The Circle en Big Data: Welkom in Dystopia

The Circle als Google op steroïden - Welkom in Dystopia - Van Akker Vindt 2014

Deze zomer las ik het boek ‘The Circle’ van Dave Eggers uit 2013. The Circle gaat over een jonge professional, Mae Holland die via een vroeger vriendinnetje komt te werken bij het zeer populaire bedrijf The Circle. Het product van The Circle is dat het alle sociale netwerken onderling verbindt en je nog maar een keer hoeft in te loggen. Het bedrijf is erg populair bij de mensen die er gebruik van maken en ook als werkgever. Niet zo gek ook: het bedrijf is zeer high tech, bijzonder innovatief en ze bieden een prachtige campus om op te werken waar niks te gek lijkt. Nou ja: bijna niks. Maar daar kom ik later in dit stukje op terug.

De werkplek als all inclusive resort

The Circle is gehuisvest op een enorm terrein waarin niets te gek lijkt: het kantoor is prachtig ontworpen, er zijn picknickplekken, sportveldjes, een theater, er zijn verschillende optredens per week, je kan er blijven slapen in prachtig ontworpen slaapkamers. En natuurlijk is dit alles gratis voor de bevoorrechte medewerkers van The Circle. Google, The Circle, booksEigenlijk is er geen reden om ooit het terrein te verlaten. Sterker nog: wanneer Mae eenmaal de frisse, wonderschone en vooral ook geordende campus gewend is lijkt de echte buitenwereld en haar flatje daarin grauw, chaotisch en vervuild. Na verloop van tijd woont Mae er bijna, net als veel van haar collega’s. Tot zover de campus van The Circle, die volgens mij niet geheel losjes geïnspireerd is op de Googleplex en de high tech campusomgevingen van Apple, Facebook, Skype enzovoort in Silicon Valley.

KPI’s die uit de bocht vliegen

In het boek zit een rare paradox. De fysieke ruimte mag prachtig zijn en inderdaad een feestje om in te werken, maar in veel opzichten ontbreekt het de medewerkers juist aan ruimte. Mae gaat werken bij de klantendienstafdeling, die Customer Experience heet. Ze heeft een x aantal seconden per gesprek en moet een minimale score halen van 95 uit 100. Dat is al niet laag, maar als de klanten haar niet de volle 100 geven, is het standaardprocedure om na te vragen wat er ontbrak, zodat de feitelijke score in veel gevallen alsnog 100 wordt. Naast deze uit de bocht gevlogen Key Performance Indicators (KPI’s, dus) moet ze ook zorgen dat ze zich constant op social media profileert en interacteert. Er is een ranglijst van alle medewerkers, de PartiRank (Participation Rank) waarop het toch vooral zaak is om zo goed mogelijk te scoren. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ze kort nadat ze begonnen is ook nog onderdeel van een programma, waarbij ze tussen de bedrijven door nog enquetevragen moet beantwoorden via een speciaal oortje dat ze krijgt. Dat gaat niet om een of twee vragen, maar om enkele honderden per dag en als ze niet snel genoeg reageert, wordt ze via een mooi technisch trucje geroepen door haar eigen stem, tot ze dat alsnog doet. Voor mensen die mijn blog al een beetje kennen, mag het duidelijk zijn dat ik hier vanuit het oogpunt van psychosociale werkdruk niet enorm van onder de indruk ben. Mensen hebben nu eenmaal ook rust nodig, om te zijn, te reflecteren en te herstellen.

