keuze om kleiner te leven: om te beginnen letterlijk. Waar een gemiddeld huis in Amerika al gauw zo’n 200 vierkante meter groot is, doen de mensen in de tiny houses het met veel minder, laten we zeggen ongeveer tussen de 15 en 30 vierkante meter per huisje. Niveautje studentenkamer dus, maar dan in de vorm van een heus huisje. Veel van de tiny house-bewoners bouwen zo’n huisje zelf. In sommige gevallen staan ze op wielen in verband met wetgeving die (natuurlijk) van staat tot staat verschilt, maar dat is niet per se zo bij alle kleine huisjes.

Kleiner wonen: wat cijfers

Kleiner leven is dus niet een kwestie van armoede of gebrek aan keuzes, maar juist het gevolg van het maken van keuzes. In de kleine huisjes wonen vaker dan gemiddeld mensen met een academische opleiding. Waar van de gewone huiseigenaren in de VS een kleine 30 procent hypotheekvrij leeft, geldt dat voor 7 op de 10 kleine huisjes-bewoners. Waar een gemiddeld huis ruim 270 duizend dollar kost, kost een klein huisje gemiddeld minder dan een tiende van dat bedrag en dan hebben we het nog niet eens gehad over de hypotheekrente! Kleiner wonen is goedkoper wonen, zoveel is logisch.tiny houses pleidooi voor grootser levern Van Akker Vindt 2015

Alleen de dingen om je heen die je écht nodig hebt

Met zo’n klein huisje moet je ook andere keuzes in je leven maken. Om überhaupt in een klein huisje te kunnen wonen, zul je je hoeveelheid spullen moeten beperken of terugbrengen. Er is alleen plek voor de dingen die je echt nodig hebt en echt beslist in je huis wilt hebben. Je zult dus slim moeten omgaan met de beperkte ruimte die je hebt. Maar er zijn genoeg handige trucjes en woonwarenhuizen die je daarmee kunnen helpen.

Klein leven gooit je leven open

Een andere directe consequentie van de keuze om kleiner te leven in een klein huisje en het feit dat je daar minder geld voor nodig hebt, betekent ook dat je in de positie bent om andere keuzes te maken. Je hoeft je niet een slag in de rondte te werken om die enorme stapel bakstenen elke maand af te betalen. Je kan dus kiezen voor werk dat minder goed betaalt (maar waar je wel blijer van wordt), minder zeker is (leuk voor zp’ers en flexwerkers) of de keuze maken om minder te werken en andere dingen te doen die je hart je ingeeft. Niet langer bezig zijn als goed consument zoveel mogelijk te besteden om de economie draaiende te houden zoals veel economen en politici voorstaan, maar bezig met zinvol leven. Mij spreekt dat wel aan.

Groots klein leven uit je rugzak

Sommige tiny houses lijken zo ontsnapt uit de Efteling Van Akker Vindt 2015Zelf heb ik als student en daarna lang klein geleefd, in studentenhuizen, dus altijd gedoe over rekeningen, schoonmaken enzovoort. Dus dat was een minder ideale variant. Later als backpacker leefde ik langere tijd met alleen een rugzak en wist ik lang niet altijd ’s ochtends waar ik ’s avonds zou slapen. Er zijn mensen voor wie dat drie keer niks is, maar ik was wel gelukkig met dat grootse kleine leven als backpacker. Het mag duidelijk zijn: die tiny houses spreken mij enorm aan. Inmiddels woon ik in een echt grotemensenhuis en dat is ook heel fijn na al die jaren in kleine huisjes heb ik eindelijk alle ruimte, die ik mag delen met mijn lief. Maar eerlijk is eerlijk: ik vind zo’n koophuis ook een grote verantwoordelijkheid. Het maakt je leven in zekere zin een beetje zwaarder, terwijl ik eigenlijk houd van licht leven.

Zijn kleine huisjes iets voor Nederland?

Ik heb desondanks geen intentie om te verhuizen, ik woon namelijk wel heel fijn en comfortabel. Wat ik me wel heb afgevraagd is of die kleine huisjes in Nederland ook zo goed zouden werken. En hier komt de domper: ik ben bang van niet. Bij ons is er minder ruimte en grond om je huisje op te zetten is hier dus behoorlijk aan de prijs, wat het voor ons waarschijnlijk toch haalbaarder maakt om in hoogbouw te wonen. En het mooie hotel met de ogenschijnlijk gestapelde Zaanse huisjes ten spijt, lijkt het stapelen van kleine huisjes me niet zo realistisch. Tiny house in een oogopslag Van Akker Vindt 2015Bovendien wonen we, ondanks dat het flink wat kost heel vaak al kleiner dan de mensen aan de andere kant van de grote plas. Het enige wat een beetje in de buurt lijkt te komen zijn kleine studio-appartementjes en (gestapelde) containerwoningen voor (recente ex-)studenten of een strandhuisje voor een kleine groep mazzelaars.

