Bruin water

Er komt bruin water uit de kraan. Al anderhalf uur. Natuurlijk heb ik het waterleidingbedrijf gebeld, die wisten van niets en zeiden: bel nog eens als het met een uurtje nog niet over is. Bij het tweede telefoontje krijg ik een hele andere lezing. Dat het komt omdat de brandweer de bluskranen heeft gecontroleerd en nu allemaal deeltjes die normaal aan de leiding vastzitten zijn losgeweekt en dat het nog wel makkelijk een uur extra kan duren. Fijn zo. Net nu ik wilde gaan koken. Iets waarvoor water in veel gevallen de nodige toegevoegde waarde heeft. Terwijl ik zo een beetje zit te klagen en te zeuren, bedenk ik hoe goed we het eigenlijk wel niet hebben. Eigenlijk hebben we vrijwel altijd keurig gezuiverd en uiterst smakelijk drinkwater uit de kraan. Dat is anders dan in veel andere landen waar ik geweest ben en het water niet drinkbaar is. Of er überhaupt grote delen van de dag geen water uit de kraan komt. Als die er al is.

Zoals in Ghana. Mijn eerste bezoekje aan Afrika. Niet alleen heb ik mijn ogen uitgekeken aan de prachtige grafische Afrikaanse stoffen. Ik heb ook met respect en verwondering gekeken naar de vrouwen die met een welhaast jarloersmakende gratie met behulp van doeken van diezelfde grafisch bedrukte stoffen -vermoedelijk uren- langs de weg liepen met jerrycans met water, halve boomstammen (ja, echt!) en wat verder zoal vervoerd moet worden. Of op wat kleinere schaal in het eerste dorpje aan de oostkust waar we uitgeput en bezweet op de eerste reisdag vanuit Accra (uitspreken als Accrá) aankwamen en wilden douchen en bijkomen. Ik kroop nietsvermoedend onder de douche en er kwam niks uit de kraan. Koud water, of zilt water uit de kraan ben ik wel gewend van al mijn reisjes in Azië, maar géén water? De jongen die het eenvoudige guesthouse runde bood aan om even een paar emmers water te halen bij de dorpspomp. Ook prima, dan maar lekker ouderwets met een washandje opfrissen enzo. Zo gezegd zo gedaan en vervolgens als een blok in de armen van mijn lief in slaap gevallen, moe van de reis en alles wat we onderweg hadden gezien en ervaren.

Ik denk nog regelmatig aan die reis naar Ghana, vanwege de vele indrukken, vanwege die andere wereld die voor me open ging en een geheel eigen identiteit heeft. En omdat we, ja ook ik, zo graag klagen. Terwijl we het zo goed hebben. Ja het is crisis. Nou én?! Wij, Nederlandse beroepsklagers, wonen nog altijd in één van de meest welvarende landen in de wereld. Ja ook als de babyboomers onze pensioenen opsouperen met behulp van dubieus vastgestelde rekenrentes en ook als we bakken met geld overmaken naar onze Griekse vrinden. Ik lees momenteel een heel interessant boek ‘Getting Better van Charles Kenny (2011). Hij legt daarin helder uit waarom je niet alleen op basis van inkomen de rijkdom van een land en zijn inwoners kan vergelijken, omdat de koopkracht van dat inkomen per land verschilt. Desondanks heb ik er een kaartje (zie ook hieronder) bijgezocht, gebaseerd op cijfers uit 2011 van de Wereldbank. Daarop is niet alleen te zien dat Ghana het vergeleken met de meeste omliggende landen nog niet zo slecht doet, maar ook dat het verschil in gemiddeld inkomen vergeleken met ons land substantieel is. Waar wij in 2011 in de hoogste categorie zaten, met een gemiddeld inkomen van 12.275 dollar of meer, lag dat in Ghana in de categorie tussen de 1.006 dollar en de 3.975 dollar, dus variërend van grofweg een tiende tot een kwart van ons inkomen. En nog een verschil is dus dat wij het zó gewoon vinden dat er schoon en lekker drinkwater uit de kraan komt, dat we geïrriteerd raken wanneer dat eens een keer niet zo is. Misschien moeten wij, volkje van beroepsklagers, eens stoppen met zeuren en beginnen met het tellen van onze zegeningen. Dan hoeven we ons voorlopig niet te vervelen. 

bron: chartsbin.com

 


Advertenties

5 gedachtes over “Bruin water

  1. en misschien nog wel belangrijker dan rijkdom (zowel relatieve als absolute): hoeveel gelukkiger zijn Ghanezen ten opzichte van Nederlanders?

    • Een uitstekende vraag waarop ik iig op dit moment het antwoord schuldig moet blijven. Mocht ik daar nog eens iets over tegenkomen. Misschien wel in het genoemde boek, schrijf ik daar wellicht nog een stukje over. Overigens heet het boek niet voor niets ‘Getting Better’. Kenny noemt dat heel veel dingen wel beter gaan, bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs en gezondheidszorg. Die beïnvloeden in ieder geval het welzijn substantieel, terwijl inkomen en bruto nationaal product in veel ontwikkelingslanden relatief achter blijven.

      • Wel tussen welvaart en welzijn. Mij lijkt dat geluk en welvaart in elkaars verlengde liggen, maar ik ben geen deskundige op dit gebied. Bovendien lijkt het me een kwestie van hoe je iets afbakent.

Reacties zijn gesloten.