The Circle als Google op steroïden

In The Circle draait alles om een combinatie van technologische innovaties, het verzamelen en verknopen van heel veel data en daarmee vooral ook om transparantie. Dus de werkomgeving zelf lijkt niet alleen op de Googleplex, maar ook in andere opzichten zijn de lijnen eenvoudig te trekken. Google behoort al jaren tot de meest aantrekkelijke werkgevers ‘ter wereld’ aldus verschillende online media (een snelle zoekopdracht via datzelfde Google levert een keur aan resultaten met deze strekking) en ook daar maken ze de werkomgeving zo aantrekkelijk dat men er graag veel tijd doorbrengt, is er ruimte voor innovatie. Ook bij Google komt men met technologische ‘innovaties’ als de Google glass die een op een niet alleen je eigen privacy, maar ook die van anderen de das omdoen. Ik wil niet teveel verklappen voor de mensen die The Circle nog willen gaan lezen, maar ik kan wel zeggen dat ook The Circle constant in de weer is met het steeds verder verbinden van steeds meer data, het opstellen van draadloze camera’s die 24/7 zijn verbonden met internet en ook met kleine camera’s om de halzen van politici, maar ook van Mae die uiteindelijk ‘transparant worden’ en alles wat ze zien, horen en zeggen constant gestreamd wordt. De parallellen tussen de feiten bij bijvoorbeeld Google en Facebook en de fictie in The Circle zijn verdacht eenvoudig te trekken.

Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere

Het vergt niet zo heel veel fantasie om je te kunnen voorstellen dat die Circle er over een paar jaar zomaar kan zijn. Hoeveel mensen geven desgevraagd niet aan ‘dat ze niks te verbergen’ hebben? Hoeveel delen we met zijn allen niet aan informatie op social media zoals Twitter, Facebook en Instagram? Google Glass Glassholes Privacy Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere Van Akker Vindt 2014Hoeveel delen we wel niet via zoekmachines zoals Google en allerhande apps op onze mobiele telefoons die opdat je hem maar gratis mag downloaden alles van je willen weten (en desondanks toch populair zijn, blijven en worden)? Hoeveel informatie hebben andere organisaties niet over ons ergens in een cloud staan? Wat te denken van de belastingdienst, de ziektekostenverzekeraar, het Electronisch Patiëntendossier, alle webwinkels waar we weleens kijken en ook kopen? Sta eens stil en bedenk wat een enorme hoeveelheid data al deze partijen zomaar gratis van jou hebben gekregen? Zij weten meer over je dan jijzelf, hun geheugen vergeet namelijk niks, waar bij jouzelf weleens iets verdwijnt. Je zult ten slotte als eenvoudige homo sapiens maar alles moeten onthouden, nietwaar? Met al die streamende camera’s door particulieren via The Circle en al die Google glasses en bewakingscamera’s overal is het niet langer Big Brother is watching you, maar Big Brothers and Sisters are watching you always and everywhere. Waar ik soms een enkeling nog weleens hoor beweren ‘dat het niet nodig is voorzichtig met je data om te gaan omdat je dan beter toegespitste aanbiedingen’ krijgt, heb ik ook van innovatie-omarmers gehoord dat ze daar van terug zijn gekomen. Dat Google niet doorzichtig is en bepaalde zoekresultaten structureel weglaat, of naar voren haalt zonder duidelijk te maken welke dat zijn en waarom. Bovendien ben ik meer mens dan consument en zit ik niet altijd te wachten op nog meer algoritmes die nog meer aanbiedingen over me heen uitstorten, maar dat terzijde.

Alle wereldproblemen oplossen met een algoritme

Mae Holland, de hoofdpersoon in het boek is niet kritisch over de mate van transparantie die door haar werkgever aan haar als medewerker en burger gevraagd wordt. Op een gegeven moment wordt Mae ‘betrapt’ op het feit dat ze niet voldoende transparant is. Ze is in haar eentje gaan kayakken en heeft daarover niets gedeeld op Zing, het grote sociale medianetwerk van The Circle. Ze wordt hierop streng op aangesproken door Bailey, een van de grote bazen van The Circle die als een Steve Jobs onder luid gejuich en applaus regelmatig zijn medewerkers toespreekt over de nieuwste innovaties. Naar aanleiding van het gesprek met Bailey, spreekt Mae uiteindelijk al haar collega’s toe in een gescript tweegesprek met Bailey waarin ze als een ware visionair de volgende woorden uitspreekt:

Secrets Are Lies

Sharing is Caring

Privacy is Theft

Nog los van de inhoud en implicaties van deze woorden zelf en het feit dat Mae zelf behoorlijk kritiekloos is gehersenspoeld, is het engste in het boek nog dat de toegesproken Circle-medewerkers deze woorden met wild enthousiasme ontvangen. Mae wordt zelf transparant en verkondigt vervolgens zelf blij het evangelie: alle wereldproblemen zijn op te lossen met het schrijven van een simpel algoritme. Als we maar zoveel mogelijk delen, kunnen we alles voorzien, voorspellen en oplossen. Mensen in Mae’s eigen omgeving die wel kritisch zijn over al deze transparantie en nog wel wat privacy en een eigen leven er op na willen houden, wuift Mae weg als een soort holbewoners die het allemaal niet zo goed begrijpen. Ze neemt zich voor om ook hen te overtuigen en dat gaat in een specifiek geval zo ver dat de dood erop volgt.

De keerzijde van de cloud en social media

Hoe het boek afloopt ga ik niet verklappen, net als dat ik heb geprobeerd genoeg maar niet teveel te vertellen om duidelijk te maken dat er ook een keerzijde is aan al deze technologie. Googleplex Welkom in Dystopia Van Akker Vindt 2014Wanneer de wetenschap gebruik maakt van big data om patronen te leren herkennen bij bepaalde ziektebeelden, ben ik daar niet zondermeer tegen, maar ben ik me wel bewust van veiligheidsaspecten die hiermee samenhangen. Niet zolang geleden zijn er uit de iCloud van een serie Amerikaanse beroemdheden allemaal naaktfoto’s gestolen. Het lijkt erop dat hier geen sprake is van een hack, maar van phishing, dus dat men op een andere manier informatie heeft losgepeuterd om bij bij die foto’s te kunnen komen. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die mensen die niets te verbergen zeggen te hebben, zichzelf (als-)nog maar eens goed achter de oren moeten krabben of dat echt wel zo is. Misschien zou het niet zo’n slecht idee zijn om een eenvoudig te lezen boek als dit verplicht leesvoer te laten zijn op de middelbare school en leerlingen wezenlijke discussies te laten voeren over de gevolgen van transparantie en big data. Dan kunnen ook de generaties die zijn opgegroeid in een wereld vol technologie, wifi en internet ook beseffen wat het doorlopend delen van hun informatie kan betekenen en leren daar zorgvuldig mee om te springen. Want wanneer er echt een (niet-)kritische massa gevormd wordt die niets te verbergen heeft, dan is de wereld die Eggers in zijn boek The Circle schetst niet zo heel erg ver weg.

The Circle Dave Eggers Van Akker Vindt 2014 Welkom in Dysopia

 

Advertenties

Bied uw werknemers de mogelijkheden en het vertrouwen om aan de slag te gaan

Voor het boek ‘Blijvend in Beweging, Visies op Duurzame Inzetbaarheid’ dat vandaag verschijnt onder redactie van Ab Klink en Bibi de Vries schreef ik een Ted Talk-achtige speech over hoe je als werkgever zonder dat het per se veel hoeft te kosten de inzetbaarheid van je medewerkers kan versterken en faciliteren. Daar zijn niet altijd dure opleidingstrajecten voor nodig. Een andere manier van kijken en van het benaderen van je werknemers kan al heel veel verschil maken. Hieronder volgt de tekst van mijn speech.

Beste werkgevers,

Blijvend in Beweging Van Akker Vindt 2013

Ik ben vandaag gekomen om u aan te spreken. Dat is op meer manieren te interpreteren en dat is niet voor niets. Ik hoop u namelijk aan te spreken door u áán te spreken.

Ik wil het met u hebben over de crisis en de invloed daarvan op de arbeidsmobiliteit en inzetbaarheid van uw medewerkers. Het is al vijf jaar crisis, onze economie zit al een jaar in recessie en de werkloosheidscijfers hebben een recordhoogte bereikt. U en ik weten dat, maar ook uw werknemers weten dat. Daarom zijn ze niet mobiel, blijven ze zitten waar ze zitten en verroeren ze zich niet.