Pleidooi voor groots leven door klein te leven

Wat wel iets voor Nederland is, is misschien het gedachtengoed dat erbij hoort. Niet alleen maar meer meer meer besteden zodat de economie weer gaat lopen, zodat we nog meer kunnen besteden, zoals de politiek bepleit, maar meer leven door minder te consumeren. Volgens mij kan het en volgens mij is het de weg voorwaarts. Ik wil niet van ons fijne huis af, maar doe er alles aan om kleiner te leven door zo snel mogelijk van die hypotheek af te komen en probeer zinvolle weloverwogen keuzes te maken. Ja dat werkt niet altijd in de praktijk, maar zonder wrijving geen glans: ik pleit voor groots leven door vooral kleiner te leven en zelf bewuste keuzes te maken! Doe je mee?

sprookjesachtig tiny house Van Akker Vindt 2015

The Circle en Big Data: Welkom in Dystopia

The Circle als Google op steroïden - Welkom in Dystopia - Van Akker Vindt 2014

Deze zomer las ik het boek ‘The Circle’ van Dave Eggers uit 2013. The Circle gaat over een jonge professional, Mae Holland die via een vroeger vriendinnetje komt te werken bij het zeer populaire bedrijf The Circle. Het product van The Circle is dat het alle sociale netwerken onderling verbindt en je nog maar een keer hoeft in te loggen. Het bedrijf is erg populair bij de mensen die er gebruik van maken en ook als werkgever. Niet zo gek ook: het bedrijf is zeer high tech, bijzonder innovatief en ze bieden een prachtige campus om op te werken waar niks te gek lijkt. Nou ja: bijna niks. Maar daar kom ik later in dit stukje op terug.

De werkplek als all inclusive resort

The Circle is gehuisvest op een enorm terrein waarin niets te gek lijkt: het kantoor is prachtig ontworpen, er zijn picknickplekken, sportveldjes, een theater, er zijn verschillende optredens per week, je kan er blijven slapen in prachtig ontworpen slaapkamers. En natuurlijk is dit alles gratis voor de bevoorrechte medewerkers van The Circle. Google, The Circle, booksEigenlijk is er geen reden om ooit het terrein te verlaten. Sterker nog: wanneer Mae eenmaal de frisse, wonderschone en vooral ook geordende campus gewend is lijkt de echte buitenwereld en haar flatje daarin grauw, chaotisch en vervuild. Na verloop van tijd woont Mae er bijna, net als veel van haar collega’s. Tot zover de campus van The Circle, die volgens mij niet geheel losjes geïnspireerd is op de Googleplex en de high tech campusomgevingen van Apple, Facebook, Skype enzovoort in Silicon Valley.

KPI’s die uit de bocht vliegen

In het boek zit een rare paradox. De fysieke ruimte mag prachtig zijn en inderdaad een feestje om in te werken, maar in veel opzichten ontbreekt het de medewerkers juist aan ruimte. Mae gaat werken bij de klantendienstafdeling, die Customer Experience heet. Ze heeft een x aantal seconden per gesprek en moet een minimale score halen van 95 uit 100. Dat is al niet laag, maar als de klanten haar niet de volle 100 geven, is het standaardprocedure om na te vragen wat er ontbrak, zodat de feitelijke score in veel gevallen alsnog 100 wordt. Naast deze uit de bocht gevlogen Key Performance Indicators (KPI’s, dus) moet ze ook zorgen dat ze zich constant op social media profileert en interacteert. Er is een ranglijst van alle medewerkers, de PartiRank (Participation Rank) waarop het toch vooral zaak is om zo goed mogelijk te scoren. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ze kort nadat ze begonnen is ook nog onderdeel van een programma, waarbij ze tussen de bedrijven door nog enquetevragen moet beantwoorden via een speciaal oortje dat ze krijgt. Dat gaat niet om een of twee vragen, maar om enkele honderden per dag en als ze niet snel genoeg reageert, wordt ze via een mooi technisch trucje geroepen door haar eigen stem, tot ze dat alsnog doet. Voor mensen die mijn blog al een beetje kennen, mag het duidelijk zijn dat ik hier vanuit het oogpunt van psychosociale werkdruk niet enorm van onder de indruk ben. Mensen hebben nu eenmaal ook rust nodig, om te zijn, te reflecteren en te herstellen.

The Circle als Google op steroïden

In The Circle draait alles om een combinatie van technologische innovaties, het verzamelen en verknopen van heel veel data en daarmee vooral ook om transparantie. Dus de werkomgeving zelf lijkt niet alleen op de Googleplex, maar ook in andere opzichten zijn de lijnen eenvoudig te trekken. Google behoort al jaren tot de meest aantrekkelijke werkgevers ‘ter wereld’ aldus verschillende online media (een snelle zoekopdracht via datzelfde Google levert een keur aan resultaten met deze strekking) en ook daar maken ze de werkomgeving zo aantrekkelijk dat men er graag veel tijd doorbrengt, is er ruimte voor innovatie. Ook bij Google komt men met technologische ‘innovaties’ als de Google glass die een op een niet alleen je eigen privacy, maar ook die van anderen de das omdoen. Ik wil niet teveel verklappen voor de mensen die The Circle nog willen gaan lezen, maar ik kan wel zeggen dat ook The Circle constant in de weer is met het steeds verder verbinden van steeds meer data, het opstellen van draadloze camera’s die 24/7 zijn verbonden met internet en ook met kleine camera’s om de halzen van politici, maar ook van Mae die uiteindelijk ‘transparant worden’ en alles wat ze zien, horen en zeggen constant gestreamd wordt. De parallellen tussen de feiten bij bijvoorbeeld Google en Facebook en de fictie in The Circle zijn verdacht eenvoudig te trekken.

Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere

Het vergt niet zo heel veel fantasie om je te kunnen voorstellen dat die Circle er over een paar jaar zomaar kan zijn. Hoeveel mensen geven desgevraagd niet aan ‘dat ze niks te verbergen’ hebben? Hoeveel delen we met zijn allen niet aan informatie op social media zoals Twitter, Facebook en Instagram? Google Glass Glassholes Privacy Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere Van Akker Vindt 2014Hoeveel delen we wel niet via zoekmachines zoals Google en allerhande apps op onze mobiele telefoons die opdat je hem maar gratis mag downloaden alles van je willen weten (en desondanks toch populair zijn, blijven en worden)? Hoeveel informatie hebben andere organisaties niet over ons ergens in een cloud staan? Wat te denken van de belastingdienst, de ziektekostenverzekeraar, het Electronisch Patiëntendossier, alle webwinkels waar we weleens kijken en ook kopen? Sta eens stil en bedenk wat een enorme hoeveelheid data al deze partijen zomaar gratis van jou hebben gekregen? Zij weten meer over je dan jijzelf, hun geheugen vergeet namelijk niks, waar bij jouzelf weleens iets verdwijnt. Je zult ten slotte als eenvoudige homo sapiens maar alles moeten onthouden, nietwaar? Met al die streamende camera’s door particulieren via The Circle en al die Google glasses en bewakingscamera’s overal is het niet langer Big Brother is watching you, maar Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere. Waar ik soms een enkeling nog weleens hoor beweren ‘dat het niet nodig is voorzichtig met je data om te gaan omdat je dan beter toegespitste aanbiedingen’ krijgt, heb ik ook van innovatie-omarmers gehoord dat ze daar van terug zijn gekomen. Dat Google niet doorzichtig is en bepaalde zoekresultaten structureel weglaat, of naar voren haalt zonder duidelijk te maken welke dat zijn en waarom. Bovendien ben ik meer mens dan consument en zit ik niet altijd te wachten op nog meer algoritmes die nog meer aanbiedingen over me heen uitstorten, maar dat terzijde.