Even wat cijfers ter illustratie: volgens het CBS is het aantal mensen dat overstapt naar een andere baan teruggelopen van ruim een half miljoen in 2008 naar minder dan 300 duizend in 2012. Een afname van ruim 40 procent dus. Deze ontwikkeling is begrijpelijk. In tijden van onzekerheid mijdt men risico’s. Deze strategie lijkt verstandig en is dat op de korte termijn ook. Maar op de wat langere termijn is het niet zo slim. Blijven zitten zorgt er namelijk ook voor dat werknemers minder mogelijkheden hebben om zich te blijven ontwikkelen. En dat laatste is nou juist een belangrijke voorwaarde om duurzaam inzetbaar te blijven.

Door je te blijven ontwikkelen houd je je kennis en vaardigheden op peil, zodat je interessant voor werkgevers – dus employable – blijft en je beter kan omgaan met veranderingen in je werkomgeving. Darwin is dus óók op de arbeidsmarkt relevant: de persoon die zich gedurende zijn loopbaan het best kan aanpassen aan veranderende omstandigheden in de werkomgeving, heeft de beste overlevingskansen.

Uw medewerkers kunnen ook heel veel leren 'on the job' - Van Akker Vindt 2013Maar niet alleen werknemers zien het belang van hun ontwikkeling en inzetbaarheid een beetje over het hoofd. Regelmatig zie ik in onderzoeken terug dat u vindt dat uw werknemers zélf verantwoordelijk zijn voor hun inzetbaarheid en employability, misschien mede ingegeven doordat ook uw budget in crisistijd beperkt is. Toch is het niet verstandig om die verantwoordelijkheid eenzijdig bij uw werknemers te leggen. Ik noemde al Darwin en de survival van degenen die zich in hun werkomgeving het best kunnen aanpassen.

Mensen zijn meer of minder inzetbaar binnen de context van hun wérk. De werkgever bepaalt die context en dat is precies de reden dat ook ú de handschoen zou moeten oppakken en eens goed na zou moeten denken over wat ú gaat doen om uw werknemers inzetbaar te houden. En dan hebben we het niet alleen over ouderen of juist jongeren, maar over élke individuele werknemer binnen uw organisatie. Ook de dertigers en veertigers kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken om inzetbaar te blijven. Zij hebben hun oorspronkelijke opleiding al jaren geleden afgerond, flink wat werkervaring opgedaan, maar zullen ook nog flink wat jaren op de arbeidsmarkt actief moeten blijven voor ze met pensioen kunnen. Uw werknemers hebben dus allemáál baat bij voldoende ontwikkelingsmogelijkheden, zodat zij hun kennis, vaardigheden en aanpassingsvermogen op peil kunnen brengen én houden.

Het versterken van kennis, vaardigheden en kwalificaties kan gelukkig op meer manieren dan alleen door het faciliteren van dure opleidingstrajecten. Er zijn genoeg andere mogelijkheden om uw medewerkers dat steuntje in de rug te geven. Om te beginnen is er een goed in het HRM-beleid ingebed inzetbaarheidsbeleid nodig en een flinke partij draagvlak onder u en uw collega-managers. Dan kan daarna de dialoog worden aangegaan met de werknemers, zodat óók zij het belang van werken aan hun inzetbaarheid gaan inzien.

Vervolgens zult u ook concrete mogelijkheden moeten bieden aan uw werknemers om zich te blijven ontwikkelen. Dat hoeft dus niet per se een formele opleiding te zijn. Uw medewerkers kunnen ook heel veel leren ‘on the job’, misschien wel gecoacht door de wat oudere collega’s. U kunt ze eens laten aanschuiven bij een project naast hun reguliere werk of neventaken laten oppakken. Misschien kunnen ze wel een keer ruilen met een collega met een vergelijkbare functie bij een ander team. Ik heb mensen gesproken die dat deden en daardoor naar eigen zeggen écht nieuwe inzichten opdeden. U kunt radicaler te werk gaan en zelfsturende teams opzetten. Dan kunnen mensen binnen een team onderling zélf het werk verdelen, prioriteiten stellen, verschillende taken oppakken en krijgen ze daardoor meer autonomie in hun werk.

Deze suggesties dragen allemaal bij aan de ontwikkeling van mensen. Ze zorgen bovendien voor meer autonomie en daarmee voor blijere, gezondere én beter en breder onderlegde medewerkers. De belangrijkste investeringen die u moet doen zijn om te beginnen dat u uw werknemers voldoende concrete mogelijkheden biedt om zich te ontwikkelen. Daarnaast moet u hen het vertrouwen bieden om er zélf mee aan de slag te gaan. Werken aan de inzetbaarheid van uw medewerkers leidt tot minder verzuim en minder verloop. Maar het leidt vooral tot gezondere en blijere medewerkers. Daar moet u als werkgever op úw beurt toch ook heel erg blij van worden?

Ik hoop dat ik u heb aangesproken. Dank u wel.

Gezondere en blijere medewerkers - Van Akker Vindt 2013

Deze speech verscheen in het boek Blijvend in Beweging 2.NL en de bijbehorende website en was slechts één van de 64 speeches die in dit boek zijn verschenen. Mocht je nieuwsgierig zijn naar de andere bijdragen, of het boek willen bestellen verwijs ik je graag naar de bijbehorende website Blijvend in Beweging. Het boek wordt vandaag gepresenteerd in Zeist. 

Klink, A. en B. de Vries (red.) (2013). Pamflet 2.NL; Blijvend in Beweging; Visies op Duurzame Inzetbaarheid. Assen: Van Gorcum & Leiden: Sinds 1883 – uitgevers. ISBN: 9789023252412

Gerelateerde berichten

Boekbespreking: Bedrijfsethiek – Filosofische Perspectieven


Het boek ‘Bedrijfsethiek, filosofische perspectieven’ beoogt een toegankelijke inleiding te zijn voor studenten en docenten in het hoger onderwijs, die zich vanuit bedrijfskundige, economische en filosofische studies in de bedrijfsethiek moeten verdiepen. Het boek is een bewerking van een boek van dezelfde auteurs dat in 2011 voor de Angelsaksische markt werd geschreven met de titel ‘
Business Ethics and Continental Philosophy‘ en dat is te merken.

Continentale vs analytische filosofie

Boekbespreking  Bedrijfsethiek; Filosofische Perspectieven Van Akker Vindt 2013In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op het feit dat de bedrijfsethiek gedomineerd wordt door de Angelsaksische analytische filosofen die vooral een pragmatische vorm van bedrijfsethiek bedrijven en daarom populair zijn. Dit zou ten koste gaan van de continentale filosofie die zich meer bezighoudt met het stellen van fundamentele vragen en past in het beeld dat veel mensen in Nederland, inderdaad op het continent, hebben van filosofie. De laatste zou volgens de auteurs meer aandacht verdienen. In de kern ben ik het eens met de conclusie dat de continentale, meer filosofisch ingestelde bedrijfsethiek de nodige aandacht verdient. Maar mij bekruipt het gevoel dat dit probleem vermoedelijk meer relevant is voor de oorspronkelijke Angelsaksische doelgroep van het boek, dan voor de lezers van de Nederlandstalige bewerking daarvan en bovendien in een groot deel van de hoofdstukken de Angelsaksische, meer pragmatische analytische bedrijfsethici in het boek nog steeds de overhand hebben.

Van klassieke ethiek tot actuele thema’s

In het boek worden eerst meer algemene thema’s besproken die relevant zijn voor bedrijfsethici, zoals besluitvorming, rechtvaardigheid en belanghebbenden (‘stakeholders’). In het tweede deel worden specifieke thema’s besproken die de laatste jaren zich in veel aandacht van organisaties en in bredere zin, de maatschappij mogen verheugen zoals klokkenluiders, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), duurzaamheid en globalisering. Het eerste deel bestaat grotendeels uit de ons bekende bedrijfsethiek met het bespreken van respectievelijk doel-, plicht- en deugdethiek en heeft de nodige diepte. Ik vraag me wel af of zoiets als de stakeholdertheorie zoveel aandacht verdient als het in het eerste hoofdstuk van het boek krijgt. Dit is toch vooral organisatietheoretisch van aard. Hoewel ik de relevantie wel begrijp, zou ik een wat kortere beschrijving met een uitvoerigere kritische bespreking meer op zijn plaats hebben gevonden dan nu in het boek het geval is.