Alle wereldproblemen oplossen met een algoritme

Mae Holland, de hoofdpersoon in het boek is niet kritisch over de mate van transparantie die door haar werkgever aan haar als medewerker en burger gevraagd wordt. Op een gegeven moment wordt Mae ‘betrapt’ op het feit dat ze niet voldoende transparant is. Ze is in haar eentje gaan kayakken en heeft daarover niets gedeeld op Zing, het grote sociale medianetwerk van The Circle. Ze wordt hierop streng op aangesproken door Bailey, een van de grote bazen van The Circle die als een Steve Jobs onder luid gejuich en applaus regelmatig zijn medewerkers toespreekt over de nieuwste innovaties. Naar aanleiding van het gesprek met Bailey, spreekt Mae uiteindelijk al haar collega’s toe in een gescript tweegesprek met Bailey waarin ze als een ware visionair de volgende woorden uitspreekt:

Secrets Are Lies

Sharing is Caring

Privacy is Theft

Nog los van de inhoud en implicaties van deze woorden zelf en het feit dat Mae zelf behoorlijk kritiekloos is gehersenspoeld, is het engste in het boek nog dat de toegesproken Circle-medewerkers deze woorden met wild enthousiasme ontvangen. Mae wordt zelf transparant en verkondigt vervolgens zelf blij het evangelie: alle wereldproblemen zijn op te lossen met het schrijven van een simpel algoritme. Als we maar zoveel mogelijk delen, kunnen we alles voorzien, voorspellen en oplossen. Mensen in Mae’s eigen omgeving die wel kritisch zijn over al deze transparantie en nog wel wat privacy en een eigen leven er op na willen houden, wuift Mae weg als een soort holbewoners die het allemaal niet zo goed begrijpen. Ze neemt zich voor om ook hen te overtuigen en dat gaat in een specifiek geval zo ver dat de dood erop volgt.

De keerzijde van de cloud en social media

Hoe het boek afloopt ga ik niet verklappen, net als dat ik heb geprobeerd genoeg maar niet teveel te vertellen om duidelijk te maken dat er ook een keerzijde is aan al deze technologie. Googleplex Welkom in Dystopia Van Akker Vindt 2014Wanneer de wetenschap gebruik maakt van big data om patronen te leren herkennen bij bepaalde ziektebeelden, ben ik daar niet zondermeer tegen, maar ben ik me wel bewust van veiligheidsaspecten die hiermee samenhangen. Niet zolang geleden zijn er uit de iCloud van een serie Amerikaanse beroemdheden allemaal naaktfoto’s gestolen. Het lijkt erop dat hier geen sprake is van een hack, maar van phishing, dus dat men op een andere manier informatie heeft losgepeuterd om bij bij die foto’s te kunnen komen. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die mensen die niets te verbergen zeggen te hebben, zichzelf (als-)nog maar eens goed achter de oren moeten krabben of dat echt wel zo is. Misschien zou het niet zo’n slecht idee zijn om een eenvoudig te lezen boek als dit verplicht leesvoer te laten zijn op de middelbare school en leerlingen wezenlijke discussies te laten voeren over de gevolgen van transparantie en big data. Dan kunnen ook de generaties die zijn opgegroeid in een wereld vol technologie, wifi en internet ook beseffen wat het doorlopend delen van hun informatie kan betekenen en leren daar zorgvuldig mee om te springen. Want wanneer er echt een (niet-)kritische massa gevormd wordt die niets te verbergen heeft, dan is de wereld die Eggers in zijn boek The Circle schetst niet zo heel erg ver weg.

The Circle Dave Eggers Van Akker Vindt 2014 Welkom in Dysopia

 

Komt u ook zo happy uit de Grote Recessie?

Clap along if you feel like a room without a roof Van Akker Vindt 2014

Clap along if you feel like a room without a roof”

Herken je die oorwurm van Pharell Williams? Hij heet ‘Happy’ en staat wanneer ik dit schrijf alweer bijna drie kwart jaar in de vaderlandse hitparades. Good for Pharell natuurlijk, maar ook voor ons want de blijheid slaat genadeloos toe wanneer je het hoort. Misschien is het toeval, maar volgens mij is Nederland – achteraf gezien – ook ongeveer drie kwart jaar uit de recessie. Dat is alvast genoeg om vrolijk van te worden, want vijf jaar recessie was natuurlijk lang zat. Heel hard hoeven we ook nog niet te juichen, want die arbeidsmarkt die ziet er voorlopig nog helemaal niet zo rooskleurig uit. De media hebben sinds het begin van dit jaar vol gestaan met fabrieken die gingen sluiten en mensen die op straat kwamen te staan en ook jongeren en schoolverlaters komen verdomd lastig aan de bak. Maar staan de jongeren die tijdens die recessie voor het eerst de arbeidsmarkt betraden ook anders in het leven en meer specifiek in hun werkzame leven? Dat vroeg mevrouw Bianchi zich ook af, ze zocht het uit en ze publiceerde daar eind 2013 over.