Met zevenmijlslaarzen door de materie

In het tweede deel van het boek worden verschillende actuele thema’s besproken en komt, net als in het eerste deel, een stoet aan interessante filosofen voorbij, die eerst beschreven en vervolgens terecht kritisch besproken worden. Desondanks heb ik het gevoel dat de bespreking steeds niet meer dan een aanzet is van wat het had kunnen zijn, of wellicht ook in de oorspronkelijke Engelstalige versie is geweest. Kritische noten worden gekraakt, maar je blijft achter met het onbevredigende gevoel dat hierover veel meer te zeggen was geweest dan er feitelijk gebeurt. Men gaat met zevenmijlslaarzen door de materie. En dat is een gemiste kans. Misschien hadden de auteurs er beter aan gedaan een aantal van de actuele thema’s die onderling verbonden zijn en elkaar overlappen, zoals MVO, duurzaamheid en globalisering te integreren en samen te voegen in een enkel wat groter hoofdstuk, waarin er wél meer ruimte was geweest om onderwerpen verder uit te diepen. Het blijft nu toch vooral beschrijvend en wat versnipperd overkomen.

Tandje té toegankelijk?

De auteurs zijn er in geslaagd toegankelijk te schrijven en misschien wel te toegankelijk, want duidelijke literatuurverwijzingen waarmee de lezer de brontekst er desgewenst bij kan zoeken ontbreken volledig in de tekst, net als een overzichtelijke bronnenlijst aan het einde van het boek. De auteurs bespreken achterin het boek wel aan wie ze schatplichtig zijn, maar echt handig is dat niet voor degenen die verder willen lezen en studeren. En dat was wel degelijk nuttig geweest. Want wanneer je het boek leest, wil je nog wel eens verder duiken in wat van de aangehaalde filosofische werken. Dan heb je, ondanks mijn kritische noten, als auteurs toch ook duidelijk iets goed gedaan!

Bos, R. ten & M. Painter-Morland (2013). Bedrijfsethiek; Filosofische Perspectieven. Amsterdam: Boom ISBN 978 94 6105 035 9

 

Van Akker Vindt Bedrijfsethiek recensie

 

Voor de recensierubriek van het Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties schreef ik een beknoptere recensie over hetzelfde boek. Voor Van Akker Vindt heb ik de uitvoerige versie hierboven geschreven. 

Werk aan jezelf, je werkplezier en je eigen inzetbaarheid

Zelfsturing 2.0Voor het boek Zelfsturing 2.0 onder redactie van Erwin Witteveen en Martijn Aslander schreef ik een Ted Talk-achtige speech over Zelfsturing. Mijn speech is bedoeld voor mensen die het niet meer zo naar hun zin hebben in hun werk en denken dat niet te kunnen veranderen. Volgens mij kunnen ze daar meer zelf aan veranderen dan ze misschien denken. In mijn speech moedig ik deze groep aan om toch vooral zelf het heft in handen te nemen en aan zichzelf, hun werkplezier en hun inzetbaarheid te werken. Hieronder volgt de tekst van mijn speech.

“Neem zelf het heft in handen”

Zo’n tien jaar geleden werkte ik bij een grote non-profit organisatie. Tegenover mij zat een collega die toen slechts een paar jaar ouder was dan ik nu ben, ergens voor in de veertig. Hij werkte al jaren als klantencontactmedewerker en verzuchtte bij het horen dat VUT- en prepensioenregelingen definitief op de schop zouden gaan dat hij nu nóg langer door moest werken.

Ik was toen al erg verbaasd, en nu nog altijd, want ook met een VUT-regeling had hij nog flink wat jaren voor de boeg. Als hij zijn werk nú al niet meer leuk vond, waarom deed hij er dan niets aan? Ik heb hem die vraag destijds ook daadwerkelijk gesteld. Hij kwam met een reeks aan praktische bezwaren, waarom hij niet van baan zou kunnen veranderen. Natuurlijk heb ik daar begrip voor en snap ik dat tussen droom en daad áltijd weer die rottige praktische bezwaren opduiken.

Tóch zou ik willen dat meer mensen méér durven dromen en ondanks de praktische bezwaren ook méér durven doen. Niet omdat ík het zeg, of omdat het moet, maar omdat niet ik of anderen, maar zijzélf het beste met zichzelf voor zouden moeten hebben. De meeste mensen spenderen vele uren van hun leven aan werken en het reizen van en naar hun werk. Volgens mij kan dat werk dan maar beter een beetje leuk zijn en bij je passen. 

En ík vind dat niet alleen. Ook de wetenschap benoemt het belang van intrinsieke motivatie en een baan die bij je past. Het is belangrijk om met plezier te werken, omdat intrinsieke motivatie en plezier in het werk een belangrijke energiebron vormen om duurzaam inzetbaar te blijven. Het is domweg beter voor je gezondheid en je wordt er blijer van. Blijven zitten in de gouden kooi van de vaste baan omdat anders je zekerheden of opgebouwde rechten opgeeft, omdat je nu in de hoogste schaal zit en misschien niet meer hetzelfde kan terugverdienen, is uiteindelijk gewoon niet zo goed voor jou en je gezondheid. Dat gun je anderen niet, maar ook jezelf niet. Toch?

Natuurlijk is het lastig om nieuwe stappen te zetten. Zeker wanneer je dat niet zo gewend bent is dat gewoon hartstikke eng. Ik snap dat wel. Toch wil ik alle mensen die nu in zo’n baan zitten, waar ze eigenlijk een beetje op uitgekeken zijn en waar geen groei meer in zit, aanmoedigen om eens niet te kijken naar de praktische bezwaren, maar juist naar de mógelijkheden. Die zijn er namelijk. Altíjd. Misschien zie je ze niet altijd, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Het vergt alleen ‘even’ het omzetten van die verfoeide ‘het-kan-niet-knop’.

Zet die knop om, neem zelf het heft in handen. Werk aan jezelf, je werkplezier en je eigen inzetbaarheid. Ga eens praten met je leidinggevende of je een opleiding kunt doen, kunt aanschuiven bij een nieuw project of een ander accent kan leggen in je werk. En als dat niet kan, ga dan na een goed gesprek met het thuisfront, zélf eens kijken of je een opleiding kan doen. Misschien wil je al heel lang voor jezelf beginnen, bijvoorbeeld een internetwinkeltje opzetten, maar is het een te grote stap om je baan op te zeggen? Ga een dag of een dagdeel minder werken en gebruik die extra tijd om je winkeltje uit de grond te stampen. Of wil je helemaal iets anders en weet je niet wat? Zoek een coach, doe vrijwilligerswerk of loop eens stage om te kijken of de richting waaraan je denkt bij je past. Er zijn écht mogelijkheden te over. Waar een wil is, is immers een weg. Je moet het alleen dúrven. En doen. Die weg zoeken. Of die weg voor jezelf creëren. 

Als jíj het niet doet, doet niemand anders het. Niet anderen, maar jíj bent de baas over jouw leven, jouw baan en jouw plezier. Dus is het ook aan jou om daar zélf richting aan te geven. Het kan écht, maar je moet het durven. En doen. Zélf doen. Vooral zélf doen. Succes!

Niet anderen, maar jíj bent de baas over jouw leven, jouw baan en jouw plezier. Van Akker Vindt 2013

Deze speech verscheen in het boek Zelfsturing 2.0 en de bijbehorende website en was slechts één van de 60 speeches die in dit boek is opgenomen. Mocht je nieuwsgierig zijn naar de andere bijdragen, of het boek willen bestellen verwijs ik je graag naar de bijbehorende website ‘Zelfsturing’. Het boek wordt op 2 juli aanstaande gepresenteerd in Amersfoort. 

Aslander, M. & E. Witteveen (red.) (2013). Pamflet 2.NL; Zelfsturing bottom-up organiseren; Assen: Van Gorcum & Leiden: Sinds 1883 – uitgevers ISBN 978 90 232 51 972

Gerelateerde berichten