Tevredener met baan ook als die minder opbrengt

Bianchi pakte er de gegevens bij van drie verschillende grootschalige onderzoeken in de Verenigde Staten van Amerika en concludeerde dat hoogopgeleiden die de arbeidsmarkt betraden ten tijde van ‘De Grote Recessie’ tevredener met hun werk waren dan hun soortgenoten die hun eerste schreden hadden gezet tijdens economisch goede tijden. Bianchi hield daarbij rekening met verschillende branches en keuzes die mensen hadden gemaakt op loopbaangebied en becijfert dat de arbeidsmarktbetreders in recessietijd ook nog steeds tevredener zijn als ze minder verdienen dan de cohorten die in betere tijden op de arbeidsmarkt kwamen. Bovendien houdt die extra baantevredenheid ook stand lang na dat de recessie over is, blijkt uit haar cijfers waarin ook gegevens zijn meegenomen van die andere crisis uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw.

Hoera voor mentale halfvolle glazen

Die extra dosis tevredenheid wordt wellicht verklaard door de derde set longitudinale gegevens die Bianchi analyseerde, want daaruit blijkt dat mensen die in economisch beroerde tijden voor het eerst een serieuze baan zoeken, zich relatief minder bezig houden met nadenken hoe ze het beter hadden kunnen doen en ze zijn dankbaarder voor hun werk en het feit dat ze überhaupt werk hebben. Ze kijken dus meer naar wat ze wel hebben, dan naar wat ze niet hebben en een mentaal halfvol glas is nou eenmaal beter voor de mens dan het zich richten op dat deel van het glas dat nog gevuld had kunnen of moeten worden. En die lege ruimte in dat glas is er natuurlijk wel degelijk in barre economische tijden: de eerste banen die mensen weten te krijgen, zijn vaak slechter van kwaliteit, bijvoorbeeld een lager niveau en slechter betaald, dan wanneer zij in economisch florerende tijden de eerste stappen in hun loopbaan hadden gezet.

Never mind the Joneses!Never mind the Joneses  Van Akker Vindt 2014

Misschien maakt een recessie in die zin mensen wel bescheidener en nederiger in positieve zin en misschien ook wel wat minder materialistisch. Natuurlijk bestaat het ‘sociale’ internet 2.0 inmiddels al een kleine 10 jaar ofzo, maar ik vraag me af of het toeval is dat er nu sites zijn waar je een auto kan huren van iemand bij je in de buurt (Snappcar) die hem toch niet elke dag gebruikt, gereedschap of andere spullen kan lenen (Peerby) enzovoort. Niet langer ‘keeping up with the Joneses’ en proberen net zoveel spullen te bemachtigen als de mensen om je heen, maar delen waar dat kan en uit te gaan van jezelf en niet mee te gaan in een consumptistische maalstroom waar je per saldo niet gelukkiger van wordt.

De Skidelsky’s en de economie van het genoeg

Misschien is dit al een beetje het actieve burgerschap, de empowerment en de participatiesamenleving die de regering predikt. Maar.. dan met minder verspilling en minder consumentenbestedingen en dat laatste zal Rutte dan wel weer niet zo leuk vinden. Bovendien is dit iets wat van de mensen zelf komt en dat voelt toch wel een beetje anders dan die zogenaamde participatiesamenleving die Mark en Diederik ons uit bezuinigingsoverwegingen in de maag splitsen. En ik? Ik vind het zo gek niet, die economie van het genoeg. De Skidelsky’s halen in hun – wat mij betreft – geniale boek ‘How much is enough?’ uit 2012 de econoom John Maynard Keynes (u kent hem vast nog wel van het multipliereffect dat u werd onderwezen op de middelbare school) aan die voorspelde dat de mensen op een gegeven moment genoeg welvaart zouden hebben en dat dit door techniek en economische groei op den duur zou leiden tot een 15-urige werkweek. Niet omdat de mensen lui zouden zijn, maar omdat de mensen op een gegeven moment gewoon niet meer nodig hadden om een beetje lekker van te leven.

Herverdeling van werk, welvaart en welzijn?

De voorspelling van Keynes is niet uitgekomen, niet in de laatste plaats omdat er voor veel mensen blijkbaar niet zoiets als een ‘genoeg’ is. Maar toch: GroenLinks bepleit inmiddels een 32-urige werkweek, vermoedelijk met de gedachte dat een herverdeling van werk ook tot een herverdeling van welzijn en welvaart zal leiden. Of die uurtjes minder een op een aan anderen toekomen is maar de vraag, want misschien wordt dezelfde hoeveelheid werk wel in minder uren geperst. Dat zou zomaar kunnen. Maar laten we wel wezen: de kans is groot dat er in de toekomst minder werk zal zijn. De globaliserende wereld wordt steeds kleiner, werk wordt ge-outshored en ge-reshored naar en van landen met lagere lonen en werk wordt bovendien in toenemende mate overgenomen door robots en steeds slimmer wordende software. Is dat erg? Nee, mensen kunnen ook een zinvol leven kunnen leiden wanneer ze minder werken.

Groener gras aan de andere kant van de recessie

In de vorige eeuw zorgden de gegoede burgerij en de adel ervoor dat de arbeiders wat om handen hadden in hun schaarse vrije tijd, zodat ze geen amok zouden maken. De openbare orde diende immers niet verstoord te worden en zo kwamen er aan het begin van de twintigste eeuw verschillende sport- en gezelligheidsverenigingen met mooie stichtelijke namen. Wat dacht u bijvoorbeeld van vrouwenvereniging DEV/’Door Eendracht Verbonden’ of de voetbalverenigingen Viboa/’Voetballen is bij ons aangenaam’ en de AGOSV/’Apeldoornse Geheelonthouders-voetbalvereniging Steeds Voorwaarts‘? Maar: de wereld is niet meer die van honderd jaar geleden. Er zijn andere alternatieven. Ledigheid is niet zonder meer des duivels oorkussen. Het feit dat er in toenemende mate ruimte is voor discussies over minder werken en het onvoorwaardelijk basisinkomen, vind ik schone winst. Die veranderde houding, de deeleconomie en de technologie die dat mogelijk maken, kunnen ervoor zorgen dat we minder hoeven te werken en meer kunnen léven. Misschien met minder geld, maar wel met oog voor dat wat we wel hebben. Vooral ook immaterieel. Het hebben van halfvolle glazen is misschien zo erg nog niet. Net zoals werken om te leven in plaats van andersom. We zouden, net als die schoolverlaters en afstudeerders uit de eerste alinea zomaar eens kunnen zien dat het gras aan deze kant van de recessie groener blijkt te zijn en ineens zomaar verdomd happy kunnen worden… 

 

Groener gras aan deze kant van de recessie Van Akker Vindt 2014

 

 

PS: voor als je nog even niet zo happy bent of onder een steen hebt geleefd en het nummer nog altijd niet kende, hier bij wijze van service voor blijmakendheid de officiële video voor ‘Happy’ van Pharell Williams als instant happiness booster, doe er je voordeel mee!

 

 

Mandela

Nelson Mandela 1918-2013 - Van Akker Vindt 2013

Ik ben niet van het openbare rouwbeklag, maar wil toch een paar woorden wijden aan Nelson Mandela. Toen ik gisteravond hoorde dat Mandela op 95-jarige leeftijd overleden was, was ik daar wel even stil van. Ik ben opgegroeid met Mandela, de discussies over apartheid, het boycotten van Zuid-Afrika en het lied ‘Free Nelson Mandela‘ van Special AKA.

In de eerste klassen van de middelbare school raakte ik steeds meer geïnteresseerd in het wezenlijke onrecht dat racisme is. Ik deed er een spreekbeurt over, luisterde naar Public Enemy’s ‘It Takes a Nation’ en las ik boeken van Adriaan van Dis over de situatie in Zuid Afrika en later stapels boeken van Alice Walker. Toen ik in de bovenbouw zat en een middag vroeg thuis kwam uit school zag ik in een speciale televisie-uitzending Nelson en Winnie hand in hand de vrijheid tegemoet treden. Ontroerd keek ik toe.

Mandela werd president en een held voor meerdere generaties. Ondanks dat is er in Zuid Afrika nog steeds heel veel te winnen. Ik hoop dat zijn dood niet een stap terug betekent, maar mensen zal aanzetten om in zijn geest verder te timmeren aan een democratische staat waar iedereen mag zijn wie hij of zij is en de kans krijgt zich te ontplooien. Ik geloof niet in hemels en hiernamaalsen, maar als ze bestaan, verdient Mandela wat mij betreft een ereplaatsje. Ik hoop dat Mandela en waar hij voor stond niet vergeten worden.

Daarom op deze plek mijn kleine eerbetoon voor een bewonderenswaardige man.

Nelson Mandela-Van Akker Vindt 2013

Nelson Mandela (1918-2013)